Site-archief

Dijkgedicht

Sef

.

Op 20 april 2021 was op de Ringdijk in Amsterdam Oost het 500 meter lange gedicht te lezen van rapper Sef (Yousef Gnaou) in letters van 1,25 bij 1,25 meter. Sef (1984) de eerste dijkdichter van Nederland werd gevraagd een gedicht over de Nederlandse dijken te schrijven door Waterschap Gooi, Amstel en Vecht. Sef zegt hierover: “Zonder dijken zou Nederland onder water staan. Ik vond het een mooie uitdaging om dingen die we voor lief nemen, zoals de dijken, uit te lichten en te bezingen,” en “Ons land is soms een geoliede machine, in vergelijking met andere landen waar veel toch minder soepel loopt. Het is goed om je af en toe te realiseren dat niet alles vanzelf gaat.” “Ik houd ervan om zulke bijzondere opdrachten te krijgen,”.

Straatkunstenaar Daan Wille schilderde het gedicht op de dijk dat er twee weken te lezen was. Gelukkig is het bewaard op een video en in tekst.

.

Een ambtenaar in functie. Haar titel waardig.
Wie houdt een indringer tegen als het nodig is.
Door haar strenge deurbeleid kan het Oosten slapen.
En weten allebei mijn voeten goed wat droogte is.
Heldhaftig, barmhartig en vastberaden.
Bewoners, wandelaars, gasten van La Vallade.
Waakt over ons allemaal, dus wij doen alles met haar samen.
Een dijk om door een ringetje te halen.

.

 

 

Gouden Yvonne

Jan Kal

.

Ik herinner me nog heel goed, de sensatie van de Olympische Winterspelen 1988; Yvonne van Gennip (1964). Ze won daar maar liefst drie gouden medailles en met haar natuurlijke openheid en charmante sproetjes was ze de lieveling van menig landgenoot. De Haarlemse dichter Jan Kal (1946) schreef er een gedicht over getiteld ‘Gouden Yvonne’. Dat gedicht werd in april van dit jaar aangebracht op een goud geschilderde muur van het Mendelcollege in Haarlem waar Yvonne van Gennip haar middelbare schooltijd doorbracht.

Tijdens de bijenkomst droeg de Haarlemse dichter Kal zijn gedicht voor in het bijzijn van Van Gennip en leraren en leerlingen van de school. Na de onthulling en de voordracht was het de beurt aan de brugklassers, die ook zelf geschreven gedicht mochten voordragen. Het gedicht en de muurversiering zijn een eerbetoon aan de prestaties van Yvonne tijdens de Olympische Winterspelen van 1988. Het is een initiatief in samenwerking met het Haarlems literair genootschap en het Mendelcollege, een zogenoemde ‘topsport talentschool’.

Het gedicht ‘Gouden Yvonne’ is een sonnet.

.

Gouden Yvonne

.

Yvonne met twee ijzers en wat ijs

maak jij uitsluitend goud en goud en goud.

Jouw rijden in ’t Olympisch ijspaleis

was hartverwarmend en liet niemand koud.

.

Je bent gesneden uit echt Haarlems hout,

en trekt je eigen baan op eigen wijs.

Wat greep je prachtig, zonder schoonheidsfout,

tot driemaal toe de allerhoogste prijs.

.

Drievuldige Yvonne, schaatgodin!

De 3, de 1500 en de 5,

ze zijn geschreven op je gouden lijf.

.

IJsheilige van Haarlem, jij je zin:

ik zal normaal doen, ja ik hou me in

Yvonne, wat ben jij een wereldwijf.

.

 

 

Bruggedichten

Alphen aan den Rijn

.

Stichting de Zoek naar Schittering is verantwoordelijk voor het project Open/Dicht bruggedichten in Rotterdam. Het project is gestart in 2017 door Jiske Foppe en heeft inmiddels drie bruggen over de Schie in Rotterdam voorzien van gedichten van Daniel Dee, Ester Naomi Perquin en Dean Bowen (alle drie voormalig stadsdichters van Rotterdam). Als lid van het comité van aanbeveling van de Zoek naar Schittering ben ik niet alleen zijdelings verbonden maar ook een groot fan van deze vorm van poëzie in de openbare ruimte.

Naast bruggedichten in Rotterdam en Antwerpen is de stichting (Jiske) nu ook gevraagd door de gemeente Alphen aan den Rijn om een bruggedicht te realiseren onder de Alphense Brug een van de bruggen over de Oude Rijn aldaar. De selectie voor een dichter gaat anders dan in Rotterdam. In Alphen aan de Rijn is gekozen voor een gedichtenwedstrijd. Van 9 mei tot en met zondag 5 juni kan iedereen die iets met Alphen aan den Rijn heeft, amateur- of professioneel dichter, een gedicht insturen. Voor de regels en voorwaarden kun je op de website van Khabbaz terecht.

Ik ben voor een klein administratief deel verbonden aan deze wedstrijd en ondersteun dit mooie initiatief van de gemeente Alphen aan de Rijn van harte. Ooit schreef ik een bruggedicht naar aanleiding van een bericht over deze vorm van poëzie in de publiekelijke ruimte. Het is getiteld ‘Onder de brug’.

.

Onder de brug 

.

Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers

opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten

stressende automobilisten en geduldige hengelaars

.

platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar

alleen de schippers nemen flarden tot zich

in het voorbijgaan, in het half donker

.

pas wanneer er een pas op de plaats moet

worden gemaakt, openbaren zich de zinnen

de poëtische overdenkingen onder de brug

.

minutenlang mag de tekst haar lezers

plezieren en verwonderen, tot na het laatste

schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt

.

Tramtram

Poëzie op een tram

.

Door Hans werd ik gewezen op een initiatief in Antwerpen uit 2012. Vanaf oktober dat jaar reed de Tramtram door de stad, een tram met daarop aangebracht een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2021), die destijds stadsdichter was van Antwerpen.

Tramtram is een vrolijke oproep om elkaar vriendelijk en respectvol te behandelen op bus en tram. De ‘Respecttram’ stond centraal in de jaarlijkse campagne voor meer wederzijds respect op bus en tram in Antwerpen. Ter gelegenheid hiervan schreef Antwerps stadsdichter Bernard Dewulf het stadsgedicht Tramtram.

Het zesde stadsgedicht van Bernard Dewulf was zes weken te lezen op deze ‘Respecttram’ die door de straten van Antwerpen reed. Zowel qua klank als vormgeving op de tram was het stadsgedicht een knipoog naar de beroemde avant-gardedichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen (1896-1938).

.

Tramtram

.

Dag meisje met het ijsje aan het raam.
Dag beentjes van het meisje in de tram.
Dag bengeling. En tingeling.

.

Dag Marokkaan, dag Indiaan, dag onderdaan.
Dag mevrouw getrouwd met uw sjakosj.
Dag meneer in de weer met uw moustache.

.

Dag gast, ik zie u groeien aan uw rugtas.
Dag Turk. Dag snurker uit de late nacht.
Dag Chinees, dag Kongolees, dag Kees.

.

Dag Jood, dag tingeling, dag rode muts,
dag kleine duts in de te grote koets.
Dag blinde en dag hond, dag blind verbond.

.

Dag hanger in de lus, dag musje in de hoek,
dag denker aan het venster,
dag oortjes in de oren van de stille zanger.

.

Dag reizigers allemaal. Dag elk verhaal.
Dag alle taal. Dag alle reizelingen
in de bedding van de stad. Dag dag dag.

.

Dagelijks klinkt in ons heelal de tingeling.

.

Poëzie op afvalbakken

Poëzieweek 

.

In het kader van de landelijke Gedichtendag en de Poëzieweek 2022 deel ik in de weken voor 27 januari graag een aantal ideeën en initiatieven van nu en vroeger rondom deze week. Het thema van de Poëzieweek 2022 is de Natuur en wat past er beter bij dit thema dan vuilnis- of afvalbakken. Willen we de natuur een beetje leefbaar houden dan is het begin daarvan toch wel het deponeren van ons afval in vuilnisbakken en niet in de natuur.

In 2006 konden inwoners van Vlaardingen al gedichten insturen voor een wedstrijd op landelijke gedichtendag. Van die inzendingen werden 20 dichtregels uit de beste inzendingen gekozen en deze werden aangebracht op vuilnisbakken in de openbare ruimte. Er deden destijds maar liefs 180 Vlaardingers aan deze wedstrijd mee. In 2013 werd geconstateerd dat de meeste stickers (want dat waren het in 2006, stickers met dichtregels) vervaagd waren. Opnieuw werden Vlaardingers uitgenodigd om hun mooiste dichtregel in te sturen. Ook de leerlingen van het Geuzencollege deden mee aan deze wedstrijd die werd georganiseerd door Look Boden en Mirjam Poolster van de Stichting Anders Kijken.

Dit keer deden er 170 mensen mee en tien van de dichtregels van Vlaardingers en 10 dichtregels van leerlingen van het Geuzencollege werden gekozen. Deze werden gedrukt op posters en die werden op afvalbakken geplakt overal in Vlaardingen. Het waren blijkbaar kwaliteitsposters want nog regelmatig kom ik voorbeelden tegen. De aardigste regel die ik tegenkwam, en zo maar een Luule zou kunnen zijn, is toch wel:

 

In een speeltuin

op een bankje

kijken wij naar

onze toekomst

 

Hieronder een aantal foto’s van nog meer van de afvalbakkengedichten in Vlaardingen.

.

Mooie plekjes

Gedichten op vreemde plekken

.

Hoewel ik de term ‘Gedichten op vreemde plekken’ eigenlijk al niet meer relevant vind, want wat zijn vreemde plekken? Elke plek buiten een bundel was ooit, toen ik met deze categorie begon in april 2010, een vreemde plek. Inmiddels vele honderden voorbeelden verder, de website straatpoëzie.nl  en mijn instagram account @meerovergedichten waar ik nog steeds foto’s plaats die ik neem en toegestuurd krijg, wilde ik toch nog een keer een bijdrage aan deze fijne categorie leveren. Van Bart, Ed en Stefanie kreeg ik onderstaande voorbeelden van gedichten op vreemde plekken of zoals hier het geval gedichten in de openbare ruimte.

Het eerste voorbeeld is een gedicht van André van Zwieten, mooi gezet in een frame van kant achter een raam in Dorestad. Het tweede voorbeeld is een gedicht van Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers en is getiteld ‘Een DIJk van een WIJF’ en het staat bij de Waal ten oosten van Nijmegen. Het laatste gedicht is van Jan Paul Bresser, getiteld ‘Voorjaar’ en dit gedicht maakt deel uit van de Poëzieroute Wassenaar.

.

Poëzie als stoplap

Maastricht

.

In 2019 was er door werkzaamheden aan de stadsmuur van Maastricht een groot gat ontstaan in diezelfde stadsmuur. Omdat de herstelwerkzaamheden aan de muur in de zomer van 2019 een aantal maanden kwam stil te liggen, had de gemeente besloten de bouwplaats rond het gat op te fleuren. Zo werden de zeecontainers die als stut dienen al in diverse kleuren geschilderd en werden er schotten met kijkgaten geplaatst op het Rondeel.

Of het komt omdat een rondeel zowel een deel van een vestingmuur is als een versvorm weet ik natuurlijk niet (vermoedelijk niet) maar de gemeente besloot het gat in de muur tijdelijk te bedekken met een groot geel doek met daarop een gedicht van stadsdichter Maarten van den Berg.  “Het is een vierregelig gedicht dat een tijdlijn van de locatie behelst”, aldus de dichter. “Ik denk dat poezië er voor bedoeld is om je over bepaalde dingen anders te laten denken, nieuwe inzichten te geven. Door de poezië is ineens vijf eeuwen stadsmuur bloot te komen liggen.”

Poëzie in de openbare ruimte is niet nieuw voor van den Berg, zo is zijn poëzie op de markt aan de taxistandplaats te lezen. In de stoeprand zijn de laatste vier regels te lezen van zijn gedicht ‘de ruiters van de stad’ (2006) te lezen. Aan het Vagevuur, nabij het Vrijthof is het gedicht ‘tussen de torens’ (2012) gebeiteld in twee blokken hardsteen. Aan de Beente in Heugem staat het gedicht ‘(lieve kitty,)’ (2013) op de muur van de Anne Frankschool. Op een pijler van de Noorderbrug direct aan de Maas in het Sphinxkwartier staat een blauwe dichtregel over vrijwel de gehele breedte van de brugpijler opgetekend. Op de binnenmuur in de trappenhal naar de gemeenteraadzaal aan het Mosae Forum staat een kwatrijn ‘de bomen wortelen even diep als wij’ (2015).

Het gedicht dat tijdelijk het gat in de vestingmuur bedekte is:

.

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

.

Poëzie op straat

Verlaten poëzie

.

De humor ligt op straat maar soms ligt de poëzie ook op straat. Op http://straatpoezie.nl/ kun je honderden voorbeelden vinden van poëzie die je tegenkomt wanneer je nietsvermoedend (of juist heel vermoedend) op straat loopt. Maar wat misschien nog wel verrassender is, is wanneer je poëzie tegenkomt die iemand heeft achtergelaten in de vorm van graffiti op een muur, een viaduct, op straat (met stoepkrijt) of zoals in Apeldoorn in 2017 op een bord dat iemand op een bankje in een winkelcentrum heeft neergezet. Het aardige van dit soort poëzie is het tijdelijke en vergankelijke. Waar een muurgedicht in bijvoorbeeld Leiden, als het gaat slijten, opgeknapt wordt of weer leesbaar wordt gemaakt, is de verlaten vorm van poëzie juist onderwerp van schoonmaak, verwijdering, of verdwijning.

Het gedicht is wat moeilijk leesbaar daarom hier de tekst van de onbekende dichter @

.

Ik zie ze veel liggen

.

Juist in deze tijd

de eenzame handschoen

we raken ze kwijt

de één zonder ander

één verloren geland

De ander een jaszak

Geen een aan de hand

Ze missen elkaar

Want samen alleen

De handen wat kouder

Tis bijna gemeen

Er komt vast wat warmte

Zo gaat ’t altijd

Nu eerst heerst de kalmte

De handschoen blijft kwijt

.

Tijdelijk gedicht

Adriaan Jaeggi

.

Gedichten in de buitenruimte of ergens binnen in een gebouw kunnen ook een tijdelijk karakter hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gedichten op buiten- of binnenmuren of op het glas van ramen. Zo stond er in 2014 in de centrale bibliotheek van Den Haag een tentoonstelling van verschillende gedichten van het project ‘Poëzie op pootjes’ op posters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/06/poezie-op-pootjes-2/ .

Blijkbaar was 2014 een goed jaar voor tentoonstellingen van (tijdelijke) gedichten want ook in Amsterdam, op het binnenplein van het Amsterdam Museum, was poëzie te lezen die daar tijdelijk werd tentoongesteld. Hieronder een voorbeeld van een gedicht van (de eerste) stadsdichter van Amsterdam Adriaan Jaeggi (1963 – 2008) getiteld ‘II Toeristisch intermezzo / Gedicht dat op een T-shirt past’.

.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

%d bloggers liken dit: