Site-archief

Gedicht op een kathedraal

Maud Vanhauwaert

.

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen die tussen 1352 en 1521 werd gebouwd staat in de steigers want ze wordt gerestaureerd. En Antwerpen zou Antwerpen niet zijn als ze dit gegeven niet zouden aangrijpen om rondom deze restauratie niet iets te doen met poëzie. Antwerpen was de eerste Vlaamse stad met een stadsdichter. Na Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Bernard Dewulf, Stijn Vranken, Maarten Inghels en Maud Vanhauwaert zal Seckou Ouologuem vanaf Gedichtendag 2020 deze titel dragen.

De restauratie van de Onze-Lieve-Vrouwenkathedraal begon al voor 2020 dus stadsdichter Maud Vanhauwaert (stadsdichter 2018-2019) is gevraagd een gedicht te maken bij deze restauratie. Het gedicht ‘Deze oude lieve vrouw’ is aangebracht op drie grote borden die als afscheiding fungeren tussen de kathedraal (waar gewerkt wordt aan de restauratie) en het publiek.

.

Poëziekaarten

 Lieve juf

.

In het kader van de Poëzieweek 2020 kun je bij boekhandels en bibliotheken gratis ansichtkaarten krijgen met gedichten van Linda Vogelesang, Carmien Michels, Jaap Robben, Max Greyson en Maud Vanhauwaert. Ook vorig jaar werden gratis kaarten met poëzie weggegeven. Het is dan ook een heel aardige manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik heb een fijne verzameling van poëzie-ansichtkaarten. Natuurlijk van Plint en van de Poëzieweek maar ook van de voormalige stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová, van Joz Knoop en Joost van Gijzen (van uitgeverij De Muze), van Méland Langeveld en Gea Zwart, van Rinske Kegel en ga zo maar door. Vaak zijn de kaarten een samenwerking van kunstenaar en dichter (Langeveld en Zwart bijvoorbeeld) maar het komt ook voor dat de illustratie gemaakt wordt door de dichter (Kegel).

Een poëziekaart laten maken hoeft niet veel te kosten dus als je als dichter nog niet aan een bundel toe bent of druppelsgewijs je gedichten aan je publiek wil laten lezen dan zijn poëziekaarten een goed idee, tenslotte worden ze tweemaal genoten, door de afzender en door de ontvanger.

Van de Poëzieweekkaarten koos ik op deze laatste dag van de Poëzieweek 2020 het gedicht ‘Lieve juf’ van Linda Vogelesang (Plint, 2015) vooral ook omdat de leerkrachten de laatste tijd zo in het nieuws zijn. En omdat het hier een gedicht betreft dat voor kinderen is geschreven, een deel van de poëzie die toch vaak wat ondergewaardeerd wordt.

.

Lieve juf,

.

Ik schrijf u even

om te zeggen

dat ik niet meer kom.

Waarom?

Ik weet wat ik wil worden:

HELD!

Wat ik nu moet leren:

vliegen zonder vliegmachine,

vechten met enge dieren,

en op een wiebeltouw balanceren.

U geeft geen les daarin.

Daarom heeft naar school gaan

voor mij niet zo veel zin.

Als juf deed u best uw best,

dus: een kus en dank u wel!

Mocht u iets overkomen

dan roept u maar.

Dan kom ik snel.

.

 

Poëzieweek 2020

Jules Deelder

.

Nu de Poëzieweek nadert (van 31 januari tot en met 5 februari) zal ik een aantal gedichten plaatsen die in mijn visie eer doen aan het thema van deze week namelijk ‘De toekomst is nu’. Afgelopen weken heb ik mijn bundels van Jules Deelder weer eens ter hand genomen om begrijpelijke redenen, en zo ook de bundel ‘Renaissance’ Gedichten ’44 – ’94. In deze bundel van bijna 600 pagina’s zijn alle bundels gedichten opgenomen die van Jules Deelder tot en met 1994 verschenen. Daarnaast zijn opgenomen de cyclus ‘Renaissance’ en enkele gedichten uit ‘Jazz’.

Het gedicht dat ik koos bij het thema van de Poëzieweek is het gedicht ‘Swami Bami’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970. Het aardige aan het thema van deze Poëzieweek is dat gedichten die religie als onderwerp hebben, hier wonderwel bij passen. En dat geldt dus ook voor dit gedicht.

.

Swami Bami

.

Horen en zien zijn Hem vergaan,
Hij kan ook niet meer spreken.
Zijn Huis staat hier een eeuw vandaan,
Hij liet geen enkel teken.
.
Toch circuleert een vaag gerucht
dat eens de Dag zal komen,
waarop Hij met een diepe zucht
de Waarheid zal vertonen.
.
En daarop, Broeders, wachten wij
met Hoop in onze ogen.
Het Uur komt immer dichterbij,
dat wij Hem prijzen mogen:
.
Swami Bami is de Man,
Die het langste zwijgen kan!
.
.

De toekomst is nu

Poëzieweek 2020

.

Van 30 januari tot en met 5 februari is het Poëzieweek en op 30 januari is het Nationale Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. Op de website van de Poëzieweek https://www.poezieweek.com/ kun je alle activiteiten en bijzonderheden nalezen. Het thema van de Poëzieweek is ‘De toekomst is nu’.

In aanloop naar de Poëzieweek toe wil ik een aantal gedichten van dichters die in dit thema geplaatst kunnen worden, hier plaatsen. De eerste dichter en het eerste gedicht is van Hans Berghuis.

Berghuis (1924 – 1994) was dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1947 met de poëziebundel ‘Stanza’s voor haar’ in 1950 gevolgd door de bundel ‘Grote en kleine metten voor jou’ waarna het tot 1984 zou duren voor hij weer een dichtbundel publiceerde, namelijk ‘Postpapier voor Nigra’. In veel van Berghuis’ poëzie is er sprake van een rusteloos zoeken om te ontkomen aan de essentieel menselijke eenzaamheid. In het gedicht ‘De laatste adem’ komt dit ook mooi naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Postpapier voor Nigra’ briefgedichten, dat in 1984 werd uitgegeven door Uitgeverij Stichting Ravenberg Pers. In dit gedicht wordt pijnlijk duidelijk een situatie geschetst waarin de toekomst van de hoofdpersoon al vast staat en al reeds is begonnen.

.

Laatste adem

.

Des nachts sluipend door het huis, op zoek

naar drank en sigaretten, een glas achterover

slaan tegen de pijn, tien regels van het boek

lezen dat nooit geschreven werd, daar zitten

in een stoel zonder zeker te weten wat te doen,

de vogels horen wakker worden tegen vieren

en dan kruipend en tierend terug naar bed.

Hij vloekt tegen haar billen, tast de spleet,

hij kneedt de mammas van zijn zwarte schaap,

hij laat de slang die één maal Eva beet

kopstoten in zijn boom, totdat zij vraagt:

‘Wil je gewoon doen? Kom je in mijn hol?

Ik ruik je al een uur van hier tot daar. -‘

Ongewoon levend blaast hij zijn adem bol:

zijn dood begraaft hij in de moederbaar.

.

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.

Liefdesgewoonten

Bertolt Brecht

.

De Duiste toneelschrijver, prozaïst en dichter Bertolt Brecht (1898 – 1956) werd in 1933 door de nazi’s verdreven (hij werd vervolgd om een opvoering van het toneelstuk ‘De Maatregel’voor hoogverraad) waardoor hij vele jaren in Exil leefde. In eerste instantie vlucht hij naar Denemarken  en na vijf jaar naar Finland. In 1941 vlucht hij opnieuw en komt ij terecht in de Verenigde Staten. Door zijn politieke en kritische stukken wordt hij daar echter opnieuw vervolgd, nu door de anti-communistische krachten in de VS. Hij wordt verhoord en daags daarna reist hij naar Zurich. Hij wil zich vestigen in Duitsland maar hem wordt de toegang ontzegd tot de Amerikaanse bezettingszone. In 1949 reist hij via Praag naar Oost Berlijn. Maar ook binnen de DDR krijgen zijn stukken met kritiek te maken.

Als er een dichter is die zijn hele leven op zoek is geweest naar vrijheid dan is het Bertolt Brecht wel. In zijn liefdesgedichten schuwt Brecht, net als in zijn toneelwerken, het vulgaire en scabreuze niet. Zijn bewogenheid met het lot van de onderdrukten doen hem inzake de liefde  stelling nemen vóór de barmeisjes, de prostituees en de weduwes. En altijd zit er een toon van ontroering en tederheid in zijn poëzie.

In de bundel ‘Een engel verleid je niet’ uit 1998 koos en vertaalde Gerda Meijerink 20 gedichten van Brecht. In de bundel zijn de gedichten in het Duits en in vertaling opgenomen. In de Poëzieweek die als thema ‘Vrijheid’ heeft mag een gedicht van deze dichter die zijn hele leven op zoek was naar vrijheid, niet ontbreken.

.

Liefdesgewoonten

.

Het is niet zo dat het genot zomaar beklijft.

Vaak dient geconsumeerde kus zich nogmaals aan.

Het nog een keer te doen, al hebben we ’t net gedaan

Dat is wat ons zo naar elkander drijft.

.

Die kleine beving van je kont, zo lang

Verwacht al! O, jouw sluwe vlees!

Hoe aangenaam, wanneer je hees

Opnieuw te kennen geeft je geile drang!

.

Hoe jij je knieën buigt! Hoe jij mij weet te geven!

Jouw beven dan, waardoor mijn vlees herkent

Dat je in al je lust nog niet bevredigd bent!

Dat lome draaien! het achteloze naar mij tasten

Terwijl je al glimlacht!

Ach, steeds als je het doet:

Was ’t niet al vaak gedaan, was ’t niet zo goed!

.

Liebesgewohnheiten

.

Es ist nicht so, dass der genuss nur bleibt.

Oftmals verspürt, steigt er noch oftmals an.

Das noch einmal zu tun, was wir schon oft getan

Das ist es, was uns so zusammentreibt.

.

Dies kleine Zucken deines Hintern, längst

Erwartet schon! Oh deines Fleisches List!

Dies angenehme, was das Zweite ist

Wonach du mit erstickter Stimme drängst!

.

Dies Aufgehn deiner Knie! Dies sich Begattenlassen!

Dies Zittern dann, durch das mein Fleisch erfährt

Das kaum gestillte Lust dir wiederkehrt!

Dies faule Drehn! Dies lässig nach mir fassen

Wenn du schon lächelst!

Ach, so oft man’s tut:

Wär’s nicht schon oft getan, wär’s nicht so gut!

 

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

Berijmd verzet

W.A. Wagener

.

De Rotterdamse Willem Adriaan Wagener (1901 – 1968) was kunstcriticus, schrijver, kunstredacteur van het Rotterdams Nieuwsblad en toneelregisseur. Daarnaast schreef hij ook gedichten. In de Poëzieweek deel ik gedichten over het thema ‘Vrijheid’ en in de bundel ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad’ staan gedichten uit de jaren 1933 – 1945. Jaren waarin verzetspoëzie vaak het verlangen naar vrijheid uitdrukte, het verzet tegen de bezetter en de hoop dat men eens weer in vrijheid leven kon.

W.A. Wagener schreef verzetspoëzie tijdens de bezetting onder het pseudoniem Willem van Schieland in de clandestien uitgegeven bundel ‘Verkort front’ uit 1944 en uitgegeven in ‘s-Gravenhage. Daarmee was zijn rol als dichter gespeeld. Het zou bij deze éénmalige uitgave blijven. In de andere kunsten zou hij, na de oorlog een bekende naam worden in Rotterdam en daarbuiten.

.

Berijmd verzet

.

Vertreden volk, volhard niet in uw zwijgen,

Smeed uit uw fiere taal een bajonet

En wil daaraan, in naam van recht en wet

De leugenleer van de gehate rijgen.

.

Doorboor ’t bedrog, verscheur het duistre dreigen

En baan u, strijdend met berijmd verzet,

Met vlijmend puntdicht of gevijld sonnet,

De weg, die uit dit smartendal zal stijgen.

.

Een volk, dat slechts van zwijgen weet, en buigen,

Offert zich op ’t altaar van de tiran.

Vrijheid en recht verwerft een volk eerst dan

Wanneer ’t van vrijheidswil weet te getuigen.

.

Merk toch hoe sterk uw zelfbewustzijn wordt

Als ’t vrijheidslied zich in rijmen stort.

.

Ingmar Heytze

Poëzieweek 2019

.

Hoewel officieel pas vanaf 31 januari, begint voor mij de Poëzieweek vandaag met een poëziemiddag in Theater Koningshof in Maassluis waar naast een open podium en optreden van zanger/dichter Henk Boogaard (“de zingende groenteman”) ook dichter Ingmar Heytze zal optreden. Ik kijk er erg naar uit. Mocht je niets te doen hebben of van een middag mooie poëzie willen genieten dan kun je vanaf 14.00 terecht aan de Uiverlaan 20 in Maassluis bij Theater Koningshof, kaartjes zijn aan de zaal te koop voor € 7,50.

Omdat hiermee voor mij de poëzieweek begint voor de laatste keer op zondag een aankondiging en een gedicht van Ingmar Heytze getiteld ‘Afstuderen’ uit de bundel ‘Sta op en wankel’ uit 1999.

.

Afstuderen

.

De kroegen worden duurder
en de vrouwen worden kouder
en je vrienden worden ouder
en je spiegelbeeld.

Je vlucht naar feesten
waar je niemand kent,
een standbeeld zonder sjans
dat mateloos de maat uitdanst.

Als slecht vermomde pinguïn
kruip je ’s ochtends langs de gracht
als in een droom en vraagt een boom
of je een keer mag komen praten

want het meisje is verdwenen
en de beste vriend beledigd
en de huizen zien je zwijgend gaan:
geen kind, geen kraai, geen zin,
geen baan.

.

Ik ben

Rellie Telg

.

Al eerder schreef ik over Rellie Telg of Rellieatuur zoals ze ook wel bekend staat. In 2017 was ze één van de busdichters bij de Poëziebustoer en in januari 2018 vroeg ik haar voor te dragen op de poëziemiddag in Maassluis in de Poëzieweek (in 2019 overigens op 27 januari met o.a. Ingmar Heytze!). Haar bio in de Poëziebusbundel van 2017 luidt:

Zij is niet haar naam, huidskleur of beroep… Graag blaast zij stillevens leven in met haar pen. Creëert zij nieuwe werelden met wat zij onderweg vindt. Bouwt zij woordbruggen van haar hart naar de jouwe. Met haar gekleurde bril serveert zij het alledaagse in een nog onbekend jasje.

Mocht je de gelegenheid hebben haar ergens te kunnen bekijken en beluisteren dan zou ik dat zeker doen. Uit de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘ik ben’.

.

Ik ben

.

Ik ben niet mijn naam, huidskleur of beroep

ik ben niet wie ik morgen zeg te zullen zijn

ik ben staat los van alle plannen die ik bedenk,

van alle zoektochten naar mezelf.

Ik ben staat los van alle manieren die ik zoek om kalm en zen te zijn

ik denk dat ik ben mij keihard uitlacht en dan liefdevol toelacht

wat een gekkigheid denkt ik ben misschien, kijk haar nou gaan,

bergen beklimmen, het onderste uit de kan halen om erachter te komen

wie ik ben zodat zij weet wie zij is.

Zal ik haar zeggen dat zij alleen hoeft stil te zitten om te weten wie ik ben?

Zal ik haar zeggen dat zij allang weet wie ik ben,

al voordat zij besloot de jacht te openen op ik ben?

Ik laat haar nog even zoeken…

misschien net zolang tot ze doodmoe neervalt…

haar ogen opent en mij rustig naast haar ziet liggen.

Dan zal zij lachen en haar hoofd schudden en zacht maar duidelijk zeggen:

Ik ben

.

%d bloggers liken dit: