Site-archief

Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd

Daniël Dee

.

Op zondag 7 juli droeg hij gloedvol voor op het Zomerpdoium van Ongehoord! in de Jacobustuin,  uit zijn nieuwe bundel ‘Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd’ en vandaag wil ik hier een gedicht uit delen. De titel van deze bundel (het is een mondvol dat geef ik toe maar ja daar heb ik nu eenmaal voor gekozen) komt van zijn dochter. De dochter van Daniël is volop bezig met stickerboeken met teksten en daar is het idee uit geboren om een dichtbundel uit te geven zonder titel. Dat is te zeggen, je mag zelf de titel kiezen.

Ik had natuurlijk voor ‘Weekdier’ of ‘Zoveel te doen’ kunnen kiezen of voor een wat zakelijker titel als ‘Alinea uit de notulen van de dertiende bijeenkomst van het geheime genootschap van coïtofoben’ maar ik weet niet wat Coïtofoben zijn dus is het de Chinese buurman geworden. Interessant is natuurlijk te onderzoeken welke titels er zoal gekozen zijn, welke favoriet zijn en welke echt nooit gekozen worden. Misschien dat Daniël Dee daar eens een klein onderzoekje naar kan starten.

Hoe dan ook, de bundel bevat weer veel te genieten. De ‘stem’ van Daniël Dee klinkt niet alleen door in de titels van de gedichten maar zeer zeker ook in de inhoud en de vorm van de gedichten. Absurdistisch, humoristisch droog, persoonlijk, met zelfspot, direct, Rotterdams zou ik zeggen. Opnieuw een bundel van zijn hand die ik met veel plezier aan het lezen ben.

En de stickers voorin van de titels die ik niet gekozen heb? Misschien geef ik die aan iemand met een stickerboek, of plak ik ze op bundels waarvan ik de titel minder spannend vind. Nu hier het titelgedicht van (mijn) de bundel.

.

onze chinese buurman werd vroeger ching-kong-presley genoemd

omdat hij een vetkuif had en elvis adoreerde

.

nu zou dat niet meer kunnen

nu zou dat racisme heten

.

iedereen had een bijnaam bij ons in de buurt

.

onze buurman had een struise vrouw

ze was heel blond heel groot en heel dik

.

mijn vader noemde haar een aangespoelde potvis

.

het was een publiek geheim

dat hij van haar hield om de kinky seks

.

ik wist nog niet eens wat normale seks was

.

elke ochtend voor hij op zijn zündapp naar de fabriek croste

nam hij een neut en na zijn werk ging hij verder met drinken

.

kwade tongen beweren dat hij aan de lopende band dronk

.

op een dag was de struise buurvrouw ineens zwanger

niet veel later was ze vertrokken

.

daarna ging het niet meer met ching-kong-presley

zijn vetkuif dunde uit en soms hoorde ik hem schreeuwen in de nacht

.

en toen werden we europees kampioen

.

 

Advertenties

Don Juan Lul

Lévi Weemoedt

.

Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.

In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”

.

Don Juan Lul

.

‘k Kan niet lezen en niet schrijven.

‘k ben de langzaamste in vlijt.

Maar het allerdroevigst ben ik

in sociale vaardigheid.

.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!

Sta ik voor een mooie meid,

ach, dan schiet mij slechts te binnen

dat ik dood wil. Heel de tijd.

.

Twee uitspraken over poëzie

Herman de Coninck

.

Wanneer ik voor mijn boekenkast sta valt mijn oog regelmatig op ‘de gedichten’ van Herman de Coninck. Ik blader dan meestal door deze dikke bundel en lees er wat gedichten uit. En een enkele keer, zeker wanneer ik al enige tijd niet meer over deze fantastische dichter heb geschreven dan plaats ik hier een gedicht van hem. Zo ook vandaag. Uit het hoofdstuk ‘Nagelaten gedichten’het gedicht ‘Twee uitspraken over poëzie’.

.

Twee uitspraken over poëzie

.

Poëzie is niet noemen, maar

wat bijen na uren rondzoemen

boven dahlia’s, of Glenn Gould over partituren

.

valszingend, er naast neuriënd, meenemen.

Wat een vrouw van verte weet

die ramen heeft staan zemen.

.

Maar poëzie is ook een poes die over een toets of tien,

voorzichtig, van een piano is gelopen

en omkijkt: heb je dat gehoord, heb je me gezien?

.

Haarlemse Dichtlijn

Frans Terken

.

Al jarenlang wordt er in Haarlem een poëziefestival georganiseerd onder de noemer Haarlemse Dichtlijn. Maar liefst 100 dichters krijgen een plek in één van de plekken in de stad (kroeg, zangvereniging, atelier, wijnbar etc.) en mogen daar drie gedichten voordragen. En dat tweemaal. Nu kun je denken; drie gedichten? Dat is niet veel. Dat klopt maar door het grote aantal dichters is dit het maximaal haalbare. En als je op twee plekken voordraagt kun je dus 6 gedichten doen. Het grote voordeel van deze opzet is de interactie met andere dichters en door de bekendheid die de Haarlemse Dichtlijn inmiddels heeft is er altijd veel publiek aanwezig.

Gisteren mocht ik ook mijn gedichten voordragen. In Wijnlokaal Louwtje en in de prachtige zaal van Zang & Vriendschap, beide malen voor flink aantal mensen. De Haarlemse Dichtlijn eindigt altijd met een samenkomst bij café Koops en daar waren heel veel dichters en bekenden aanwezig. Een compliment voor de uitstekende organisatie en het hoge niveau van voordrachten op deze mooie dag.

Zelf stond ik twee keer op een podium waar ook Frans Terken stond. Frans ken ik al vele jaren en hij reist regelmatig het land door om zijn poëzie voor te dragen. Zo zal hij ook op 7 juli op het podium van Ongehoord! in de Jacobustuin acte de presence geven en ook op ‘Ssssttt Geheim’ op 6 juli in Den Haag (waar ik ook sta) kun je hem zien en horen. Frans schrijft regelmatig op zijn blog https://fransterken.blogspot.com/ en vandaag wil ik het gedicht dat hij gistermiddag bij de Haarlemse Dichtlijn voordroeg en tevens in de festivalbundel staat, met jullie delen.

.

Onder ogen

.

Bij binnenkomst sta ik oog in oog

met de glazen bollen van Maria B.

in een roes beginnen ze te spreken

proberen een woord te zeggen

.

hoe het blijft bij proberen

als ik een kamer verder ga

terwijl zij mij op toonhoogte

meevoert in haar beelden

.

haperend vloeiend stotterend

in proberen blijft steken

alsof er beren op de weg

gaten waarin het woord wegduikt

.

hoe het in de oren kruipt

de ruis van blijven proberen

ogen die keren en draaien

aftastend zich tot me richten

.

tussen stalen sponningen

mij volgen tot op loopafstand

buiten waar het landschap fluistert

.

(Bij TRY-ING, Song for three rooms. Installatie van glazen objecten, Maria Narnbas, Kröller-Müller Museum 2018)

.

Foto: Babs Witteman

Een kleed dat ooit een paard is geweest

Fantoommerrie

.

Hoewel ik de tweede dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld al een tijdje heb liggen was ik nog niet in de gelegenheid er eens voor te gaan zitten en het te lezen. Ik had al wel een paar gedichten gelezen en was al snel tot de conclusie gekomen dat dit weer typisch ‘Rijneveld’ poëzie was; verrassend, ongrijpbaar soms, vol beelden en metaforen. Afgelopen week de bundel eens goed gelezen en ik werd niet teleurgesteld. Heel af en toe deden de lange, pagina vullende gedichten zonder witregels, me denken aan de poëzie van Nyk de Vries maar alleen qua vorm, niet qua inhoud.

Marieke Lucas gaat in ‘Fantoommerrie’ verder waar ze in ‘Kalfsvlies was gebleven, schrijvend vanuit haar leven, haar herinneringen (ongetwijfeld aangevuld vanuit haar grote fantasie) en haar gedachten.  Ik koos voor het titelgedicht dat ik met jullie wilde delen. In dit gedicht komt voor mij ineens Marieke Lucas van nu naar voren waar in veel van de andere gedichten de Marieke Lucas van vroeger aan het woord is.

.

Fantoommerrie

.

‘Bedplassen is hetzelfde als voor je beurt praten omdat er zoveel te

vertellen valt. Vannacht was ze weer de fantoommerrie met een doffe

vacht, niemand die de moeite had genomen haar zo te kleden dat ze beter

.

overeenkwam. Er werd gefluisterd dat je nooit dichter bij iemand kon komen

dan zo, en ze dacht aan de manen die ze waren vergeten op te plakken, ezeltje-

prikje en geblinddoekt voor iedereen, ze was gewoon een houten blok zonder

.

kop of staart. Muziek stond op, iets met dansen aan zee en don’t speak en het

ritme maar niet kunnen ontkomen. Hoe de hand die haar lief was haar benen

uit elkaar schoof in de vorm van een gevarendriehoek waarvan de reflectors

.

het niet meer deden, uitroepteken. Haar colabuik werd verward met vlinders,

ooit iemand zich in een vlinder zien verslikken om daarna te twijfelen over

het evenwicht tussen koolzuurgas en koolzuur, hoe instabiel het hart wordt

.

na de eerste keer langdurig openstaan? In de stallen van haar hoofd briesen

de merries doodleuk en op straat wordt er gesjoemeld met het daglicht, nog

even dit donker, nog even een slotlied. Wanneer ze ontwaakt ligt ze op haar

.

buik op haar matras als een kleed dat ooit een paard is geweest.

.

Het liegend konijn

Serge van Duijnhoven

.

Het Liegend Konijn is een tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu. Twee keer per jaar – in april en oktober – brengt het blad een gevarieerd beeld van onze actuele Nederlandstalige poëzie. Het bevat uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten: uit het nest geroofd, zoals op de website van het tijdschrift te lezen is. Het eerste nummer verscheen in 2003 en elke uitgave is eigenlijk een gedichtenbundel op zich maar dan met gedichten van verschillende dichters. Mooi uitgegeven door Van Haewyck, Leuven & Meulenhoff leest elk exemplaar heel prettig. Je kunt een abonnement nemen op dit tijdschrift (€ 35,- per jaar) of de nummers los kopen (€ 17,50). Met gemiddeld 150 pagina’s is dat een hele mooie prijs voor zoveel poëzie.

Uit het oktober exemplaar van 2005 (jaargang 3 nummer 2) koos ik voor een gedicht van Serge van Duijnhoven. Serge ken ik al heel lang (van lezen) en wat minder lang (van correspondentie). Zo schreef ik in 2014 nog een recensie van zijn bijzondere bundel en cd ‘Vuurproef’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/02/24/dichters-dansen-niet-2/

Uit Het Liegend Konijn koos ik voor zijn gedicht ‘Paragoniet’ (een mineraal met een parelachtige gloed).

.

Paragoniet

.

Er is te weinig weinig. De vergevingsgezindheid

van het niets waarin wij, als we eveneens

niets zouden zijn, zouden passen.

.

Begraaf mijn lot in het stof.

Begraaf mijn lot in perceptie.

Begraaf mijn lot in de handen

.

van een vadsige God

die handelt in de Liefde per opbod:

de aandelenzwendel van Eros.

.

‘Funny how dreams can die…’ zingt Astrud Gilberto

in eem van haar bossanova cantates.

Maar het tegenovergestelde is juist opmerkelijk:

.

‘Funny how dreams can survive…’

De onverbeterlijke neiging van de mens

om te willen geloven in illusies, tegen beter weten in.

.

We zijn aan verschillende onverzoenbare machten

ten prooi. Niets komt terecht. Niets is terecht.

En wat je verdient heeft er niets mee te maken.

.

Bij een overlijden

Leo Vroman

.

Stilstaan bij het overlijden van een mooi en geliefd mens.

.

De ruimte in 

.

Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

,

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

,

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,
en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

,

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

,

De melkweg? Bleek zand
dat traag nadraait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

,

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

.

T. S. Eliot

Gedicht in vertaling

.

Soms lees je een gedicht in vertaling en dan ben je nieuwsgierig naar het origineel. In het geval van onderstaand gedicht van dichter T.S. Eliot ( 1888-1965) las ik eerst de vertaling maar voor wie het Engels machtig is, is het origineel misschien wel te verkiezen. In dit geval het gedicht ‘Aunt Helen’ in een vertaling van Bert Voeten ‘Tante Helen’.

.

Tante Helen

.

Miss Helen Slingsby, mijn ongetrouwde tante,
Woonde in een klein huis bij een deftig plein,
Verzorgd door bedienden ten getale van vier.
Toen zij doodging werd het stil in de hemel
En stil aan haar eind van de straat.
De blinden gingen dicht en de lijkbezorger veegde zijn voeten –
Hij had dit soort dingen meer bij de hand gehad.
Voor de honden werd voortreffelijk gezorgd,
Maar kort daarop stierf ook de papegaai.
De Dresdener klok bleef tikken op de schoorsteenmantel,
En de tafelbediende ging op de eettafel zitten
En hield het tweede meisje op zijn schoot –
Dat altijd zo had opgepast toen mevrouw nog leefde.
.
.
Aunt Helen
.
Miss Helen Slingsby was my maiden aunt,
And lived in a small house near a fashionable square
Cared for by servants to the number of four.
Now when she died there was silence in heaven
And silence at her end of the street.
The shutters were drawn and the undertaker wiped his fee
He was aware that this sort of thing had occurred before.
The dogs were handsomely provided for,
But shortly afterwards the parrot died too.
The Dresden clock continued ticking on the mantelpiece,
And the footman sat upon the dining-table
Holding the second housemaid on his knees –

Who had always been so careful while her mistress lived.

.

 

Help!

Charles Bukowski

.

Op zoek naar iets anders (zo gaat het vaak) kwam ik het gedicht ‘help wanted’ tegen van Charles Bukowski. En omdat ik een groot fan ben van Bukowski en omdat het weer zo’n typisch gedicht dat alleen door hem geschreven had kunnen worden, wil ik het met jullie delen.

.

help wanted

.

divine grace of

circumstance–

the knife is back

again,

my radio sings to me;

drunk, i phone women in distant

places–

I speak, not knowing what I am

saying; I listen, I hear a voice

but when I put the phone down

it’s only a phone

and the walls look at

me.

.

all these women, holy jesus,

all these women everywhere

some of them are pissing

some of them are plotting

some of them are cooking beans

.

holy jesus

send me the one who is pissing

.

I need somebody to pull

the knife out

.

age 20 to 60

no experience necessary

will

train.

.

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

Hans Lodeizen

.

Zeger de Ruiter reageerde op mijn verzoek om dichters te noemen waaraan ik aandacht zou kunnen besteden met de dichter Hans Lodeizen. Nu vind ik Hans Lodeizen een geweldig dichter dus dat doe ik met alle liefde. Lodeizen (1924 – 1950) schreef slecht één dichtbundel ‘Het innerlijk behang’ (en wat nagelaten werk) maar hij verwierf zich desalniettemin een heel eigen plaats in net literaire landschap. Hij had een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied en geldt min of meer als voorloper van de Vijftigers.

Peter Berger schreef over het werk van Lodeizen: Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch’. (Bron: Wikipedia)

.

ik heb mij met moeite alleen gemaakt

.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

.

%d bloggers liken dit: