Site-archief

Waar is de eerste morgen?

Levende experimentele poëzie in Vlaanderen

.

Van een vriendin kreeg ik onder andere de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ een bundel uit de Ad Multosreeks van uitgeverij A. Manteau uit 1960. Een bundel over de “levende experimentele poëzie in Vlaanderen” samengesteld en ingeleid door Jan Walravens. Het leuke aan dit soort oude bundels is dat er dichters in worden opgevoerd die aan het begin staan van hun carrière of al wel bekend zijn maar inmiddels (bijna 60 jaar later) in veel gevallen al zijn overleden of waarvan nooit meer iets is vernomen. In de inleiding veel aandacht aan de groep en het literaire tijdschrift ‘Tijd en Mens’ een Vlaams vrijzinnig literair tijdschrift, opgericht in 1949 door Jan Walravens en Remy van de Kerckhove. Het verscheen voor de laatste maal in 1955. Het bestond maar vijf jaar, maar had toch veel invloed op de vernieuwing in de naoorlogse Vlaamse literatuur.

Vooral van Hugo Claus verschenen nogal wat gedichten in dit tijdschrift, hij was dan ook nauw betrokken bij ‘Tijd en Mens’, net als onder andere Louis Paul Boon, Tone Brulin, Albert Bontridder, Jef van Tuerenhout, Maurice D’Haese en Ben Cami. Behalve de eerste twee allemaal dichters die ik niet ken of kende.

In de inleiding wordt ook de verbinding gelegd met de Nederlandse moderne of experimentele poëzie, maar ook worden de verschillend benoemd. Zo was de deze beweging boven de Moerdijk volgens de inleider “jeugdiger, onstuimiger maar ook esthetischer, terwijl in Vlaanderen men meer streefde naar “bezinning en ethische bekommernis”.

In deze fijne bundel worden een groot aantal dichters die in de Tijd en Mens periode actief waren opgevoerd maar ook een aantal opvolgers die meer neigde richting de Franse surrealisten. Een groot aantal bekende namen komen voorbij zoals de genoemde Louis Paul Boon en Hugo Claus maar ook dichters die minder bekend zijn als Jaak Brouwers, Claude Korban en Ben Cami.

Ben Cami  (1920 – 2004) was een Vlaams dichter, leerkracht en goede vriend van Louis Paul Boon. Hij gebruikte in het begin van zijn carrière het pseudoniem Johan Benth. Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975 leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was één van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens en zat in de redactie van dit tijdschrift. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

Uit de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ het gedicht ‘Thuiskomst’ van Ben Cami.

.

Thuiskomst

.

In puur blauw ijs van winters licht

Vinden wegen rivieren steden

Hun plaats opnieuw in het bekend bestel.

.

Een oud man vraagt:

Wie won de oorlog, vrienden?

Het klinkt misplaatst en wreed.

.

Langs de wegen staren uit magere knapengezichten

Dezelfde ogen ons aan,

Hunkerend.

.

 

Advertenties

Hans Lodeizen

Wandelend in de tuin

.

Hoewel Hans Lodeizen (1924 – 1950) een zeer kort leven gegeven was (hij werd 26) en maar één bundel publiceerde (Het innerlijk behang) en wat nagelaten werk, is zijn invloed op de poëzie in Nederland vernieuwend geweest. Hij wordt wel als een voorloper van de Vijftigers gezien met zijn experimentele poëzie. Uit de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1996 het gedicht ‘Wandelend in de tuin ontdekte ik…’ dat ook verscheen in “Het muzikaalste gedicht’ De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen.

.

Wandelend in de tuin ontdekte ik…

.

Wandelend in de tuin ontdekte ik

Bloemen wier lichte gratie ik

Bijna vergeten had als de muziek

Die ’s ochtends na het bal door de tuinen

Zweeft; een herinnering en meer niet.

.

lodeizen

IB

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

De Ploeg

H.N. Werkman

 

Hendrik Nicolaas Werkman (1882 – 1945) was een expressionistisch kunstenaar die bekend werd als drukker van “De Ploeg”, de kunstenaarsvereniging die aan het begin van de 20e eeuw het culturele leven in Groningen “opschudde”.

Werkman was boekdrukker en had een kleine uitgeverij in Groningen. Voor “De Ploeg” maakte hij  verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi van de activiteiten.

Werkman was echter ook schrijver. Hij is de auteur van een klein aantal experimentele gedichten en poëtische prozastukken, waarvan enkele bij de Dada-stroming kunnen worden ingedeeld. Deze gedichten en teksten zijn geïnspireerd door de gedichten van Dada, maar wijken daarvan af door hun betrokkenheid bij de kunst. Naast de klankexperimenten van Dada zijn manifesten van de avant-garde bewegingen hun voedingsbodem en bij deze cocktail paste een subtiele humor.

Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n gedicht getiteld ‘februari aanbieding’.

.

HNW

Met dank aan KB.nl

HNW1

Typografie van Werkman

Hendrik_Nicolaas_Werkman

 

Meer experimentele poëzie

Sven Staelens

.

Op mijn zoektocht door de poëzie en al haar verschijningsvormen kwam ik op de blog van Sven Staelens.  Sven Staelens is veel bezig met experimentele poëzie zoals de Flarf (waarover ik al eerder schreef). Samen met 5 andere auteurs is hij bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de website http://flarfy.wordpress.com

.

Daarnaast schrijft hij op http://svenstaelens.wordpress.com/blogpost-s/ over experimentele poëzie als gatti morti, de flarf (weer), pwoërdzie en s ||i9n|| s. Allemaal bijzondere vormen en manieren van poëzie.

Daarnaast is hij te lezen op http://3by3by3.blogspot.nl/. Dit is een speciale vorm Flarf zou je kunnen zeggen.

Het recept voor een 3by3by3 is als volgt :

Neem 3 verhalen van Google niews. Gebruik alleen woorden die in de eerste 3 paragrafen van deze verhalen voorkomen. Maak een gedicht met 3 stanzas, 3 regels elk en niet meer dan 60 letters per regel. De titel moet bestaan uit 3 woorden gebruik makend van 1 woord uit elk verhaal.

Een voorbeeld.

.

Luckillip Harley

 .

Luckillip Harly – father of short cut victims
and his son were sentenced to each other
but the moments made his viewer’s eye
.
away. Luckily, he loves to eat too early!
He was born in Different Houses. Can’t
give advice—unless it’s about Butt Kicking.
.
He kicks my primary experienced relationship,
loves to hug my safe-sex sisters food features
And – at least for now – we both love basketball.

.

Dit gedicht en de verhalen waaruit dit gedicht is samengesteld zijn te vinden op http://3by3by3.blogspot.nl/2009/09/luckillip-harly.html

3by3by3

Dada gaga

Antony Kok (1882 -1969) experimenteel dichter

Naar aanleiding van het gedicht ‘Trein’ van I.K. Bensot, hier nog een voorbeeld van experimentele dichtkunst. De experimenteel dichter Antony Kok schreef in zijn tijd vele experimentele gedichten, de een nog vreemder van vorm en inhoud dan de ander. In de tijd dat Theo en Nelly van Doesburg en Kurt Schwitters volop met Dada bezig waren schreef Kok het volgende ‘Dadagedicht’. Een kunstvorm waar hij de humor wel van inzag. Meer prachtige voorbeelden van zijn poëzie zijn te vinden op www.antonykok.nl/poezie

Uit 1923: Jagadada

%d bloggers liken dit: