Site-archief

Mooie plekjes

Gedichten op vreemde plekken

.

Hoewel ik de term ‘Gedichten op vreemde plekken’ eigenlijk al niet meer relevant vind, want wat zijn vreemde plekken? Elke plek buiten een bundel was ooit, toen ik met deze categorie begon in april 2010, een vreemde plek. Inmiddels vele honderden voorbeelden verder, de website straatpoëzie.nl  en mijn instagram account @meerovergedichten waar ik nog steeds foto’s plaats die ik neem en toegestuurd krijg, wilde ik toch nog een keer een bijdrage aan deze fijne categorie leveren. Van Bart, Ed en Stefanie kreeg ik onderstaande voorbeelden van gedichten op vreemde plekken of zoals hier het geval gedichten in de openbare ruimte.

Het eerste voorbeeld is een gedicht van André van Zwieten, mooi gezet in een frame van kant achter een raam in Dorestad. Het tweede voorbeeld is een gedicht van Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers en is getiteld ‘Een DIJk van een WIJF’ en het staat bij de Waal ten oosten van Nijmegen. Het laatste gedicht is van Jan Paul Bresser, getiteld ‘Voorjaar’ en dit gedicht maakt deel uit van de Poëzieroute Wassenaar.

.

Bloedend op de Maasbrug

Hans Sleutelaar

.

Gedichten staan niet altijd in dichtbundels. Soms staan ze in een roman of in een non fictieboek, ter ondersteuning van een onderwerp of thema of, zoals ij het onderhavige geval, ter illustratie van het onderwerp. In een kringloopwinkel kwam ik het boek ‘Rotterdams accent 1961’ tegen. Uitgegeven door Ad. Donker met medewerking van de Rotterdamse Kunststichting uitgegeven in 1961. 

Voor Rotterdammers een heerlijk boek over Rotterdam aan het begin van de jaren zestig. Met bijdragen over Anna Blaman, de dichter Tollens, schilder M.J.B. Jungmann, grafici Wally Elenbaas en Wout van Heusden, toneelspeler Ton Lutz en regisseur Richard Flink. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door bekende en minder bekende namen (bijvoorbeeld J.H. Speenhoff, C. B. Vaandrager, Alfred Kossmann en Ellen Warmond). 

Naast de verhalen en een aantal leuke zwart/wit foto’s staan er dus ook enige gedichten in dit boek. Een van die gedichten is van de dichter Hans Sleutelaar (1935 – 2020). Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Na de vrije opvattingen van de literaire beweging de Vijftigers, predikten de Zestigers een nieuw realisme. De belangrijkste vertegenwoordigers hadden zich geschaard rond het tijdschrift ‘Gard Sivik’, ‘De Nieuwe Stijl’ en het Amsterdamse tijdschrift ‘Barbarber’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten, waar men later weer om veroordeeld werd.

Het gedicht in dit boek getiteld ‘Bloedend op de Maasbrug’ is zowel in vorm als in inhoud opmerkelijk. 

.

Bloedend op de Maasbrug

.

bloedend op de maasbrug

ontdek ik de gave proporties van de mist

en daarin de stad en daarin het gesternte van de stad

(een kern van spieren, beursberichten, zweet)

.

                                               de stad\ik\in deze sekonde
                                               veroorzaken wij elkaar

.

ik voel dat wij voelen

:

de littekens, de energieke echo’s van eeuwen

elke dag, in elke voorbijganger

, op elke straathoek de adem van een vermoeide mens

, achter ieder geluid het luisteren van het water

.

                                             de stad\ik\wij bewijzen elkaar, neuriënd

.

 

 

Het enige

Willy Spillebeen

.

Zo nu en dan loop ik de foto’s die ik in de loop van de jaren heb genomen nog eens door. Een enkele keer kom ik dan foto’s tegen waarvan ik helemaal vergeten was dat ik ze ooit heb genomen. Zo kwam ik foto’s tegen van de bundelpresentatie van de Vlaamse dichter en schrijver en vriend Hervé Deleu, de eerste winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/10/14/presentatie-bundel-herve-deleu/ in zijn woonplaats Menen in Vlaanderen. Zoals je kunt zien heb ik van die presentatie een aantal foto’s gemaakt en geplaatst. Toch kwam ik nog een paar foto’s tegen die ik niet heb geplaatst toen. Een daarvan is een foto van een gedicht van plaatsgenoot van Hervé, Willy Spillebeen, die ook aanwezig was bij deze presentatie.

Willy Spillebeen (1932) is een Vlaams dichter en schrijver, zijn poëzie bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. 

De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van meta-fysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. Willy Spillebeen is een zeer veelzijdig mens. Zo was hij poëzie-recensent, redacteur van Dietsche Warande en Belfort, vertaler van poëzie, samensteller van poëziebloemlezingen, essayist, verzorger van literaire radiokronieken, jurylid van vele poëziewedstrijden, lid van allerlei commissies op het gebied van de letteren en ga zo maar door.

Op 14 december 2014 mocht ik Willy Spillebeen ontvangen op het podium van Ongehoord! in Rotterdam en daar maakte hij (zeker ook bij het jongere publiek) een bijzondere indruk op de aanwezigen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/12/10/laatste-ongehoord-podium-van-2014/ 

Van deze bijzondere Vlaamse dichter en grootheid uit de Nederlandstalige poëzie hieronder het gedicht ‘Het enige’ op canvas dat ik destijds fotografeerde.

.

Glimlachend elegant

Fernando Pessoa

.

Zo nu en dan neem ik de vuistdikke Canon van de Europese poëzie ter hand en blader ik er in op zoek naar inspiratie of gewoon een mooi gedicht. Toen ik dat pas weer deed stopte ik met bladeren bij een gedicht van de Portugese dichter Fernado Pessoa (1888 – 1935). Deze veeltalige dichter is één van de belangrijkste Portugese dichters en zeker één van de belangrijkste twintigste-eeuwse dichters.

Toen ik een aantal jaar geleden in Lissabon was op vakantie viel me al op hoe vaak Pessoa in het straatbeeld voorkomt. In de vorm van foto’s, beelden en graffiti. Dat staat in schril contrast met zijn leven. Vooral het literaire werk vereist, volgens Pessoa, ‘eenzaamheid’. Hij staat dan ook wel bekend als een “verkillende, lucide, sfynxachtig afwezige man” (Wikipedia: Willemsen, 2000). Pessoa wilde tijdens zijn leven obscuur blijven, daarna mocht de roem komen. Hij was bang voor onbekende mensen en onbekende plaatsen en kon er niet tegen gefotografeerd te worden. Zo zijn er maar weinig foto’s van hem bekend maar daar staat tegenover dat, misschien wel door zijn karakteristieke uiterlijk, er heel veel kunstwerken zijn gemaakt met zijn uiterlijk als uitgangspunt; schilderijen, etsen, standbeelden, collages, (pen) tekeningen, cartoons en graffiti.

Fernando Pessoa kent een grote populariteit in Nederland. Sinds de eerste vertalingen door August Willemsen eind jaren zeventig. Tot op de dag van vandaag blijft werk van hem vertaald worden. Het gedicht dat in ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie (samenstelling Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries) is opgenomen is een vertaling van August Willemsen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Gedichten’ uit 1978.

.

Zij kwam, glimlachend, elegant,

De voetstap ongehaast en licht,

En ik, die voel met mijn verstand,

Maakte meteen ’t juiste gedicht.

.

Ik spreek daarin niet over haar

Noch ook hoe zij, volwassen kind,

De hoek omsloeg van gindse straat,

Hoek waar de eeuwigheid begint…

.

In het gedicht spreek ik van zee,

Beschrijf de golven en de pijn.

Herlezend zie ik een van twee:

De hoek – ofwel de waterlijn.

.

 

Het is jij of ik

Kunst en poëzie

.

Ik schreef al vaak over de combinatie van kunst en poëzie. Soms betreft het hier kunstzinnig vormgegeven poëtische uitingen of (beeldende) kunst waarin poëzie is verwerkt en vandaag wil ik het hier hebben over een boek als kunstobject waarin poëzie en fotografie is opgenomen.

Het betreft hier het kunstboek ‘het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk. Het boek ‘Het is jij of ik’ gaat over jou en mij. Marilou schrijft hierover:

.

“Maar ‘wij’ hadden iedereen kunnen zijn. Alle facetten van onze identiteit worden achterwege gelaten. Jij en ik zijn in dit boek dus ongeacht: onze relatie, geschiedenis, afkomst, rijkdom, uiterlijk, welzijn, gezondheid, geaardheid, geslacht, talent, persoonlijkheid, leeftijd of erfenis. 

_Maar wat blijft er dan nog van ons over? 

Zijn het onze intenties, ons dagelijks (on)gesproken dialoog, ons conflict, ons vertwijfeld monoloog. Of slechts de leurende bevestiging van je identiteit door de blik van de ander?

Dit boek is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van jou.

_Ik zal nooit weten wat jij denkt. 

Het boek bevat poëzie en fotografie, die de situaties schetsen van ‘iets’ alledaags. Ze worden onderbroken door notities, reviews, berichten of opmerkingen van een voorbijganger, die ook als zodanig zijn vormgegeven. Alles gebeurt tegelijkertijd. We leven in contrast. Het boek is een poging dit enigszins inzichtelijk te maken en werpt een blik op de diversiteit aan perspectieven in het (digitale) leven.”

.

Het boek is opgedeeld in 14 clusters en een aantal spreads kun je hieronder zien. Op de foto (spread zoals Marilou ze noemt) ‘Dun ijs’ is het volgende gedicht te lezen:

.

We hebben het er (maar) niet (meer) over

Het zet ons beiden aan een kant van de weg

Een zee bevroren tussen ons in

.

Diep water _ Dun ijs

.

Toch wilde ik de oversteek wagen

al was het alleen maar

.

om je hand vast te houden

.

Meer over Marilou en het boek ‘Het is jij of ik’ kun je lezen op http://www.marilouklapwijk.nl/het-is-jij-of-ik  . Om het boek te realiseren zijn ze (de uitgever en Marilou) middels een crowdfunding op voordekunst.nl een voorverkoop gestart. Er zijn (zoals ze dat noemen) tegenprestaties voor grote en kleine bijdrage. Eén daarvan is dus het aankopen van een boek voor €40. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Unformed Informed. Deze uitgeverij onderzoekt in samenwerking met kunstenaars ‘het boek’ als kunstruimte. Een speelruimte die constant in ontwikkeling is. Waarbij de kaders steeds opnieuw worden bepaald door de verschillende samenwerkingen waarbinnen deze ontstaan. Zo ook de manier hoe het uiteindelijke ‘boek’ zijn publiek zal ontmoeten.

.

Langste liefdesgedicht

Marína

.

Afgelopen week keek ik op televisie naar het programma ‘De Gevaarlijkste wegen’ waarin cabaretier Edson da Graça en oud prof-wielrenner Michael Boogerd door (de binnenlanden van) Slowakije rijden. Op hun trip kwamen ze door het stadje Banská Štiavnica en daar is de Love Bank gevestigd. In eerste instantie had ik (net als de twee mannen) een heel verkeerd beeld en idee wat de ‘Love Bank’ was. Maar al snel werd dat duidelijk.

In 1844 startte dichter Andrej Sládkovič ( 1820 – 1872) met het schrijven van het gedicht ‘Marína’ toen hem duidelijk werd dat de liefde van zijn leven ging trouwen met een ander. Hij en Marína werden op 14 jarige leeftijd op elkaar verliefd. Hij was een arme student die haar bijles gaf in het comfortabele huis van haar ouders. Ze werd zijn muze, maar helaas  moest ze van haar ouders trouwen met een rijke peperkoekenmaker.  Het gedicht was klaar in de zomer van 1846, bijna een jaar na de trouwerij van Marína. Het gedicht bestaat uit 291 stanzas en 2910 regels met maar liefst 100.000 karakters. Maar liefst 173 jaar lang is het het langste liefdesgedicht ter wereld geweest. Het is zelfs officieel geregistreerd als wereldrecord bij ‘The World Record Academy’ de grootste organisatie van gecertificeerde wereldrecords ter wereld. Het gedicht ‘Marína’ werd vertaald in het Duits, het Pools en het Frans.

De ‘Love Bank’ in Banská Štiavnica, waar Andrej zijn gedicht schreef is een echte bank met kluisjes, 100.000 kluisjes. Ieder ‘kluisje’ bevat 1 letter van het gedicht. Zo’n kluisje is eigenlijk een soort doosje of een klein boekje met op de rug een letter uit het gedicht (om je een idee te geven van hoeveel ‘kluisjes’ er zijn). Je kan dit kluisje kopen voor 1 jaar en dit kost dan €50, of voor de rest van je leven en dan kost hij €100. Je kan hier dan iets inschrijven of in doen wat met jou en de liefde te maken heeft. Mensen van over de hele wereld hebben kluisjes gekocht en gevuld met persoonlijke notities, voorwerpen, foto’s of herinneringen.

Een stukje uit dit langste liefdesgedicht:

.

Marina van mij! Dus, zo zijn we
als de goddelijke vlam,
als de bloemen op de koude grond,
als de edelstenen;
de sterren vallen, we vallen ook.
De bloemen verwelken, we verwelken ook
en een vast bedrag voor de juwelendoos:
Maar toch de sterren schitterden,
en een mooi leven de bloemen hadden,
een diamant in de borst zal nooit sterven!
.
.

Geest en macht

Gedichten op lantarenpalen

.

In 1906 wordt in het Estse plaatsje Jõgeva dichter en schrijfster Betti Alver (1906 – 1989) geboren. Van 1924 tot 1927 studeerde zij Estische filologie aan de Universiteit van Tartu waarna ze meer dan 60 jaar schrijfster zou zijn. Ze begon met het schrijven van novellen en romans maar maakte vooral naam als dichter. Haar debuutbundel ‘Tolm ja tuli’ (Stof en Vuur) uit 1936 betekende haar doorbraak als dichter. Voor haar werk ontving zij verschillende literaire prijzen waaronder de ‘Juhan Liiv Poëzieprijs’. In Alvers werk is de geest altijd belangrijker dan de materie, hetgeen ook blijkt uit haar beroemde gedicht ‘Geest en Macht’ uit 1939 (vertaling Cornelius Hasselblatt en Marianne Vogel).

.

Geest en Macht

.

De geest droeg ooit een rijke dos

en lauwerkrans

hij draaide aan ’t spit een vette os –

maar thans? Maar thans?

De massa staat in vroom gelid

en rijke dos.

Maar vriend, nu zit de geest aan ’t spit

en draait de os.

.

In haar geboorteplaats Jõgeva is het Betti Alver museum gevestigd waar manuscripten, literaire werken, foto’s en persoonlijke bezittingen van haar te zien zijn. In 2018 besloot het museum dat het mooi zou zijn als haar poëzie ook buiten het museum in de openbare ruimte te lezen zou zijn. Dus liet men een bedrijf delen van haar poëzie uitsnijden in aluminium en deze op lijnen aan lantaarnpalen bevestigen. Hierdoor zien ze er licht en luchtig uit tegen de lucht en roepen ze de voorbijganger op ze te lezen. De gedichten zijn geplaatst op zes lantaarnpalen rond de stad Jõgeva.

.

Frietpoëzie

Paul Ilegems

.

De Brugse kunsthistoricus, schrijver en plezierdichter Paul Ilegems (1946) is samen met uitgever Jef Meert oprichter van het Frietkotmuseum, een reizende collectie van allerlei materialen, schilderijen, sculpturen en foto’s die in 2008 werden opgenomen in het Frietmuseum te Brugge. Inmiddels heeft Ilegems 7 naslagwerken over Friet en de frietcultuur geschreven en 2 dichtbundels.

Zijn eerste frietgedichten verschenen in 1981 in het bundeltje ‘Frieten bakken’, geheel volgens de strakke richtlijnen van het plezierdichten in vaste versvormen van Drs. P. Maar het onderwerp friet was voor Ilegems niet voldoende en hij begon ook over andere onderwerpen te dichten als een voorhistorisch monster, sigaren, vrouwenondergoed, de strooiweide en Brigitte Bardot. En niet te vergeten het dichterschap zelve. Kortom, een onbepaald allegaartje. In de bundel ‘Eeuwig zingen de frieten’ uit 2015 zijn deze gedichten samengebracht onder de noemer Fritto misto.

Maar omdat Paul Ilegems zo bekend geworden is door zijn fascinatie met friet hier een gedicht uit deze bundel over een frietkot.

 

Frituur Marleen

.

Frituur Marleen, hoewel zeer florissant,
Moest onlangs dicht: een anonieme brief.
De buurt scheen dit maar moeilijk te verkroppen.
De halve waarheid slechts kwam in de krant.
.
Marleen was wel een tikkeltje naïef
Maar had het strippen in haar vingertoppen
En danste onder ’t bakken expressief
Op melodietjes uit haar portatief.
.
Maar ook (en hierin was ze niet te kloppen)
Nam zij vaak weg wat op de heupen spant
Om tussendoor een onverschrokken klant
Een hoogst intieme friet te laten soppen.
.
Dit was, behalve lichter te verteren
Ook heel wat lekkerder dan kut met peren.
.
,

Concrete poëzie

In Duitsland en Amerika

.

Al eerder schreef ik over vormen van concrete poëzie. Maar wat is concrete poëzie eigenlijk? Volgens Wikipedia is concrete poëzie een moderne poëzievorm waarin gevoelens of gedachten niet op de gewone talige wijze worden uitgedrukt, maar door een bijzondere klank- of grafische vorm te creëren.

Bij een combinatie van poëzie en muziek spreekt men van auditieve of fonetische poëzie en bij een vermenging van tekst en grafiek van visuele poëzie of ook wel poëtische typografie. Lettertype en lettergrootte, de schikking van de woorden op het blad worden drager van de boodschap. Concrete poëzie maakt alleen gebruik van taal- en typografische elementen, terwijl visuele of visieve poëzie (in het Italiaans poesia visiva genoemd) bestaat uit een collage van knipsels, foto’s en taalelementen.

Het mooie van concrete poëzie is dat je er allerlei varianten van kunt maken. Dat je vormen van concrete poëzie (bijvoorbeeld auditieve en visuele poëzie) kunt combineren of dat je kunstvormen kunt combineren met visuele of auditieve poëzie. Ik heb twee voorbeelden van concrete poëzie gevonden die beide voldoen aan de definitie en toch heel erg verschillend zijn.

Zo is er het concrete poëzieproject van de Fichtelnaabtalschule in het Duitse Ebnath en zijn er voorbeelden van een tentoonstelling in het Getty Center in Los Angeles.

.

 

 

Erotisch gedicht

Evy van Eynde

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik een erotisch gedicht plaatste. Nu ben ik met MUG books, mijn poëzie uitgeverij, in het proces van het uitgeven van haar volgende bundel ‘Amour Florale’ een zinnelijke bundel over de heerlijke doch noodlottige liefdesrelatie tussen de dichter en haar plant, de Eve’s Needle of Eve’s Pin.

In 17 gedichten vertelt Evy het verhaal van deze charmante plant in gedichten en foto’s en hoe de plant haar onverbloemd het hof maakte.

Opnieuw laat dichter Evy van Eynde zien dat zij een creatieve geest is, een dichter van liefdesverdriet die het amoureuze niet schuwt. Erotiek met een grote E.

Binnenkort zal er meer bekend worden over de presentatie van deze fijne kleine bundel, nu alvast een voorproefje met het gedicht ‘Liefdesreliek’.

.

Liefdesreliek

.

In mijn huis staat een plantje

het richt zijn stevige bast omhoog

kloont zichzelf van gretigheid

naar eigenliefde, Cerberus!

.

Op zijn kopje

een piekjeskapsel, een stralenkrans

Een heiligman met fallusmantel

.

%d bloggers liken dit: