Site-archief

In de beperking toont zich de meester

Johann Wolfgang von Goethe

.

De waarde van lezen ligt voor mij vooral in het ontdekken van nieuwe werelden, inzichten en verhalen. En natuurlijk geldt dit ook voor het lezen van poëzie. De uitspraak ‘In de beperking toont zich de meester’ kende ik, maar dat deze uitspraak van de Duitse wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) was wist ik dan weer niet.

Dat ik nu weet dat Goethe deze uitspraak deed komt door het gedicht ‘Natuur en Kunst’ of ‘Natur und Kunst’ in het Duits, dat ik las in de bloemlezing ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ De Westeuropese poëzie in honderd gedichten uit 1996. Hierin zijn 100 bekende en/of beroemde gedichten opgenomen die gerekend kunnen worden tot de beste uit vijf West-Europese taalgebieden; het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans. Samensteller Peter Verstegen sloeg geen enkele beroemde dichter over in dit ruim 400 pagina’s tellende overzicht.

Dichters als Dante, Petrarca, Shakespeare, Keats, Baudelaire, Rimbaud, Goethe en Rilke, ze zijn allemaal vertegenwoordigd. De gedichten zijn opgenomen in de oorspronkelijke taal en in een vertaling en voorzien van commentaar door Peter Verstegen. Voor de volledigheid deel ik hier het gedicht ‘Natuur en Kunst’ in de vertaling en in het Duits.

.

Natur und Kunst

.

Natur und Kunst, sie scheinen sich zu fliehen,
Und haben sich, eh’ man es denkt, gefunden;
Der Widerwille ist auch mir verschwunden,
Und beide scheinen gleich mich anzuziehen.

.

Es gilt wohl nur ein redliches Bemühen!
Und wenn wir erst in abgemeßnen Stunden
Mit Geist und Fleiß uns an die Kunst gebunden,
Mag frei Natur im Herzen wieder glühen.

.

So ist’s mit aller Bildung auch beschaffen:
Vergebens werden ungebundne Geister
Nach der Vollendung reiner Höhe streben.

.

Wer Großes will, muß sich zusammen raffen;
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister,
Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.

.

Natuur en Kunst

.

Natuur en kunst lijken elkaar te mijden,

Maar eer je ’t weet komen zij tot elkaar;

Ook mijn afkerigheid is niet meer waar,

Ze lijken mij gelijkelijk te verleiden.

.

Slechts de intentie telt! Zolang wij maar

Eerst aan de kunst een aantal uren wijden

Met geest en ijver, is het geen bezwaar

Als de natuur het hart weer komt bevrijden.

.

Zo is het met cultuur van elke rang:

Vergeefs zullen door niets gebonden geesten

Naar vervolmaking van het hoogste streven.

.

Naar grootheid streven vergt veel zelfbedwang;

In de beperking pas toont zich de meester,

En wetten slechts kunnen ons vrijheid geven.

.

Andy Warhol

Nummer 10

Jabik Veenbaas

.

Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.

Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan  uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.

Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.

Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.

.

de aarde

.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel

of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder

meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw

en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen

.

Wormen

Hans Andreus

.

Vanmorgen hoorde ik op Radio 1 een reportage over een wormenkweker. Wat me opviel was dat wormenkwekers (volgens mij één van de beroepen van de toekomst (veeteeltvervangers, biologische mest) blijkbaar tegen een zelfde wetgeving oplopen als veehouders. Het lijkt me toch van een heel ander slag maar misschien moet hier wettelijk nog iets op worden aangevuld, dat werd me niet helemaal duidelijk.

Wormen zijn de darmen van de aarde schijnt de grote Griekse filosoof en wetenschapper Aristoteles al gezegd te hebben en ik kan het daar erg mee eens zijn. In ieder geval was deze reportage aanleiding voor me om eens te kijken of er een gedicht voor handen was over wormen. En dat is er. Hans Andreus (1926 – 1977) schreef het gedicht ‘De wormen’ en ik nam het uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1995.

.

De wormen

.

Wanneer men liefheeft,

komen de wormen weer,

de wormen met hun kleine koppen,

de wormen van de laffe dood.

.

Niet van de echte dood, de echte

dood is groot en heeft een licht,

een zon in zijn handen,

witte zon, naakte zon, zon zonder tijd.

.

Maar in wat leeft leven de wormen

en vreten van de liefde

en vreten van het goede leven,

de wormen met hun kleine koppen.

.

God, wie, wat je bent

kan mij niet schelen, maar verbrand

de wormen van de laffe dood

en laat ons rustig zijn.

.

 

Klimaatdichters

Yanni Ratajczyk

.

Enige tijd geleden schreef ik al over de klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/een groep dichters en woordkunstenaars die het klimaat aan het hart gaat, die het manifest onderschrijven https://www.klimaatdichters.org/in-woord en waar ik me inmiddels ook bij heb aangesloten. Van de klimaatdichters verscheen pas geleden de bloemlezing ‘Zwemlessen voor later’ klimaatpoëzie. Elke maand wordt er op de website een gedicht van de maand gekozen en deze maand is dat het gedicht ‘3 280 840 ft’ van de jonge Vlaamse dichter Yanni Ratajczyk.

Yanni Ratajczyk (1994) is filosoof, dichter en liefhebber van absurde humor. Hij studeerde in Antwerpen en Leuven en is (poëzie)redacteur bij Deus Ex Machina. Na een liftreis van vier maanden is hij te vinden op diverse literaire evenementen waar hij graag de muren tussen tekst, performance en publiek sloopt.

.

3 280 840 ft 

.

die duizend kilometers tussen ons

laat deze nog weerklinken, weergaloos

ik wantrouw afstand wanneer ze onecht lijkt

zoals ik beducht ben voor gedempt geluid

van ruzies tussen boekenkasten

ben je zover gekomen om de zomer te zien

vergaan tot stof, is dit nu zo vraag je je af

ik heb een scherm zeg ik, ik zal het gebruiken

om de wereld te ontkleden, desnoods zet ik

zwermen vogels in

ze brengen eilanden in kaart, ze laten zien

hoe we stilaan dichterbij drijven

zonder voluit te beseffen

deze verte is geen verte meer

niet langer tussen ons

.

De geboorte van een gedicht

Jaan Kaplinski

.

In het werk van de uit Estland afkomstige (Estisch heet dat dan) schrijver, dichter, filosoof en vertaler Jaan Kaplinski (1941) nemen de natuur en de filosofie een belangrijke rol in. Vooral de filosofie van het Oosten ( zoals het Boeddhisme en het Daoïsme) vormt een inspiratiebron voor hem. Hoewel Kaplinski’s grootste productie ligt op het gebied van de dichtkunst, schrijft hij  ook proza, kinderboeken en theaterstukken.

In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Jäljed allikal’ (Sporen bij de bron) maar hij brak echt door met de bundel ‘Tolmust ja värvidest(Stof en verf) uit 1967. Hierin beschrijft hij met veel metaforen de eenheid tussen mens en natuur en toont hij zich pacifistisch. Vloeiende vrije verzen worden afgewisseld met op rijm geschreven teksten. Hierna publiceerde Kaplinski nog 15 dichtbundels (en vele andere geschriften).

In 1993 verscheen in de reeks Cahiers van de Lantaarn (nummer 60) een keuze uit zijn werk onder de titel ‘De bronmeester van Veskimõisa’. Met een voorwoord van de auteur en in een vertaling van Külli Prosa. Uit deze bundel koos ik het gedicht zonder titel maar met de veelzeggende eerste regel “De geboorte van een gedicht blijft altijd ondoorgrondelijk.” Waarvan akte.

.

De geboorte van een gedicht blijft altijd ondoorgrondelijk.

Soms lijkt het op ontwaken,

hoewel het moeilijk te zeggen is waaruit;

de dag, het leven, de persoon, ‘ik’ – dat alles

is dan als een droom met open ogen

die voor een ogenblik breekt en daartussen

schijnt iets heel toevalligs,

heel nietigs (in de droom natuurlijk): twee stengels

die naast de trap in de wind wiegen, een berkblaadje

voor je voeten op de vloer van de sauna, licht

van opzij vallend door het regenboogvlies van de vrouw,

en daarachter de zwoelte van de nazomer, een verre

donderslag, gillen van buizerds

en de rillende stem van sprinkhanen die

je eigenlijk met niets kan vergelijken. Alle dingen, iedereen

lijken op dat even vreemde als zeer bekende gezicht

dat terugkijkt van de spiegel.

.

 

Mensen zeggen dingen

Pieter Seinen

.

De Arnhemse rapper, dichter en filosoof Pieter Seinen (1989) was in 2016 halve finalist van de NK Poetry Slam, deelnemend dichter van de Poëziebus en hij trad op met ‘Mensen zeggen dingen’. Mensen Zeggen Dingen organiseert Spoken Word evenementen op locatie en festivals. Iedere vorm van woordkunst krijgt bij hen een podium. Ze richten zich vooral op Spoken Word, waarin ze de combinatie zoeken van literatuur, theater, rap, cabaret en improvisatie. Met zijn ritmische, vaak humoristische en cynische teksten en zijn stijl van performen past Pieter Seinen dan ook heel goed bij ‘Mensen zeggen dingen’.

Op de website van Pieter http://www.pieterseinen.nl kun je zijn teksten lezen waaronder deze ‘Leuk dat je werk hebt’ uit begin 2015.

.

Leuk dat je werk hebt

.

De banenmarkt is als een slecht middelbareschoolproject
dat per se gedaan wordt met z’n zessen tezamen.
Met drie personen heb je de taken van echte noodzaak gedaan
dus moet de rest maar enquêtes gaan maken.

De banenmarkt is net een wachtkamer.
Zo van: “Alstublieft een puzzel dat zal u effe vermaken.”
Je hebt mensen met banen om geld te verplaatsen.
Managers managen het aantal managementlagen.

Er zijn mensen met banen om mensen te helpen aan banen,
mensen met banen om je ongevraagd te bellen met vragen.
Zit je net lekker. Pak je bestek van de tafel.
Belt er iemand om over abonnementen te praten.

En als hij dan hard genoeg z’n best heeft gedaan
stap je over naar een firma die hetzelfde maakt.
Leuk dat je werk hebt, maar wat heb je er aan?
Heeft het naast je salaris nog een enkele waarde?

Zonder makelaar kan je appartementen betalen,
zonder reisorganisatie kan je naar plekken toe gaan,
zonder reclame voor fruit is er trek in bananen,
zonder bestuur weet ik best hoe ik pallets opstapel.

Je baan is als etiketten van flesjes afhalen.
Het houdt je bezig maar je kan het net zo goed laten.
Leuk dat je werk hebt, maar wat heb je er aan?
Heeft het naast je salaris nog een enkele waarde?

.

 

Godcomplex

Richard Nobbe

.

Uit Groningen komt de dichter Richard L. Nobbe. Richard is tweedejaarsstudent wijsbegeerte aan de Universiteit van Groningen en dichter. In 2016 was hij één van de dichters die met de Poëziebus door Nederland en Vlaanderen reisde. In zijn poëzie laat hij verschillende aspecten van zijn persoonlijkheid naar voren komen, enerzijds kan men over hem spreken als filosoof en pop-liefhebber, anderzijds toont hij zich een hopleoze romanticus met een cynische kant.  In het gedicht ‘Godcomplex’ dat in de Poëziebusbundel 2016 verscheen komen beide zijden naar voren.

.

Godcomplex

.

Ik las

een verhaal

over een filosoof

die zich met godcomplex

en al

in een vulkaan wierp.

.

Hij overleefde het voorval niet.

.

Ik vraag mij af

of eenieder zo’n vulkaan heeft

of eenieder die hoogmoedt voor de val

zijn hoofd in hete lava dumpt.

.

En ik denk aan

meisjes die zeggen

dat we even moeten praten

en ik voel de hitte in mijn gezicht

ik voel de lava onder mij koken

Blub, blub, blub

.

Het even moeten praten

heb ik overleefd,

maar ik vraag mij af

.

of Kanye West

ook zijn vulkaanmomenten heeft.

.

De Elfenkoning

Johann Wolfgang von Goethe

.

Altijd als ik iets lees over of van Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) moet ik denken aan Boudewijn Büch en zijn dweperige liefde voor deze beroemde Duitse schrijver, dichter, wetenschapper, filosoof, staatsman, natuuronderzoeker en toneelschrijver (dat kon in die tijd nog, zoveel verschillende carrières hebben). Ik denk dat je Büch bewust moet hebben meegemaakt om dit te herkennen.

Dat had ik ook weer toen ik in de hele fijne bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ las welk gedicht Inez Weski had gekozen als gedicht dat haar tot tranen roerde als kind. het betreft hier het gedicht ‘De Elfenkoning’ van Goethe (in een vertaling van Erik Derycke). Of ‘Erlkönig’ zoals de Duitse titel luidt uit 1782.

Ze zegt hierover: “Het gaat over een vader, die te paard met zijn ijlende kind door de nacht rijdt in de ijdele hoop op hulp. Je voelt vooral die wanhoop van de vader, die zijn kind geruststelt, en de onafwendbaarheid van het noodlot.”

.

De Elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Het is een vader met zijn kind.
Hij houdt de jongen vast in zijn arm,
Omklemt hem stevig en houdt hem warm.-

Waarvoor toch ben je zo bang, mijn zoon?-
Voor de elfenkoning, met mantel en kroon;
Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet?-
Mijn zoon, dat is een nevelsliert.-

‘Mijn liefste kind, kom mee met mij!
Zo’n leuk spelletjes spelen wij:
Vol bonte bloemen staat ons strand;
Mijn moeder kleedt ons met goud en kant.’-

Ach vader, ach vader, heb je niet gehoord
Waarmee de koning mij zachtjes bekoort?-
Wees rustig, blijf rustig mijn kind!
In dorre bladeren ritselt de wind.-

‘Ga mee met mij en leer mij kennen;
Mijn dochters zullen jou verwennen,
Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap,
En wiegen en zingen je daarna in slaap.’-

Ach vader, ach vader, kijk ginds naast de baan:
Zie je de koning zijn dochters niet staan?-
Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar;
Het lijken die oude grijze wilgen daar.-

‘Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt;
En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld.’-
Ach vader, ach vader, nu raakt hij me aan!
Elfenkoning heeft mij pijn gedaan!-

De vader huivert, hij rijdt gezwind
Hij houdt in zijn armen het kermende kind,
Bereikt de hoeve ternauwernood;
Het kind in zijn armen was dood.

.

erl_king_sterner

gdv

Kap

Maarten Doorman

.

Maarten Doorman (1957) is filosoof, schrijver, essayist en dichter. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de UvA en doceert hij cultuurfilosofie aan de universiteit van Maastricht. In 1985 debuteerde hij met de bundel ‘weg, wegen’ waarna nog 5 poëziebundels volgden. Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Kap’.

.

Kap

.

Ze braken het bos

af: boom voor boom

gingen ze tegen de grond,

de dennen.

.

Zo klein als ik was

keek ik plotseling

doodgewoon over hen heen.

.

In het nieuwe licht rezen

wijken op, wegen kwamen

en gingen overal; naar toe.

.

Die sloeg ik dan ook in.

De bomen achterna.

.

Doorman

Mignon I

Johan Wolfgang von Goethe

.

Na een week van Ierse dichters dit keer een Duits dichter. En niet de minste. Johan Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) is misschien wel de bekendste en beroemdste Duitse dichter. Behalve dichter was hij staatsman, wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof en natuuronderzoeker, een echte Homo Universalis. Nog steeds is Goethe vooral bekend van ‘Faust’ en ‘Die Leiden des jungen Werthers’. Een in het Duits vertaalde verzameling (Farsi) Perzische gedichten van de soefi-dichter Hafez  inspireerde Goethe tot het schrijven van zijn West-östlicher Diwan, waarvan ‘Erschaffen und Beleben’ van 21 juni 1814 het eerste gedicht was.

Hieronder het gedicht Mignon I in het Duits en in vertaling van Matthias Rozemond.

.

Mignon I


Kennst du das Land, wo die Zitronen Blühn,
Im dunklen Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin,
Möcht ich mit dir, o mein Geliebter, ziehn!

Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin
Möcht ich mit dir, o mein Beschützer, ziehn!

Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier sucht im Nebel seinen weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut,
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut,
Kennst du ihn wohl?
Dahin! Dahin
Geht unser Weg! o Vater, laß uns ziehn!

.

Mignon I


Ken je het land waar de citroenen bloeien,
In donker loof oranjeappels gloeien
Een zwoele wind langs blauwe hemel strijkt,’
Hoog de laurier en stil de mirre prijkt?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, mijn lief, met jou alleen!

Ken je het huis? Op zuilen rust het dak,
De zaal is glanzend, licht het oppervlak.
Marmeren beelden staan en zien mij aan:
Wat hebben ze, arm kind, jou aangedaan?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, beschermd door jou alleen!

Ken je het bergpad steil de wolken door?
Het muildier klampt zich aan het mistig spoor.
In grotten huist het oude draakgebroed.
De rots bezwijkt, verzwolgen door de vloed.
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
Op weg, o vader, laat ons gaan meteen!

.

Fragment uit: Uhrmeister (Künstlerroman)

.

goethe johann wolfgang

 

Met dank aan: http://hetmooistegedicht.blogspot.nl/
%d bloggers liken dit: