Site-archief

Stof zijn wij

Brein en poëzie

.

Voor de bundel ‘Stof zijn wij, brein en poëzie’ zochten Rutger Kopland en Neerlandicus Reinier Spreen gedichten bijeen waarin hersenen en hersenfuncties een rol spelen. Rutger Kopland (pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker) die als hoogleraar biologische psychiatrie, hoofd was van een afdeling waarin onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen hersenen en gedrag, was de juiste dichter om deze bundel met Reinier Spreen samen te stellen.

De gedichten in dit bundeltje, dat werd uitgegeven in 2002 door Vergouw Publishing, getuigen van het besef dat het brein een wonderbaarlijke stoffelijke machinerie is, die ons met onszelf en met de wereld om ons heen verbindt.

In deze bundel staan 25 gedichten van dichters als o.a. Leo Vroman, Wiel Kusters, J. Bernlef, M. Vasalis, Gerrit Kouwenaar en Gerrit Achterberg. Het gedicht dat ik koos is van Willem van Toorn, is getiteld ‘Geheugen’en verscheen eerder in ‘Gedichten 1960 – 1997’ uit 2001.

.

Geheugen

.

Hoe je bestaat in mijn hoofd:

op filmpjes van oude tijd

in lussen opgehoopt.

Beelden verstild, maar bereid

.

tot leven te komen zodra

licht van verlangen of spijt

door kristallen schijnt.

Een straat. We kijken je na.

Deur waar je achter verdwijnt.

.

Of: haast onzichtbaar klein

diep in een landschap bewaard,

deel van een ansichtkaart

uit een ontroerd domein

kennelijk. Wie je heeft gespaard

in dat boordevol hoofd van mij

moet wel haast ik zijn.

.

Waar dit je bijna raakt

loopt de film op zijn eind.

.

Fabrique

Willem van Toorn

.

Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.

Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.

.

Fabrique

.

Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.

.

Willem_van_Toorn
%d bloggers liken dit: