Site-archief

Tijdelijk gedicht

Adriaan Jaeggi

.

Gedichten in de buitenruimte of ergens binnen in een gebouw kunnen ook een tijdelijk karakter hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gedichten op buiten- of binnenmuren of op het glas van ramen. Zo stond er in 2014 in de centrale bibliotheek van Den Haag een tentoonstelling van verschillende gedichten van het project ‘Poëzie op pootjes’ op posters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/06/poezie-op-pootjes-2/ .

Blijkbaar was 2014 een goed jaar voor tentoonstellingen van (tijdelijke) gedichten want ook in Amsterdam, op het binnenplein van het Amsterdam Museum, was poëzie te lezen die daar tijdelijk werd tentoongesteld. Hieronder een voorbeeld van een gedicht van (de eerste) stadsdichter van Amsterdam Adriaan Jaeggi (1963 – 2008) getiteld ‘II Toeristisch intermezzo / Gedicht dat op een T-shirt past’.

.

Gedicht in een bank gebeiteld

Skipton Castle

.

In het Engelse plaatsje Skipton, gelegen aan een groot bosrijk gebied, is binnen de muren van het gelijknamige kasteel, Skipton Castle, op een halfronde bank een gedicht in de zitting van deze bank gebeiteld. De stenen bank is gelegen aan de ronding van een dam. Steenhouwer Chris Swales had 6 dagen nodig om het gedicht aan te brengen. het gedicht is geschreven door Hazel Birdsall-Singer, de ‘visitor experience officer’ van Woodland Trust voor Skipton Woods.

De Woodland Trust beheert ongeveer 1200 bosgebieden in het Verenigd Koninkrijk en wil deze interessant en inspirerend laten zijn voor haar vele bezoekers. Daarom is ervoor gekozen de bank te verfraaien met een gedicht. Helaas heb ik het gedicht niet kunnen achterhalen maar het initiatief verdient navolging. Gelukkig heeft Ineke Winnips dit wel voor elkaar gekregen ( aan de maker gevraagd), dit is de tekst:

Rest your feet for a while in the company of trees. Hear the oak, ash and hornbeam talk in the breeze. Take heed of the whispers of trees from the past. Always treasure this wood, long may it last.

.

 

 

Zoals dit eiland van de meeuwen

Herman de Coninck

.

Een van mijn vaste bijdragers Stefanie stuurde mij vanuit Mechelen een paar voorbeelden van poëzie in de openbare ruimte. Haar foto van een bord in een winkelstraat met daarop een gedicht van Herman de Coninck vond ik ontroerend door zijn eenvoud en door het feit dat men niet de moeite had genomen het op te hangen (zoals vaak gebeurt) en het feit dat er op de hoek van het bord al een barst zit. Poëzie voor iedereen, dichtbij, tegen een boom geplaatst in een winkelstraat, ontdaan van alle pretenties. Zo zie ik het graag. Daarom deel ik hier het gedicht en de foto van Stefanie.

.

Zoals dit eiland van de meeuwen

.

Zoals dit eiland van de meeuwen

is en de meeuwen van hun krijsen

en hun krijsen van de wind

en de wind van niemand

.

zo is dit eiland van de meeuwen

en de meeuwen van hun krijsen

en hun krijsen van de wind

en de wind van niemand.

.

Straatpoëzie

Ida Gerhardt

.

In ‘Onze taal’ het maandblad van het genootschap Onze Taal staat deze maand (nummer 7/8) een groot artikel van vier pagina’s over straatpoëzie met Kila van der Starre. De regelmatige lezer van dit blog weet dat Kila van der Starre de drijvende kracht is achter het project Straatpoëzie waaraan ook ik als partner ben verbonden. In het interview/artikel veel achtegrondinformatie over het project straatpoëzie en de website met deze naam.

Wat ik heel interessant vond om te lezen was dat in de top 10 van meestvoorkomende dichters, als het gaat om gedichten in de buitenruimte, Ida Gerhardt bovenaan staat. Gevolgd door twee, mij veel onbekendere, dichters Ina Stabergh (gewezen stadsdichter van Diest) en Tine Hertmans (tot voor kort dorpsdichter van Destelbergen) beide uit Vlaanderen, want straatpoëzie beperkt zich niet alleen tot Nederland  Er staan meer onbekendere namen in de top 10 maar dat komt omdat sommige streek- of stadsdichters vaak meerdere gedichten op straat hebben staan.

Het gedicht dat het vaakst voortkomt is ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt, maar liefst 7 keer kun je dat in Nederland/Vlaanderen tegen komen in de publieke ruimte. Zoals Kila stelt in het artikel; Dat gedicht wordt vaak gebruikt voor Tweede Wereldoorlog-monumenten. het gedicht gaat weliswaar ook over kerkklokken en muziek, maar als het op zo’n monument staat, lijkt het alleen te verwijzen naar de Joodse gemeenschap en de Holocaust’.

Nog een conclusie uit het onderzoek van Kila; Nederlanders komen in aanraking met poëzie op verschillende manieren. Op 1 staan bruiloften en begrafenissen, op 2 allerlei televisieprogramma’s en op 3 de openbare ruimte. Toen ik dit las wist ik weer waarom een initiatief als Straatpoëzie.nl maar ook de Poëziebus van grote waarde zijn voor de waardering van poëzie. In het artikel vertelt Kila dat ze ook nader onderzoek gaat doen naar poëzie op sociale media, poëziefestivals, kussenslopen, waterflesjes en zelfs getatoeëerde gedichten. Ik zal haar wijzen op mijn rubriek Gedichten op vreemde plekken (maar volgens mij weet ze die wel te vinden), daar staan honderden voorbeelden.

Je kunt nog steeds gedichten in de openbare ruimte aanmelden bij http://www.straatpoezie.nl, eenvoudig en snel, dus weet je ergens een gedicht op straat of buiten check de website even en als het er nog niet op staat, voeg het toe!

.

Het carillon

.

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, –
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius : – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

.

In het Hof van Breda in Kampen.

 

Poezijpaad

Dichtersroute door het gebied van Oranjewoud en Skoaterwâld

.

In Nederland en België (en ongetwijfeld daarbuiten ook) zijn verschillende literaire, schrijvers en dichters/poëzieroutes in steden, dorpen, parken en buitengebieden. Zo ook in Friesland, in Oranjewoud bij Heereveen. Het dichterspad, in het bosgebied van Oranjewoud en Katlijk, leidt de bezoeker / wandelaar langs de paden in dit fraaie zuidoost-Friese landschap. Op historisch belangrijke plaatsen treft men gedichten van gerenommeerde dichters en nieuw uitverkoren talent uit de regio.

De route begint bij hotel-restaurant Tjaarda en in het museum Belvédère. Daar is ook informatie te krijgen over de dichters die meedoen en de routebeschrijving. Ook is hier een boekje te koop met de route en meer informatie over de dichters, de gedichten, biografieën van de dichters en vertalingen van de gedichten in het Nederlands (het zijn gedichten in het Fries).

Als voorbeeld een gedicht van Piter Boersma dat geplaatst is bij de Brandeleane. Boersma (1947) is  schrijver, tijdschriftredacteur en lexicograaf. Vanaf de jaren ’70 heeft hij een divers oeuvre van proza, poëzie, toneel en vertalingen opgebouwd. In 1972 richtte hij het tijdschrift ‘Hjir’ op, dat in 2009 opging in ‘Ensafh’. In 1998 ontving hij de Gysbert Japicxprijs, de belangrijkste Friese literatuurprijs, voor zijn roman ‘It libben sels’.

Meer informatie over het Poezijpaad op http://www.slahheerenveen.nl/poezijpaad

.

Bûten

In hikke en in daam, it lân, in sleat,
it wetter yn’e greppels en de lichten,
heakkelpôlen as minimale hichten,
in krie en beammen om’e pleatsen bleat,

krekt as ûnwerklik as it panneread.
Plaatsjes binne ek de fiergesichten,
allinne echt is bûten yn gedichten
dy’t my wer bringe yn myn bernesteat:

ik wâdzje drystwei troch de plassen hinne
en flean balansearjend oer in strykdaam,
it waait, it reint, ik gean troch waar en wyn,

priuw drippen dy’t my oer de wangen rinne
en reitsje muorrefêstsûgd yn in drekdaam:
it rint my godlik by de learsens yn.

.

Brandeleane-kei

route-SBB

BrugPrinsenwijk

%d bloggers liken dit: