Site-archief

poëziemarathons

Groningen en Toronto

.

In mijn zoektocht naar bijzondere poëzieprojecten stuitte ik op het fenomeen van de poëziemarathon. Volgens Wikipedia is de Poëziemarathon is een initiatief van de stichting Poëziemarathon waarbij op de Landelijke Gedichtendag in de stad Groningen op allerlei plekken 24 uur lang poëzie te horen valt. Vanaf 2009 is de organisatie overgenomen door SLAG, de Stichting Literaire Activiteiten Groningen, die ook o.a. Dichters in de Prinsentuin organiseert.

De dag begint on middernacht met 8 uur poëzie op OOG Radio. Om 8 uur is er in een boekhandel een Poëzieontbijt.  Op elk moment van de dag is er ergens in de stad iets poëtisch te beleven. De dag eindigt met een drie uur durende slotmanifestatie, waarbij veel landelijk bekende dichters optreden. De poëziemarathon werd voor het eerst georganiseerd in 1999.

Inmiddels is de Poëziemarathon uitgegroeid tot een 6-daags festival (in 2018 was dit festival van 25 – 31 januari in de Week van de Poëzie).  Meer informatie vind je op: http://www.poeziemarathon.nl/home/

In Toronto is Caitlin Elizabeth Thomson actief. In 2008 verhuisde ze van Toronto naar New York en studeerde daar poëzie aan het Sarah Lawrence College. In die periode was ze onder andere poetry editor voor het literaire magazine ‘Lumina. In 2010 studeerde ze af en kreeg de titel Master of Fine Arts in Poetry. In de jaren daarna publiceerde ze in verschillende chapbooks. Chapbooks zijn kleine (meestal tussen de 8 en 24 pagina’s) goedkoop geproduceerde folderachtige boekjes. Haar werk verscheen in Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Spanje, Engeland, Frankrijk, Australië, Ierland, Roemenië, Singapore en Wales.

Vanaf 2013 organiseert Thomson samen met haar man Jacob  in augustus ‘The Poetry Marathon’.  Het doel van de marathon is een andere dan in Groningen. De bedoeling is dat er in 24 uur elk uur een gedicht wordt geschreven. Je moet deze gedichten op je eigen blog publiceren op elk uur. Dat wil zeggen dat je 24 uur lang elk uur een gedicht moet schrijven en deze plaatsen op je blog. Hiervoor jkun je je aanmelden bij de organisatie. Van over de hele wereld doen dichters mee. Heel bekende dichters maar ook volledig onbekende dichters. In 2017 deden maar liefst 800 dichters mee. Van de gedichten wordt elk jaar door Thomson een publicatie (Anthology) gemaakt.

Door de enorme organisatie die deze marathon met zich mee brengt ( en het feit dat Caitlin en Jacob een kind verwachten) is er in 2018 geen Poetry Marathon maar de volgende in 2019 wordt alweer voorbereid. Voor meer informatie kijk je op hun website: https://thepoetrymarathon.com/blog/about-the-poetry-marathon/

Hieronder een gedicht van Thomson en de cover van de Poetry Marathon Anthology van 2017.

.

Yes, Each Man Is a Tower of Birds
after llya Kaminsky

Is seven birds a tower, or two hundred?
More importantly, what kind of birds
are they? The difference between a sparrow
and a falcon is the difference between
diner and meal. Are all men the same
type of bird? Robins for example,
or gulls. Or are some men albatrosses,
others puffins, others hummingbirds
stuck in backwards flight? Does a whole
range of birds make up one man’s tower?
The cockatiel, peacocks, and great blue
herons all part of one awkward flock.
And if each man is a tower of birds, what
does that make each woman? A tower of fish?
A hunter? A pet owner? A falconer?

.

Advertenties

Caedmons Hymn

Oudste Engelse gedicht

.

Cædmon’s ‘Hymn’ is een kort Oud Engels gedicht geschreven door Caedmon, een herder die niet kon schrijven of lezen maar die in God’s eer dit ‘lied’ zong waarbij hij deze woorden gebruikte. Het werd ‘geschreven’ of opgeschreven tussen 658 en 680 en is het oudste vastgelegde Engelse gedicht. Het is ook het oudste voorbeeld van een allitererend Germaans gedicht. Het gedicht gaat over de kerstening van Anglo-Saxisch Engeland.

Deze ‘Hymn’ is de enige compositie die bekend is van Caedmon. Het was een gezongen versie die later werd behouden doordat anderen het opschreven in niet minder dan 19 kopiëën en manuscripten.

In het Østre Anlæg, een park in Kopenhagen staat het Statens museum voor kunst. In dit museum kwam ik het onderstaande schilderij tegen van de Deense schilder Skovgaard, die een schilderij heeft gemaakt naar aanleiding van een hervertelling  door ene Grundtvig van dit oudste Engelse gedicht. Hieronder de ‘Hymn’ hertaald naar het moderne Engels ( door A.Z. Foreman) en in het Oud Engels.

.

Cædmon’s Hymn to God

Hail now the holder of heaven’s realm,
That architect’s might, his mind’s many ways,
Lord forever and father of glory,
Ultimate crafter of all wonders,
Holy Maker who hoisted the heavens
To roof the heads of the human race,
And fashioned land for the legs of man,
Liege of the worldborn, Lord almighty.

Het origineel in oud Engels

Nū sculon heriġean heofonrīċes weard,
Meotodes meahte ond his mōdġeþanc,
weorc wuldorfæder, swā hē wundra ġehwæs,
ēċe Drihten, ōr onstealde.
Hē ǣrest sceōp eorðan bearnum
heofon tō hrōfe, hāliġ Scyppend;
þā middanġeard monncynnes weard,
ēċe Drihten, æfter tēode
fīrum foldan, Frēa ælmihtiġ.

.

How do I love thee? Let me count the ways

Elisabeth Barrett Browning

.

Naar aanleiding van een berichtje van Bout Vercnocke ging ik op zoek naar het gedicht ‘How do I love Thee? Let me count the ways (Sonnet 43) van Elisabeth Barret Browning (1806 – 1861). Ik kwam erachter dat ik dit gedicht al eens genoemd heb in een post over een bundel van de BBC, waarin de vraag beantwoord werd wat volgens het Engelse volk het mooiste liefdesgedicht is. Dat is namelijk het gedicht ‘How do I love thee? Let me count the ways. Ik heb toen echter niet dat gedicht erbij geplaatst en daar komt nu verandering in.

Elizabeth Barrett Browning  wordt beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van het Victoriaans tijdperk. Ze werd bewonderd door tijdgenoten als William Makepeace Thackeray, Edgar Allan Poe en Alfred Lord Tennyson, was een bekwaam vertaler van Griekse teksten en een gepassioneerd abolitionist (voorstander van het afschaffen van de slavernij) en feminist. Haar liefdessonnetten zijn nog steeds populair.

Op 14 jarige leeftijd schreef ze het gedicht ‘The Battle of Marathon’ dat door haar vader in eigen beheer werd gedrukt. In 1826 debuteerde ze met de poëziebundel ‘An Essay on Mind and Other Poems’. Na de publicatie van ‘Poems’ in 1844 ontving ze een brief van de zes jaar jongere dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889), die toen nog vrij onbekend was. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in het geheim in 1846, omdat haar strenge vader zijn kinderen niet toestond om te trouwen. Het stel vertrok naar Italië en ging in Florence wonen. In die jaren schreef ze ‘Sonnets from the Portuguese’. Sonnet nummer 43 werd dus in 1997 door het Engelse volk gekozen als mooiste liefdesgedicht ooit.

.

Sonnet 43

How do I love thee? Let me count the ways.
I love thee to the depth and breadth and height
My soul can reach, when feeling out of sight
For the ends of being and ideal grace.
I love thee to the level of every day’s
Most quiet need, by sun and candle-light.
I love thee freely, as men strive for right;
I love thee purely, as they turn from praise.
I love thee with the passion put to use
In my old griefs, and with my childhood’s faith.
I love thee with a love I seemed to lose
With my lost saints. I love thee with the breath,
Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,
I shall but love thee better after death.
.

Ik vind geen rust

Sir Thomas Wyatt

.

Sir Thomas Wyatt (1503 – 1542) werd geboren in Kent, Engeland en was dichter maar ook ambassadeur van koning Hendrik VIII in Frankrijk en Italië.  Wyatt speelde het gevaarlijke spel van seks, geld en macht tijdens zijn verblijf in het hof van Hendrik VIII. Hij maakte zijn leven nog gevaarlijker door met de koning te strijden om de hand van Anne Boleyn. Tenslotte hadden de vijanden van Henry de gewoonte om met hun hoofden gescheiden van hun lichaam te eindigen. Wyatt was een hoveling en metgezel van Henry VIII vanaf zijn dertiende. Hij was op 17-jarige leeftijd getrouwd en kort daarna gescheiden. Sommige bronnen zeggen dat hij in 1522 de minnaar van Anne Boleyn was geworden, niet lang voordat ze voor Koning Hendrik koos.

Minstens vier gedichten van Wyatt worden verondersteld te verwijzen naar Anne, inclusief het sonnet ‘Whoso list to hunting’ waarin ze wordt voorgesteld als een hert, bejaagd door vele vrijers maar uitsluitend toebehorend aan Caesar. Wyatt werd in 1526 weggestuurd van het hof naar Frankrijk en in 1527 naar Italië, waar hij werd gevangen genomen door troepen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Anne Boleyn uit de gratie viel bij Hendrik in 1536, werd Wyatt gevangengezet in The Tower of London, omdat hij met haar omging en bekeek hij haar executie vanuit zijn cel. In 1539 stond hij aan het hoofd van een complot om de katholieke Reginald Pole te vermoorden door vergiftiging. Tegen 1540 zat hij opnieuw in de gevangenis wegens verraad. Zijn latere minnares zou ook door Hendrik als zijn geliefde zijn genomen.

Zijn werk werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven, maar hij was een van de leidende dichters van de Engelse Renaissance. Tijdens zijn tijd in Italië ontdekte hij de werken van Petrarca en introduceerde hij Italiaanse modellen en poëtische vormen in Engelse verzen, waaronder het sonnet.

I find no peace

.

I find no peace, and all my war is done.
I fear and hope. I burn and freeze like ice.
I fly above the wind, yet can I not arise;
And nought I have, and all the world I season.
That loseth nor locketh holdeth me in prison
And holdeth me not—yet can I scape no wise—
Nor letteth me live nor die at my device,
And yet of death it giveth me occasion.
Without eyen I see, and without tongue I plain.
I desire to perish, and yet I ask health.
I love another, and thus I hate myself.
I feed me in sorrow and laugh in all my pain;
Likewise displeaseth me both life and death,
And my delight is causer of this strife.
.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

Stiltes bij verstek

Keri Hulme

.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je geen studentenkamer binnen komen zonder tegen een boekenkast op te lopen met daarin prominent de roman ‘Kerewin’ van Keri Hulme (1947) tegen te komen. Deze roman van de schrijfster uit Nieuw Zeeland, in het Engels ‘The bone people’ geheten, was een groot internationaal succes en werd vele malen bekroond met onder andere de Booker Prize in 1985. Keri Hulme komt uit een familie met roots in Engeland, Schotland, Noorwegen en/of de Faroeër eilanden en van de Maori’s.

Dat Keri Hulme ook poëzie schrijft was voor mij een verrassing (het komt de laatste tijd vaker voor dat ik erachter kom dat romanschrijvers die ik ken ook poëzie blijken te schrijven). In de kringloopwinkel waar ik de vertaalde poëzie van Keri Hulme vond stonden maar liefst twee exemplaren van haar bundel ‘Stiltes bij vertrek’ uit 1992 (de Engelstalige versie ‘The silences between’  is van 1982).

In deze bundel verwoordt Hulme haar bijna mystieke band met het dorp Moeraki aan de oostkust van Nieuw Zeeland, waar zij opgroeide. Uit deze bundel het gedicht ‘Okarito tuhituhia’ wat ‘geschreven alfabet’ betekent.

.

Okarito tuhituhia

.

Zandvliegen:

zwarte bultenaars

met een dunne angel

van begerig vlees.

.

Ik ben ongeduldig, te ongeduldig… daarom

gebeurt er niets zoals ik het wil

bam! ogenblikkelijk

.

bam! huis klaar!

bam! whitebait trekt/wordt gevangen/is

schoongemaakt/is verslonden!

bam! kant en klaar boek!

.

maar het kost allemaal jaren en tranen en VEEL TE VEEL TIJD

.

.

Perversiteit die uit deze wanhoop voortvloeit

bracht me zover dat ik de zandvliegen gerig doodt;

ze met mijn tanden van mijn vlezige handen pluk

en met genoeglijke zorgvuldigheid hun borstkast kraak –

een licht geknisper

.

Food for thought

UB40

.

Toen in 1981 de LP ‘Present Arms’ uit kwam van UB40 kende ik deze band al vaag van het nummer Madam Medusa (aanklacht tegen Thatcher). Present Arms was echter zo’n waanzinnig goeie plaat met louter maatschappij kritische nummers dat ik meteen fan was. Die waardering voor UB40 heeft overigens maar kort geduurd, toen het volgende album met covers uit kwam en de single Red red wine (vreselijk nummer) ben ik afgehaakt. Maar ik zal altijd met veel plezier blijven luisteren naar hun allereerste werk dat tussen 1979 en 1982 werd uitgebracht.

UB40 (genoemd naar het  voormalig formulier van de Britse sociale dienst om een werkloosheidsuitkering (Unemployment Benefit) aan te vragen, werd opgericht door een stel werkeloze jongeren uit Birmingham met roots in landen als Engeland, Schotland, Ierland, Jamaica en Jemen. De band had, in tegenstelling tot de toen zeer populaire Ska, een voorliefde voor reggae. Deze stijl van muziek en hun zeer kritische teksten sloegen in die (crisis) jaren aan bij grote groepen en niet alleen in Engeland.

De tekst van hun eerste single ‘Food for thought’ van de LP ‘Present Arms’ staat ook tegenwoordig nog als een huis en heeft voor mij nog altijd een bijzonder poëtische connotatie.

.

Food for thought

.

Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.
Barren is her bosom, empty as her eyes,
Death a certain harvest scattered from the skies.
Skin and bones is creeping, doesn’t know he’s dead.
Ancient eyes are peeping, from his infant head.
Politician’s argue sharpening their knives.
Drawing up their Bargains, trading baby lives.

Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.

Hear the bells are ringing, Christmas on it’s way.
Hear the angels singing, what is that they say?
Eat and drink rejoicing, joy is here to stay.
Jesus son of Mary is born again today.
Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.
Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.

.

Gedichten voor tuiniers

Anne Ridler

.

Poëziebundels zijn er in vele maten en soorten. Een van de leukste categorieën van poëziebundels vind ik wel de bundels op onderwerp. Zelf bezit ik er inmiddels al heel wat. Gedichten over dieren ( Het grote dieren gedichtenboek), gedichten over geld (Het geld dat spant de kroon), gedichten over vrijheid (Vrij!), over de liefde (De mooiste liefdespoëzie), over muziek (Rock & Roll, klinkende gedichten) en ga zo maar door.

Een bijzondere categorie binnen dit genre vind ik toch wel de gedichten over tuinieren. In 2003 werd bij Virago de bundel ‘Poems for gardeners’ uitgegeven, edited by Germaine Greer. Ruim 200 bladzijden met poëzie over tuinen, tuinieren, planten en flora. En niet door de minste dichters. Seamus Heaney, Sylvia Plath, Emily Dickinson, Robert Frost, D.H. Lawrence maar ook onbekendere namen als Grace Tollemache en Anne Ridler.

Ik koos vandaag uit deze fijne bundel voor een gedicht van Anne Ridler vooral omdat ik haar niet kende en omdat het ik haar gedicht ‘Picking Pears’ uit deze bundel een mooi voorbeeld van het genre vind.

Anne Barbara Ridler (1912 – 2001) was een Engels dichter en redacteur van ‘A Little Book of Modern Verse’ samen met  T. S. Eliot (1941). Haar ‘Collected Poems’ werden gepubliceerd in 1994.

.

Picking Pears

.

Nor heaven, nor earth, a state between,

Whose walls of leaves

Weave in a chequer of dark and bright

The falling sky; whose roofs of green

Are held by ropes and chains and beams of light.

.

Regenerate summer hangs in the trees:

Hours of sunshine

Charged the cells, and spread the loot

So thick about us that we seize

Even the kleaves dissembling globes of fruit.

.

Strabge that we only in harvest season

Borrow from birds

These parks of air, these visions over the fence:

Not the flat view of roaring season

But a sharper angle, the height of exalted sense.

.

We enter only to despoil:

Solaced and proud

Though a barren twigs are left behind,

Through a weft of leaves we sink to the soil,

But summer’s nimbus shrivels on the rind.

.

This is the place

Manchester, 22 mei 2017

.

Na de terroristische aanslag op de Manchester Arena kwamen mensen bij elkaar om hun woede en verdriet te delen. Bij één van deze bijeenkomsten waar duizenden mensen aanwezig waren droeg Tony Walsh zijn gedicht ‘This is the place’ voor. Dit gedicht dat hij oorspronkelijk schreef voor Forever Manchester, een goede doelen stichting die gemeenschapsactiviteiten ondersteunt in Manchester paste zo goed bij de gevoelens die veel mensen hadden; niet opgeven, doorgaan met leven en als inwoners van Manchester één front vormen. Tony Walsh schrijft onder de naam Longfella en is freelance dichter, schrijver en performer en artist -in-education.

Meer informatie over Walsh op zijn website http://longfella.co.uk/

.

This is the place

.

Manchester!

This is the place In the north-west of England.

It’s ace, it’s the best and the songs that we sing

from the stands, from our bands set the whole planet shaking.

Our inventions are legends. There’s nowt we can’t make, and

.

so we make brilliant music. We make brilliant bands

We make goals that make souls leap from seats in the stands

And we make things from steel and we make things from cotton

And we make people laugh, take the mick summat rotten

.

And we make you at home and we make you feel welcome

and we make summat happen and we can’t seem to help it

and if you’re looking from history, then yeah we’ve a wealth

But the Manchester way is to make it yourself.

.

And make us a record, a new number one

And make us a brew while you’re up, love, go on

And make us feel proud that you’re winning the league

And make us sing louder and make us believe it

.

that this is the place that has helped shape the world

And this is the place where a Manchester girl

named Emmeline Pankhurst from the streets of Moss Side

led a suffragette city with sisterhood pride

.

And this is the place with appliance of science,

we’re on it, atomic, we struck with defiance,

and in the face of a challenge, we always stand tall,

Mancunians, in union, delivered it all

.

Such as housing and libraries and health, education

and unions and co-ops and first railway stations

So we’re sorry, bear with us, we invented commuters.

But we hope you forgive us, we invented computers.

.

And this is the place Henry Rice strolled with rolls,

and we’ve rocked and we’ve rolled with our own northern soul

And so this is the place to do business then dance,

where go-getters and goal-setters know they’ve a chance

.

And this is the place where we first played as kids.

And me mum, lived and died here, she loved it, she did.

And this is the place where our folks came to work,

where they struggled in puddles, they hurt in the dirt

.

and they built us a city, they built us these towns

and they coughed on the cobbles to the deafening sound

to the steaming machines and the screaming of slaves,

they were scheming for greatness, they dreamed to their graves.

.

And they left us a spirit. They left us a vibe.

That Mancunian way to survive and to thrive

and to work and to build, to connect, and create and

Greater Manchester’s greatness is keeping it great.

.
And so this is the place now with kids of our own.

Some are born here, some drawn here, but they all call it home.

And they’ve covered the cobbles, but they’ll never defeat,

all the dreamers and schemers who still teem through these streets.

.

Because this is a place that has been through some hard times:

oppressions, recessions, depressions, and dark times.

But we keep fighting back with Greater Manchester spirit.

Northern grit, Northern wit, and Greater Manchester’s lyrics.

.

And these hard times again, in these streets of our city,

but we won’t take defeat and we don’t want your pity.

Because this is a place where we stand strong together,

with a smile on our face, greater Manchester forever.

.

And we’ve got this place where a team with a dream can

get funding and something to help with a scheme.

Because this is a place that understands your grand plans.

We don’t do “no can do” we just stress “yes we can”

.

Forever Manchester’s a charity for people round here,

you can fundraise, donate, you can be a volunteer.

You can live local, give local, we can honestly say,

we do charity different, that Mancunian way.

.

And we fund local kids, and we fund local teams.

We support local dreamers to work for their dreams.

We support local groups and the great work they do.

So can you help us. help local people like you?

.

Because this is the place in our hearts, in our homes,

because this is the place that’s a part of our bones.

Because Greater Manchester gives us such strength from the fact

that this is the place, we should give something back.

.

Always remember, never forget, forever Manchester.

.

Choose love.

 

Doodstrijd

H. Marsman

.

Dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899 – 1940) overleed in 1940  toen de Berenice, het schip waarop hij met zijn vrouw naar Engeland vluchtte, in Het Kanaal verging, waarschijnlijk als gevolg van een torpedo van een Duitse U-boot, die een explosie veroorzaakte. Tussen 1919 en 1926 schreef hij het gedicht ‘Doodstrijd’ waar je met een beetje fantasie een voorspellende Marsman in kan lezen.

.

Doodstrijd

.

Ik lig zwaar en verminkt in een hoek van den nacht,

weerloos en blind; ik wacht

op den dood die nu eindelijk komen moet.

het paradijs is verbrand: ik proef roet,

dood, angst en bloed.

ik ben bang, ik ben bang voor den dood.

.

ik kan hem niet zien,

ik kan hem niet zien,

maar ik voel hem achter mij  staan.

hij is misschien rakelings langs mij gegaan.

hij sluipt op zwarte geruisloze voeten onzichtbaar

achter het leven aan.

.

hij is weergaloos laf:

hij valt aan in den rug;

hij durft niet recht tegenover mij te staan;

ik zou zijn schedel te pletter slaan.

ik heb nu nog, nu nog, een wild ontembaar

verlangen naar bloed.

.

%d bloggers liken dit: