Site-archief

Stadspaden

Gedichten op vreemde plekken: op twee spaden

.

Via een vriendin (Stefanie bedankt!) kreeg ik een aantal foto’s van een gedicht op twee grote spaden in Stadskanaal.  Het beeld van de twee turfschoppen herinnert aan de veenkoloniale tijd van deze omgeving, het zijn de spaden waarmee het kanaal werd gegraven waaraan Stadskanaal haar naam ontleend. Het gedicht op de twee spaden getiteld ‘Stadspaden’ is van Hans Mes en dateert uit 2012.

Het gedicht op de spaden luidt:

.

Stadspaden

.

Hier werkte men

met man en macht

aan een kanaal

door ’t veen

en spaden staan

nu stil bij dat

wat grond

voor welvaart bracht.

.

Wat je vervoert

dat schept je thuis

per schip, ter paard

soms lopen

het voelt hier als

een poort naar stad

met beide deuren open.

.

Advertenties

Palletgedichten

Papendrecht

.

Eind oktober 2018 werd langs de Merwede een gedicht geschreven in zwarte letters op een pallet aangebracht aan de achterkant van een groot verkeersbord voor de scheepvaart, daar waar Merwede noord en Oude Maas te samen komen. De titel ‘Merwede’ verwijst naar de rivier waarover de schepen varen en was een initiatief van Jan van Wijngaarden. In december 2018 kwam daar een gedicht bij , pallet twee met de titel ‘Noord’ van schrijver/dichter Fred van Os over het verderop gelegen strandje De Noord.

De makers van de eerste twee palletgedichten riepen plaatsgenoten op om ook een gedicht op een pallet te schrijven. Er was voldoende plaats voor meer van deze vorm van low buget poetry zoals de initiatiefnemers het noemen. En al snel werd dit opgepakt door Wim Schut en inmiddels hangt ook pallet drie aan het Aviolandapad waarbij de dichtregels als titel dragen ‘Rivier’.

Door het palletgedicht te plaatsen op de achterkant van een scheepvaartbord, hoopt Van Wijngaarden geen afbreuk te doen aan het beeldenpark en het uitzicht over de rivier.  Hij hoopt dan ook dat wandelaars even stil staan om de gedichten te lezen. Er staan daar trouwens nog meer grote verkeersborden voor de scheepvaart. Op de achterkant is plaats voor nog meer palletgedichten.

.

Zet je fiets voor een gedicht

Federico Garcia Lorca

.

Van mijn vriend Edwin kreeg ik vanuit Narbonne, Zuid Frankrijk de onderstaande twee foto’s toegestuurd van een gedicht op een muur. Zoals je kunt zien hebben de makers of degene die het gedicht hebben aangebracht niet heel lang nagedacht over de specifieke plek, zo lijkt het. Meteen voor het muurtje met het gedicht staan haken waar je je fiets in kan zetten. Desalniettemin is het een fraai aangebracht gedicht van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898 – 1936) getiteld ‘Media Luna’ uit 1922. de tekst in het Spaans is als volgt (gevolgd door de vertaling van Edwin).

.

Media Luna

.

La luna va por el agua.
¡Cómo está el cielo tranquilo!
Va segando lentamente
el temblor viejo del río
mientras que una rama joven
la toma por espejito.

.

Halve maan

.

De maan gaat door het water.

Hoe sereen blijft de hemel!

Ze oogst langzaam

de oude tremor van de stroom

ofschoon een boomkikker hem

voor een handspiegel houdt.

.

Dit is voor mijn lichaam

Poëtisch verzet

.

Onder de noemer ‘Dichter in verzet’ heb ik al geschreven over dichters die zich verzetten tegen overheersers, dictators, bezetters, maar ook over dichters die zich verzetten tegen een stroming in de literatuur of poëzie, dichters tegen ontbossing en ander onrecht. Maar dit keer heeft de Brusselse dichteres Astrid Haerens een bittere aanklacht tegen de onveiligheid van vrouwen op straat onder de titel “Signaal: Stop”.

De verzetsgedichten zijn op 21 mei en ook tijdens nachtelijke plakacties opgedoken in verschillende steden – Oostende, Brugge, Gent, Antwerpen, Brussel, Vilvoorde, Hasselt, Luik – op precies die plekken waar vrouwen zich ooit ongemakkelijk hebben gevoeld, of daadwerkelijk zijn belaagd, lastiggevallen, aangerand, verkracht. In steegjes, parken en parkeergarages, in de metro of aan de bushalte. Geenszins een ludieke actie, benadrukken de initiatiefnemers, wel een symbolisch protest.

De initiatiefnemers zijn de leden van de ‘Partij voor de Poëzie’ die maar een programmapunt heeft: Meer poëzie, altijd, overal.   De Partij voor de Poëzie brengt sinds een jaar of wat af en toe een gedicht in de openbaarheid, met een maatschappelijk thema en in meerdere talen. De dichters van de PvdP schrijven altijd samen en blijven anoniem. Maar dit keer dus niet. De Parij van de Poëzie liep al een tijd rond met de gedachte om aan dit onderwerp aandacht te besteden middels een aanplakactie, maar deze kwam in een stroomversnelling na de moord op Julie Van Espen, de 23 jarige studente die vermoord werd na een poging tot verkrachting.

Astrid Haerens zegt hierover “Mijn vriendinnen en ikzelf kregen allemaal al te maken met kleinere en grotere seksuele agressie. Het is hoog tijd dat we de publieke ruimte weer opeisen in plaats van bepaalde plekken te vermijden na onaangename ervaringen.” en ook: Het is niet de bedoeling om zoveel mogelijk stickers te plakken op plekken met een slechte herinnering. “Dit moet gesprekken op gang brengen, het bewustzijn aanscherpen.” Het gaat ook niet uitsluitend over vrouwen, maar over iedereen die zich bedreigd voelt. Ook thuis en op het werk. Het gedicht laat niet veel aan de verbeelding over:

.

Dit is voor mijn lichaam
dat op 12/11 werd aangeraakt
in de voetgangerslift
hardhandig zonder toestemming
schroeiende lucifers op mijn heupen
groeit wild vlees

.

 

Meerovergedichten

Instagram

.

Op dit blog schrijf ik dagelijks over poëzie, over dichters, dichtbundels, gedichten in vreemde vormen en op vreemde plekken. In totaal deel ik die berichten in, in zo’n 70 categorieën (en dan beperk ik me nog). In de loop der tijd heb ik bijvoorbeeld al ver over de 100 berichten geplaatst van gedichten op bijzondere plekken als flessen, wc’s, parkeergarages, t-shirts, huid (tatoeages), schoenen, auto’s, boten en ga zo maar door. Hierdoor krijg ik nog steeds regelmatig foto’s toegestuurd van vrienden en familie (waarvoor mijn hartelijke dank!). Daarnaast fotografeer ik zelf ook elke vorm van poëzie die ik tegenkom, maar ook graven van dichters, woonhuizen, huizen waar een dichter geboren is, of beelden van dichters (het is een vriendelijke afwijking zullen we maar zeggen.

Omdat ik niet over elke foto een bericht schrijf (dat zou teveel van hetzelfde zijn) heb ik besloten die foto’s te gaan plaatsen op een Instagram account. Instagram is hip and happening en ook daar zie je in toenemende mate dichters die actief zijn (ik heb daar al eens over geschreven https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/11/23/instagrampoezie/

Ik zal daar niet zoals in die post zelf gedichten gaan plaatsen maar vooral zaken over poëzie die jullie en mij zijn opgevallen of die we tegen zijn gekomen. Het adres van dit Instagram account is https://www.instagram.com/meerovergedichten/

Zo ontving ik gisteren een bericht van Cunera met drie foto’s van gedichten onder bruggen. En dan niet zoals het gedicht van Daniël Dee onder de Mathenesserbrug in Rotterdam dat daar werd aangebracht door Jiske Foppe en kornuiten maar gedichten onder vaste bruggen die je alleen maar kan lezen vanaf het water.

.

Poëzie op een auto

Katie Eberhart

.

Schrijfster en dichter Katie Eberhart en haar echtgenoot Chuck Logsdon woonden enkele jaren in Anchorage Alaska.  Katie werkte in de loop van de jaren als onderzoeker, econoom en data-consultant, maar bleef ook schrijven. In 2010 verdiende ze een MFA van de Rainier Writing Workshop aan de Pacific Lutheran University. Katie’s gedichten en essays zijn verschenen in Cirque Journal’, ‘Sand Journal’, ‘Elohi Gadugi Journal’ en in andere magazines. In 2011 verhuisden Katie en Chuck naar Bend, Oregon, waar Katie blogt over natuur en literatuur.

In Oregon begon Katie me het beschilderen van hun auto’s. Niet meteen met poëzie al had één auto wel het opschrift ‘I brake for poems’ achterop. Tijdens de Oregon Poetry Association Conference in Forest Grove in 2012 kwam ze echter met haar nieuwste aanwinst ‘The poetrycar’. Met een permanent marker schreef ze gedichten op haar auto. Soms wilde ze de gedichten vervangen en dan moest ze met nagellak verwijderaar aan de gang en daarom is ze nu bezig met het zoeken naar magnetische letters.

Katie Eberhart gebruikt zinnen en strofes uit gedichten die ze mooi vindt zoals uit het gedicht van Jack Gilbert ‘A brief for the defence’.

.

A Brief For The Defense

.

Sorrow everywhere. Slaughter everywhere. If babies

are not starving someplace, they are starving

somewhere else. With flies in their nostrils.

But we enjoy our lives because that’s what God wants.

Otherwise the mornings before summer dawn would not

be made so fine. The Bengal tiger would not

be fashioned so miraculously well. The poor women

at the fountain are laughing together between

the suffering they have known and the awfulness

in their future, smiling and laughing while somebody

in the village is very sick. There is laughter

every day in the terrible streets of Calcutta,

and the women laugh in the cages of Bombay.

If we deny our happiness, resist our satisfaction,

we lessen the importance of their deprivation.

We must risk delight. We can do without pleasure,

but not delight. Not enjoyment. We must have

the stubbornness to accept our gladness in the ruthless

furnace of this world. To make injustice the only

measure of our attention is to praise the Devil.

If the locomotive of the Lord runs us down,

we should give thanks that the end had magnitude.

We must admit there will be music despite everything.

We stand at the prow again of a small ship

anchored late at night in the tiny port

looking over to the sleeping island: the waterfront

is three shuttered cafés and one naked light burning.

To hear the faint sound of oars in the silence as a rowboat

comes slowly out and then goes back is truly worth

all the years of sorrow that are to come.

.

GeenPunt

De Rotterdamse taalglossie

.

Van mijn collega bibliotheekdirecteur in Rotterdam kreeg ik GeenPunt, De Rotterdamse taalglossie. Dit is alweer de tweede editie van een magazine  vol interessante taalfeitjes en – weetjes, inspirerende interviews, praktische taaltips én prachtige poëzie. Wat wil je ook als Derek Otte, tot begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam (inmiddels heeft Dean Bowen het stokje van hem overgenomen), de eindredacteur van deze glossie is. In GeenPunt dus op een aantal manieren aandacht voor poëzie. Het leuke van Derek Otte is dat hij op verschillende manieren aandacht besteed aan poëzie, niet alleen maar de wat bekendere poëzie van beroemde dichters maar ook aan cafés in de stad die bordjes hebben hangen met volkspoëzie. Soms verzonnen door de kroegbazen zelf (opvallend alle vier vrouwen!) in andere gevallen bestaand of door klanten verzonnen.

Maar ook mooie foto’s van straatpoëzie, gedichten in de openbare ruimte, stukjes over straatnamen die naar dichters verwijzen (Aagje Deken, Bilderdijk, Frederik van Eeden) maar ook Elfjes die gemaakt werden door deelnemers aan de taalsafari en de taalklassen. Daarnaast nog heel veel interessante informatie maar ik beperkt me hier even tot de stukken over poëzie. GeenPunt is een prachtig initiatief en een geweldig magazine met voor elk wat wils. Ik hoop dat dit een lange traditie van magazines over taal mag worden.

Daarom hier niet alleen een Elfje en een cafégedicht maar ook een gedicht van Frederik van Eeden met begeleidende foto’s.

.

Elfje

.

Creatief

Dingen maken

Gedachten los laten

Voelen hoe het is

Gemis

.

Cafégedicht

.

Iedereen praat

over mijn zuipen

maar niemand

over mijn dorst.

.

Zonnebloem

.

Ik ken een plant, niet fraai van loof

niet schoon, niet rank gesteeld.

Haar vorm is lomp, haar bloem is grof,

geen dichter zingt er ooit zijn lof

of nam haar tot zijn beeld.

.

Toch heeft zij iets wat mij behaagt.

Zij keert zich naar het licht,

van af het eerste morgen-uur

wendt zij naar ’t vrolijk zonnevuur

haar groot en geel gezicht.

.

Ik wilde dat ik als die bloem

naar ’t licht mij wenden kon.

Zij draagt de kleur der vrolijkheid

en richt haar kelk ten allen tijd

naar ’t helder licht der zon.

.

 

Doel

Dorpsdichters van een verloren dorp

.

Afgelopen week was ik in Doel, een dorpje in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Beveren. Doel ligt in het uiterste noordoosten van de provincie, op de linkeroever van de Schelde, in de polders van het Waasland, vlak bij de Nederlandse grens. Als je de grens oversteekt met Nederland kom je in de Hertogin Hedwigepolder, een polder die door Nederland onder water gezet gaat worden bij wijze van natuurcompensatie, en het wordt daarmee aangesloten bij het Verdronken land van Saefthinge.

Doel was ooit een klein dorpje van zo’n 1300 inwoners maar door (in eerste instantie) uitbreidingsplannen van de haven van Antwerpen (waarbij een dok dwars over het dorp aangelegd zou worden) is het al sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw onderwerp van gerechtelijke procedures bij onze zuiderburen. Het dorp is inmiddels zo goed als uitgestorven (in 2009 woonden er nog 84 mensen maar inmiddels is dat verder geslonken naar ik schat minder dan 20) en lijkt nog het meest op een spookdorp. Op de dag dat ik er was zag je een enkele auto van een bewoner en verder vooral fotografen want dat het dichtgespijkerde dorp inmiddels een aantrekkingskracht heeft op fotografen is duidelijk.

De kerk, het parochiehuis, de school, de woonhuizen en boerderijen, alles staat leeg en verlaten, vervallen of in een staat dat het niet lang meer duurt of het gaat instorten. Een desolate plek om te wonen lijkt me, helemaal omdat de twee kernreactoren van Doel op minder dan een kilometer afstand van het dorp staan. Toen ik daar rond liep kwam ik op een paar plaatsen gedichten van de dorpsdichters tegen; Mark Meekers (2007-2009), Hilde van Cauteren (2011-2013), Geert Colpaert (2018-2020) en van dichter/dichter en sixties-activist Herman J. Claeys. In de gedichten van deze dichters is altijd een activistische toon te lezen, verzet tegen de afbraak van hun dorp. Hieronder een paar voorbeelden en het gedicht ‘Uitgewoond’ van Mark Meekers.

.

Uitgewoond

.

herenwoning en arbeiderskrot, schouder aan

schouder, groot houdt schamel overeind.

een laan van stenen waar grassen alle

perken te buiten gaan, op de drempel

.

een contemplatieve kat, muizenparadijzen

in de kelders, wat merelrumoer, stilte door

kraaien doorprikt, grandioos alledaags.

er is plaats voor een knik, een ochtend-

.

zwaai, maar niet die morgen dat over

een rode loper van verpulverd brik de bull-

dozer heen en weer raast. het licht maakt

zich niet meer op, herinneringen kruipen

.

als processierupsen, nooit meer stralen

boven mijn straat de sterren als engelen-

ogen uit oude reliekschrijnen, elke steen

die overblijft: terzijde gelegde pijn.

.

 

 

Wat hier groeit

Joe Heithaus

.

Gedichten op gebouwen en muren worden vaak aangebracht ter decoratie, of om een gedicht in het zonnetje te zetten en de lezer van het gedicht aan het denken. In de staat Indiana in de Verenigde Staten is de reden voor een groot gedicht op de zijkant van een schuur echter heel anders. Hoogleraar Engels aan DePauw University en dichter Joe Heithaus kreeg het idee voor het gedicht na een gemeenschapsdiscussie in het Putnam County Museum, waar Joyce Brinkman haar idee voor dichters uit de hele staat presenteerde om poëzie aan te brengen op de muren van schuren. Op die manier wilde zij  een verscheidenheid aan poëtische voorstellingen van voedsel en voedselproductie verzamelen uit de hele staat. Ze wilde dat deze schuurgedichten zowel Indiana als geheel vertegenwoordigen als de afzonderlijke gebieden waarin de schuur zich bevindt.

Met het gedicht ‘What grows here’ heeft Heithaus vorm gegeven aan dit idee. Het gedicht is geschilderd op een schuur ten westen van Greencastle. “Het is een uitnodiging om te vertragen en alles te lezen” zo zegt Heithaus want je kunt het niet helemaal lezen als je voorbij rijdt. Joe Heithaus woont in Greencastle. De kunstenaar en boer Jerry Bates ontwierp en plande de uitvoering, en samen met toen de vijfdejaars stagiaire bij DePauw Travis LaMothe, schilderden ze het gedicht op de schuur.

Gedichten van Joe Heithaus zijn onder andere gepubliceerd in de New York Quarterly, de American Literary Review en de American Poetry Journal.

.

What grows here

.

Beyond big walnut & the clusters

of sycamore & cottonwood, fields of corn & weed coming up

after the long furrows of winter, sheep lambing

in the frost beside the riprap of early spring, lightning

thudding up the dry summer dust. mr. alcorn nudging

the wheel of his combine while bees’ wings

of corn chaff swirl around him like snow,

ironweed, pokeweed, bindweed & the children

who grow so fast, some in the country, some in town,

all caught between our stories of how we got here & stayed?

.

Ik kijk

Iech Loer

.

Dat er vele gedichten in de openbare ruimte te lezen zijn in Nederland en Vlaanderen weet ik al heel lang en na het verschijnen van https://straatpoezie.nl/ weet een steeds groter deel van Nederland en België dit ook. Toch krijg ik nog steeds zo nu en dan foto’s toegestuurd van vrienden en bekenden met poëzie op muren, bruggen, huizen en andere objecten in de openbare ruimte. Zo kreeg ik van Cunera een tweetal foto’s die ze nam in Maastricht. Het aardige van https://straatpoezie.nl/ is dat ik nu kan opzoeken waar dit precies is, welk gedicht en van wie het is (dat was op de foto’s overigens wel goed te zien) maar ook een stukje achtergrond informatie en zelfs een vertaling. Chapeau, nogmaals, dus voor deze geweldige website en haar geestelijk moeder Kila van der Starre. Het gedicht ‘Iech loer’ is van Frans Budé, de vertaling uit het Maastrichts  ‘ik kijk’ is van Ed Silanou. Het gedicht is geschreven op initiatief van de dialectvereniging, de Veldekring, ter gelegenheid van het 85-jarige bestaan. Het gedicht staat geschreven op twee blinde ramen op de gevel van een kapperszaak gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein/hoek Achter de Comedie in Maastricht.

.

Iech loer

.

Iech loer
nao de luij
op straot, huur
wied eweg
veugel roond
park en Maos.
Wie gruuts alles
zingk vendaog.

Niks is gries
de wolke
die kroepe
zien veur
mörge, kläöre
vaanzelf op

.

Ik kijk

.

Ik kijk
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots alles
zingt vandaag.

Niets is grijs
de wolken
die aankomen kruipen
zijn voor
morgen, die klaren
vanzelf op.

.

%d bloggers liken dit: