Site-archief

Ons te vroeg ontvallen 3

Rieneke Grobben-Minderman

.

Op 23 maart 2018 overleed de, altijd in het roze geklede, dichter en fantastisch mens Rieneke Grobben-Minderman op 73 jarige leeftijd. Ze was, zo lang ik me kan herinneren, een vaste gast op de podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam, op het podium in de Jacobustuin en bij de uitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijdprijs. Elk podium kwam ze op met haar roze koffertje, zette haar bril van haar voorhoofd op haar neus en haalde haar gedichten op de rol (haar gedicht aan de meter) tevoorschijn en al afrollend las ze haar ongeëvenaarde poëzie voor. Gedichten als ‘Check in Check out’, ‘Op z’n Jan Boerenfluitjes’, ‘Crime passionel’ en natuurlijk ‘Rotterdam an du meter du stad van’ waar ik nooit genoeg van kreeg. Hoe vaak ze ze ook voorlas, elke keer was het weer genieten.

Rieneke was ook altijd bereid om te verschijnen op een podium als je haar vroeg (en als ze de tijd had). Haar aanwezigheid en voordrachten mis ik (en velen met mij) nog steeds. Joop van der Hor stelde samen met Rieneke en nog een aantal mensen en instanties de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samen waarin haar Rotterdamse gedichten en verhalen (en veel foto’s van optredens, krantenknipsels en persoonlijke foto’s) zijn opgenomen. Op die manier is haar werk bewaard gebleven voor alle liefhebbers en bewonderaars en dat waren er velen. Op 23 maart 2018 overleed Rieneke en op 15 april 2018 werd ze herdacht met de onthulling van de eindpassage van haar gedicht ‘Rotterdam aan de meter’dat als gevelgedicht werd uitgevoerd aan de Bas Jungeriusstraat in Rotterdam https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/14/rieneke-grobben-minderman/

Ik wil hier graag een gedicht van Rieneke delen wat voor mij vrij onbekend was maar waaruit de heerlijke nuchterheid van Rieneke spreekt en in de bundel is opgenomen getiteld ‘Op de bank bij…’.

.

Op de bank bij…

.

De krassen op mijn ziel

zij worden minder.

De littekens

verbleken.

De schaafwond,

een korstje erop.

De brandwond

genezen.

De gebroken botten

geheeld.

De ravage in mijn hoofd

gerangschikt.

De tranen

gedroogd.

Zo lag ik op de bank,

als een watje

én

de psychiater zei:

” ’t Komt wel in orde schatje.”

.

 

Poëzie protest

Kipling versus Angelou

.

Net na de zomer van 2018, toen het nieuwe studiejaar begon aan de Manchester University, was er een relletje rond een muurschildering met poëzie. De Student Union van de universiteit had in de zomervakantie het Student Union Building laten renoveren en had op een muur in het gebouw het gedicht ‘If’ laten aanbrengen van Rudyard Kipling. Het gedicht lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/31/if. Als je dit gedicht lees kun je je de beweegredenen van het universiteitsbestuur indenken. Toch waren er studenten die het niet eens waren met de keus voor de dichter Kipling. Kipling schreef namelijk ook het gedicht ‘The White Man’s Burden’ dat, toen het gepubliceerd werd al tot grote discussies leidde. Het gedicht ‘A White Man’s Burden’ lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/01/18/the-white-mans-burden/

Als protest tegen de dichter van dit ‘racistische’ gedicht hebben studenten het gedicht ‘If’ overgeschilderd en voorzien van het gedicht ‘Still I rise’ van Maya Angelou, omdat dit gedicht beter overeenkomt met de waarden van studenten van tegenwoordig. De Student Union Diversity Officer (die hebben ze daar) Riddi Viswanathan, zegt daarover: Other student union members believe Kipling’s poems are “not in line with their values.” So, they decided to eliminate “The White Man’s Burden,” one of his most famous poems. Instead, they claimed Maya Angelou’s works are much more suitable to properly represent “black and brown voices.”

Aan de andere kant heeft expert, professor emeritus in de literatuur van de 20e eeuw aan de Kent University, Jan Montefiore, het tegenovergestelde standpunt. Montefiore, die de auteur is van de biografie van Kipling die in 2007 werd gepubliceerd, vindt het verschrikkelijk grof om Kipling als een racist te bestempelen. De Universiteit heeft besloten om het gedicht van Maya Angelou te laten staan.

.

I still rise

.

You may write me down in history

With your bitter, twisted lies,

You may trod me in the very dirt

But still, like dust, I’ll rise.

.

Does my sassiness upset you?

Why are you beset with gloom?

‘Cause I walk like I’ve got oil wells

Pumping in my living room.

.

Just like moons and like suns,

With the certainty of tides,

Just like hopes springing high,

Still I’ll rise.

.

Did you want to see me broken?

Bowed head and lowered eyes?

Shoulders falling down like teardrops,

Weakened by my soulful cries?

.

Does my haughtiness offend you?

Don’t you take it awful hard

‘Cause I laugh like I’ve got gold mines

Diggin’ in my own backyard.

.

You may shoot me with your words,

You may cut me with your eyes,

You may kill me with your hatefulness,

But still, like air, I’ll rise.

.

Does my sexiness upset you?

Does it come as a surprise

That I dance like I’ve got diamonds

At the meeting of my thighs?

.

Out of the huts of history’s shame

I rise

Up from a past that’s rooted in pain

I rise

I’m a black ocean, leaping and wide,

Welling and swelling I bear in the tide.

.

Leaving behind nights of terror and fear

I rise

Into a daybreak that’s wondrously clear

I rise

Bringing the gifts that my ancestors gave,

I am the dream and the hope of the slave.

I rise

I rise

I rise.

.

 

Paul van Ostayen

Gedicht op een muur

.

In de Joodse wijk (rond de België lei) van Antwerpen staat heel groot op een muur van het Sint-Vincentiusziekenhuis een gedicht getiteld ‘Zeer kleine speeldoos’ van Paul van Ostaijen (1896 – 1928). Het geboortehuis van deze dichter is vlak om de hoek op de Lange Leemstraat 53. Geboren als Nederlander (zijn vader was Nederlander, zijn moeder Vlaams) kreeg hij op zijn 22ste ook de Belgische nationaliteit. In zijn laatste levensjaren propageerde Van Ostaijen de ‘zuivere lyriek’: pure klankpoëzie zonder bijbedoelingen. Het gedicht moest ‘geontindividualiseerd’ zijn, autonoom, los van de werkelijkheid en de gevoelens van de dichter. Zijn laatste gedichten werden postuum uitgegeven onder de titel ‘Nagelaten gedichten’. Uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1935 komt het gedicht op de gevel van het ziekenhuis.

.

Zeer kleine speeldoos

.

Amarillis

hier is

in een zeepbel

Iris

hang de bel

aan een ring

en de ring

aan je neus

Amarillis

Schud je ’t hoofd

speelt het licht

in de bel

met Iris

Schud je fel

breekt de bel

Amarillis

Waar is

Iris

Iris is hier geweest

Amarillis

aan een ring

en de ring

aan jouw neus

Wijsneus

Amarillis

.

 

Ode aan de stedenbouwkundige

Gedicht op een muur

.

In Bergen op Zoom is in april 2016, een gedicht van Bert Bevers onthuld als eerbetoon aan Frans de Looij. Frans de Looij was stedenbouwkkundige van Bergen op Zoom en overleed in 2016 op 59 jarige leeftijd. Frans van Looij was een lopende encyclopedie en een bevlogen mens die de stad van binnen en van buiten kende.

Het gedicht is bijzonder fraai vorm gegeven door Marc Meeuwissen. Het is een Acrostichon (of wel naamdicht of lettervers) geworden waarbij de eerste letters van de zin van boven naar onderen de naam Frans de Looij vormen. Tijdens de onthullingspeech werd al geopperd dat hier een bankje neergezet dient te worden opdat je in alle rust het gedicht tot je kunt nemen, of nog een keer, of wel twee keer! Het is een gedicht dat je aan het denken zet, je herleest elk woord nog een keer en probeert een nieuwe samenhang te vinden of een diepere laag te ontdekken waarmee het recht doet aan de herinnering aan Frans van Looij. Benieuwd of het ook al is aangemeld bij http://www.straatpoezie.nl

.

Terug van (tijdelijk) weggeweest: Gedichten op vreemde plekken

Deel 29:  Gedichten op muren

.

Op zichzelf niet zo vreemd meer, gedichten op muren maar dit is een heel leuk initiatief in Veenendaal i.s.m. Kees Stip, onze grootste dierenrijmer.

.

 

%d bloggers liken dit: