Site-archief

Jong over oud

Willem Thies en Gerrit Komrij

.

Wanneer je er naar vraagt heeft vrijwel elke dichter een of meer favoriete dichters. Dat kan een dichter zijn die men waardeert of bewondert vanaf of voor het moment dat men zelf met dichten begon of het kunnen dichters zijn die men later heeft ontdekt. Ook ik heb favoriete dichters.

In mijn geval schreef ik al gedichten voor ik deze ontdekte. In de jaren ’80 van de vorige eeuw waren dat Johnny van Doorn en Jules Deelder en al vrij snel kwam Charles Bukowski daar bij. Nog iets later Remco Campert, E.E. Cummings, Herman de Coninck, Judith Herzberg en tegenwoordig een groot aantal dichters naast deze waaronder Esther Naomi Perquin, Menno Wigman en Lieke Marsman. Maar zoals gezegd er zijn er velen, bekende dichters en wat minder bekende dichters.

Toen ik op de website van dichter Willem Thies (1973) aan het lezen was (waar vreemd genoeg de agenda stopt in 2018 terwijl de nieuwste bundel van Thies ‘Mijn zoon hij zegt’ uit 2021 wel bij de publicaties staat) kwam ik het gedicht ‘De zekerheid van de zee’ tegen dat is opgedragen aan Gerrit Komrij, de reden dat ik moest denken aan welke dichter ik een gedicht zou opdragen (voor zover ik weet aan Johnny van Doorn en aan Jules Deelder begin jaren ’80 toen ik nog driftig aan het experimenteren was met vormen van poëzie) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/12/03/twee-helden/

Willem Thies (1973) woont en werkt in Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis te Groningen, was medeoprichter van het literaire punkrocktijdschrift Zeroxat, en redacteur van en schrijver voor cultureel jongerenmagazine Simpel. Thies publiceerde poëzie in onder meer Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Nymph, Krakatau, Hollands Maandblad, De Academische Boekengids en The Polranny Times. Zijn debuutbundel ‘Toendra’ werd bekroond met de C. Buddingh’ prijs in 2006.

.

De zekerheid van de zee                                       voor Gerrit Komrij

.

De hitte achter mijn ogen. De regen achter de serreruiten. Flinterregen.
Het landschap een verwilderde tuin, de weg leeg en laag in het optorenend
groen. Het kind in bad. Zingend. De vrouw met de handdoek,
de vrouw die jouw dood met mij deelde, op het drooggevallen strand.

.

Het tussenland was breed en verlaten, ik was tot de donkere rotsen gelopen,
tot bij een poel afgesneden van het moederwater. Een krabbetje kroop
achter een steen en wachtte tot de zee hem zou ontzetten.
Ik keerde terug en hoorde het. Dood.

.

Maar je stem suste het tumult in mijn hoofd, de druk
op mijn borst, het koude vel. In schuine regels valt de zee.
De luchten stromen vol met stervensoud water.

.

Poëzie op de begraafplaats

Dichter bij de dood

.

Nu ik medeorganisator ben van het project Dichter bij de dood in Den Haag op de bijzondere oude begraafplaats Oud Eik en Duinen, lees ik ook weer meer over de geschiedenis van deze begraafplaats en van de rituelen rondom begrafenissen in Nederland. En daarbij hou ik altijd een open oog voor de poëzie op en rond de dood en begraafplaatsen.

Zo kwam ik op de website https://geschiedenisvanzuidholland.nl/ een bijzonder aardig artikel tegen van Rita Hulsman. In dit artikel over begraafplaatsen in Zuid Holland is ook een stukje opgenomen over kindersterfte.

Op vrijwel alle begraafplaatsen zijn vakken met kindergraven te vinden. In de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was de kindersterfte erg hoog. Op sommige stenen waren hartroerende teksten aangebracht. Op de oude begraafplaats van Waddinxveen ligt een zerk uit 1887 voor een jong meisje met dit vers:

Haar moeders weelde en lieveling
De vreugd en wellust van haar vader
Zij was de paarl in den ring
Die beider harte saam omving
Juweel in de echtelijke krone
En wat er onder ’t ouderdak
Van zegen en van weelde sprak,
Zij was er geur, en glans, en tone.

Ben je geïnteresseerd in begraafplaatsen of wil je een poëziepodium bezoeken op de begraafplaats Oud Eik en Duinen?

Op 19 september 2021, voorafgaand aan de poëziemanifestatie op Allerzielen (2 november) op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, organiseren Dichter bij de dood en de stichting Ongehoord! een dichterspodium in de oude aula op de begraafplaats. De deelnemende dichters aan Dichter bij de dood op Allerzielen geven op deze middag acte de présence en zullen (naast een gedicht over de dood) vrij eigen werk ten gehore geven. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur. Begraafplaats Oud Eik en Duinen is te vinden op de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Hou de Facebookgroep van Dichter bij de dood in de gaten voor meer informatie https://www.facebook.com/dichterbijdedood/

.

Poëziewandeling

14 augustus in en om ’t Woudt

.

De gemeente Midden-Delfland is een zeer actieve gemeente als het om cultuur gaat. Midden-Delfland is gelegen tussen Delft, het Westland en Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in Zuid Holland. De gemeente is een groene oase tussen een sterk verstedelijkt gebied. Dit jaar organiseren ze in Midden-Delfland de ‘Ode aan’. Een onderdeel van deze Ode is een wandeling in 5 gedichten.

Voor deze wandeling ben ik gevraagd om als dichter mee te denken over de inhoud van deze wandeling. Samen met dichter Alja Spaan zorg ik voor de poëzie tijdens de wandeling. De wandeling voert door ’t Woudt, wat volgens velen het kleinste en ook het aardigste dorpje van Nederland is. Het dorpje heeft een geschiedenis van vele eeuwen en lijkt al jaren geleden te zijn ingeslapen. Alle ingrediënten dus voor een poëtische stemming en veel dichterlijke vrijheid in de polders rondom ’t Woudt.

De wandeling begin en eindigt in ’t Woudt, op zaterdag 14 augustus van 13.30 tot 16.30 uur. Wil je meewandelen en meer te weten komen over de vogels in het bijzondere gebied rond ’t Woudt  en genieten van de natuur, poëzie, meld je dan aan op https://www.cultuurplatformmiddendelfland.nl/ode/programma/t-woudt/675030_rondom-t-woudt-een-wandeling-in-5-gedichten-14-8-2021 . of hier link

Hieronder een gedicht van inwoner Tineke van Gils over Midden-Delfland om al in de stemming te komen.

.

Midden-Delfland

.

Van Krabbeplas tot Woudsepolder,

van Mandjeska’ tot Boonervliet,

het wintervoer ligt hier op zolder,

de kikker huist hier in het riet.

Dit grazige land met zijn greppen en vlieten

en kreekruggen waar boerderijen staan,

met trekkades waar de paarden liepen

en kwakels om over het water te gaan,

waar de wind vrij waait uit alle streken,

het geluid tot aan de einder draagt,

waar de mist in de avond als een deken

het water ontstijgt en het vee vervaagt.

Weids is dit land met zijn vaarten en tochten

waar wilgen geknot langs de paden staan;

voortdurend wordt hier met het water gevochten –

laat dit land niet ten onder gaan.

Want – dit is het land tussen kassen en steden,

de gastvrije grond waar verleden en heden

langs Gaag en Schie elkaar ontmoeten,

waar stad en land elkaar begroeten.

Sta op uit de veren

er is heel wat te doen,

nóg rust hier de hemel

op een bedje van groen.

.

Antoine de Kom

Demerararamen

.

Dichter,  psychiater en schrijver Antoine de Kom is weliswaar in Den Haag geboren (1956) maar is van Surinaamse afkomst. Zijn opa,  Anton de Kom, is een Surinaamse verzetsheld die stierf in een concentratiekamp van de Duitsers. Antoine schrijft al over slavernij en onrecht sinds zijn debuut in 1991 met de bundel ‘Tropen’. Feitelijk debuteerde hij in 1989 in het tijdschrift ‘De Gids’ met de cyclus ‘Palmen’ – zes gedichten lang – die twee jaar later ook in ‘Tropen’ is opgenomen maar die hij schreef onder het pseudoniem Raymond Sarucco.

Zijn nieuwste bundel is getiteld ‘Demerararamen’. Ooit stond een deel van Demerara (een historisch deel van de Gyana’s tot 1815 een Nederlandse kolonie) samen met Suriname onder Nederlands bewind. Demerararamen zijn de ramen die de zonnehitte weren terwijl de verkoelende passaatwind toch vrij spel heeft. Houten louvreramen zijn het, die hellend als een dakraam een kijk op onze wereld bieden die deze nieuwe bundel van Antoine de Kom maakt tot wat hij is: gedichten die al wat wreed, kwaad en ellendig was laten warrelen in de koele hitte van hun schaduw.

In deze nieuwe bundel die dit jaar uit kwam schrijft de Kom opnieuw over de geschiedenis van Suriname (de coup van Bouterse) maar ook over de Koerden en vluchtelingen. Hier spreekt een dichter die zich verzet tegen onrecht. Zoals in het gedicht ‘Say’ over (toen nog) president en legerleider Bouterse.

.

Say

.

[JUSTITIA PIETAS FIDES we gaan uitspraak doen
Verdachte: ik kende het draaiboek ik leidde… strikte
geheimhouding Verdachte niet aanwezig geboren 13-10-1945
thans president van de republiek]
.
de maîtresse en titre boog zich broodmager hees en glanzend
zwart over een veelheid aan biljetten
op zoek naar kleine schade schermutselingen fear of china
dieptriest casa de la alegría gieren en onweer in dat netnietbijland
.
zo X: waar men het in het comité voor het razend gevaar niet
en nooit en nummer over had
.
zo Y: tijd voor een ander universum op naar de plastisch chirurg
op de vlucht voor het lijk met het laaghangend lichaam
met het lijk zonder lichaam inmiddels
.
[JUSTITIA PIETAS FIDES er werden lijsten opgemaakt alle
verbindingen blokkeren opdracht van de legerleiding nieuwe
wapens ingevlogen schietoefeningen door de zestien]

.

Haka

Ka mate, ka ora (ik sterf, ik leef)

.

Bij het browsen op internet naar nieuwe poëzieverhalen kwam ik terecht op de website van de NZEPC, the new zealand electronic poetry centre http://www.nzepc.auckland.ac.nz/, een website over poëzie uit Nieuw -Zeeland. Daar stuitte ik op een artikel van Robert Sullivan over het poëzie magazine ‘Ka Mate Ka ore’. Dit magazine over poëzie en politiek (boeiende combinatie) is vernoemt naar het beroemdste gedicht uit de geschiedenis van Nieuw-Zeeland ‘Te Rauparaha’s haka’.

Deze Haka werd geschreven door  Te Rauparaha (1768? – 1849), een leider van Ngāti Toa en van Ngāti Raukawa afkomst. Een haka, de rugby liefhebbers zullen hem zeker kennen, is een hardop voorgedragen tekst (gedicht) om “de pezen te verstevigen en om het bloed op te roepen”.

De haka is een ceremoniële dans of uitdaging in Maori cultuur . Het wordt uitgevoerd door een groep, met krachtige bewegingen en stampen van de voeten met ritmisch geschreeuw begeleiding. Hoewel vaak geassocieerd met de traditionele gevechtsvoorbereidingen van mannelijke krijgers, wordt haka al lang uitgevoerd door zowel mannen als vrouwen, en vervullen verschillende varianten van de haka sociale functies binnen de Māori-cultuur. Haka wordt uitgevoerd om vooraanstaande gasten te verwelkomen , of om grote prestaties, gelegenheden of begrafenissen te erkennen. De haka is vooral bekend geworden doordat de All Blacks ( het nationale Rugbyteam van Nieuw-Zeeland) voorafgaand aan een wedstrijd een haka uitvoeren. De All Blacks zijn de meest succesvolle internationale rugbyploeg aller tijden met een winpercentage van 77,41% over 580 wedstrijden (1903-2019).

.

Ka Mate, Ka Ore

.

Ka mate!   ka mate!
Ka ora! ka ora!
Ka mate! ka mate!
Ka ora! ka ora!
Tēnei te tangata pūhuruhuru,
Nāna nei i tiki mai whakawhiti te rā!
Hūpane!    Hūpane!
Hūpane!    Kaupane!
Whiti te rā!

.

Ik sterf, ik leef

.
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Dit is de harige man
die de zon heeft gehaald en heeft laten schijnen!
Een stap omhoog! Nog een stap omhoog!
Een laatste stap omhoog!
Stap dan naar voren!
In de zon die schijnt!

.

Betere tijden

Remco Campert

.

Toen de discussie rondom het stopzetten van het geschiedenis programma ‘Andere tijden’ bij de NPO begon moest ik meteen aan het positieve gedicht ‘Betere tijden’ van Remco Campert (1929) denken. En dan met name de laatste zin ‘en hoop op beter tijden’. Los van het televisieprogramma een heel actuele zin waar denk ik iedereen naar snakt. Inmiddels is bekend dat het programma blijft (weliswaar nog maar eenmaal per maand en dan wat langer, maar klaagt er?) en dus zou je kunnen zeggen dat de betere tijden zijn aangebroken (of misschien dat de slechte tijden wat minder slecht zijn dan ze lijken). Hoe dan ook, een fraai gedicht van de oude meester.

Uit de bundel ‘Alle bundels’ uit 1976.

.

Betere tijden

.

Zomer in de stad
iedereen maakt zowaar
een beetje ’n gelukkige indruk
alles is glanzend warm
huiden en huizen
ik eet meer fruit
morgen word ik veertig
en gisteren liepen ze op de maan
geef vrede een kans
en hoop op betere tijden

.

De dictators

Pablo Neruda

.

In 1948 werd Chileense dichter en latere winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur Pablo Neruda (echte naam Ricardo Eliécer Neftalí Reyes Basoalto, hij vernoemde zichzelf naar de Tsjechische dichter Jan Neruda) door de Chileens president Gonzales Videla buiten de wet gezet. Neruda was op dat moment senator voor de communistische partij en die werd door Videla verboden. Diezelfde Videla zou later in 1973 de staatsgreep van generaal Augusto Pinochet steunen.

Neruda (1904-1973) voltooide tijdens zijn vlucht in 1948 over het Andesgebergte zijn bekendste werk ‘Canto General’. In dit werk van meer dan 670 pagina’s geeft Neruda het hele continent van Latijns Amerika een poëtische stem. Niet alleen de mooie dingen als de natuur, de flora en fauna, de landschappen maar ook de geschiedenis, geologie, de politiek en de sociale strijd van het volk.

De uiteindelijke versie van Çanto General’ zou in 1950 voor het eerst verschijnen in Mexico maar werd al snel over de hele wereld vertaald. In het Nederlands werd dit gedaan door Mark Braet, Willy Spillebeen en Bart Vonck.

Pablo Neruda schreef al poëzie op jonge leeftijd. Op zijn 13e stuurde hij al gedichten naar de lokale krant en op zijn 20ste bediende hij zich van zijn pseudoniem. Hij debuteerde in 1920 met ‘Het lied van het feest’ en vanaf dat moment verschenen om de paar jaar bundels van hem. In 1973 overleed Neruda onder dubieuze omstandigheden.

Omdat Neruda zich altijd heeft afgezet tegen de onderdrukkers van het volk wil ik hier het gedicht ‘De dictators’ uit de ‘Canto General’ plaatsen uit het hoofdstuk ‘Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan’ in een vertaling van Willy Spillebeen.

.

De dictators

.

Een geur bleef hangen in de suikerrietplantages:

een mengsel van bloed en lijken, een doordringende

walgelijke bloesemgeur.

Onder de kokospalmen liggen de kuilen

vol kapotte skeletten, doodsreutels.

De verfijnde satraap converseert

met bekers, gouden kragen en linten.

Het kleine paleis blinkt als een klok

en de vlugge gehandschoende lachjes

doorlopen soms de smalle gangen

en voegen zich bij de dode stemmen

en de blauwe pas begraven monden.

Het schreien verschuilt zich als een plant

die onvermoeibaar haar zaad op de grond stort

en zonder licht haar grote blinde bladeren laat groeien.

De haat heeft zich schub na schub gevormd,

slag na slag, in het gruwelijke water van het moeras,

met een muil van slijk en stilte.

.

Poëzieles

Lyceum Rotterdam voor Kunst, Wetenschap & Ondernemen

.

Pas geleden werd ik door Bart, een vriend gevraagd om bij hem op school (hij is docent Nederlands en Geschiedenis) een gastles te geven over poëzie. Afgelopen vrijdag was het zover en mocht ik voor twee brugklassen van het Lyceum Rotterdam voor Kunst, Wetenschap & Ondernemen bij de klassen 1C en 1F een gastles verzorgen.

Omdat het hier twee brugklassen betreft en een les maar 50 minuten duurt moest ik het kort en bondig houden en ik wilde de leerlingen zelf ook aan het werk zetten. Daarom heb ik gekozen voor een korte introductie over het kleine gedicht (of het korte gedicht), iets uitgelegd over drie vormen; de haiku, het elfje en de luule en vervolgens mochten de leerlingen een van deze vormen kiezen en er mee aan de slag.

De regels omtrent de haiku en het elfje zijn denk ik wel bekend. Haiku; drie regels met respectievelijk 5,7 en 5 lettergrepen per zin, waarbij een  zintuigelijke ervaring naar voren komt. Elfje, een gedicht met 11 woorden waarbij de 1e zin 1 woord bevat, de 2e zin twee, de 3e zin 3, de 4e zin 4 en de 5e zin weer één woord dat een soort samenvatting geeft van de voorgaande zinnen.

De Luule is voor veel mensen denk ik onbekend omdat dat een vorm is die ik samen met mijn partner van Poetry Affairs in MUGzines heb bedacht. In het kort: Een Luule is losse, vrije vorm die niet gebonden is aan enige regel, het kan rijmen maar hoeft niet en heeft wel of juist geen titel. In de praktijk is een luule 3 tot 5 regelig maar kan ook korter of langer zijn. Een luule heeft een poëtische inslag en kan aanzetten tot nadenken of juist grappig zijn. Luule heeft een eigen instagramaccount @l.uule en is sinds de oprichting het kleinere zusje van MUGzines.

De leerlingen kozen alle drie de vormen, sommige maakte van elke vorm een voorbeeld en uiteindelijk hebben alle leerlingen van klassen 1C en 1F een gedicht ingeleverd bij mij.

In vrijwel elk gedichtje, of ze nu helemaal klopte met de regels of niet, zat wel iets bijzonders. Iets grappigs, iets persoonlijks, iets moois of juist iets verdrietigs. Volgens mij hebben de leerlingen van beide klassen dan ook begrepen waar poëzie om draait. En omdat ik heb hen beloofd heb van elke klas er een paar uit te kiezen die ik leuk, grappig, ontroerend of gewoon goed vind, hier drie voorbeelden uit klas 1C en 1F.

Uit klas 1C:

.

Een vliegtuig is geen tuig

want als het wel zo was

dan zouden we grotere

gevangenissen nodig hebben

(Luule)

.

De planten zijn blauw

huilend in de harde wind

het gras is roze

(Haiku)

.

Dichter

op school

in onze klas

wie maakt het gedicht

vraagteken

(Elfje)

.

en uit klas 1F:

.

Vergis

.

straten stil

waren m’n voetstappen

maar achteruit

(Luule)

.

Dansen

trends volgen

veel hashtags plaatsen

heel veel likes krijgen

Tiktok

(Elfje)

.

In een donker huis

op tafel brandend kaarslicht

in de stilte daarin

(Haiku)

.

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Poëziewandeling

Maarten van den Elzen

.

Ik schreef al vaker over literaire wandelingen en poëziewandelingen. Dit keer wil ik aandacht besteden aan de poëziewandeling in Uden onder leiding van dichter en voormalig stadsdichter van Uden (2006/2007) Maarten van den Elzen. Afgelopen zomer kon je met de dichter een wandeling maken van anderhalf uur langs gebouwen en plekken in Uden waar gedichten van Maarten te zien en te lezen zijn. De wandeling begon in de bibliotheek en ging langs historische plekken als de Kruisherenkapel en theater Markant.

Tijdens de 2,5 kilometer lange wandeling hoef je geen emotioneel of inspirerend cliché-verhaal aan te horen over het moment waarop Van den Elzen plots het idee kreeg om een gedicht over bijvoorbeeld de molen van Jetten te maken. Hij kreeg simpelweg de opdracht om er gedichten over te maken. Het zijn toegankelijke gedichten die iedereen kan begrijpen. De uitgewerkte gedichten variëren van grotere kunstwerken tot intiemere werken. Tijdens de wandeling is er ook geen sprake van een monoloog van de dichter, hij wil juist het gesprek aan gaan met de toehoorders over poëzie en de geschiedenis van Uden.

Op https://www.poeziewandeling.nl  lees je meer informatie over de wandeling. Hieronder een gedicht van Maarten van den Elzen.

.

Tot in de Nederige Madeliefjes

.

ik heb uw gezicht

gezocht tussen

altaren die

hemelhoog

torenden tussen

getorste

kandelabers en in

het gekleurde licht

van de glas-in-lood ramen

.

maar ook tussen de

bomen die zo dicht

bij elkaar staan dat

het daglicht blijft

steken in hun

schaduw

.

en natuurlijk

tussen bloemen in

de arrogantie van

gladiolen tot in de

nederige

madeliefjes

.

ik heb uw gezicht

gezocht tussen de

mensen

.

 

%d bloggers liken dit: