Dichter van de maand


Vandaag van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze een gedicht uit zijn verzamelbundel ‘Alle goeds’ uit 2001. In ‘Alle goeds’ zijn drie bundels uit zijn beginjaren opgenomen te weten ‘De allesvrezer’ uit 1997, ‘Sta op en wankel’ uit 1999 en ‘Aan de bruid’ uit 2000.

Afgelopen week zappte ik langs een ietwat vreemde film op televisie en bleef daar hangen door de uiterst amateuristische manier waarop de film gemaakt was. Wat de titel van de film was weet ik eigenlijk niet maar het ging (onder andere) over een futuristische speurder en een soort van agent met een kap over zijn hoofd van textiel met vlekken daarop met de naam Rorschach.

Toen ik in ‘Alle goeds’ aan het bladeren was en ik het gedicht ‘Rorschach’ tegen kwam wist ik welk gedicht ik op zondag ging plaatsen.




Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.

Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.

Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,

de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.



Slechtste poëzie in het universum

Paula Nancy Millstone Jennings


In de, van oorsprong, radio comdey ‘The Hitchhiker’s guide to the Galaxy’ van Douglas Adams, komt de naam voor van Paul Neil Milne Johnstone als zijnde de dichter van de slechtste poëzie in het universum, op de voet gevolgd door de poëzie van de Azgoths of Kria en de Vogons. Johnsone had met Adams op school gezeten en ze hadden zelfs een prijs voor Engels gewonnen met neprecensies over hun eigen gedichten. Toen The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy een hit werd (boeken, graphic novels, film, toneelstuk) verving Adams de naam van Johnstone voor die van het fictieve personage Paula Nancy Millstone Jennings. Paul Neil Milne Johnstone werd later redelijk succesvol in de poëziewereld als redacteur en festival organisator.

Een voorbeeld van een gedicht van Paul dat in alle navolgers aan Paula werd toegewezen:


The dead swans lay in the stagnant pool.

They lay. They rotted. They turned

Around occasionally.

Bits of flesh dropped off them from

Time to time.

And sank into the pool’s mire.

They also smelt a great deal.


Een voorbeeld van hele slechte Vogon poëzie:


See, see the underground sky
Marvel at its big black depths.
Tell me, Amy do you
Wonder why the human ignores you?
Why its foobly stare
makes you feel stiff.
I can tell you, it is
Worried by your huftled facial growth
That looks like
A cheese.
What’s more, it knows
Your prissy potting shed
Smells of grapes.
Everything under the big underground sky
Asks why, why do you even bother?
You only charm noses.


In 2012 werd er in Londen zelfs een Vogon Poetry Slam georganiseerd. Voor de slechtste poëzie of zoals ze daar adverteerden ‘a celebration of Geekery and gut-wrenchingly bad poetry’.



Poëzie en film

Artificial intelligence


Het is alweer even geleden dat ik schreef over films die een gedicht als basis hebben. De film AI, Artificial Intelligence uit 2001 is zo’n film. AI (van regiseur Steven Spielberg) is een film over een robot die een echte jongen wil zijn (zoiets als Pinocchio). Dr. Know (met de stem van Robin Williams) citeert in de film uit het gedicht ‘The Stolen Child’ van William Butler Yeats. (Een slimme referentie in een film die veel van de donkere elementen van een sprookje bevat). Yeats publiceerde dit gedicht in 1889 in ‘The Wanderings of Oisin and Other Poems’. Zijn gedicht is gebaseerd op deze Ierse legende en heeft betrekking op faeries die een kind bedriegen om met hen mee te komen.


The Stolen Child


Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we’ve hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Away with us he’s going,
The solemn-eyed:
He’ll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than he can understand.



Charles Bukowski over Truman Capote

Nuestros amantes


Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar als er in een film een verwijzing zit naar een dichter, een gedicht of iets dat met poëzie te maken heeft, dan ben ik altijd meteen wakker (als ik dat al niet was natuurlijk). Vanuit een niet aflatende nieuwsgierigheid naar alles wat met poëzie te maken heeft wil ik dan ook altijd de fijne details weten. Dit gebeurde me ook weer afgelopen zaterdag. Op Netflix waren we de Spaanse film ‘Nuestros Amantes’  uit 2016 of ‘Our lovers’ zoals de Engelse titel luidt,  aan het bekijken toen de twee hoofdpersonen het ineens hadden over hun favoriete schrijvers Charles Bukowski en Truman Capote. De regelmatige lezer van dit blog weet dat Charles Bukowski één van mijn favoriete dichters is uit het Engelse taalgebied.

In de film werd gesproken over een gedicht dat Bukowski geschreven zou hebben over Capote. Dat ben ik dus gaan uitzoeken. Het betreft hier het gedicht ‘Nothing but a scarf’ dat verscheen in ‘Come on in’ en hoewel het lijkt alsof Bukowski de vloer aanveegt met het schrijverschap van Capote blijkt uit de laatste twee zinnen toch een zekere waardering en respect. 


Nothing but a Scarf


long ago, oh so long ago, when
I was trying to write short stories
and there was one little magazine which printed
decent stuff
and the lady editor there usually sent me
encouraging rejection slips
so I made a point to
read her monthly magazine in the public

I noticed that she began to feature
the same writer
for the lead story each
month and
it pissed me off because I thought that I could
write better than that
his work was facile and bright but it had no
you could tell that he had never had his nose rubbed into
life, he had just
glided over it.

next thing I knew, this ice-skater-of-a-writer was

he had begun as a copy boy
on one of the big New York
(how the hell do you get one of those

then he began appearing in some of the best
ladies’ magazines
and in some of the respected literary

then after a couple of early books
out came a little volume, a sweet
novelette, and he was truly

it was a tale about high society and
a young girl and it was
delightful and charming and just a bit

Hollywood quickly made a movie out of

then the writer bounced around Hollywood
from party to party
for a few years.
I saw his photo again and again:
a little elf-man with huge
and he always wore a long dramatic

but soon he went back to the New York and to all the
parties there.

he went to every important party thereafter for years
and to
some that weren’t very

then he stopped writing alltogether and just went
to the parties.

he drank and doped himself into oblivion almost
every night.

his once slim frame more than doubled in
his face grew heavy and he no longer looked
like the young boy with the quick and dirty
wit but more like an
old frog.

the scarf was still on display but his hats were
too large and came down almost to his
all you noticed was his

the society ladies still liked to drag him
around New York
one on each arm
drinking like he did, he didn’t live
to enjoy his old age.

he died
and was quickly

until somebody found what they claimed was his secret
diary / novel

and then all the famous people in
New York were very

and they should have been worried because when it
was published
out came all dirty

but I still maintain that he never really did know how to
write; just what and
when and about

slim, thin

ever so long ago, after reading
one of his short stories,
after dropping the magazine to the floor,
I thought,
Jesus Christ, if this is what they
from now on
I might as well write for
the rats and the spiders
and the air and just for

which, of course, is exactly what
I did.



Ron Padget en The New York School 


Op Facebook las ik in een stuk van Marja van Rossum over de film ‘Paterson’ van Jim Jarmusch. Nu staat deze film op mijn verlanglijstje van films die ik nog moet gaan zien maar na het stuk van Marja ga ik de film snel zien. In deze film draait het om een buschauffeur die poëzie gebruikt om de alledaagse routine te doorbreken. Uit het stuk van Marja begrijp ik dat poëzie wordt gebruikt van o.a. Ron Padgett zoals ook het gedicht ‘Love Poem’ hieronder. Padget maakte deel uit van de The New York School.

Critici betoogden dat het werk van The New York School een reactie was op de Confessionalist beweging in de poëzie van die tijd (de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw).  De onderwerpen van hun poëzie was vaak licht, gewelddadig of observerend, terwijl hun schrijfstijl  vaak werd omschreven als kosmopolitisch en die van wereldreizigers. De dichters schreven vaak in een directe en spontane manier die doet denken de zogenaamde ‘stroom van bewustzijn’ schrijven, vaak met behulp van levendige beelden. Ze hebben zich gebaseerd op inspiratie uit het surrealisme en de hedendaagse avant-garde kunststromingen, in het bijzonder de action painting van hun vrienden in de kunstscene van New York City zoals Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Dichters die vaak geassocieerd worden met de The New York School zijn John Ashbery, Frank O’Hara, Kenneth Koch, James Schuyler, Barbara Guest, Ted Berrigan, Bernadette Mayer, Alice Notley, Kenward Elmslie, Frank Lima, Lewis Warsh, Tom Savage, Joseph Ceravolo en Ron Padgett.

Van de laatste het gedicht ‘Love Poem’ uit de film ‘Paterson’ (met dank aan Marja van Rossum).


Love Poem


We have plenty of matches in our house.

We keep them on hand always.

Currently our favourite brand is Ohio Blue Tip,

though we used to prefer Diamond Brand.

That was before we discovered Ohio Blue Tip matches.

They are excellently packaged, sturdy

little boxes with dark and light blue and white labels

with words lettered in the shape of a megaphone,

as if to say even louder to the world,

„Here is the most beautiful match in the world

its one-and-a-half inch soft pine stem capped

by a grainy dark purple head, so sober and furious

and stubbornly ready to burst into flame,

lighting, perhaps, the cigarette of the woman you love,

for the first time, and it was never really the same

after that. All this will we give you.”

That is what you gave me, I

become the cigarette and you the match, or I

the match and you the cigarette, blazing

with kisses that smoulder toward heaven.



                                                                             Foto: John Tranter


Gedichten in films

Sophie’s Choice


Het is alweer enige tijd geleden dat ik regelmatig schreef over poëzie in films. Vanaf vandaag zal ik weer wat vaker aandacht besteden aan wat je een ‘gelukkig huwelijk’ zou kunnen noemen. Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar altijd wanneer er poëzie of een gedicht in een film voorkomt luister ik ineens scherper, wil ik weten welk gedicht van welke dichter het hier betreft.

Een gedicht kan ook een heel duidelijke functie hebben in een film, om iets te verduidelijken, om iets van een context te voorzien of om bij te dragen aan de sfeer, het onderwerp of het gewicht van het onderwerp. In het volgende voorbeeld is dit aan de orde. In de film Sophie’s choice leest Kevin Kline in bed het gedicht ‘Ample make this bed’ van Emily Dickinson voor.

Als je kijkt naar de analyse van het gedicht van Dickinson dan begrijp je waarom de regisseur gekozen heeft voor juist dit gedicht.

“This poem is in two contexts, one is that the poet speaks about a sensual moment that she is going to spend with her companion, or is imagining about it, where she wants everything perfect and ready. The way she is paying attention to the small details shows her anticipation about the moment that is yet to come. She wants nothing to disturb her on that day, or ever.”


Hieronder de scene uit de film waarin Kevin Kline het gedicht voorleest aan Meryl Streep (met speciale Spaanse ondertiteling) en de geschreven tekst.

Ample make this bed.
Make this bed with awe;
In it wait till judgment break
Excellent and fair.

Be its mattress straight,
Be its pillow round;
Let no sunrise’ yellow noise
Interrupt this ground.



Met dank aan

Mont Ventoux

Jan Kal


De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielerliefhebbers (als Col van de buitencategorie) en onder de lezers van het gelijknamige boek van Bert Wagendorp (dat inmiddels ook verfilmd is). Minder bekend is het gedicht met deze titel van Jan Kal.

Jan Pieter Kal (1946) is  vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats heeft.

Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waaruit ook dit gedicht is genomen. Hij heeft inmiddels 16 bundels het licht laten zien met ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’ uit 2015 als laatste.


Mont Ventoux


Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,

waar Tommy Simpson nog is overleden.

Onder zo tragische omstandigheden

werd hier de wereldkampioen doodmoe.


Op deze col zijn velen losgereden,

eerste categorie, sindsdien tabu.

Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,

die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.


Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,

de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,

waarvoor ook geldt: bezint eer ge begint.


Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,

de top van deze kaalgeslagen berg:

ijdelheid en het najagen van de wind.




                                                                                                                        foto: Annet Hogenesh


The Waste Land

T.S. Eliot


Vorige week bezocht ik het filmhuis voor de film ‘Problemski Hotel’ naar het boek van Dimitri Verhulst. Een bijzondere film, dramatisch en komisch tegelijk. In deze film citeert de hoofdpersoon Bipul enige keren een aantal zinnen uit het gedicht ‘The Waste land’ van T.S. Eliot (1888 – 1965) en dan met name de regels uit de eerste strofe  ‘April is the cruelest month’. De eerste 7 regels van de eerste strofe bevatten deze regels. In deze regels noemt T.S. Eliot April een wrede maand terwijl wij hier in het Westen April zien als de maand dat de Lente begint.

In dit gedicht spreekt een getormenteerd mens. Een dichter die aan depressies lijdt. In plaats van het mooie nieuwe te zien voelt de dichter hier een pijnlijke opluchting en brengt dit pijnlijke herinneringen bij hem boven. In de rest van het gedicht werkt hij dit (zijn depressie) verder uit. In de film verwijzen deze regels naar de problemen en uitzichtloosheid van de vluchtelingen in de opvang (het Problemski Hotel).

T.S. Eliot droeg dit gedicht op de dichter Ezra Pound. Het gedicht bestaat uit 5 delen. Als je het gehele gedicht wil lezen kan dat op Ik plaats hier het eerste gedeelte.


The waste Land

              I. The Burial of the Dead


 April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.
Summer surprised us, coming over the Starnbergersee
With a shower of rain; we stopped in the colonnade,
And went on in sunlight, into the Hofgarten,
And drank coffee, and talked for an hour.
Bin gar keine Russin, stamm’ aus Litauen, echt deutsch.
And when we were children, staying at the arch-duke’s,
My cousin’s, he took me out on a sled,
And I was frightened. He said, Marie,
Marie, hold on tight. And down we went.
In the mountains, there you feel free.
I read, much of the night, and go south in the winter.


  What are the roots that clutch, what branches grow
Out of this stony rubbish? Son of man,
You cannot say, or guess, for you know only
A heap of broken images, where the sun beats,
And the dead tree gives no shelter, the cricket no relief,
And the dry stone no sound of water. Only
There is shadow under this red rock,
(Come in under the shadow of this red rock),
And I will show you something different from either
Your shadow at morning striding behind you
Or your shadow at evening rising to meet you;
I will show you fear in a handful of dust.
                      Frisch weht der Wind
                      Der Heimat zu
                      Mein Irisch Kind,
                      Wo weilest du?
“You gave me hyacinths first a year ago;
“They called me the hyacinth girl.”
—Yet when we came back, late, from the Hyacinth garden,
Your arms full, and your hair wet, I could not
Speak, and my eyes failed, I was neither
Living nor dead, and I knew nothing,
Looking into the heart of light, the silence.
Oed’ und leer das Meer.


  Madame Sosostris, famous clairvoyante,
Had a bad cold, nevertheless
Is known to be the wisest woman in Europe,
With a wicked pack of cards. Here, said she,
Is your card, the drowned Phoenician Sailor,
(Those are pearls that were his eyes. Look!)
Here is Belladonna, the Lady of the Rocks,
The lady of situations.
Here is the man with three staves, and here the Wheel,
And here is the one-eyed merchant, and this card,
Which is blank, is something he carries on his back,
Which I am forbidden to see. I do not find
The Hanged Man. Fear death by water.
I see crowds of people, walking round in a ring.
Thank you. If you see dear Mrs. Equitone,
Tell her I bring the horoscope myself:
One must be so careful these days.


  Unreal City,
Under the brown fog of a winter dawn,
A crowd flowed over London Bridge, so many,
I had not thought death had undone so many.
Sighs, short and infrequent, were exhaled,
And each man fixed his eyes before his feet.
Flowed up the hill and down King William Street,
To where Saint Mary Woolnoth kept the hours
With a dead sound on the final stroke of nine.
There I saw one I knew, and stopped him, crying: “Stetson!
“You who were with me in the ships at Mylae!
“That corpse you planted last year in your garden,
“Has it begun to sprout? Will it bloom this year?
“Or has the sudden frost disturbed its bed?
“Oh keep the Dog far hence, that’s friend to men,
“Or with his nails he’ll dig it up again!
“You! hypocrite lecteur!—mon semblable,—mon frère!”


September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 - 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 – 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)


Lord Alfred Tennyson


Soms komen werelden bijeen waarvan je misschien niet zo snel verwacht dat ze bij elkaar komen. Dat gevoel kreeg ik toen ik afgelopen week naar de James Bond film Skyfall zat te kijken. M. het grote opperhoofd van de 00 agenten, citeert tijdens een ‘hearing’ door de,  voor haar verantwoordelijke,  minister een strofe uit het gedicht ‘Ulysses’ van Lord Alfred Tennyson.

Het is overigens niet de eerste keer dat dit gedicht redelijk prominent in een film voorkomt. Al eerder was het te horen in Dead poets society, maar dat is een film (qua titel en inhoud) waar je een dergelijk gedicht eerder verwacht dan in een actiefilm.

Het gebruik van deze strofe sluit echter heel mooi aan bij waar het in deze scene van de film omgaat. Hoewel Ulysses en zijn zeemannen niet meer zo sterk zijn als in hun jeugd, zijn ze “sterk in wil” en worden ondersteund door hun vastberadenheid om verder “meedogenloos te streven, te zoeken, te vinden, en niet toe te geven”.




It little profits that an idle king,

By this still hearth, among these barren crags,

Matched with an aged wife, I mete and dole

Unequal laws unto a savage race,

That hoard, and sleep, and feed, and know not me.

I cannot rest from travel;

I will drink Life to the lees.

All times I have enjoyed

Greatly, have suffered greatly, both with those

That loved me, and alone; on shore, and when

Through scudding drifts the rainy Hyades

Vext the dim sea. I am become a name;

For always roaming with a hungry heart

Much have I seen and known–cities of men

And manners, climates, councils, governments,

Myself not least, but honored of them all,–

And drunk delight of battle with my peers,

Far on the ringing plains of windy Troy.

I am a part of all that I have met;

Yet all experience is an arch wherethrough

Gleams that untraveled world whose margin fades

For ever and for ever when I move.

How dull it is to pause, to make an end,

To rust unburnished, not to shine in use!

As though to breathe were life! Life piled on life

Were all too little, and of one to me

Little remains; but every hour is saved

From that eternal silence, something more,

A bringer of new things; and vile it were

For some three suns to store and hoard myself,

And this gray spirit yearning in desire

To follow knowledge like a sinking star,

Beyond the utmost bound of human thought.

This is my son, mine own Telemachus,

To whom I leave the scepter and the isle,

Well-loved of me, discerning to fulfill

This labor, by slow prudence to make mild

A rugged people, and through soft degrees

Subdue them to the useful and the good.

Most blameless is he, centered in the sphere

Of common duties, decent not to fail

In offices of tenderness, and pay

Meet adoration to my household gods,

When I am gone. He works his work, I mine.

There lies the port; the vessel puffs her sail;

There gloom the dark, broad seas.

My mariners, Souls that have toiled, and wrought, and thought with me,

That ever with a frolic welcome took

The thunder and the sunshine, and opposed

Free hearts, free foreheads–you and I are old;

Old age hath yet his honor and his toil.

Death closes all; but something ere the end,

Some work of noble note, may yet be done,

Not unbecoming men that strove with gods.

The lights begin to twinkle from the rocks;

The long day wanes; the slow moon climbs; the deep

Moans round with many voices. Come, my friends,

‘Tis not too late to seek a newer world.

Push off, and sitting well in order smite

The sounding furrows; for my purpose holds

To sail beyond the sunset, and the baths

Of all the western stars, until I die.

It may be that the gulfs will wash us down;

It may be we shall touch the Happy Isles,

And see the great Achilles, whom we knew.

Though much is taken, much abides; and though

We are not now that strength which in old days

Moved earth and heaven, that which we are, we are,

One equal temper of heroic hearts,

Made weak by time and fate, but strong in will

To strive, to seek, to find, and not to yield.



Met dank aan, en Youtube.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

Jelena Sjvarts


Jelena Sjvarts (1948 – 2010) was een dichteres uit Sint Petersburg die op jonge leeftijd begon met dichten. Haar eerste officiële bundel kon echter pas in 1989 verschijnen. Jelena Sjvarts werd tijdens de periode van de ‘stagnatie’ niet gepubliceerd. Wel was ze bekend in undergroundkringen. Haar gepassioneerde voordrachten waren populair. Ze interesseerde zich voor drama. Ze studeerde theater, muziek en film, en voor haar levensonderhoud vertaalde ze toneelstukken. Sjvarts was een excentrieke, talentvolle dichteres met een flink oeuvre. Haar werken zijn geschreven in dezelfde sfeer als het werk van o.a. Chlebnikov en Koezmin.


De cirkelgang van de tijd in een lichaam


Dit meisje is door iemand grootgebracht,

in haar ogen kabbelt lichtblauw water,

in haar liezen is het donker, splijt de nacht,

en ook een roze sterre staat er.


En in haar hart, hoe laat zou het daar zijn?

Ergens tussen wolf en hond.

Kobalt en schemerig golft het satijn

daar waar een naald het centrum wondt.


In haar hoofd begroet een tuin het wonder

van weer een nieuwe dageraad,

maar in haar nek gaat rood de zon al onder

en nacht kruipt in haar ruggengraat.


Uit: Optima, 1997 (vertaling Peter Zeeman)



%d bloggers liken dit: