Site-archief

Humor, brutaliteit en satire

John Wilmot, graaf van Rochester

.

In de rij van dichters die opvielen door hun krankzinnighied, hun gevaar voor de medemens en hun idiotie mag John Wilmot, de graaf van Rochester (1647 – 1680) zeker niet ontbreken. John Wilmot erfde de titel van graaf bij de dood van zijn vader in 1658. Op 12-jarige leeftijd ging hij naar het Wadham College van de Universiteit van Oxford, waar hij op slechts 14-jarige leeftijd zijn Master of Arts verkreeg. Vervolgens ondernam hij, onder begeleiding van een tutor, de grand tour door Frankrijk en Italië. In 1662 keerde hij terug naar Engeland en begaf zich naar het hof, waar hij vanwege zijn knappe voorkomen, humor en scherpe geest de gunst verwierf van Karel II. In 1665 verwierf hij de heldenstatus door zijn optreden tijdens de Slag in de Baai van Bergen in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Wilmot had zich echter al vroeg een nogal vrije levenswijze aangemeten en werd door zijn gedrag diverse malen van het hof verwijderd, maar steeds weer in genade aangenomen. Die levenswijze was overigens een aanslag op zijn fortuin en hij besloot de rijke erfgename Elizabeth Malet het hof te maken. Zij wees hem echter af, waarop hij haar op 28 mei 1665 schaakte. De koning werd hierop zo kwaad dat hij hem liet opsluiten in de Tower of London. In 1667 stemde Elizabeth overigens alsnog in met een huwelijk. Dit maakte echter geen eind aan zijn escapades, getuige zijn diverse affaires, onder andere met de actrice Elizabeth Barry, met wie hij in 1677 een dochter kreeg. Hij wierp zich ook op als mecenas voor verschillende dichters en toneelschrijvers, waaronder de dichter John Dryden. Er ontstond ongenoegen met Lord Mulgrave, de latere hertog van Buckingham, een andere begunstiger van Dryden. Deze daagde hem uit tot een duel, waar Wilmot met een smoes (gezondheidsredenen) onderuit kwam. Hierop nam hij wraak op Dryden door hem door een groep mannen aan te laten vallen.

Op 33-jarige leeftijd liet zijn gezondheid hem inderdaad in de steek als gevolg van geslachtsziekten en overmatig alcoholgebruik. In het voorjaar van 1680 trok hij zich terug in zijn huis in Woodstock Park en leek daar uiteindelijk tot inkeer te komen. Hij liet bisschop Gilbert Burnet bij zich komen, die tot de slotsom kwam dat zijn berouw oprecht was, en twee dagen later overleed hij.

Dat John Wilmot over enig talent beschikte blijkt uit dit vers,  met de veelzeggende titel ‘To this moment a rebel’ waarvan de datum onbekend is.

.

To this moment a rebel

.

To this moment a rebel I throw down my arms,
Great Love, at first sight of Olinda’s bright charms.
Make proud and secure by such forces as these,
You may now play the tyrant as soon as you please.

When Innocence, Beauty, and Wit do conspire
To betray, and engage, and inflame my Desire,
Why should I decline what I cannot avoid?
And let pleasing Hope by base Fear be destroyed?

Her innocence cannot contrive to undo me,
Her beauty’s inclined, or why should it pursue me?
And Wit has to Pleasure been ever a friend,
Then what room for Despair, since Delight is Love’s end?

There can be no danger in sweetness and youth,
Where Love is secured by good nature and truth;
On her beauty I’ll gaze and of pleasure complain
While every kind look adds a link to my chain.

‘Tis more to maintain than it was to surprise,
But her Wit leads in triumpth the slave of her eyes;
I beheld, with the loss of my freedom before,
But hearing, forever must serve and adore.

Too bright is my Goddess, her temple too weak:
Retire, divine image! I feel my heart break.
Help, Love! I dissolve in a rapture of charms
At the thought of those joys I should meet in her arms.

.

491-1882
Painting – John Wilmot (1647 – 80) 2nd Earl of Rochester;
English;
Late 17th century.

Advertenties

Kyrielle

Versvormen

.

Ik heb al vele versvormen behandeld en beschreven op dit blog maar de Kyrielle is wel een bijzondere. Door de terugkerende herhaling lijkt deze vorm al snel op een kinderliedje, gedram of een carnavalsnummer (of elke andere vorm die je erbij kunt bedenken).

De Kyrielle stamt uit het middeleeuwse Frankrijk waar ze door troubadours werden gezongen en is ontstaan uit de kerkelijke smeekbede kyrie eleison (heer ontferm u). De Kyrielle bestaat steeds uit twee herhalende regels in het rijmschema AA, AA, AA. Het metrum bestaat meestal uit vier jamben.

.

Wie is het die men gaarne ziet?
Dat’s Piet.
Wie is een kei op zijn gebied?
Dat’s Piet.
Wie speelt de hoofdrol in dit lied?
Dat’s Piet.
.

Ik vind geen rust

Sir Thomas Wyatt

.

Sir Thomas Wyatt (1503 – 1542) werd geboren in Kent, Engeland en was dichter maar ook ambassadeur van koning Hendrik VIII in Frankrijk en Italië.  Wyatt speelde het gevaarlijke spel van seks, geld en macht tijdens zijn verblijf in het hof van Hendrik VIII. Hij maakte zijn leven nog gevaarlijker door met de koning te strijden om de hand van Anne Boleyn. Tenslotte hadden de vijanden van Henry de gewoonte om met hun hoofden gescheiden van hun lichaam te eindigen. Wyatt was een hoveling en metgezel van Henry VIII vanaf zijn dertiende. Hij was op 17-jarige leeftijd getrouwd en kort daarna gescheiden. Sommige bronnen zeggen dat hij in 1522 de minnaar van Anne Boleyn was geworden, niet lang voordat ze voor Koning Hendrik koos.

Minstens vier gedichten van Wyatt worden verondersteld te verwijzen naar Anne, inclusief het sonnet ‘Whoso list to hunting’ waarin ze wordt voorgesteld als een hert, bejaagd door vele vrijers maar uitsluitend toebehorend aan Caesar. Wyatt werd in 1526 weggestuurd van het hof naar Frankrijk en in 1527 naar Italië, waar hij werd gevangen genomen door troepen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Anne Boleyn uit de gratie viel bij Hendrik in 1536, werd Wyatt gevangengezet in The Tower of London, omdat hij met haar omging en bekeek hij haar executie vanuit zijn cel. In 1539 stond hij aan het hoofd van een complot om de katholieke Reginald Pole te vermoorden door vergiftiging. Tegen 1540 zat hij opnieuw in de gevangenis wegens verraad. Zijn latere minnares zou ook door Hendrik als zijn geliefde zijn genomen.

Zijn werk werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven, maar hij was een van de leidende dichters van de Engelse Renaissance. Tijdens zijn tijd in Italië ontdekte hij de werken van Petrarca en introduceerde hij Italiaanse modellen en poëtische vormen in Engelse verzen, waaronder het sonnet.

I find no peace

.

I find no peace, and all my war is done.
I fear and hope. I burn and freeze like ice.
I fly above the wind, yet can I not arise;
And nought I have, and all the world I season.
That loseth nor locketh holdeth me in prison
And holdeth me not—yet can I scape no wise—
Nor letteth me live nor die at my device,
And yet of death it giveth me occasion.
Without eyen I see, and without tongue I plain.
I desire to perish, and yet I ask health.
I love another, and thus I hate myself.
I feed me in sorrow and laugh in all my pain;
Likewise displeaseth me both life and death,
And my delight is causer of this strife.
.

Gek, slecht en gevaarlijk te kennen

François Villon
.

Dichters zijn over het algemeen gevoelige, etherische wezens, ineffectieve dromers die geobsedeerd zijn door metaforen en het juiste ritme en rijm. Tenminste dat is de romantische kijk die nog steeds een grote groep mensen heeft van dichters.  Over het algemeen zijn ze in ieder geval onschadelijk. Nou, niet altijd. Op  het internet vond ik een lijst met ​​moordenaars, oplichters, harken, een afperser, verschillende revolutionairen, hartenbrekers, duellisten, dronkaards, een opiumduivel, een serieuze excentrieke en zelfs een fascistische dichter. Deze mannen (want het zijn allemaal mannen) zijn gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.

François Villon was een moordenaar, dief en een all-round low-life. Hij was ook de beste lyrische dichter in Frankrijk in de 15e eeuw. Geboren in 1431 of 1432, werd hij opgevoed door een professor in kerkelijk recht in Parijs. Nadat hij in 1452 de universiteit verliet, zakte hij snel af door een reeks vechtpartijen, gevangennemingen en ballingschap. Veel van wat we van hem weten komt uit de gegevens van het archief van de gevangenis. In 1455 was Villon betrokken bij een dronkenmans ruzie in Parijs, die eindigde toen hij een priester doodstak. Hij werd uit Parijs verbannen vanwege deze misdaad, maar hij ontving koninklijke gratie. Hij werd opnieuw verbannen in 1456 voor het leiden van een bende rovers die 500 gouden kronen van het College de Navarre stalen. Hij zat zijn gevangenisschap uit in Blois in 1457 en in Moulins in 1461. Villon verschijnt voor het laatst in Parijse verslagen in 1462 voor diefstal. Nadat hij was vrijgelaten, was hij betrokken bij een nieuwe vechtpartij en ter dood veroordeeld, maar in plaats daarvan werd hij verbannen. Na 1463 verdwijnt hij volledig. Ondanks zijn levensstijl was Villon een meester in de ingewikkelde poëtische vormen van de ballade, de rondeau en het chanson. Zijn langere werken raken de kosmologie, satire en religieuze symboliek. Zijn werk staat vol met thema’s van mislukte liefde, melancholie, menselijk leed, verloren tijd en de alomtegenwoordigheid van de dood, met karakters als prinsen en prostituees die vastzitten in Parijse bordelen en drinkgelegenheden. Rimbaud herleefde zijn werk in de 19e eeuw, terwijl Rossetti het in het Engels vertaalde en ons de prachtige zin gaf “Where are the snows of yesteryear?

Van de hand van Francois Villon, in vertaling van Ernst van Altena, het gedicht ‘Ballade des dames du temps jadis’ of in het Nederlands ‘Ballade van de dames uit vroeger tijden’.

.

Ballade van de dames uit vroeger tijden
.

Zeg mij: waar, in welk ver domein
Is Flora, die schoon van gezicht was;
Archipiades, rank en fijn
En Thais, die haar volle nicht was
Nimf Echo die tot zang verplicht was
Als men haar riep langs stroom of meer
En die goddelijk slank en licht was
En waar is de sneeuw van weleer

Heloise, ach waar is zij
Die zo schoon was en veel verstand had
Abelard trok de monnikspij
Voor haar aan, toen men hem ontmand had
En de Vorstin die een galant had
Buridan, die zij zonder meer
In de Seine wierp als een landrat
En waar is de sneeuw van weleer

Vorstin Blanche, die blank als ijs
Met haar stem menig man bekoord heeft;
Berthas, Alice en Beatrijs;
Arembourg voor wie ’t Maine-oord beeft;
En Jeanne die men wreed gesmoord heeft
Ginds in Rouaan, bij ’t Britse heir
Maagd, weet Gij waar elk hunner voortleeft
En waar is de sneeuw van weleer

Oh Prins, verklaar mij waar hun woon is
Want anders zing ik keer op keer
Deze keerzang die droef van toon is
Ach, waar is de sneeuw van weleer

.

1 april!

De humorist

.

Op 1 april wilde ik eens stilstaan bij het fenomeen van grappen maken of het voor de gek houden van anderen op deze dag. Ik weet dat het zondag is en dus eigenlijk de dag voor de dichter van de maand maar deze schuif ik voor een keer door naar morgen.

Volgens de Wikipedia is de meest voor de hand liggende verklaring van het fenomeen 1 april grappen de volgende:

De 1 aprilgrap is ontstaan uit een vroeger middeleeuws festival: het feest van de zotten. La fête des fous was vooral in Frankrijk van de 5e tot de 16e eeuw erg populair. Het werd gevierd omstreeks 1 januari door het kiezen van een valse paus of bisschop en ging gepaard met allerlei rituelen en festiviteiten waarbij de geestelijkheid werd geparodieerd. Aan de basis hiervan lagen dan weer naar alle waarschijnlijkheid vroegere heidense zonnewende feesten. In de 16e eeuw zou dit bij de Franse wijziging naar de Gregoriaanse kalender naar 1 april zijn verschoven.

Hoe het precies zit weet men niet maar het fenomeen van elkaar voor de gek houden en grappen maken op 1 april is een sterk verankert gebruik in ons land (maar zeker niet alleen hier, ook in België, Rusland, Frankrijk en een boel Engelstalige landen).

Op zoek naar een gedicht over 1 april kwam ik veel humoristische gedichten tegen maar geen enkel over 1 april (ze zullen er ongetwijfeld zijn). Wel las ik een gedicht van Simon Carmiggelt in zijn bundel ‘De gedichten’ uit 1974,  met de titel ‘De humorist’. Het dekt de lading van 1 april misschien niet helemaal maar is zeker de moeite waard.

.

De humorist

.

Als knaap heb ik mijn eerste grap verzonnen.

Mijn moeder riep: ‘Dat wordt een humorist.’

De brave vrouw. Zij heeft zich niet vergist.

Een schelmse carrière was begonnen.

.

O, in de aanvang ging ’t somtijds stroef

en viel de kwinkslag wel eens in ’t water.

Die vroege gein! ‘k Moest er om lachen, later.

Want zelfs herinnering stemt mij niet droef.

.

Al schaterend schiep ik een klein bedrijfje,

waar de cliënt een mopje kan bestellen,

ik scherts maar voort. Ik kan ze niet meer tellen.

Bij dag en nacht – ik bak een vrolijk schrijfje.

.

Al mijn agressies kan ik in dit vak

profijtelijk tot jeukpoeder vermalen.

Maar zou ik daarbij wel de tachtig halen?

Als dát gelukt, ben ik een monter wrak.

.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

Happy ending

Grand Palais

.

Vanaf deze plek wil ik iedereen heel hartelijk bedanken voor de vele en vriendelijke felicitaties, ik voelde mij, mede hierdoor, zeer jarig.

De afgelopen week was ik in Parijs en bezocht daar de fototentoonstelling van de beroemde Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917 – 2009). Een prachtige tentoonstelling waar ik onder andere de foto die Penn nam van de dichter W.H. Auden (1907 – 1973) nam. Meteen kwam bij mij het idee op om weer eens een gedicht van deze grote dichter te plaatsen en daarom vandaag het gedicht ‘Happy Ending’ uit 1929.

.

 

Alles is langzaam aan het vallen

Laura Vazquez

.

De Franse schrijfster en dichter Laura Vazquez (1986)  is een literaire duizendpoot. Ze schrijft poëzie die ze via haar website http://www.lauralisavazquez.com, met de buitenwereld deelt, publicaties in tijdschriften, voordrachten, muziek en videofilmpjes. Ze heeft reeds 5 bundels gepubliceerd, de laatste zijn ‘Menace’ (2015) en ‘Oui’ (2016).

Het webtijdschrift ‘Terras’ heeft in 2012 aandacht aan haar werk besteed. Eva Wissenburg (1990), literair vertaalster, heeft toen een aantal van haar gedichten vertaald. Het gedicht ‘alles is langzaam aan het vallen’ is één van deze door haar vertaalde gedichten van Vazquez.

.

alles is langzaam aan het vallen

.

het huis is langzaam aan het vallen, het is langzaam aan het vallen, de kinderen zijn langzaam aan het vallen, ze zijn langzaam aan het vallen, hun monden zijn langzaam aan het vallen, de monden van de kinderen zijn langzaam aan het bewegen, en hun benen zijn langzaam aan het vallen, hun benen zijn langzaam aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze valt, ze is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze is zachtjes aan het vallen, al een hele tijd, al een lange tijd, het huis valt en de mensen vallen, de monden vallen en de mensen vallen

en de onderkant van de ogen, en de bovenkant van de buik, en de binnenkant van de buik, en de binnenkant van de wangen, en de bovenkant van de wimpers, en de bovenkant van de handen, en de binnenkant van de voeten, en de onderkant van de tafels, en de onderkant van de borsten, en de bovenkant van de graven, en de bovenkant van de schedels, en de onderkant van het ik, en de bovenkant van het ik, en de bovenkant van de buiken, en de onderkant van de buiken, en de binnenkant van de buiken, alles valt valt, alles is langzaam aan het vallen, de stenen vallen, en de verbanden, en de verhalen, en de voorwerpen, en de vloeistoffen, en de beken, en de slangen, en de vloeistoffen, en het speeksel, alles valt valt

alles is langzaam aan het vallen, in de organen, in de huizen, in de verbanden, het is de wending, het is de weg, het is de methode, het is de cadans, het is een verband, het is een idee, het is een probleem, het is een idee, het is een weg, het is een gesprek, het is een relatie, het is een weg, het is de wending, het is de methode, het is de cadans

alles valt valt, alles is zachtjes aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, alles is zachtjes aan het vallen, in de huizen, in de perken, in de bossen, in de verhalen, in de woorden, en zonder stoppen, en zonder snelheid, en zonder kabaal, en zonder denken, en zonder lijden, het is de wending, het is wat valt

en de onderkant van de armen, en de idee van de gezichten, en de idee van de schaamte, en de idee van de vloeistoffen, en de vloeistoffen zelf, en de langzame mensen, en de goede mensen, en het leven is heel langzaam, en het leven is gevallen, en het leven is heel rustig, en het leven is heel zwaar, en het leven is het leven, en het leven is gevallen, en het leven is bezig te vallen, maar langzaam

alles is langzaam aan het vallen, in de mensen, en in de kelen van de mensen, en in de buiken van de mensen, en alles slokt alles slokt de mensen op, en in de keel en langzaamaan, en alles gaat in de keel maar langzaamaan, in het huis van de mannen, in het huis van de wolven, in het huis van de moeders, in het huis o zo donker, alle moeders donker, je geeft elkaar water, je geeft elkaar takken, je geeft elkaar brood, en alles valt erbovenop

.

 

Bloemen van ’t veld

Alice Nahon

.

Van mijn broer kreeg ik de bundel ‘Bloemen van ’t veld’ van Alice Nahon. In de serie Vlaamse pockets; Poëtisch erfdeel der Nederlanden verschenen in 1970. Hoewel het uiterlijk van de bundel doet vermoeden dat het hier een pocket uit de jaren vijftig betreft (of ouder) is het toch nog maar 47 jaar oud.

De inleiding bij deze bundel is geschreven door Karel de Jonckheere.  Alice Nahon (1896 – 1933) was een Antwerpse dichter. In Vlaanderen is Nahon wellicht het meest bekend van de versregels van haar Avondliedeke III:

’t is goed in het eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan, of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan’

Haar vader was Nederlander en haar moeder was Vlaams. Zij leed aan chronische bronchitis en depressiviteit en bracht meerdere jaren door in diverse sanatoria, waaronder Tessenderlo. Toch schreef zij in die periode twee dichtbundels: ‘Vondelingskens’ (1920) en ‘Op zachte vooizekens’ (1921), die haar een enorme populariteit bezorgden. Na verblijven in Italië en Frankrijk ging ze vanaf 1927 werken in de stadsbibliotheek van Mechelen. Met de bundel ‘Schaduw’ (1928) wilde ze zich afzetten tegen haar zoetgevooisd imago en tegen de kritiek van onder andere Paul van Ostaijen.

Uit haar debuutbundel ‘Vondelingskens’ het gedicht ‘Herfst’.

.

Herfst

.

Achter d’oude kloosterwoning

Hing wat rode zon.

Onder goud-getinte linde

Bad een jonge non.

.

Heur gelaten ogen droomden

Onder blanke doek,

Naar de zwart’ en rode letters

Van ’t getijdenboek.

.

Langs de wegskens was geprevekl

Van wat blâren bruin;

Aan heur voeten bogen schrale

Violieren schuin.

.

Als ’n dod’ illuzie, die ze

Lang vergeten had,

Viel er op heur jonge handen

Een verschrompeld blad.

.

De armen

Gonçalo M. Tavares

.

Gonçalo Tavares (1970) is een Portugees schrijver. Hij doceert tevens wetenschapsfilosofie aan de universiteit van Lissabon.

Gonçalo Tavares debuteerde in 2001. Sindsdien werd hij veelvuldig bekroond. In 2005 kreeg Tavares de José Saramagoprijs voor jonge schrijvers voor zijn roman ‘Jeruzalem’. Nobelprijswinnaar José Saramago sprak zich toen erg lovend uit over het boek. In 2010 kaapte de roman ‘Aprender a Reza na Era de Téchnica’ de prestigieuze Franse prijs weg voor Beste buitenlandse boek. De romans van Tavares zijn in 32 landen vertaald.

Naast romans schrijft Tavares ook poëzie. In 2002 verscheen ‘Hotel Parnassus, 117 gedichten uit 20 talen’ tijdens Poetry International. In deze bundel zijn drie gedichten van Tavares opgenomen in vertaling van August Willemsen.

.

De armen

.

Hoe te leven? Dat is de enige serieuze vraag.

Een oude man met een gebroken rechterarm

bladert door de krant met zijn linkerhand.

Ik denk: dat zou een stuk makkelijker zijn.

Het lichaam dat voor ons beslist.

Ik kijk naar mezelf: twee hele armen.

Wat te doen?

.

 

%d bloggers liken dit: