Site-archief

Ellen Lanckman

Ze houdt niet van taal, ze is taal

.

Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie  gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.

Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.

Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’:  “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.

Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.

.

Gisteren wilde ik je bellen

om te kijken of er nog restjes zijn

van die keer

dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.

.

Misschien lig ik ergens

onder je bed, opgekruld

tussen het stof

en andere vergane dromen.

.

Of verdwaald

in het kuiltje van de matras, daar

waar mijn lichaam het jouwe vond.

Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.

.

Maar al zou je me zoeken,

en zelfs vinden,

dan weet ik: Van jou

ben ik nooit helemaal

.

teruggekeerd.

.

 

Wakker

Mark Boog

.

Na de winnaars van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd is het tijd voor een liefdesgedicht. In dit geval van dichter Mark Boog (1970) uit zijn bundel ‘Liefde in tijden van brand’ uit 2019. In deze bundel staan vele prachtige gedichten zonder titel en ik koos voor een gedicht over wakker worden, uit je slaap ontwaken.

.

Als ik je wakker maak

begint de dag je slaapt.

Als ik je wakker maak

is de ochtend een zegenrijke

je slaapt. Als ik je wakker

maak vinden je dromen

hun voltooiing je slaapt.

Als ik je wakker maak bolt er

lucht onder de vleugels van

de dag je slaapt. Als ik je

wakker maak weet ik hoe

je eruitziet je slaapt. Als

ik je wakker maak is dit

een gewonnen uur je slaapt.

.

Wie wordt nummer 7?

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

.

Vandaag wordt in kasteel Rhoon bekend gemaakt wie de winnaar is van de 7e editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. In 2009 begon ik op dit blog een poëziewedstrijd. De winnaar van de eerste editie was Jeer https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/01/15/de-winnaar-van-de-gedichtenwedstrijd-is-bekend/ de jury destijds bestond uit Ruben Philipsen en Loes van Vliet en er waren 35 inzendingen.

In 2010 waren er al 85 inzendingen en ging de eerste prijs naar Marije Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2010/05/03/winnaar-van-de-gedichtenwedstrijd-2010/  de jury bestond uit Otto Zeegers en Pero Senda.

In 2011 waren er al 120 inzendingen en de winnaars (er was toen een prijs voor volwassenen en een voor jeugd) waren Tugba Nur Karkide (jeugd) en Janine Huson (volwassenen). De jury werd gevormd door Bep van Wely en Henriette Faas. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2011/05/24/uitslag-gedichtenwedstrijd-2011/

In 2012 was ik inmiddels bestuurslid van Ongehoord! en besloot het bestuur dat we mijn gedichtenwedstrijd zouden voortzetten als de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd waarvan vandaag dus de prijsuitreiking is van alweer de 7e editie (in 2018 en 2019 waren er geen edities).

In al die jaren heb ik vele prachtige dichters en gedichten zien langs komen, beginnende dichters, ervaren dichters, bekende en (voor mij) onbekende dichters. En elke keer is het weer een verrassing wie er nu weer tot de prijswinnaars behoren. Vanaf morgen lees je vier dagen lang wie de prijswinnaars waren en wie de runner ups. Vandaag nog een terugblik met een gedicht van een dichter die in 2013 winnaar was van de 2e editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Uit haar debuutbundel ‘Atlas van de tijd’ het liefdesgedicht ‘Mank’.

.

Mank

.

Verder dan de wandeling
die mensen wil veranderen in
zwarte stippen aan de horizon

.

stiller dan een schemering
die met het daglicht mediteert
en in de nacht berusten zal

.

wat samenzijn bijzonder maakt
kan geen taal beschrijven
het woord gaat mank bij jou en mij

.

 

Herman Melville

In de gevangenis

.

Eens in de zoveel tijd kom ik een schrijver tegen van naam die ook poëzie schrijft of heeft geschreven terwijl ik daar niet van op de hoogte was. Zo iemand is de Amerikaanse schrijver Herman Melville (1819 – 1891) Zijn bekendste werken zijn de romans ‘Typee’ (1846) maar vooral ‘Moby-Dick’ (1851). In zijn tijd waren Zuidzee avonturen een populair literair genre in de Verenigde Staten, maar bij zijn dood was hij alweer vrijwel vergeten.  Toch hebben zijn romans van de zee, en dan vooral Moby-Dick, de tand des tijds weerstaan en behoort deze roman inmiddels tot de klassieke Amerikaanse romans.

Hoewel zijn poëzie minder vaak wordt gelezen, beweren critici dat deze ook historisch significant, thematisch complex en hoogstaand is. Stanton Garner, auteur van ‘The Civil War World of Herman Melville’ , beschreef Melville als ‘de derde deelnemer aan de Amerikaanse poëtische revolutie in het midden van de 19e eeuw’, samen met Emily Dickinson en Walt Whitman. 

In feite bracht Melville de laatste decennia van zijn leven door met het schrijven van poëzie. Zijn gepubliceerde collecties omvatten ‘Battle-Pieces and Aspects of the War’ (1866), een intieme en zeer persoonlijke reactie op de burgeroorlog en het allegorische epos ‘Clarel: A Poem and Pilgrimage in the Holy Land’ (1876).

Uit : ‘Words for the Hour’: A New Anthology of American Civil War Poetry , uitgegeven door Faith Barrett en Cristanne Miller (University of Massachusetts Press, 2005) komt het gedicht ‘In the Prison Pen’ (In de gevangenis).

.

In the Prison Pen

.

Listless he eyes the palisades
     And sentries in the glare;
’Tis barren as a pelican-beach—
     But his world is ended there.
 .
Nothing to do; and vacant hands
     Bring on the idiot-pain;
He tries to think—to recollect,
     But the blur is on his brain.
 .
Around him swarm the plaining ghosts
     Like those on Virgil’s shore—
A wilderness of faces dim,
     And pale ones gashed and hoar.
 .
A smiting sun. No shed, no tree;
     He totters to his lair—
A den that sick hands dug in earth
     Ere famine wasted there,
 .
Or, dropping in his place, he swoons,
     Walled in by throngs that press,
Till forth from the throngs they bear him dead—
      Dead in his meagerness.

.

Ik had gedacht

Ingrid Jonker

.

Het was alweer even geleden  dat ik las in ‘Vlam in de sneeuw’ , de geheime brievenwisseling tussen de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933 – 1965) en schrijver André Brink (1935 – 2015). Geheim want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. ‘Vlam in de sneeuw’ is zo’n boek dat je niet in één keer moet of kan uitlezen (ik niet in ieder geval). Elke keer een stuk werkt beter voor mij. Nu ik weer (verder) aan het lezen ben realiseerde ik me dat ik nog geen vertaald gedicht van Ingrid Jonker hier plaatste. Wel wat poëzie in het Afrikaans en in het Engels maar dus nog geen vertaling.

In de klassieke bundel ‘Ik herhaal je’ uit 2000 zijn de gedichten van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker verzameld. De fraaie vertaling is van Gerrit Komrij en Henk van Woerden schreef de biografische schets over Jonkers bewogen leven. Komrij maakte een keuze voor deze bundel uit ‘Versamelde werke’ uit 1994.

Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Ik had gedacht’ een liefdesgedicht maar tevens een gedicht met een trieste afloop, een gedicht dat wat mij betreft heel passend is bij het leven van Ingrid Jonker.

.

Ik had gedacht

.

Ik had gedacht dat ik je kon vergeten,
en in de zachte nacht alleen kon slapen,
maar in mijn onschuld heb ik niet geweten
dat ik bij elke windvlaag zou ontwaken:
.
Dat ik de lichte trilling van je hand
weer langs mijn sluimerende hals zou voelen –
Ik dacht dat het vuur dat in me brandde
als de witte sterrenbaan zou zijn afgekoeld.
.
Nu weet ik dat onze levens zijn als een lied
waarin de smarttoon van onze scheiding klinkt
en waar alle vreugde terugvloeit in verdriet
en uiteindelijk in onze eenzaamheid verzinkt.

.

Teken aan de wand

Ruben Philipsen

.

In het hoofdgebouw van de universiteit Maastricht, de Minderbroedersberg, waar het bestuur van de universiteit zetelt is momenteel een tentoonstelling te zien van vier kunstenaars die aan de Universiteit van Maastricht werken als receptionist. Hun zoektocht naar dat ene moment, het verborgene of het ongrijpbare lijken ze gemeenschappelijk te hebben. Met notities, tekeningen, foto’s, schilderijen of installaties leggen ze hun ‘data, hun gedachten en gevoelens in tekens vast.

Een van die vier kunstenaars is Ruben Philipsen (1969), fotograaf en kunstenaar en verantwoordelijk voor de omslagen van mijn bundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind in maart graven beroert’. Hij maakte de installatie ‘I HAD A SPIRIT’. De woorden (in losse letters) zijn boven de ingang van het hoofdgebouw van de universiteit aangebracht en komen uit een gedicht van de Amerikaanse katholiek theoloog, dichter, auteur en sociaal activist Thomas Merton (1915 – 1968).

Merton was trappist en monnik in de Abbey of Our Lady of Gethsemani (abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Gethsemani) bij Bardstown in Kentucky. Als voorstander van de oecumene trad hij in dialoog met vooraanstaande vertegenwoordigers van andere religies (waaronder de Dalai Lama). Thomas Merton is ook een belangrijke hedendaagse mysticus.

Heel zijn leven bleef Merton gedichten schrijven. De oorspronkelijke gedichten waren zeer toegankelijk en kenden succes. Mettertijd werd zijn poëzie steeds hermetischer. Hij eindigde met twee lange, zeer complexe gedichten, die afzonderlijk in boekvorm werden uitgegeven: ‘Cables to the ace’ en ‘The geography of Lograire’.

.

O Sweet Irrational Worship
.
Wind and a bobwhite
And the afternoon sun.
.
By ceasing to question the sun
I have become light,
.
Bird and wind.
.
My leaves sing.
.
I am earth, earth
.
All these lighted things
Grow from my heart.
.
A tall, spare pine
Stands like the initial of my first
Name when I had one.
.
When I had a spirit,
When I was on fire
When this valley was
Made out of fresh air
You spoke my name
In naming Your silence:
O sweet, irrational worship!
.
I am earth, earth
.
My heart’s love
Bursts with hay and flowers.
I am a lake of blue air
In which my own appointed place
Field and valley
Stand reflected.
.
I am earth, earth
.
Out of my grass heart
Rises the bobwhite.
.
Out of my nameless weeds
His foolish worship.
.

Zonder

Sylvie Marie

.

In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:

Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.

Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

hermetisch

,

‘er valt een haar van tussen

twee bladzijden van een boek

hoelang zat het er al?’

.

de menigte zwijgt, de micro ebt

hol de klanken weg, te traag

.

blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.

.

de dichter grijpt in (plots):

‘er is begin en eind wat telt, daartussen

is enkel nostalgisch gemijmer.

daarna kán getwijfeld worden.’

.

alweer geen applaus.

.

De vereffening

Bart Chabot

.

Hoewel zijn zoons tegenwoordig steeds vaker met boeken in het nieuws zijn dan hun vader, blijft Bart Chabot toch een bijzonder plekje in mijn hart houden. Zeker door zijn boeken over Herman Brood maar ook door zijn poëzie. Sinds kort ben ik in het bezit van ‘Hosanna dagen’ uit 2018, een bundel met gedichten, vaak in lange monologen, over andermans maar ook zeker zijn eigen leven.

Zoals in het gedicht ‘De vereffening’ dat gaat over zijn vader van wie we inmiddels meer weten sinds Bart Chabot het boek ‘Mijn vaders hand’ publiceerde. De omslag van de bundel is gemaakt door Anton Corbijn, een goede vriend van Bart Chabot en mag er ook zeker wezen.

.

De vereffening

.

Ik had mijn vader een kwarteeuw niet gezien
laat staan gesproken
nu zocht ik hem op in het verpleeghuis
weldra zou hij sterven
.
via via had ik gehoord dat het niet goed ging
met degene die zich mijn vader noemde
en na ampel beraad
(zou ik wel, zou ik niet
wie schoot er wat mee op?)
zette ik de eerste stap
tenslotte woonde hij in een tehuis
bij mij om de hoek, geen ten minuten lopen
dat maakte die eerste stap wel zo makkelijk
zo’n opgave was het niet, een bezoekje,
qua afstand – de berken
beefden als skeletten langs de oprijlaan

.

Hij was dement, was me gezegd
sprak wartaal
en herkende niets en niemand,
was me verteld
ik moest vooral nergens op rekenen
dan viel het alleen maar mee
maar toen ik op de begane grond de zaal in liep
herkende hij me meteen
.
het was een week na kerst
het nieuwe jaar stond in vol ornaat op de drempel
ik kampte met goeie voornemens
dat kun je hebben, soms
misschien speelde dat onbewust mee bij mijn komst –
hij zat in een rolstoel
.
– dag pap – zei ik
en legde een hand op zijn schouder
ik voelde zijn sleutelbeen
een dun, teer, broos stukje bot
dat zich eenvoudig verpulveren liet
hij was geen partij voor mij –
de rollen waren omgedraaid
hij keek naar me op
en begon te huilen
.
– dag pap – herhaalde ik
hij keek naar zijn loze schoot
en begon harder te huilen, mijn vader
er was iets misgegaan, leek hij
te beseffen
ergens onderweg,
iets wat niet meer te repareren viel
.
door zijn tranen heen
staarde hij me hopeloos aan
met hopeloze ogen
er was iets onherstelbaar misgegaan,
besefte hij, maar wat en hoe en waar?
– dag pap –
meer viel er niet te zeggen
.
buiten werd het donker, zag ik
de bomen liepen dicht
ik moest maar eens op huis aan
en dat vertelde ik hem ook
maar ik geloof niet dat hij me hoorde
of dat de boodschap tot hem doordrong
voor het raam zwaaide een twijg
me namens hem alvast uit
– dag pap-
.
alles bij elkaar duurde mijn bezoek
nog geen halfuur
langer was ook niet nodig
we wisten dat we elkaar niet meer zouden zien
en dat hoefde ook niet:
het onzegbare was gezegd,
het verzwegene verzwegen
.
toen ik wegging liet ik hem achter in de zaal
bij de andere stakkerds
met een slabber voor, ze gingen eten
maar zonder helpende hand lukte dat niet
dan liep, gleed en druppelde het meeste ernaast
hoogste tijd om te gaan, ik hoefde
niet alles te zien en niet alles te weten
sommige zake liet je beter rusten
.
bij de drempel keek ik nog één keer om
voor het laatst
– dag pap –
in de rolstoel zat een wrak

.

Redenaar

Wakker vallen

.

In december 2016 stond Els de Groen op het podium van Ongehoord! en toen liet ze al doorschemeren dat er een nieuwe bundel aan zat te komen. Die kwam er en in oktober 2018 schreef ik een recensie over de dichtbundel ‘Wakker vallen’ toen met een gedicht over Trump, de recensie lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/25/wakker-vallen/

Uit die bundel wilde ik graag nog een gedicht plaatsen in het kader van redelijk recente dichtbundels waar ik nogmaals de aandacht op wil vestigen. Het betreft in dit geval het gedicht ‘Redenaar’.

.

Redenaar

.

Ogen die aandacht vragen.

Stem die thuis geoefend heeft

tot woorden vleugels kregen.

Handen die ze lossen en

armen die zich haasten

om ze uit te wuiven.

.

Woorden zo beladen

dat ze wolken vormen

om met de eerste regens

al geruisloos weer te vallen.

Soms hamert niet de voorzitter

maar god zelf om stilte.

.

Dóór

Derek Otte

.

Alweer een dichter uit Rotterdam (er zijn er daar veel hoor) en in dit geval de stadsdichter van Rotterdam 2017-2018 Derek Otte. In 2018 kwam zijn robuuste bundel ‘Woorden zijn daden’ uit naar aanleiding van zijn stadsdichterschap bij uitgeverij Rorschach. Behalve gedichten staan er in deze bundel ook proza stukken en korte overpeinzingen waarin Derek Otte zo goed is. Voorbeelden als ‘Meerdere wegen leiden naar dromen’ en Lezende dame: ‘Is het brein een tuin met bloemen / geven we die met lezen water’. Maar uit de vele stukken en gedichten koos ik het gedicht ‘Dóór’ Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017.

.

Dóór

Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017

.

soms moeten we wel heldhaftig

daar is niet heel veel moedig aan

wat anders waar leegte

niets behalve morgen

.

zei opa

.

vechtlust kan ook zonder bloeddorst

dat wordt vaak vergeten

zwijgen daden klinken ze als

heien tot hemelhoog

.

leven wij hier in zo’n stilte

van toekomst te schrijven

het geruisloze van nooit af

de echo van later

.

iets om bij stil te staan

om stil van te worden

zolang dat in diezelfde taal:

ondanks alles altijd voorwaarts

.

%d bloggers liken dit: