Site-archief

Poëzieproject

Philipsdorp

.

Sommige poëzieprojecten zijn niet meteen wat je ervan verwacht. Bij een kop over een poëzieproject in Philipsdorp (Eindhoven) dacht ik dat er een vorm gebruikt was die je steeds vaker ziet in Nederland namelijk het aanbrengen van gedichten op muren van huizen en andere gebouwen. Maar dit was toch van een andere orde.

Op initiatief van het Woonbedrijf bij de oplevering van een grootschalig renovatieproject werd op verschillende gerenoveerde huizen een woord aangebracht, dus geen gedicht. Wladimir Manshanden en Rob Stork vroegen de inwoners naar (positieve) eigenschappen van ons mensen, met als achterliggende gedachte dat wat ons als mens onderscheidt van de steeds meer alomtegenwoordige algoritmes.

Een aantal bewoners van Philipsdorp heeft dan ook een ‘handtekening’ op hun huis gezet. Niet met hun naam maar met een woord dat hun gevoel weergeeft over het wonen in de buurt. Met dit project wilde Manshanden passanten die door Philipsdorp komen, verrassen en even aan het denken zetten. Bewust zijn van de plek waar ze op dat moment zijn. Door middel van een woord, de meest uitgekleedde vorm van poëzie.

In de Gagelstraat in Philipsdorp staat op een schutting een gedicht van een onbekende dichter dat als volgt gaat:

.

Mannen uit één stuk

oogverblindend mooie vrouwen

Gagelstraat, O Gagelstraat

een straat om van te houwen

 

.

 

Krijtgedichten

Poëzieweek 2021

.

Een week voor de Poëzieweek en Gedichtendag 2021 bedacht ik dat het misschien leuk zou zijn om, in tijden van Corona en lockdown, toch iets aan poëzie te doen, nu allerlei fysieke bijeenkomsten, podia en voordrachten niet mogelijk zijn. Ik stuitte op een Amerikaanse website waar een aantal dichters iets met krijtpoëzie deden en het initiatief was bedacht.

Om meer te doen dan alleen dichters op te roepen een gedicht op een stoep, muur of straat te krijten maakte ik een Instagram account aan @krijtpoezie2021 en ik deelde mijn initiatief via de verschillende social media. Dat het een succes zou worden daar was ik eigenlijk helemaal niet mee bezig, of er veel of weinig respons op zou komen, ik had geen idee. Maar nu een week na Gedichtendag mag ik verheugd constateren dat veel dichters en poëzieliefhebbers gereageerd hebben met soms de meest fantastische krijtgedichten. Het gedicht dat gekrijt werd mocht een bestaand gedicht zijn van een bekende dichter maar het mocht ook een nieuw gedicht zijn. Alle vormen zijn binnen gekomen.

Toen ik het bericht deelde op de Facebookgroep Leraar Nederlands werd daar heel enthousiast op gereageerd wat mij heel goed deed, poëzie leeft, ook in het vak Nederlands. Ik kreeg gedichten binnen van mij bekende dichters, van onbekenden en van leerlingen die op aanraden van een docent aan de slag waren gegaan. Vooral het Stedelijk Gymnasium Haarlem zorgde voor een toestroom van geweldige krijtgedichten. Al met al had ik nooit kunnen bedenken dat zo’n eenvoudig idee zoveel los zou maken, ik ben er blij mee.  Hieronder een paar voorbeelden van de krijtgedichten, waaronder een gedicht van mijzelf, gekrijt op de muur van een badkamer en een persbericht in het Leiderdorps weekblad, dat er ook aandacht aan besteedde. Alle dichters en inzenders wil ik heel hartelijk bedanken voor hun leuke, enthousiaste en vrolijk makende berichten, ga zo door, de Instagram account blijft gewoon open voor inzendingen.

.

Gedicht ‘Genoeg ruimte’ door Monique Smit

Gedicht ‘Als ik oud word, neem ik …’ van Stephanie Wieberdink

Kranteartikel bij het gedicht ‘A4’ van Frans Terken

Poëzie op de grond

Bibliothecaris projecteert poëzie

.

In Californië ligt het plaatsje Mill Valley, een klein plaatsje even boven San Francisco met een kleine 15.000 inwoners. Een inwoner, namelijk de plaatselijke bibliothecaris Anji Brenner, kreeg na een bezoek aan Londen het idee om poëzie op een andere manier dan in boekvorm aan de inwoners van Mill Valley te presenteren. In Londen werd ze geconfronteerd met poëzie in de metro. Ik schreef al over poëzie in de metro https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ maar hier betrof het een project van de Londense Undergound (POTU) om de poëzie naar de mensen toe te brengen, een initiatief dat inmiddels al in vele andere steden (Brussel, Parijs) is overgenomen.

Naar aanleiding van de gedichten in de Underground bedacht ze zelf een manier om poëzie op een andere manier aan te bieden en naar de mensen te brengen. Ze doet dit door middel van ‘Illuminated poetry’. Elke avond in de schemering zetten personeelsleden van de Mill Valley-bibliotheek projectoren op onder lantaarnpalen, luifels en vensterbanken in de stad en deze projecteren de gedichten op de grond eronder.

Rebecca Foust, die in 2017 werd uitgeroepen tot de poet laureaat (stadsdichter) van Marin County (waar Mill Valley onder valt), stelde verschillende gedichten voor voor het project van Brenner. Sindsdien maakt zij samen met Anji Brenner en haar collega’s een keuze uit gedichten die ze vervolgens op straat projecteren. Elke avond worden, als het weer het toelaat, tot eind april gedichten getoond in het centrum van Mill Valley. 

Foust was opgetogen, zei ze, dat de bibliothecaris de moeite op zich nam om poëzie op deze manier onder de aandacht te brengen. “Poëzie is voor veel mensen een lichtbron, zeker voor mij”, zei ze. “En hoe magisch is het dat licht in dit project een bron van poëzie is.”

.

)

 

Brood poëzie

Luke Jerram en Hobbs House Bakery

.

Ik schrijf al jaren over gedichten op vreemde plekken en dan komt er altijd een moment dat ik denk; En nu heb ik zo ongeveer wel alle vreemde plekken gezien. En altijd komt er dan weer een moment dat ik stuit op poëzie op een plek die ik niet had kunnen bedenken. Zo ook dit keer. Want wie had er gedacht dat je ook op brood poëzie kan plaatsen (en wie bedenkt zoiets!).

Bread Poetry, of Brood poëzie zoals wij het zouden noemen, is een initiatief van kunstenaar Luke Jerram en een samenwerking tussen hem, dichters uit het hele Verenigd Koninkrijk en Hobbs House Bakery .

Elke zaterdag wordt een ander gedicht op minstens 200 broden Wild White brood gebakken en aan het publiek verkocht via vijf bakkerijen in het westen van Engeland. Er zijn 10 dichters geselecteerd na een open oproep en het kunstproject liep van 18 januari – maart 2020 minimaal 10 weken.

De poëzie wordt gedrukt op kleine vellen eetbaar rijstpapier en op de onderkant van elk wit brood geplaatst. Elke zaterdag wordt de ‘Dichter van de week’ gevierd en voor dezelfde prijs als een standaardbrood kan het publiek dit unieke kunstwerk lezen, delen, aanschouwen en opeten.

In november 2019 werd we een open oproep gedaan voor poëzie voor het project en daarop kwamen maar liefst 237 inzendingen binnen. Bristol’s Poet Laureate (stadsdichter) Vanessa Kisuule , steunde Luke Jerram en selecteerde 10 gedichten.. Met een aantal geweldige inzendingen van zowel amateur- als professionele dichters uit het hele Verenigd Koninkrijk, bleek het samenstellen van een shortlist met gedichten geen moeilijke opgave. 

.

 

 

 

Poëzie als stoplap

Maastricht

.

In 2019 was er door werkzaamheden aan de stadsmuur van Maastricht een groot gat ontstaan in diezelfde stadsmuur. Omdat de herstelwerkzaamheden aan de muur in de zomer van 2019 een aantal maanden kwam stil te liggen, had de gemeente besloten de bouwplaats rond het gat op te fleuren. Zo werden de zeecontainers die als stut dienen al in diverse kleuren geschilderd en werden er schotten met kijkgaten geplaatst op het Rondeel.

Of het komt omdat een rondeel zowel een deel van een vestingmuur is als een versvorm weet ik natuurlijk niet (vermoedelijk niet) maar de gemeente besloot het gat in de muur tijdelijk te bedekken met een groot geel doek met daarop een gedicht van stadsdichter Maarten van den Berg.  “Het is een vierregelig gedicht dat een tijdlijn van de locatie behelst”, aldus de dichter. “Ik denk dat poezië er voor bedoeld is om je over bepaalde dingen anders te laten denken, nieuwe inzichten te geven. Door de poezië is ineens vijf eeuwen stadsmuur bloot te komen liggen.”

Poëzie in de openbare ruimte is niet nieuw voor van den Berg, zo is zijn poëzie op de markt aan de taxistandplaats te lezen. In de stoeprand zijn de laatste vier regels te lezen van zijn gedicht ‘de ruiters van de stad’ (2006) te lezen. Aan het Vagevuur, nabij het Vrijthof is het gedicht ‘tussen de torens’ (2012) gebeiteld in twee blokken hardsteen. Aan de Beente in Heugem staat het gedicht ‘(lieve kitty,)’ (2013) op de muur van de Anne Frankschool. Op een pijler van de Noorderbrug direct aan de Maas in het Sphinxkwartier staat een blauwe dichtregel over vrijwel de gehele breedte van de brugpijler opgetekend. Op de binnenmuur in de trappenhal naar de gemeenteraadzaal aan het Mosae Forum staat een kwatrijn ‘de bomen wortelen even diep als wij’ (2015).

Het gedicht dat tijdelijk het gat in de vestingmuur bedekte is:

.

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

.

Poëzie op straat

Verlaten poëzie

.

De humor ligt op straat maar soms ligt de poëzie ook op straat. Op http://straatpoezie.nl/ kun je honderden voorbeelden vinden van poëzie die je tegenkomt wanneer je nietsvermoedend (of juist heel vermoedend) op straat loopt. Maar wat misschien nog wel verrassender is, is wanneer je poëzie tegenkomt die iemand heeft achtergelaten in de vorm van graffiti op een muur, een viaduct, op straat (met stoepkrijt) of zoals in Apeldoorn in 2017 op een bord dat iemand op een bankje in een winkelcentrum heeft neergezet. Het aardige van dit soort poëzie is het tijdelijke en vergankelijke. Waar een muurgedicht in bijvoorbeeld Leiden, als het gaat slijten, opgeknapt wordt of weer leesbaar wordt gemaakt, is de verlaten vorm van poëzie juist onderwerp van schoonmaak, verwijdering, of verdwijning.

Het gedicht is wat moeilijk leesbaar daarom hier de tekst van de onbekende dichter @

.

Ik zie ze veel liggen

.

Juist in deze tijd

de eenzame handschoen

we raken ze kwijt

de één zonder ander

één verloren geland

De ander een jaszak

Geen een aan de hand

Ze missen elkaar

Want samen alleen

De handen wat kouder

Tis bijna gemeen

Er komt vast wat warmte

Zo gaat ’t altijd

Nu eerst heerst de kalmte

De handschoen blijft kwijt

.

Tijdelijk gedicht

Adriaan Jaeggi

.

Gedichten in de buitenruimte of ergens binnen in een gebouw kunnen ook een tijdelijk karakter hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gedichten op buiten- of binnenmuren of op het glas van ramen. Zo stond er in 2014 in de centrale bibliotheek van Den Haag een tentoonstelling van verschillende gedichten van het project ‘Poëzie op pootjes’ op posters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/06/poezie-op-pootjes-2/ .

Blijkbaar was 2014 een goed jaar voor tentoonstellingen van (tijdelijke) gedichten want ook in Amsterdam, op het binnenplein van het Amsterdam Museum, was poëzie te lezen die daar tijdelijk werd tentoongesteld. Hieronder een voorbeeld van een gedicht van (de eerste) stadsdichter van Amsterdam Adriaan Jaeggi (1963 – 2008) getiteld ‘II Toeristisch intermezzo / Gedicht dat op een T-shirt past’.

.

Gedicht op een waaier en een ketting

Judith Herzberg en Emily Dickinson

.

Ik heb al vaak geschreven over gedichten op vreemde plekken. Ook Meander heeft nu de vraag aan de klezers van haar nieuwsbrief gesteld om met leuke en bijzondere voorbeelden te komen. Heel soms kom ik nog een voorbeeld tegen dat ik nog niet heb besproken op dit blog. Zoals vandaag een waaier en een 3D ketting.

De eerste is een vouwwaaier met dubbel blad van papier waarop aan de voorkant een gedicht van Judith Herzberg, ‘Er is nog zomer’ uit 1992, is gedrukt, op een glad montuur van bamboe met metalen sluitpin (1991) verkrijgbaar in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het tweede voorbeeld is een gedicht van Emily Dickinson in een 3D geprinte halsketting.

.

Er is nog zomer

.

Er is nog zomer en genoeg

wat zou het loodzwaar

tillen zijn wat een gezwoeg

als iedereen niet iedereen terwille

was als iedereen niet iedereen

op handen droeg.

.

If I can stop one heart from breaking,
I shall not live in vain;

If I can ease one life the aching,

Or cool one pain,

Or help one fainting robin

Unto his nest again,

I shall not live in vain.

.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

Stalen poëzie

Cortenstaal

.

Op zoek naar iets heel anders kwam ik op internet een aantal mooie vormen van poëzie in vreemde vormen tegen. Of eigenlijk moet ik zeggen poëzie in bijzondere uitvoeringen. In dit geval namelijk uitgesneden in platen Cortenstaal.

Cortenstaal, ook bekend onder de merknaam COR-TEN-staal, is een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. Cortenstaal is een weervast staal en de bruine roestkleur is het meest typische uiterlijke kenmerk.

Regelmatig kom ik kunst in de buitenruimte tegen die is uitgevoerd in dit soort staal. Als je ooit een roestige vorm van kunst buiten ziet ga er dan maar vanuit dat het hier Cortenstaal betreft. En er is dus ook poëzie uitgevoerd in Cortenstaal. Zo kwam ik Staaltjes natuur tegen http://www.staaltjesnatuur.com van Geert De Kockere. Of litanuurtjes zoals hij ze noemt; gedichten uitgesneden in platen Cortenstaal. De gedichten worden gesneden in een plaat staal van 62 bij 62 en kunnen als een kunstwerk in de tuin kunnen worden gezet, aan een muur gehangen of zelfs binnen in een hal voor een poëtische noot kunnen zorgen.

Hieronder een aantal voorbeelden (niet alleen van Geert De Kockere overigens, er zijn meerdere aanbieders.

.

%d bloggers liken dit: