Site-archief

Impasse

M. Nijhoff

.

Nieuwe gedichten kunnen ook uit 1962 komen. Of uit 1934. De bundel ‘Nieuwe gedichten’ werd voor het eerst gepubliceerd in 1934 en mijn exemplaar is uit 1962 (achtste druk) en nog steeds, zelfs na 85 jaar zijn het nog steeds Nieuwe gedichten. Ik maar daar nu een grap over maar voor wie de gedichten van Martinus Nijhoff voor het eerst leest zal zeker de sensatie voelen van nieuwe gedichten. Want ook na al die tijd heeft de poëzie van Nijhoff nog steeds niets aan kracht verloren. Zo blijkt ook uit het sonnet uit deze bundel getiteld ‘Impasse’.

.

Impasse

.

Wij stonden in de keuken, zij en ik.

Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.

Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag

wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,

en de kans hebbend die ik hebben wou

dat zij onvoorbereid antwoorden zou,

vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

.

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,

haar hullend in een wolk die opwaarts schiet

naar de glycerine door het tuimelraam.

.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan

druppelend water op de koffie giet

en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

.

Advertenties

In het licht van het huidige tijdgewricht

Jules Deelder

.

Het aardige van sommige titels van gedichten is dat ze nooit verouderen of niet meer actueel zijn. Kijk naar het gedicht van Jules Deelder ‘In het licht van het huidige tijdgewricht’ gepubliceerd in de bundel ‘Transeuropa’ in 1995. Het tijdsgewricht van de jaren ’90 is zo anders dan het ‘huidige’ tijdgewricht (de jaren ’10) en toch kan de titel nog altijd gelden. En wanneer je dan het gedicht leest blijkt dit ook nog eens tijdloos te zijn.

.

In het licht van het huidige tijdgewricht

.

Te leven in een tijd
Waar niets meer waarde
Heeft dan geld is als
Boksen in de hel zonder
Helpers en zonder bel
.
Je stoot je leeg en in-
Casseert zonder één de-
Conde rust want voor je
Het weet is het gebeurd
En zit je op je reet
.
De strijd is zwaar en
Zonder zin want uitein-
Delijk is er maar één
Die gaat strijken met
De winst en dat is Hein
.
Dus boks gerust maar
Vergeet nooit dat wie
Het ook is je altijd met
Je tegenstander in het-
Zelfde schuitje zit

.

Charles Bukowski

De poëzie lezing

.

Ik heb op dit log al veel en vaak een gedicht of een stuk over één van mijn favoriete dichters Charles Bukowski gedeeld. Dus waarom in deze vakantie periode niet nog een. Daarom hier het gedicht ‘The Poetry Reading’ een heerlijk, tikje vilein maar eerlijk gedicht over het voordragen van gedichten.

.

the poetry reading

.

poetry readings have to be some of the saddest
damned things ever,
the gathering of the clansmen and clanladies,
week after week, month after month, year
after year,
getting old together,
reading on to tiny gatherings,
still hoping their genius will be
discovered,
making tapes together, discs together,
sweating for applause
they read basically to and for
each other,
they can’t find a New York publisher
or one
within miles,
but they read on and on
in the poetry holes of America,
never daunted,
never considering the possibility that
their talent might be
thin, almost invisible,
they read on and on
before their mothers, their sisters, their husbands,
their wives, their friends, the other poets
and the handful of idiots who have wandered
in
from nowhere.
.
I am ashamed for them,
I am ashamed that they have to bolster each other,
I am ashamed for their lisping egos,
their lack of guts.
.
if these are our creators,
please, please give me something else:
.
a drunken plumber at a bowling alley,
a prelim boy in a four rounder,
a jock guiding his horse through along the
rail,
a bartender on last call,
a waitress pouring me a coffee,
a drunk sleeping in a deserted doorway,
a dog munching a dry bone,
an elephant’s fart in a circus tent,
a 6 p.m. freeway crush,
the mailman telling a dirty joke
.
anything
anything
but
these.

.

De vereffening

Bart Chabot

.

Uit de (20ste!) dichtbundel van Bart Chabot (1954), ‘Hosanna dagen’ uit 2018 het gedicht ‘De vereffening’.

.

De vereffening

.

Ik had mijn vader een kwarteeuw niet gezien
laat staan gesproken
nu zocht ik hem op in het verpleeghuis
weldra zou hij sterven

via via had ik gehoord dat het niet goed ging
met degene die zich mijn vader noemde
en na ampel beraad
(zou ik wel, zou ik niet
wie schoot er wat mee op?)
zette ik de eerste stap
tenslotte woonde hij in een tehuis
bij mij om de hoek, geen ten minuten lopen
dat maakte die eerste stap wel zo makkelijk
zo’n opgave was het niet, een bezoekje,
qua afstand – de berken
beefden als skeletten langs de oprijlaan“““`

 

Hij was dement, was me gezegd
sprak wartaal
en herkende niets en niemand,
was me verteld
ik moest vooral nergens op rekenen
dan viel het alleen maar mee
maar toen ik op de begane grond de zaal in liep
herkende hij me meteen

het was een week na kerst
het nieuwe jaar stond in vol ornaat op de drempel
ik kampte met goeie voornemens
dat kun je hebben, soms
misschien speelde dat onbewust mee bij mijn komst –
hij zat in een rolstoel

– dag pap – zei ik
en legde een hand op zijn schouder
ik voelde zijn sleutelbeen
een dun, teer, broos stukje bot
dat zich eenvoudig verpulveren liet
hij was geen partij voor mij –
de rollen waren omgedraaid
hij keek naar me op
en begon te huilen

– dag pap – herhaalde ik
hij keek naar zijn loze schoot
en begon harder te huilen, mijn vader
er was iets misgegaan, leek hij
te beseffen
ergens onderweg,
iets wat niet meer te repareren viel

door zijn tranen heen
staarde hij me hopeloos aan
met hopeloze ogen
er was iets onherstelbaar misgegaan,
besefte hij, maar wat en hoe en waar?
– dag pap –
meer viel er niet te zeggen

buiten werd het donker, zag ik
de bomen liepen dicht
ik moest maar eens op huis aan
en dat vertelde ik hem ook
maar ik geloof niet dat hij me hoorde
of dat de boodschap tot hem doordrong
voor het raam zwaaide een twijg
me namens hem alvast uit
– dag pap-

alles bij elkaar duurde mijn bezoek
nog geen halfuur
langer was ook niet nodig
we wisten dat we elkaar niet meer zouden zien
en dat hoefde ook niet:
het onzegbare was gezegd,
het verzwegene verzwegen

toen ik wegging liet ik hem achter in de zaal
bij de andere stakkerds
met een slabber voor, ze gingen eten
maar zonder helpende hand lukte dat niet
dan liep, gleed en druppelde het meeste ernaast
hoogste tijd om te gaan, ik hoefde
niet alles te zien en niet alles te weten
sommige zake liet je beter rusten

bij de drempel keek ik nog één keer om
voor het laatst
– dag pap –
in de rolstoel zat een wrak

.

Laat

T. van Deel

.

Uit de bundel ‘Strafwerk’ uit 1969 van T. van Deel het vakantiegedicht ‘Laat’. Een gedicht in de vorm van een herinnering waarbij aan het einde van het gedicht ineens de dichter reageert vanuit het moment dat hij het gedicht schreef.

.

Laat

.

Op warme zomeravonden

als het laat nog licht was

zaten we in de tuin en mocht ik

langer opblijven omdat slapen niet ging.

Ik ving sprinkhanen

en stopte die in mijn moeders nek.

Dikwijls stond een buurman

over het hekje geleund te praten.

Het scheen grappig te zijn

want er werd gelachen –

dat hoor ik voor het eerst.

.

Martin Bril

In de spiegel

.

Uit de bundel ‘Minder is meer’ verzamelde gedichten van Martin bril uit 2011 het gedicht ‘In de spiegel’. Je ziet het gedicht gewoon voor je.

.

In de spiegel

.

Kilometerslang

Een echtpaar

In een witte Corsa

Zij met het gezicht

Afgewend

Het lichaam

Tegen de deur

.

Hij met twee handen

Aan het stuur

.

Tussen hen in

Een forse

Herdershond

De tong uit de bek

.

Archeoloog

Riekus Waskowsky

.

Uit de bundel ‘Tant pis pour le clown’ uit 1966 van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) waarvoor hij in 1968 de  Alice van Nahuys-prijs won, het gedicht ‘Archeoloog’.

.

Archeoloog

.

Hij is niet gelukkig, nu langzaam,

na jaren voorbereiding, zijn handen

de bedolven stad bevrijden.

.

Kranten en vakbladen

zullen over zijn vondsten juichen

maar hij is niet gelukkig.

.

Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven

dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.

.

1200 jaar voor christus sterft hij dan

bij de verwoesting van Mycene.

.

Staart

Remco Ekkers

.

Dit jaar verscheen van dichter, essayist en prozaschrijver Remco Ekkers (1941) de dichtbundel ‘De secretarisvogel schrijft’. In deze bundel observeert en fantaseert Ekkers over dieren, vaak in relatie tot mensen. Zoals in het gedicht ‘Staart’.

.

Staart

.

Mijn moeder is vroeger een poes
geweest, denkt ze wel eens, ze wil
haar staart terug, een zachte lange

staart die door een gaatje in haar rok
of broek naar buiten komt en die ze
om haar middel kan slaan of laten

hangen om ermee te spelen en anderen
te plagen. Het lijkt me heerlijk, zegt ze
om op die staart te zitten, hem tussen

mijn tenen zachtjes te knijpen, sierlijk
over de grond te slepen, dingen te laten
doen waar ik me nu nog voor schaam.

.

Er is een hemel

Hubert van Herreweghen

.

Uit de bundel ‘Gedichten IV’ van Hubert van Herrewegen uit 1967 het gedicht ‘Er is een hemel…’.

.

Er is een hemel…

.

Er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Ik die mijn leven heb gemeten,
zijn diepte hoogte lengte breedte,
zijn zorg, zijn dagelijks gekwel,
niets weet ik dan wat ik geweten
altijd en ‘k weet het al te wel:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Al kan ik het een uur vergeten
bij haar zachte lijf, bij wijn en spel,
in Brabant in een bos gezeten,
hij die ik voed onder mijn vel
met adem, gulzige drank en eten,
de dood, zijn etter in ’t gezwel,
krijzelt en maant: niets is van tel
dan wat gij altijd hebt geweten:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.

.

Florence

Dick Hillenius

.

Van Dick Hillenius (1927 – 1987) het gedicht ‘Florence’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991.

.

Florence

.

rose als een openliggende huid
en even warm
en toegankelijk misschien voor te velen
zoals bloemen openliggen
met maar één doel
verleiden, bevrucht te worden

.

%d bloggers liken dit: