Site-archief

Wat ik vandaag deed

Debjani Chatterjee

.

In de krant las ik een artikel over het boek van Johny Pitts ‘Afropeaan’ waarin deze schrijver, fotograaf, muzikant, dichter en tv presentator in Sheffield, Parijs, Brussel, Amsterdam, Berlijn, Stockholm, Moskou, Marseille, Rome en Lissabon op zoek ging naar de plek van zwarte Europeanen in de Europese identiteit, naar een Afrika dat in Europa is en uit Europa komt.

Dat Pitts ook dichter is maakte dat ik meer over hem wilde lezen. Als dichter is hij in de leer geweest bij Debjani Chatterjee (1952) een in India geboren maar in Engeland (Sheffield waar Johny Pitts ook vandaan komt) levende dichter. Chatterjee is een cosmopoliet die in vele delen van de wereld heeft gewoond.

Chatterjee heeft meer dan 65 boeken geschreven, vertaald of de redactie over gevoerd en debuteerde in 1989 met ‘I Was That Woman’ . Ze won vele prijzen als vertaler en dichter.

Van haar is op het internet veel werk te vinden dat zeer de moeite waard is. Zoals het gedicht ‘What I did today’ uit haar bundel ‘Do you hear the storm sing’ uit 2014.  In een vertaling van mij kreeg dit gedicht de titel ‘Wat ik vandaag deed’. Het gedicht gaat over de tijd dat ze de diagnose kanker (2007) kreeg en hiervoor behandeld werd in het Northern General hospitaal.

.

Wat ik vandaag deed

.

Vandaag heb ik het Northern General opnieuw opgeblazen;
de helse wachtkamer platgewalst
waar ik de hele ochtend in een dwaze japon had gezeten;
Ik heb de arrogante huisarts gewurgd die zo weinig wist
maar deed alsof hij alles wist;
mijn jeukende handen wurgden de oncologen:
de onverschillige die op vakantie wegvloog,
vergat me door te verwijzen voor een Hickman katheter
onder narcose in een fatsoenlijk ziekenhuis,
en degene die mijn toestemmingsformulier verloor en me
een nachtmerrie in duwde van eindeloos geschreeuw;
Ik vocht tegen de stomme slager die gaten in mij boorde;
en tot slot heb ik elke moorddadige
side-kick vermomd als een barmhartige engel uitgeroeid….
Al deze dingen en meer heb ik vandaag gedaan.

In gewelddadige dagen en eeuwige nachten,
ben ik de tel kwijt geraakt van de keren dat ik deze dingen heb gedaan…

.

Plee poëzie

Sulabh internationaal museum van het toilet

.

Via een berichtje op @8fact op instagram (een account dat allerlei wetenschappelijke feitjes deelt) las ik dat er in India in New Delhi een museum van toiletten is dat niet alleen een historisch overzicht biedt van toiletten door de eeuwen heen maar dat ook een tentoonstelling heeft van bijzondere toiletgedichten. Wanneer ik zo’n bericht lees sla ik gelijk aan en ga ik op zoek. Via de website van het museum kwam ik op de pagina waar een E-book  wordt aangeboden over het museum en de collectie.

In dat E-book vond ik voorbeelden van ‘plee poëzie’ door de eeuwen heen. Zo schreven de dichter Chirkin (1797- 1832 India), Eustrog de Beaulieu (1495 – 1552 Frankrijk), Gilles Corrozal (Frankrijk), Piron ( 1689 – 1773 Frankrijk) en Jonathan Swift ( 1667 – 1745 Engeland) over de menselijke manier van de behoefte doen. Hier een aantal voorbeelden van Gilles Corrozal:

.

Recess of great comfort

Whether it is situated

In the fileds or in the city

Recess in which no one dare enter

Except for cleaning his stomach

Recess of great dignity

.

Of van de erotische dichter Eustrog de Beaulieu:

.

When the cherries become ripe

Many black soils of strange shapes

Will breed for many days and nights

Then will mature and become products

Of various colours and breaths

.

De Franse dichter Piron noemde uitwerpselen ‘koninklijke nachtolie’, en hoewel verbannen door de academische gemeenschap dichtte hij:

.

What am I seeing Oh God!

It is night soil

What a wonderful substance it is

It is excreted by

the greatest of all Kings

Its odour speaks of majesty

.

De Indiase Urdu dichter Chirkin tenslotte schreef:

.

The asset which I will earn

now will all be invested in Toilet.

This time when I vist your home

I will never ‘pee’ there.

.

 

 

App voor poëzieliefhebbers

Poems – Poetry in English

.

Wat me opvalt als je in de app store of in Google play naar poëzie zoekt, is dat er weinig aanbod is. Het Poëziemuseum is er een, Puzzlingpoetry is een andere en natuurlijk is er Muze Poëzie maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. In het Engelse taalgebied is er meer keuze. Zo kwam ik de app English Poems tegen. In deze app staan meer dan 300 van de meest gerespecteerde dichters, met in totaal meer dan 37.000 gedichten. Je kunt je favoriete gedicht markeren (zodat je deze snel en gemakkelijk terug kan vinden) en je kan een gedicht makkelijk naar iemand toesturen vanuit de app.

Een proef op de som die ik nam toverde alle dichters die ik kon bedenken naar boven: van Anne Sexton, Billy Collins, Derek Walcott, Elisabeth Barret Brown, Geoffrey Chauser, John Keats, Thomas Hardy, Stevie Smith tot Siegfried Sassoon, Maya Angelou en J.R.R. Tolkien. Maar ook vele namen die mij minder of niet bekend zijn.  En denk nu niet dat er per dichter maar 1 of een paar gedichten in staan, alles behalve. Van J.R.R. Tolkien bijvoorbeeld staan er maar liefst 41 gedichten in deze app. Bijzonder vind ik ook dat er dichters in de lijst staan die je niet meteen verwacht (Goethe, von Schiller, Hesse).

Uit deze heerlijke lange lijst koos ik voor een gedicht van Hilaire Belloc (1870 – 1953). Hoewel de naam doet vermoeden dat het hier een Fransman betreft (dat klopt, Belloc werd in Frankrijk geboren) is in dit geval toch ook sprake van een Engelse dichter (Belloc werd in 1902 genaturaliseerd tot Brits onderdaan). Hij was een van de meest productieve schrijvers van Engeland in de vroege twintigste eeuw. Hij studeerde aan de Universiteit van Oxford. Zijn werk omvat meer dan 100 titels waaronder romans, essays, gedichten en zakboeken.

Uit de app koos ik het gedicht ‘The Tiger’ van Belloc dat stamt uit zijn bundel The Bad Child’s Book Of Beasts uit 1896.

.

The Tiger

.

The tiger, on the other hand,

Is kittenish and mild,

And makes a pretty playfellow

For any other child.

And Mothers of large families

(Who claim to common sence)

Will find a tiger well repays

The trouble and expense.

.

 

National Justice Museum

Leanne Moden

.

Het leuke van een dagelijks blog schrijven over poëzie is dat je (ik) eigenlijk altijd ‘aan’ sta als het poëzie betreft. Of ik nu op straat ergens een gedicht in de openbare ruimte tegenkom, in een artikel of interview iets lees over poëzie, in een stapel afgedankte boeken een dichtbundel ontdek of ergens in een buitenland ben en daar op poëzie of een gedicht stuit, ik zal er altijd iets mee doen.

Ik schrijf dit omdat ik, bij het zoeken naar een dichtbundel in mijn boekenkast, een A4 papier tegenkom met daarop een gedicht en een afzender (wie dit papier heeft vervaardigd). Het leuke is dat ik niet meteen wist hoe ik hieraan kom. De afzender is het National Justice Museum. Daar moest ik even op zoeken, dat het in Engeland is, dat is duidelijk, en ik weet wanneer ik in Engeland was maar waar dit museum zich nu precies bevond was nog even een verrassing. Het blijkt in Nottingham te zijn waar ik inderdaad een paar jaar gelden was. Toen ik de foto’s zag wist ik ook weer precies waar het was. Het National Justice Museum is zeer de moeite waard.

Het museum is gehuisvest in een voormalig Victoriaanse rechtszaal, gevangenis en politiebureau en is daarom een ​​historische plek waar een persoon kon worden gearresteerd, berecht, veroordeeld en geëxecuteerd. De rechtszalen dateren uit de 14e eeuw en de gevangenis uit ten minste 1449. Op de muren van de binnenplaats zijn de inscripties van de gevangenen en de daar ter dood veroordeelden (die daar ook geëxecuteerd werden) te lezen.

Tegenwoordig is deze rechtszaal, gevangenis en politiebureau dus een museum en in de lobby van het museum vond ik deze A4 met daarop het gedicht ‘Hope’ van Poet in Residence Leanne Moden.

Leanne Moden is een dichter, performer en slampoet gevestigd in Nottingham. Ze trad op tijdens evenementen in het VK en Europa, waaronder recente sets op WOMAD Festival, en het TEDx WOMEN-evenement aan de UCL in 2016. Ze was halve finalist bij de BBC Edinburgh Fringe Slam in 2019. Ze werkt momenteel aan haar eerste volledige theatershow, Skip, Skip, Skip, die over identiteit gaat, muziek en verbondenheid.Haar tweede gedichtenbundel, ‘Get Over Yourself’, werd in 2020 gepubliceerd.

Het gedicht ‘Hope’ is geïnspireerd op Oscar Wilde’s gedicht ‘The Ballad of Reading Gaol’. Dit gedicht van Wilde, schreef hij in ballingschap in Berneval-le-Grand (Frankrijk) , nadat hij uit de gevangenis in Reading Gaol was vrijgelaten op 19 mei 1897. Wilde had opgesloten gezeten in Reading Gaol, na te zijn veroordeeld
voor ‘grove onfatsoenlijkheid met andere mannen’ in 1895 en veroordeeld tot twee jaar dwangarbeid in de gevangenis.

.

Hope

.

Hope is a patch of sky

reflected through shatterproof

glass.

.

Time sunk into wet concrete,

and countless locks –

clicked closed –

between then and now.

.

Worlds shrink to the size of cell.

Days measured in

sun-across-sky shadows

thrown against brick walls;

.

radio programmes,

visiting hours,

the smell of other men.

.

Time shifts,

slips through silent hours

like moonlight

through barbed wire…

.

until it’s time to start again

renew, reflect,

embrace the day.

.

It is easy to ruminate on emptiness

in these crowded places

.

when iron bars

creak cold lullabies

and bleach-stink stings

like thoughts of home.

.

Remember, no matter

how long it takes

there is still a spark of hope:

a patch of sky reflected

through shatterproof glass;

.

The scent of fresh air;

a distant open door.

.

Rug naar de kerk

Yi Sha

.

Poetry International Festival begon in Nederland met Adriaan van der Staay en Martin Mooij, beide werkende voor de Rotterdamse kunststichting. In 1969 bezochten zij het Londen Poetry International Festival in Engeland . Geïnspireerd door dit voorbeeld besloten zij zelf ook een dergelijk evenement in Rotterdam te organiseren. Een jaar later was het zover. In 1970 verzamelden drieëntwintig dichters zich in concertgebouw de Doelen. Ook enkele buitenlandse dichters bezochten deze eerste editie. In de , inmiddels 51 jaar daarna, heeft Poetry International vele dichtbundels gepubliceerd met dichters uit Nederland en (ver) daarbuiten. De bundel ‘Kijk, het heeft gewaaid’ veertig jaar Poetry International festival in veertig gedichten uit 2009 is hier een voorbeeld van.

In deze bundel opnieuw Nederlandse dichters en een aantal buitenlandse dichters met poëzie in de eigen taal en daarnaast in vertaling. Zo ook van de Chinese dichter Yi Sha. Zijn gedicht ‘Rug naar de kerk’ is uit 2007, en werd voor het eerst in deze bundel gepubliceerd. De vertaling is van Silvia Marijnissen. Yi Sha (1966) schrijft poëzie over onderwerpen die op het eerste gezicht nogal alledaags zijn. Daarbij gebruikt hij kale, onopgesmukte taal.

.

Rug naar de kerk

.

In Rotterdam

is het vrij normaal

om meeuwen en duiven samen te zien eten

daar is niets surreëels aan

.

In Rotterdam

worden meeuwen en duiven

het vaakst gevoed door

zwervers

– zo heb ik met eigen ogen aanschouwd

.

Met hun rug naar de kerk

zitten ze op een bank aan de rand van een plein

en voeren ze die witte engelen

brood en friet

.

En ik die langs kwam lopen

wilde ze ook heel graag voeren

maar was bang hen te storen

en dat een meeuw of een duif

mij, een vreemde buitenlander, een vinger zou afhappen

.

Vervolgens vond het volgende plaats:

sluw en steels rondkijkend

gooide ik een munt van één euro

rinkelend

in het ijzeren bakje van een zwerver

.

Namen noemen

Joan Armatrading

.

In de jaren ’80 luisterde ik veel naar de Engelse zangeres, songwriter en gitarist Joan Armatrading (1950). Dat begon met de single die ze uitbracht in 1980 getiteld ‘Rosie’. Toen ik meer van haar ging luisteren bleek ze over een breed scala aan muzikale invloeden te beschikken. Maar vooral haar teksten spraken me bijzonder aan. Vaak waren het prachtige liefdesliedjes maar ook maatschappelijk geëngageerde nummers. En soms iets van een heel andere aard.

Op haar album ‘The Key’ uit 1983 staat bijvoorbeeld het nummer ‘(I love it when you) call me names’. Het nummer gaat over de verschillende voorkeuren die mensen er op na houden als het gaat om (seksuele) genoegens. In dit geval de SM-achtige praktijken die beginnen met het noemen van namen (uitschelden), elkaar fysiek pijn doen en de bijbehorende verkleedpartijen. Joan is er duidelijk over: It’s their way of loving not mine.

.

(I Love It When You) Call Me Names

.

I just wanna see you at night
Don’t come round my house in the day
I love it when we start up a fight
And I love it when the fight ends your way

.

I love it when you call me names

.

I can’t wait to see you again
I know you’re gonna slap my face
you beat me up then beat me again
and over and over and over and over
And over and over

.

I love it when you call me names

.

Big woman
And a short short man
And he loves it
When she beats his brains out
He’s pecked to death
But he loves the pain
And he loves it
When she calls him names

.

She’s wearing heavy leather with lace
He dresses up in cowboy taste
They punish then they think up a crime
It’s their way of loving not mine

.

I love it when you call me names

.

High Flight

John Gillespie Magee

.

Eind vorige eeuw gaf de BBC met haar boeken divisie een aantal dichtbundels uit onder de serie naam ‘The Nation’s Favourite’. Ik schreef al over de Nation’s Favourite Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/23/do-not-stand-at-my-grave-and-weep/ The Nation’s Favourite Love poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/26/after-the-lunch/  en de Nation’s Favourite Comic Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/09/29/koffie-in-de-hemel/  .

Er zijn echter meer delen zoals The Nation’s Favourite Poems of Journeys uit 2000. Opvallend in deze bundeling reisgedichten is het grote aantal gedichten van dichters uit de 19e eeuw en eerder. Beroemde namen zijn vertegenwoordigd, van William Shakespeare, Alfred, lord Tennyson, W.H. Auden en vele anderen.

Ik koos uit deze bundel een gedicht van een wat minder bekende (maar nog steeds beroemde) dichter John Gillespie Magee (1922 – 1941). Hij was de Anglo-Americaanse Royal Canadian Air Force piloot en dichter in de Tweede Wereldoorlog, die het beroemde gedicht ‘High Flight’ schreef. Hij vond de dood bij een onfortuinlijke botsing tussen twee vliegtuigen boven England in 1941.

.

High Flight

.

Oh! I have slipped the surly bonds of Earth
And danced the skies on laughter-silvered wings;
Sunward I’ve climbed, and joined the tumbling mirth
Of sun-split clouds, – and done a hundred things
You have not dreamed of – wheeled and soared and swung
High in the sunlit silence. Hov’ring there,
I’ve chased the shouting wind along, and flung
My eager craft through footless halls of air…

.

Up, up the long, delirious burning blue
I’ve topped the wind-swept heights with easy grace
Where never lark, or ever eagle flew –
And, while with silent, lifting mind I’ve trod
The high untrespassed sanctity of space,
Put out my hand, and touched the face of God.

.

Een kap van afschuw

Vera Brittain

.

In de Volkskrant van 20 februari stond een mooi artikel over dichteressen aan de frontlinie. Dit artikel gaat over een boek  ‘A Cap of Horror / Een Kap van Afschuw’ van medisch historicus Leo van Bergen, dat als onderwerp heeft de gedichten van verpleegkundigen die werkzaam waren achter het front van de Eerste Wereldoorlog en daar geconfronteerd werden met de gruwelen van de oorlog, en later tijdens de oorlog met de gevolgen van de Spaanse Griep. De Spaanse griep was een pandemie die in omvang vele malen erger was dan de huidige pandemie (100 miljoen doden). Deze vrouwelijke verpleegkundigen schreven gedichten over wat ze meemaakten. Bekend zijn dichters als Wilfred Owen, Guillaume Apollinaire en Siegfried Sassoon maar deze vrouwelijke dichters zijn veel minder bekend.

Leo van Bergen selecteerde voor ‘A Cap of Horror / Een Kap van Afschuw’ zeventien Engelstalige vrouwen werkzaam in de zorg, die poëzie over hun ervaringen in de hospitalen van de Eerste Wereldoorlog hebben geschreven. Van hen vertaalde hij veertig gedichten en een sonnettencyclus. Honderd jaar na dato lezen zij nog steeds alsof ze gisteren geschreven zijn. Stille, schreeuwende getuigen van een tijd die kansen bood, grenzen stelde en afschuw wekte.

Het boek bestaat uit twee delen, de vertalingen en de originelen, en is voorzien van een twintigtal illustraties. Het bevat 40 gedichten en een sonnettencyclus geschreven door 17 verschillende verpleegsters en verzorgsters en handelend over hun ervaringen in de hospitalen van de Eerste Wereldoorlog. Zij zijn in tien onderwerpen ingedeeld: verpleging, hospitaal, ondersteuning, geweld, gender, verlangen, verlies, nostalgie, ontsnapping, terugkeer.

Een van deze verpleegkundigen is Vera Brittain (1893-1970). Deze Britse schrijfster, feministe en pacifiste was vooral bekend als de auteur van het biografisch boek ‘Testament of Youth’ uit 1933. Dit boek werd eind jaren ’70 verwerkt tot een televisieserie waarna in 2009 opnieuw een televisieserie zou volgen bij de BBC. Uiteindelijk kwam er zelfs een bioscoopfilm naar dit boek uit in 2014. Het boek gaat over haar ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog en het begin van haar weg naar het pacifisme. In 2008 werd ‘Because You Died’, een nieuwe selectie van Brittain’s poëzie en proza uit WOI gepubliceerd, en ik vermoed dat het onderstaande gedicht uit dit boek is genmomen.

..

Toevluchtsoord hospitaal

.

Als je alles hebt verloren toen de wereld werd vermoord,

Hebt geleden en gebeden, al zag je de zinloosheid,

Als liefde dood is en iedere hoop de grond ingeboord,

Juist dan hebben zij jou nodig; wees tot terugkeer bereid.

.

Als door trieste dagen alle ambitie verloren is gegaan,

En dromen zijn uiteengespat, beslissingen groot of klein,

Als de trots is verdwenen die de kracht gaf alles te doorstaan,

Wend je dan tot hen, die van jouw zorg afhankelijk zijn.

.

Ook zij daalden af tot in de krochten van menselijk lijden,

Zagen dat alles van waarde werd weggevaagd,

De grauwe plek van pijn waar zij nu uitzichtloos strijden,

Geeft hun de vrede waar jij in je gebeden om vraagt.

.

Hospital Sanctuary

.

When you have lost your all in a world’s upheaval,
Suffered and prayed, and found your prayers were vain,
When love is dead, and hope has no renewal –
These need you still; come back to them again.
.
When the sad days bring you the loss of all ambition,
And pride is gone that gave you strength to bear,
When dreams are shattered, and broken is all decision –
Turn you to these, dependent on your care.
.
They too have fathomed the depths of human anguish,
Seen all that counted flung like chaff away;
The dim abodes of pain wherein they languish
Offer that peace for which at last you pray.

.

Brood poëzie

Luke Jerram en Hobbs House Bakery

.

Ik schrijf al jaren over gedichten op vreemde plekken en dan komt er altijd een moment dat ik denk; En nu heb ik zo ongeveer wel alle vreemde plekken gezien. En altijd komt er dan weer een moment dat ik stuit op poëzie op een plek die ik niet had kunnen bedenken. Zo ook dit keer. Want wie had er gedacht dat je ook op brood poëzie kan plaatsen (en wie bedenkt zoiets!).

Bread Poetry, of Brood poëzie zoals wij het zouden noemen, is een initiatief van kunstenaar Luke Jerram en een samenwerking tussen hem, dichters uit het hele Verenigd Koninkrijk en Hobbs House Bakery .

Elke zaterdag wordt een ander gedicht op minstens 200 broden Wild White brood gebakken en aan het publiek verkocht via vijf bakkerijen in het westen van Engeland. Er zijn 10 dichters geselecteerd na een open oproep en het kunstproject liep van 18 januari – maart 2020 minimaal 10 weken.

De poëzie wordt gedrukt op kleine vellen eetbaar rijstpapier en op de onderkant van elk wit brood geplaatst. Elke zaterdag wordt de ‘Dichter van de week’ gevierd en voor dezelfde prijs als een standaardbrood kan het publiek dit unieke kunstwerk lezen, delen, aanschouwen en opeten.

In november 2019 werd we een open oproep gedaan voor poëzie voor het project en daarop kwamen maar liefst 237 inzendingen binnen. Bristol’s Poet Laureate (stadsdichter) Vanessa Kisuule , steunde Luke Jerram en selecteerde 10 gedichten.. Met een aantal geweldige inzendingen van zowel amateur- als professionele dichters uit het hele Verenigd Koninkrijk, bleek het samenstellen van een shortlist met gedichten geen moeilijke opgave. 

.

 

 

 

The Mersey Sound

Adrian Henri, Roger McGough en Brian Patten

.

In 1967 publiceerde Penguin Books ‘The Mersey Sound’ nummer 10 in The modern poets series. In deze bundel stonden zo’n 100 gedichten van de Liverpoolse dichters Adrian Henri (1932-2000), Roger McGough (1937) en Brain Patten (1946). Van deze bundel zijn meer dan 500.000 exemplaren verkocht, meer dan van welke bloemlezing in het Verenigd Koninkrijk ooit. In 2009 werd in het Victoria Gallery and Museum een tentoonstelling georganiseerd over deze drie dichters en hun kunst. In dat zelfde jaar werd door de universiteit van Liverpool werk aangekocht uit de erven van Adrian Henri, om maar aan te geven hoe belangrijk deze drie dichters zijn (geweest) voor Liverpool en het tijdsgewricht waarin deze bloemlezing werd gepubliceerd.

Liverpool was in de jaren ’60 een brandpunt van de popcultuur. De Liverpool-dichters werkten in een omgeving waar kunst, muziek en literatuur nauw met elkaar verbonden waren. In de gids die bij de tentoonstelling werd gemaakt werd het als volgt omschreven: “Zoals veel jongeren in het Groot-Brittannië van de jaren zestig, werden de Liverpool Poets sterk beïnvloed door de hippie subcultuur van de Verenigde Staten. Jonge Amerikanen kregen lang haar, leefden samen, beoefenden gratis seks en drugsgebruik en woonden massale openlucht muziekconcerten bij. De oorlog in Vietnam, raciale onrust en de druk om zich te conformeren frustreerden hen. ‘Vrede’ en ‘liefde’ waren hun slogans. De dichters uit Liverpool schreven uitgebreid over het onderwerp liefde. Ze onderzoeken de vele vormen van liefde, van korte ontmoetingen en verlangen tot duurzame relaties en verliefdheid. De dichters gebruikten liefde ook als thema voor uitvoeringen, waarbij ze ten minste drie ‘Lovenights’ ensceneerden in het Everyman Theatre. Bij het onderzoeken en uiten van deze fundamentele menselijke emotie probeerden ze hun poëzie voor iedereen toegankelijk te maken. De zomer van 1967 werd uitgeroepen tot de Summer of Love, vernoemd naar een massabijeenkomst in het Golden Gate Park, in San Francisco.”

Het is volgens mij dan ook geen toeval dat het nummer ‘All you need is love’ van de Beatles (geschreven door John Lennon) in dat jaar uit kwam. Dichter Adrian Henri schreef het gedicht ‘Love is…’ dat in ‘The Mersey Sound’ is opgenomen.

.

Love is…

.

Love is…
Love is feeling cold in the back of vans
Love is a fanclub with only two fans
Love is walking holding paintstained hands
Love is

.

Love is fish and chips on winter nights
Love is blankets full of strange delights
Love is when you don’t put out the light
Love is

.

Love is the presents in Christmas shops
Love is when you’re feeling Top of the Pops
Love is what happens when the music stops
Love is

.

Love is white panties lying all forlorn
Love is pink nightdresses still slightly warm
Love is when you have to leave at dawn
Love is

.

Love is you and love is me
Love is a prison and love is free
Love’s what’s there when you are away from me
Love is…

.

%d bloggers liken dit: