Site-archief

Op de rand van de taal

Een keuze uit 10 jaar poëzie

.

In 2001 publiceerde uitgeverij Atlas de bundel ‘Op de rand van de taal’ een keuze uit 10 jaar poëzie bij uitgeverij Atlas. De bundel werd samengesteld door Koen Vergeer en bevat poëzie van dichters die bij deze uitgeverij publiceren. Het betreft hier 22 dichters en van de een zijn slechts twee gedichten gekozen (James Fenton) en van een ander maar liefst tien (Frans Kuipers).

Ik koos volledig willekeurig (er staat zoveel moois in deze bundel) voor een gedicht van Bernard Dewulf (1960) een Vlaams dichter, essayist, toneelauteur en columnist. Bernard Dewulf debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Deze bundel werd bekroond met de Debuutprijs. Deze prijs was een literatuurprijs die tussen 1969 en 2017 aan de vooravond van de Boekenbeurs Antwerpen werd uitgereikt aan het literair debuut van een Vlaamse auteur dat werd uitgegeven in het voorbije kalenderjaar.

Reeds voor het verschijnen van deze bundel waren er gedichten van Dewulf gepubliceerd, onder meer in verschillende literaire tijdschriften. Publieke bekendheid verwierf hij voor het eerst in 1987, toen de collectieve dichtbundel ‘Twist met ons’ verscheen, met daarin gedichten van Dewulf zelf, Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy. De laatste dichtbundel die van Bernard Dewulf verscheen was ‘Naar het gras’ uit 2018.

In ‘Op de rand van de taal’ dus een gedicht van deze dichter met de titel ‘Le rêve, 1955’ uit zijn debuutbundel ‘Waar de egel gaat’.

.

Le rêve, 1955

.

Een bloesje staat open, van linnen.

Al dertig jaar is zij de droom,

de gril van een schilder. Ik sta

aan de kant en kan het niet zien.

.

Haar enige hoop, een schaduw

van elders, schuift binnen.

.

Tepel wordt hard, Batlthus verstart.

Zijn penseel, als een gek, gaat tekeer

op de vlek. Mijn hand is maar even.

Op het doek ligt geen teken van leven.

.

Een suppoost loopt voorbij,

hij maakt het niet dicht.

.

Van de nacht

Dirk van Bastelaere

.

De Vlaamse dichter Dirk van Bastelaere (1960) is een postmodern dichter, essayist en vertaler. Van Bastelaere was samen met Erik Spinoy en Mark Eelen redactielid van R.I.P. Driemaandelijks tijdschrift voor literatuur en stijl, dat slechts één jaargang telde. Hij debuteerde met gedichten in ‘Vijf jaar’ (1984) waarmee hij de prijs voor het beste literaire debuut in Vlaanderen verwierf.

Van Bastelaere’s poëzie is ironisch-afstandelijk en kenmerkend voor de generatie jonge Vlaamse dichters met hun sceptische houding ten aanzien van een wereld waar zij geen zin of samenhang in kunnen ontdekken. Alle zekerheden ontbreken en de werkelijkheid is fragmentarisch en absurd. Schrijven over die werkelijkheid is een spel en het gedicht is dan ook een spel: een autonome tekst met meerdere betekenissen.

Uit: ‘Diep in Amerika’ uit 1994 het volgende gedicht.

.

Van de nacht

.

Van de nacht roept het

zich zo door het meisje heen

dat het haar nog

aan een lichaampje ontbreekt.

.

Er is een kans dat het werkelijke

zich niet weet terug te vinden,

zoals er een kans is

dat het roepen geen oorsprong heeft.

.

Zo in verdwijning

geroepen is het meisje

dat het zich niet van ons kan weten

want als haar gentiaanblauwe  Mickeybeker

liepen wij

eerder in het gras, leeg in het leven.

.

diepia

 

%d bloggers liken dit: