Site-archief

Solo

Roland Jooris

.

In de vakantietijd zal ik wat vaker gewoon een gedicht zonder al teveel extra’s plaatsen, wel uiteraard altijd de bron (bundel, jaar van uitgave en misschien wat extra informatie) maar vooral gedichten van dichters die ik waardeer. Zover is het echter nog niet dus vandaag een gedicht uit de bundel ‘Bladgrond’ waaruit ik al eerder het gedicht ‘Nog’ plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/26/nog-2/ . Roland Jooris (1936) is een dichter die zich een ruimte bij elkaar schrapt (Herman de Coninck) of zoals Paul Demets schreef: “Dit is poëzie die onze waarneming problematiseert, die ascese uitprobeert, van het soort wit dat hevig naar aanwezigheid verlangt, terwijl de afwezigheid voortdurend dreigt”.

Poëzie kortom deels in de traditie van de Coninck waarin heel goed is nagedacht over elk woord, elke regel, nergens teveel, overal gebruik makend van wit tussen de regels waar de lezer zelf de invulling kan verzorgen van wat word weggelaten. Geheel tegen de huidige trend van lange proza-achtige gedichten in, precies waar ik van hou. Zoals in het gedicht ‘Solo’.

.

Solo

.

Je slikt je zinnen in

.

Je kijkt naar wat je meent

te weten

.

Een onthutst gerucht

komt uit vervagen

tevoorschijn

.

Het onmogelijke absolute

ligt eigenzinnig op de punt

van je tong

.

Als op een cello

schrijnt

verbeten schot

je hardnekkige

geslotenheid

.

Foto: Tim Heirman

Land van genade en verdriet

Dichter van de maand juni

.

In de Volkskrant van 29 mei staat een artikel over Vanja Kaluderjercic, directeur van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’wordt elke week een bekende persoon gevraagd naar het favoriete boek, een plek, een architect, een gerecht, film, persoon en in in het geval van Kaluderjercic ook naar haar favoriete dichter.

Dit blijkt Antjie Krog te zijn, dichter van de maand juni 2021 op mijn blog. Ze zegt hierover: “Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds in in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd’. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands.” En ook: “Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.”

Omdat Antjie Krog dichter van de maand is, en omdat het gedicht ‘Land van genade en verdriet’ in de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ staat is het voor mij een kleine moeite om het eerste deel van de Nederlandse vertaling van dit gedicht hier te plaatsen. Het totale gedicht in het Zuid Afrikaans vind je hier: https://www.poemhunter.com/poem/land-van-genade-en-verdriet/

.

Land van genade en verdriet

.

tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.

.

Foto: Daniel Cohen

Lente rite

Seamus Heaney

.

Veel van de Ierse dichter Seamus Heaney’s vroege poëzie kwam voort uit het opgroeien op een boerderij in Noord-Ierland, het graven in moerassen en het begrip van werktuigen, evenals de natuur, de dieren, de kikkervisjes. Heaney (1939 – 2013) begreep het komen en gaan van generaties en hij begreep het komen en gaan van de seizoenen. Het gedicht ‘Rite of Spring’ gaat over het inpakken van een bevroren pomp in stro en deze aan het einde van elke winter in brand steken.

Ik moest hieraan denken toen ik een buitenkraan nog maar pas geleden met een stevige ijspegel bevroren en wel ontdekte. Te laat natuurlijk, ik had deze kraan moeten aftappen of in stro en doeken moeten wikkelen zoals Heaney doet in dit gedicht. Maar ja, ik ben niet opgegroeid in een boerderij. Uit de bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ het gedicht ‘The Rite of Spring’.

.

Rite of Spring

.

So winter closed its fist
And got it stuck in the pump.
The plunger froze up a lump
.
In its throat, ice founding itself
Upon iron. The handle
Paralysed at an angle.
.
Then the twisting of wheat straw
into ropes, lapping them tight
Round stem and snout, then a light
.
That sent the pump up in a flame
It cooled, we lifted her latch,
Her entrance was wet, and she came.

.

                                                                                                                                                                                                     Foto: Micheline Pelletier

Is het al Lente?

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbel-gedicht over de lente. Ik weet dat het deze week slecht weer is maar denk even terug naar afgelopen donderdag, toen was het al prachtig lenteweer en dat keert vast en zeker binnenkort terug.

Twee gedichten dus over de lente. Het eerste gedicht is van de dichter Menno Wigman (1966 – 2018) getiteld ‘Laatste lente’ en ik nam het uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 2019. Het gedicht verscheen oorspronkelijk ”s Zomers stinken alle steden’ uit 1997. Het gedicht gaat over de lente maar in tegenstelling tot de meeste gedichten over dit jaargetijde is er hier geen sprake van nieuw leven, licht, lucht en zonnige warmte maar is het gedicht (vrij naar Rilke) juist nogal donker en pessimistisch. Het lijkt in aanvang nog een optimistische toon te hebben maar dat verandert al snel na de eerste regels.

Het andere gedicht is van Ingmar Heytze (1970) en is getiteld ‘Lente’. Ik nam het uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001. Het gedicht begint vrolijker dan dat van Wigman maar ook hier is er sprake van een omdraaiing na de 5e regel. De luchtige en vluchtige toon verandert ineens na het zien van de ‘jou’ die duidelijk de lente niet in het hoofd heeft, waarna de dichter zijn voorzorgen neemt.

.

Laatste lente

    (vrij naar Rilke)

Kok: het is tijd. De winter was zo nors.

Strijk nu het bloedgeld van uw pols

en laat het voorjaar op de armen los.

.

Beveel de bleekste mensen vrij te zijn;

verleen ze nog twee onbevreesde jaren,

behoed ze voor uw trouwste ambtenaren

en jaag een lente door hun pijn.

.

Wie nu geen geld heeft, ziet het nooit meer.

Wie nu berooid is, zal het nog lang blijven,

zal kijven, kwijnen, boze brieven schijven

en zwijgend voor gesloten deuren staan

als paarse woekeraars de huur opdrijven.

.

Lente

.

De lente is een onverschillig

niet te stoppen raderwerk.

Deze lente sneeuwde het

tussen roze bloesems door.

.

Dit had weinig om het lijf

totdat ik jou zag lopen

met een hoofd vol keien

en de nachtvorst in je blik.

.

Ik ben maar gauw

een winterjas gaan kopen.

.

                                                                                                            Foto: Arjo van Dijk

Idee voor de Poëzieweek

Oproep tot het maken van krijtpoëzie

.

Nu de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari) ook al deels in het water lijkt te gaan vallen door de lockdown, heb ik een idee. Ik heb het idee niet zelf bedacht want ik las erover op de website van de bibliotheek van Pima County https://www.library.pima.gov/blogs/post/poetry-in-the-wild/.

Op deze website in een bericht uit 2017 staat informatie over een project van de Urban Poetry Pollinators over poëzie in het wild. Eigenlijk bedenk ik me nu, sluit dit heel goed aan bij bijvoorbeeld straatpoëzie en gedichten op vreemde plekken, ware het niet dat de poëzie in dit project van vluchtige aard is. Elizabeth Salper van de Urban Poetry Pollinators kreeg het idee omdat ze zulke mooie herinneringen had aan de tijd dat ze haar gedichten met krijt op stoepen schreef. De leuke reacties van de mensen die haar gedichten lazen op straat waren de reden om dit project ‘Poetry in the wild’ te starten.

Er werd door de UPP bekendheid gegeven aan dit project en er was een instagrampagina waar je een foto van je gekrijtte gedicht naar toe kon sturen. Bibliotheken adopteerde dit project en onder het motto Chalk it UPP! werd dit project een succes.

Mijn idee is dan ook om dichters maar ook niet dichters van Nederland op te roepen om in de Poëzieweek een gedicht naar eigen keuze (van jezelf, van een ander, een klassiek gedicht, een nieuw gedicht, kort of lang, alles mag) op een stoep, muur of straat te krijten, hier een foto van te maken en deze aan mij te mailen (woutervanheiningen@yahoo.com). Ik zal al deze foto’s plaatsen op het Instagram account @krijtpoezie2021

Op die manier kan de Poëzieweek toch nog (meer) een actief tintje (op bescheiden schaal) krijgen.

.

.

.

En dan stopt het

Alfred Schaffer

.

Als je, zoals ik, al vele jaren poëzie leest, erover schrijft en met poëzie bezig bent, dan denk je dat je de meeste dichters uit Nederland toch wel tenminste van naam kent. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik hoorde dat Alfred Schaffer de P.C. Hooftprijs voor poëzie is toegekend in 2021. Wie dacht ik? Ik kom er steeds meer achter dat hoe meer ik poëzie lees en denk te weten hoe minder ik van poëzie weet. Dat is een vreemde ervaring maar tegelijkertijd ook een prettige constatering, tenslotte blijft er altijd iets te leren, te weten te komen of mee verrast te worden.

Alfred Schaffer dus. geboren in Leidschendam (vlakbij nog wel) in 1973, verhuisde hij na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en Film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Leiden naar Zuid Afrika waar hij in 2002 promoveerde en aan de slag ging als docent moderne Nederlandse letterkunde. Van 2007 tot 2010 was hij fondsredacteur bij De Bezige Bij in Amsterdam, en redacteur van het tijdschrift ‘Bunker Hill’, dat in 2008 werd opgeheven. Hij keerde in 2011 terug naar Zuid-Afrika en werd docent bij de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Hij is ook medewerker voor poëzie van De Groene Amsterdammer en de Zuid-Afrikaanse dagbladen Die Burger en Beeld.

Als dichter debuteerde hij in 2000 met de bundel ‘Zijn opkomst in de voorstad’. Daarna volgde nog verschillende bundels en daarvoor werd hij meerdere malen bekroond of genomineerd voor literaire of poëzieprijzen. Zo ontving hij onder andere de Jan Campertprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Paul Snoekprijs en werden zijn dichtbundels maar liefst drie keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Ook stelde hij bloemlezingen samen van moderne Afrikaanse poëzie samen met Antjie Krog, van het werk van Elisabeth Eybers en van het werk van H.H. ter Balkt.

De jury van de P.C. Hooftprijs noemde zijn werk in haar rapport volstrekt oprecht en zonder pretenties en poëzie die zich onderscheidt door een sprankelende veelstemmigheid. Door de P.C. Hooftprijs is mijn kennis van de dichters uit het Nederlands taalgebied weer wat toegenomen en daarom het gedicht ‘En dan stopt het’ uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

En dan stopt het

.

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.
.
De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak –
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:
.
daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.
.
Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

.

Foto: Trouw

De eerste foto van God

Cees Nooteboom

.

Pas geleden was ik in het GEM, het museum voor actuele kunst in Den Haag en in een van de tentoonstellingen, een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Eddy Posthuma de Boer, hing een foto van hem met daarbij een gedicht. Het betrof hier het gedicht ‘De eerste foto van God’ van Cees Nooteboom.

Dit gedicht en deze foto verschenen voor het eerst in het tijdschrift Avenue, in het september nummer van 1982. Avenue was een Nederlands modetijdschrift opgericht in oktober 1965 en het heeft bestaan tot 1994. Het was een glossy, geïnspireerd op het toonaangevende Parijse modeblad Vogue. De bedenker was Joop Swart, een van de grondleggers van World Press Photo. Hij werd ook de hoofdredacteur.

Ik herinner mij de Avenue als een mooi vormgegeven, voornaam en stevig magazine waar inderdaad de fotografie belangrijk was maar waar ook ruimte was voor reportages, literatuur en poëzie. In dat magazine verscheen dus de foto van Eddy Posthuma de Boer waarbij dichter/schrijver Cees Nooteboom het gedicht ‘De eerste foto van God’ schreef.

.

De eerste foto van God

.

Zo zag ik eruit na die eerste dag
Ik alleen met mijn stenen van steen.
Ik alleen met mijn luchten van lucht.

.
Dat was de dag waarop ik nog gelukkig was,
de aarde nog woest en ledig.
Pas daarna schiep ik de bomen,
de dieren, het leger en die fotograaf.

.
Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping,
ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
hij met zijn oog als een spiegel op mijn stenen van steen,

.
en verder niets.

.

Twee kerkhoven

Dichter van (de rest van) de maand

.

Ik lees in de bundel ‘Voor het onweer’ van de Duitse dichter Michael Krüger in vertaling van Cees Nooteboom uit 2012, en ik kom tot de conclusie dat ik zijn poëzie bijzonder krachtig en mooi vind. Reden om Krüger de rest van de maand augustus dichter van de maand te maken. Dus de komende zondag een gedicht van zijn hand op dit blog.

Vandaag het gedicht ‘Twee kerkhoven’, een niet heel verrassende keuze voor mensen die mij een beetje kennen. Kerkhoven zijn om meerdere reden plekken waar ik graag kom; om de rust en stilte, als plek van bespiegeling en beschouwing en om de cultuurhistorische waarde, kerkhoven zijn ook altijd een weerspiegeling van een tijd en een cultuur. Sommige zijn sober en ingetogen en andere zijn uitbundig en vol ‘leven’. Kruger beschrijft dit prachtig in onderstaand gedicht. Bezoek maar eens een willekeurige begraafplaats buiten Nederland of zelfs in een ander deel van Nederland en je begrijpt wat ik bedoel.

.

Twee kerkhoven

.

Vandaag ben ik langs twee kerkhoven gekomen.

Het ene lag afwijzend onder de gloeiende zon

en zei met al zijn  houten kruisen: Nee!

Het andere prees zich aan met duizendhandige ahorn

en vogelgezang voor zijn gepolijst marmer.

Ik kon niet kiezen. Voor alle twee viel veel te zeggen.

Ook de doden konden me niet verder helpen,

vergeten dichters en scheikundeprofessoren,

hun gespeelde ernst verwarde me.

Toen voelde ik het potlood in mijn jaszak,

mijn vriend op alle reizen, en ik maakte me klein

en verdween.

.

                                                                             Begraafplaats in Sighișoara, Transsylvanië  (Roemenië) Foto: WvH

Goedlachs

Dewi de Nijs Bik

.

Lezend in ‘Grenzenloos’ kom ik namen van dichters tegen die ik nog niet ken. Zoals Dewi de Nijs Bik (1990). de Nijs Bik is literair freelancer, schrijver en interviewer. Ze houdt sinds 2012 diepte-interviews voor Moesson, hét Indisch maandblad. Haar proza en poëzie verschenen in DW B, Kluger Hans, Extaze, op Hard//hoofd en in de bundel van de Turing Gedichtenwedstrijd 2017. Ze droeg onder meer voor op Oerol, tijdens Dichters in de Prinsentuin en op het Dichtersbal.

In de bundel ‘Grenzenloos’ is van haar het gedicht ‘Goedlachs’ opgenomen.

.

Goedlachs

.

Als de aardappels niet willen garen

spreekt zij ze toe

.

alsof het haar kinderen zijn, losgetrokken

lavendel wordt potpourri in schaaltjes

door het huis verspreid

.

ze redt wat er te redden valt, schraapt vlinders

van de vensterbank

.

heeft de bloemen leren nemen zoals gegeven

door de grond

.

                                                                                                                                                                      Foto: Marianne Hommersom

Dichterswebsite

Martin Wijtgaard

.

Toen ik met de rubriek ‘Dichterswebsites’ begon was Ariel Alvarez de eerste die reageerde. Hij opperde de website van Martijn Wijtgaard (1971) op te nemen in deze rubriek. Nu ken ik Martin al vele jaren. We stonden samen op het podium van Reuring, hij stond op het podium van Ongehoord! en ik herinner mij een avond in Amsterdam, in de kelder van een kroeg bij West Going Underground, een initiatief van Martin waar ik mocht voordragen. Ook was hij een van de dichters die meeging met de toer van de Poëziebus in 2016.

De website van Martin http://martinwijtgaard.blogspot.com is zeer de moeite waard van het bezoeken. Als je Martin als mens en als dichter wat beter wil leren kennen kun je hier je hart ophalen. De site is donker (zwarte achtergrond) en voor wie Martin een beetje kent past dit helemaal bij hem. De rubrieken op zijn website zijn duidelijk aangegeven: Labels, columns, gedichten, geluid en beeld, nieuws, plaatjes. Maar er is ook een korte biografie van hem te lezen en er is de rubriek ‘Gepasseerde Stations, een enorm lange lijst van data en plaatsen waar hij zijn poëzie voordroeg. Opvallend daarbij is dat hij een vaste gast is van de Eijlders Dichtmiddag. Maar er staat ook een blogarchief op zijn website waar heel veel te lezen is over zijn poëzie, zijn voordrachten, de bundels (zoals zijn meest recente bundel ‘Waar je voor zilverlingen niks kunt kopen’) die van hem zijn uitgegeven en zijn poëzie. Kortom zeker een bezoekje waard.

Uit de lijst gedichten die er ook te lezen zijn koos ik voor het gedicht ‘Insomnia’ uit 2016, een sonnet over slapeloosheid in een typerende Wijtgaardstijl.

.

Insomnia

.

De angsten waar je niet bij stil wilt staan,
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
.
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.

.

                                                                                                                             Foto: Marije Hendrikx

 

%d bloggers liken dit: