Site-archief

Ik heb alleen woorden

Rutger Kopland

.

Ik hou enorm van poëzie, van dichters en van hun dichtbundels. En daarnaast hou ik heel veel van themabundels. Ik heb er inmiddels al vele over verschillende thema’s. Een van die themabundels is ‘Ik heb alleen woorden’ uit 1998, de honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie. Verzameld door Hans Warren en Mario Molegraaf. Op de achterflap van de bundel staat te lezen: Er zijn eindeloos veel soorten van verdriet- maar ook eindeloos veel soorten troost. En dat is natuurlijk ook zo. Verdriet en troost zijn persoonlijke belevingen en hoe we daar mee omgaan, wat we als verdriet of troost ervaren is voor elk van ons anders.

Lezend in deze themabundel kwam ik een gedicht van Rutger Kopland tegen. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 19975. Een gedicht zonder titel waarvan ik me afvroeg wat de troost is die in dit gedicht schuilgaat. Oordeel zelf.

.

Boven het hooi hangt de boer in

de balken. In de sneeuw ligt de blote

boerin.

.

Onder de warme vacht van het dak

heeft het varken vergeefs gewacht op slobber

en slacht.

.

Wat is er gebeurd. Dit is heel erg, dit is

een gedicht waarin de boer, de boerin en

het varken

.

Sterven. Als een leeg nest in de winter

is warmte. Ik ben de kat in dit huis,

ze zijn weg.

.

Maar ik hou van de plek waar ik lag.

 

 

Willem van Toorn

Zonder titel

.

Vandaag gewoon een gedicht van dichter Willem van Toorn. Uit de bundel ‘De hofreis’ uit 2009 een gedicht zonder titel.

.

Als het zo nauw niet luistert

met die klanken als we dachten

mogen dan ook deze erin

of klinken die te erg naar mens:

de hopeloze schreeuw van de zwerver

in de doodlopende steeg,

het ratelen van de tank

die boven de keien van het plein

dat de naam van een heilige draagt

zijn kanonsloop traag naar jou toe draait

terwijl je geen kant meer op kunt?

.

tiananmenps5n-3-web

Weer twee en niet alleen

Erotisch gedicht van Jo Govaerts

.

In de categorie erotische gedichten vandaag een gedicht van Jo Govaerts. Jo Govaerts (1972) debuteerde in 1987 met de bundel ‘Hanne Ton’, die genomineerd werd voor de Cees Buddingh-prijs. Na haar studies Oost-Europese Talen en Culturen in België en Polen publiceerde zij in 1997 ‘De vreugde van het schrijven, een bloemlezing’ vertaalde gedichten van Wislawa Szymborska. Poëzie schrijven is voor haar  een omgangsvorm met de werkelijkheid, een uitdrukkingsvorm waartoe ze gedreven wordt dank zij de fysische mogelijkheid om met de pen om te gaan. Denken en beelden worden gekanaliseerd in woorden, die in gedachten tot een gedicht worden gekneed voordat het aan het papier wordt toevertrouwd. Jo Govaerts schrijft ook een blog op http://www.jogovaerts.be/

Hier nu een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Apenjaren’ uit 1998 dit titelloze gedicht.

.

 

Alsof dit niet te voorspellen is

maar het is niet te

voorspellen, want oog om oog,

hand om hand, omhoog omlaag,

komt hier opnieuw uit alles of niets

wat iedereen herkennen gaat

als iets unieks

.

Zo wil ik altijd

overhoop met je liggen,

in die stilte

na de storm, in dat zachte

slagveld van vervlochten uitgevochten

weer twee en niet alleen

.

Govaerts

%d bloggers liken dit: