Site-archief

Voor een onbekende Nederlander

Jos Verstegen

.

In de Volkskrant van 17 september jongstleden stond een groot artikel over meneer B. Hij werd aangetroffen in een woning en bleek al maanden daarvoor overleden te zijn. Waarschijnlijk betreft het de 79-jarige huurder van de woning, meneer B., die een teruggetrokken leven leidde. Niemand weet het zeker: meneer B. had geen kinderen, geen partner en geen vrienden. Het lichaam werd onderzocht, celmateriaal veiliggesteld. Door de verregaande staat van ontbinding kon geen vingerafdruk worden afgenomen. Aanwijzingen voor een onnatuurlijke dood waren er niet. Schrijver Joris van Casteren schrijft in dit artikel vanuit zijn rol als coördinator eenzame uitvaarten. In de Volkskrant doet Van Casteren voortaan regelmatig verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator. Ter introductie het relaas van de meest recente eenzame dode: de excentrieke meneer B. die officieel meneer B. niet is.

Negen eenzame uitvaarten maakte schrijver Joris van Casteren tot op heden mee. Hij is de opvolger van F. Starik (1958-2018), die in Amsterdam de Poule des Doods oprichtte, waarbij een dichter een gedicht schrijft en voorleest tijdens de stille uitvaartdienst van iemand zonder familie, vrienden of bekenden.

Bij het artikel werd het gedicht ‘Voor NN’ geplaatst van Jos Verstegen. Josephus Wilhelmus Johannes (Jos) Versteegen (1956) is dichter, biograaf en vertaler. Hij is ook bekend onder de namen Robert Alquin, Alkwin en Jacob Steege. In 1982 debuteerde hij met ‘Ongrijpbare jeugd’, een lang homo-erotisch gedicht. Hij publiceerde vervolgens een bundeling gedichten onder de titel ‘Het lustprieel’ die voor een groot deel eerder werden gepubliceerd in het Nijmeegse blad ‘Pink’. Hij was jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift ‘De tweede ronde.

.

Voor NN,

.

Daar zat u, in uw eenpersoons kasteel,
uw bolwerk in de buitenwijk, uw donker fort
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Een vrouw die in uw woning kwam,
zij heeft uw benen nog omzwachteld
en laatste woorden aangehoord
over de grote liefde in dit huis:
jasjes van patchwork, met pailletten.

.

Er woonde boosheid in uw straat
die op een dag door muren heen zou breken,
dat wist u zeker, en dan zat u klaar
in glinsterende jasjes, dichtgeknoopt en mooi:
uw harnas in uw eenpersoons kasteel
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Geen kruimel viel er uit de muur,
geen vuist brak door een ruit naar binnen.
Uw stoffen harnas hing nog om u heen.

.

Advertenties

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

Glimp

F. Starik

.

Op de onvolprezen app van Muze (een app voor je telefoon of tablet waarop wekelijks een gedicht geplaatst wordt dat zowel gelezen als beluisterd kan worden) las ik deze week het gedicht ‘Glimp’ van F. Starik en ik moest meteen denken aan een gedicht van Charles Bukowski dat ik ooit plaatste op dit blog (2 maart 2010)  getiteld ‘Girl In A Miniskirt Reading The Bible Outside My Window’.

Hoewel beide gedichten over een andere situatie gaan hebben ze gemeen dat er, door een (oudere) man naar een meisje wordt gekeken zonder dat deze dat doorheeft. In beide gedichten schuilt een zekere melancholie en verlangen. In dit gedicht eindigt Starik echter met het feit dat alles, ook ‘de schoonheid van de jeugd, vergankelijk is terwijl Bukowski positiever eindigt (wat bevreemdend is) met de zinnen “she is dark, she is dark / she is reading about God. / I am God.”

.

Glimp

.

Voorjaar loeide aan.

In de trein naar huis zag ik,

tussenstation, op het perron

een meisje staan en noteerde van

achter mijn raam hoe, terwijl ze

bukte,

een bandje van haar hemdje van een

schouder

losschoot en een ondeelbaar ogenblik

uitzicht op haar blanke borsten bood.

O bloem der jeugd, o schande van

mijn steelse blik, ze bukte en zal

oud en lelijk worden

net als ik.

.

 

muze (1)

Koppig

Mustafa Stitou

.

Stitou (1974) werd geboren in Marokko en groeide op in Lelystad. Hij studeerde geschiedenis en filosofie. Dankzij Remco Campert stond hij in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar werd zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schreef hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei werd voorgedragen.

Hij won in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel ‘Varkensroze ansichten’ evenals de Jan Campert-prijs. Op het Gedichtenbal 2009 werd bekendgemaakt dat Stitou de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam werd als opvolger van Robert Anker. Dit was hij tot 18 mei 2010, F. Starik nam daarna het stokje over.

Uit ‘Mijn gedichten’ het gedicht ‘Koppig’ dat doet denken aan de neo-dadaïstische procedés die J. Bernlef en K. Schippers in ‘Barbarber’ in de jaren zestig al toepasten maar ook aan het werk van Vaandrager en Armando uit diezelfde periode.

.

Koppig

.

– En, wat zien we?

– Een konijn natuurlijk!

– Een konijn. En?

– En? Ik zie een konijn.

– En tegelijkertijd een…?

– Konijn zeg ik toch!

– Eend.

– Eend?

– Oren snavel zie je wel?

– Ik zie alleen een konijn.

– En een eend.

– Een konijn!

– Eend!

– Konijn

Konijn, konijn, konijn!

.

eendkonijn

Met dank aan Wikipedia

De Grote Vakantie

F. Starik

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘De Grote Vakantie’ van F. Starik uit 2004, uitgegeven door In de Knipscheer. De bundel bevat behalve 45 gedichten ook een CD met daarop 4 gedichten “verklankt” door Von der Möhlen en Cor Vos en gezongen door F. Starik. De CD bevalt me minder dan de bundel. De gezongen gedichten doen me erg ‘kleinkunstig’ aan. Niks mis mee op zichzelf maar ik persoonlijk vind
ze niet echt iets toevoegen, zoals de CD bij de laatste bundel van Serge van Duijnhoven dat absoluut wel doet.

De bundel met gedichten kan ik echter zeer waarderen. In 6 hoofdstukken en een coda neemt Starik je mee in zijn wereld en poëzie. Soms heel serieus, dan weer heel luchtig en altijd in een frisse taal.

Hieronder twee voorbeelden van een zeer luchtig gedicht en een op het oog luchtig gedicht maar met een serieuze ondertoon.

.

Landjuweel

 

Landjuweel, jaarlijks nazomerfestival

voor ouwe hippies, bewijst in elk geval

zo sprak Diana Ozon luid: ‘roken is niet dodelijk’.

Al zie ik wel bezwaren voor de huid.

 

.

De Grote Vakantie

 

Zo op het oog hier alles

welvaart en gemoedsrust.

Waar de Noordzee loom

haar brede zandstrand kust.

.

Vaders, moeders, kinderen

ze lachen, ze spelen, ze scheppen kastelen

in de tamme vloedlijn. Zou er ooit

volmaakter vrede zijn?

.

Eén van hen zal volgend jaar

niet langer bij ze zijn. Ze onderscheidt zich

al van verre: het dunne, kroezend haar.

.

De zon gaat onder, onbewogen

staan ze in het koude licht.

Niemand maakt bezwaar.

.

starik

Gedichten op vreemde plekken

Deel 65: op een drijvend eiland

.

In het water voor blok 4  (Noordbuurt,  Amsterdam) drijft een eiland. Het is een ‘drijvende-gedichten-kamer’, bedacht door de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani. De dichter F. Starik maakte een gedicht over water en de wind. Het is te lezen bovenop het hekwerk rondom het eiland. Er staan stoeltjes en bankjes waarop je kunt zitten om te picknicken, weg te dromen of te spelen met vrienden. Dat is ook precies de bedoeling van de kunstenaar. Een speciaal plekje waar je even tot rust komt: weg van de drukte van de tram, de auto’s en de rest.

.

%d bloggers liken dit: