Site-archief

Kerstmis 2017

Charles Bukowski

.

Eerste Kerstdag 2017. Geen betere datum om een gedicht van één van mijn favoriete dichters/schrijvers Charles Bukowski te plaatsen. En wel omdat het gedicht ‘some kind of nut’ het gevoel weergeeft van verschillende mensen die ik ken, die eigenlijk niet kunnen wachten tot de kerstdagen weer voorbij zijn. Juist voor die mensen, en omdat alle andere mensen die wel van de kerstdagen houden al volop aan bod en in beeld komen en voorzien worden van elke mogelijke vorm van kerstfeest, het gedicht van Bukowski.

.

Met dank aan Karen Bertrams
Advertenties

My love

E.E. Cummings

.

Het is alweer even geleden dat ik één van mijn absolute favoriete dichters in een gedicht met jullie deelde, daarom vandaag weer een prachtig gedicht van E.E. Cummings.

.

My love

my love
thy hair is one kingdom
the king whereof is darkness
thy forehead is a flight of flowers

thy head is a quick forest
filled with sleeping birds
thy breasts are swarms of white bees
upon the bough of thy body
thy body to me is April
in whose armpits is the approach of spring

thy thighs are white horses yoked to a chariot
of kings
they are the striking of a good minstrel
between them is always a pleasant song

my love
thy head is a casket
of the cool jewel of thy mind
the hair of thy head is one warrior
innocent of defeat
thy hair upon thy shoulders is an army
with victory and with trumpets

thy legs are the trees of dreaming
whose fruit is the very eatage of forgetfulness

thy lips are satraps in scarlet
in whose kiss is the combinings of kings
thy wrists
are holy
which are the keepers of the keys of thy blood
thy feet upon thy ankles are flowers in vases
of silver

in thy beauty is the dilemma of flutes

thy eyes are the betrayal
of bells comprehended through incense

.

Dichter van de maand

Antoinette Sisto

.

Vandaag op deze zondag, de dag van de dichter van de maand oktober Antoinette Sisto, een gedicht uit haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’. Opnieuw een gedicht waarin de dood een prominente rol speelt. Wanneer ik het lees gaan mijn gedachten terug naar die mooie zaterdag, 4 februari van dit jaar in Perdu, toen ze vol trots en met de mensen die ze liefhad, haar vriend en haar moeder, deze bundel presenteerde en nog niets wees op de dramatische gebeurtenissen en zwakke gezondheid later dit jaar die tot haar overlijden hebben geleid.

.

Vloedlijn

.

Met de tijd zal alles verdwijnen

de zee die de gedachte aan jou kan zijn

de zee van tijd

die een woord wordt

om te herinneren

.

het koor in de branding

dat geen stem

van betekenis durft te zijn.

.

Met de tijd zal ieder lichtschip

aan de kim dat de radar aangeeft

een vergissing

van het bijziend oog blijken

zoals toen jouw woord op slag

in de golven verdween.

.

En zelfs als ik aan je terugdenk

aan hoe je het zei

hoe het zong uit jouw mond

als een zee oneindig

en zonder tastbare tijd

.

zal er ergens nog

een zee zonder jou zijn

het tij dat een van ons bijblijft

een van ons in zich verliest.

.

Rita Mae Brown

Gedichten

.

Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.

Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives,  filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.

Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.

Uit deze bundel een aantal gedichten.

 

.

For Those of Us Working For a New World

The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.

The Woman’s House of Detention

Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.

A Short Note for Liberals

I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.

The Bourgeois Questions

“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”

“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”

A Song for Winds and My Vassar Women

Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.

.

Mannen

Maria Barnas

.

Ik kwam dit gedicht tegen van Maria Barnas. Het is gepubliceerd in de bundel ‘Twee zonnen’ uit 2003 en het sprak me op meerdere niveaus aan. Daarbij ben ik gek op radijsjes, (hoe futiel kan een aanleiding zijn om een gedicht te delen?) dus daarom hier het gedicht ‘Mannen’.

.

Mannen

.

Ik denk aan de man die ik liefhad.
Heb ik hem lief?
Hoeveel angsten zijn dat?

Onze borden raakten leger
En aan de rand ligt een bloem, gesneden
uit radijsjes. Een klein uitbundig leven.

Niet om te eten, weet hij.

.

Aan een dode

A. Roland Holst

.

Vandaag had ik zin in een gouwe ouwe dichter en ik heb gekozen voor A. Roland Holst. Uit de bundel ‘Omtrent de grens’ uit 1960 het gedicht ‘Aan een dode’.

.

Aan een dode

.

Schoorvoetend als een luisterende blinde,

van niets meer zeker dan van oud berouw…

kon ik de dood in het verleden vinden,

ik wist wel waar ik sterven zou.

.

Maar ook al is voorbij, zolang mijn vezels

haar onderhorig blijven, nooit voorbij,

het graf gunt, zo bezetenen als kwezels,

geen weg terug, geen pad terzij.

.

En toch – als ik aan ’t raam de najaarswinden

beluister, smacht ik, luisterend naar jou,

de dood in ons verleden nog te vinden,

waar ik ook sterven zou.

.

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Vasalis

.

In de afgelopen jaren schreef ik al vaker over de dichter Vasalis. Ze schreef dan ook prachtige poëzie. Daarom vandaag ook weer een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975 een liefdesgedicht met de intrigerende titel ‘Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen’

.

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.

.

 

vasalis

mv

Sterke werkwoorden

Hans Dorrestijn

.

Dichter van de maand februari is Hans Dorrestijn. Omdat het thema van de poëzieweek nog nagalmt heb ik voor deze dichter gekozen, Dorrestijn weet als geen ander de wrang-humoristische toon te raken. Op Wikipedia staat te lezen dat Hans Dorrestijn (1940) een Nederlandse tekstschrijver, vertaler, schrijver en cabaretier is, met een typische zwartgallige stijl. Vreemd genoeg ontbreekt het woord dichter in de opsomming terwijl hij toch wel degelijk poëzie geschreven heeft. Misschien omdat hij vooral bekend is als cabaretier en liedjesschrijver dat dit deel van zijn oeuvre wat onderbelicht is.

Daar komt dus nu verandering in. Op elke zondag in februari zal ik een gedicht van Dorrestijn plaatsen. Vandaag het gedicht ‘Sterke werkwoorden’ en vooruit nog een klein gedicht ‘Havenstad’uit zijn bundel ‘de liefde wandelt vreemde wegen’ nieuwe liedjes en gedichten voor volwassenen uit 1997.

.

Sterke werkwoorden

.

Ik rook niet meer, ik drink niet meer

en doe aan gymnastiek.

Ik  smook niet meer, ik spook niet meer

en lees de encycliek.

.

Vroeger was het andersom

toen leefde ‘k niet zo braaf.

Toen rookte ik en drinkte ik

en klonk de pornograaf…

.

.

Havenstad

.

Somber wachtend op perron elf

van Rotterdam Centraal

lijk ik het meeste op mezelf

van jullie allemaal.

.

hd

Dichter van de maand Januari

Hagar Peeters

.

Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.

.

Je bewoont al jaren

.

Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.

Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.

Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie

en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.

Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont

ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.

.

ggodlv

%d bloggers liken dit: