Site-archief

Poëzie protest

Kipling versus Angelou

.

Net na de zomer van 2018, toen het nieuwe studiejaar begon aan de Manchester University, was er een relletje rond een muurschildering met poëzie. De Student Union van de universiteit had in de zomervakantie het Student Union Building laten renoveren en had op een muur in het gebouw het gedicht ‘If’ laten aanbrengen van Rudyard Kipling. Het gedicht lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/31/if. Als je dit gedicht lees kun je je de beweegredenen van het universiteitsbestuur indenken. Toch waren er studenten die het niet eens waren met de keus voor de dichter Kipling. Kipling schreef namelijk ook het gedicht ‘The White Man’s Burden’ dat, toen het gepubliceerd werd al tot grote discussies leidde. Het gedicht ‘A White Man’s Burden’ lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/01/18/the-white-mans-burden/

Als protest tegen de dichter van dit ‘racistische’ gedicht hebben studenten het gedicht ‘If’ overgeschilderd en voorzien van het gedicht ‘Still I rise’ van Maya Angelou, omdat dit gedicht beter overeenkomt met de waarden van studenten van tegenwoordig. De Student Union Diversity Officer (die hebben ze daar) Riddi Viswanathan, zegt daarover: Other student union members believe Kipling’s poems are “not in line with their values.” So, they decided to eliminate “The White Man’s Burden,” one of his most famous poems. Instead, they claimed Maya Angelou’s works are much more suitable to properly represent “black and brown voices.”

Aan de andere kant heeft expert, professor emeritus in de literatuur van de 20e eeuw aan de Kent University, Jan Montefiore, het tegenovergestelde standpunt. Montefiore, die de auteur is van de biografie van Kipling die in 2007 werd gepubliceerd, vindt het verschrikkelijk grof om Kipling als een racist te bestempelen. De Universiteit heeft besloten om het gedicht van Maya Angelou te laten staan.

.

I still rise

.

You may write me down in history

With your bitter, twisted lies,

You may trod me in the very dirt

But still, like dust, I’ll rise.

.

Does my sassiness upset you?

Why are you beset with gloom?

‘Cause I walk like I’ve got oil wells

Pumping in my living room.

.

Just like moons and like suns,

With the certainty of tides,

Just like hopes springing high,

Still I’ll rise.

.

Did you want to see me broken?

Bowed head and lowered eyes?

Shoulders falling down like teardrops,

Weakened by my soulful cries?

.

Does my haughtiness offend you?

Don’t you take it awful hard

‘Cause I laugh like I’ve got gold mines

Diggin’ in my own backyard.

.

You may shoot me with your words,

You may cut me with your eyes,

You may kill me with your hatefulness,

But still, like air, I’ll rise.

.

Does my sexiness upset you?

Does it come as a surprise

That I dance like I’ve got diamonds

At the meeting of my thighs?

.

Out of the huts of history’s shame

I rise

Up from a past that’s rooted in pain

I rise

I’m a black ocean, leaping and wide,

Welling and swelling I bear in the tide.

.

Leaving behind nights of terror and fear

I rise

Into a daybreak that’s wondrously clear

I rise

Bringing the gifts that my ancestors gave,

I am the dream and the hope of the slave.

I rise

I rise

I rise.

.

 

Advertenties

Ingrid Jonker

Rook en oker

.

Op dit moment lees ik (tussen alle dichtbundels die ik tegenwoordig krijg toegestuurd om te recenseren, waarvoor dank, erg leuk om te doen) de briefwisseling ‘Vlam in de sneeuw’ van Ingrid Jonker (1933 – 1965) en André Brink (1935 – 2015). Een geheime liefdesbrievenwisseling want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. Omdat de twee op nogal een grote afstand van elkaar af woonden en omdat we het hier over een andere tijd hebben in het oerconservatieve Zuid Afrika, waren ze vooral aangewezen op brieven om contact met elkaar te hebben.

Door dit boek werd ik ook weer nieuwsgierig naar het werk van Ingrid Jonker, de dichter. In 1963 verscheen van haar hand de dichtbundel ‘Rook en oker’ waarmee ze de Afrikaanse Literatuurprijs van de Pers-Boekhandel (Afrikaanse pers-boekverkopers) won. De prijs bestond uit een bedrag van £ 1000 , plus een beurs van de Anglo American Corporation. Het geld hielp haar om haar droom (een reis naar Europa) te realiseren, waar ze naar Engeland, Nederland, Frankrijk, Spanje en Portugal ging. Ze vroeg Jack Cope om haar te vergezellen, maar hij weigerde. Jonker vroeg vervolgens André Brink om met haar mee te gaan. Hij accepteerde en ze gingen samen naar Parijs en Barcelona. Tijdens de reis besloot Brink om zijn vrouw voor Jonker te verlaten en ging terug naar Zuid-Afrika. Jonker kortte daarop haar toer in en keerde terug naar Kaapstad.

Uit de bundel ‘Rook en oker’ heb ik een paar gedichten gekozen.

.

Ek weet

.

Ek weet tog

jou mond is ’n nessie

vol voëltjies

.

As jy lag

.

Jou lag is ’n oopgebreekte granaat

Lag weer

dat ek kan hoor hoe lag die granate

.

Jou lyf

.

Jou lyf is

swaar van bloed

en jou rug

’n singende kitaar

.

Elke man het ’n kop

.

Elke man het ’n kop

’n lyf

en twee bene

hulle probeer jou namaak

.

Gedicht in een bank gebeiteld

Skipton Castle

.

In het Engelse plaatsje Skipton, gelegen aan een groot bosrijk gebied, is binnen de muren van het gelijknamige kasteel, Skipton Castle, op een halfronde bank een gedicht in de zitting van deze bank gebeiteld. De stenen bank is gelegen aan de ronding van een dam. Steenhouwer Chris Swales had 6 dagen nodig om het gedicht aan te brengen. het gedicht is geschreven door Hazel Birdsall-Singer, de ‘visitor experience officer’ van Woodland Trust voor Skipton Woods.

De Woodland Trust beheert ongeveer 1200 bosgebieden in het Verenigd Koninkrijk en wil deze interessant en inspirerend laten zijn voor haar vele bezoekers. Daarom is ervoor gekozen de bank te verfraaien met een gedicht. Helaas heb ik het gedicht niet kunnen achterhalen maar het initiatief verdient navolging. Gelukkig heeft Ineke Winnips dit wel voor elkaar gekregen ( aan de maker gevraagd), dit is de tekst:

Rest your feet for a while in the company of trees. Hear the oak, ash and hornbeam talk in the breeze. Take heed of the whispers of trees from the past. Always treasure this wood, long may it last.

.

 

 

poëziemarathons

Groningen en Toronto

.

In mijn zoektocht naar bijzondere poëzieprojecten stuitte ik op het fenomeen van de poëziemarathon. Volgens Wikipedia is de Poëziemarathon is een initiatief van de stichting Poëziemarathon waarbij op de Landelijke Gedichtendag in de stad Groningen op allerlei plekken 24 uur lang poëzie te horen valt. Vanaf 2009 is de organisatie overgenomen door SLAG, de Stichting Literaire Activiteiten Groningen, die ook o.a. Dichters in de Prinsentuin organiseert.

De dag begint on middernacht met 8 uur poëzie op OOG Radio. Om 8 uur is er in een boekhandel een Poëzieontbijt.  Op elk moment van de dag is er ergens in de stad iets poëtisch te beleven. De dag eindigt met een drie uur durende slotmanifestatie, waarbij veel landelijk bekende dichters optreden. De poëziemarathon werd voor het eerst georganiseerd in 1999.

Inmiddels is de Poëziemarathon uitgegroeid tot een 6-daags festival (in 2018 was dit festival van 25 – 31 januari in de Week van de Poëzie).  Meer informatie vind je op: http://www.poeziemarathon.nl/home/

In Toronto is Caitlin Elizabeth Thomson actief. In 2008 verhuisde ze van Toronto naar New York en studeerde daar poëzie aan het Sarah Lawrence College. In die periode was ze onder andere poetry editor voor het literaire magazine ‘Lumina. In 2010 studeerde ze af en kreeg de titel Master of Fine Arts in Poetry. In de jaren daarna publiceerde ze in verschillende chapbooks. Chapbooks zijn kleine (meestal tussen de 8 en 24 pagina’s) goedkoop geproduceerde folderachtige boekjes. Haar werk verscheen in Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Spanje, Engeland, Frankrijk, Australië, Ierland, Roemenië, Singapore en Wales.

Vanaf 2013 organiseert Thomson samen met haar man Jacob  in augustus ‘The Poetry Marathon’.  Het doel van de marathon is een andere dan in Groningen. De bedoeling is dat er in 24 uur elk uur een gedicht wordt geschreven. Je moet deze gedichten op je eigen blog publiceren op elk uur. Dat wil zeggen dat je 24 uur lang elk uur een gedicht moet schrijven en deze plaatsen op je blog. Hiervoor jkun je je aanmelden bij de organisatie. Van over de hele wereld doen dichters mee. Heel bekende dichters maar ook volledig onbekende dichters. In 2017 deden maar liefst 800 dichters mee. Van de gedichten wordt elk jaar door Thomson een publicatie (Anthology) gemaakt.

Door de enorme organisatie die deze marathon met zich mee brengt ( en het feit dat Caitlin en Jacob een kind verwachten) is er in 2018 geen Poetry Marathon maar de volgende in 2019 wordt alweer voorbereid. Voor meer informatie kijk je op hun website: https://thepoetrymarathon.com/blog/about-the-poetry-marathon/

Hieronder een gedicht van Thomson en de cover van de Poetry Marathon Anthology van 2017.

.

Yes, Each Man Is a Tower of Birds
after llya Kaminsky

Is seven birds a tower, or two hundred?
More importantly, what kind of birds
are they? The difference between a sparrow
and a falcon is the difference between
diner and meal. Are all men the same
type of bird? Robins for example,
or gulls. Or are some men albatrosses,
others puffins, others hummingbirds
stuck in backwards flight? Does a whole
range of birds make up one man’s tower?
The cockatiel, peacocks, and great blue
herons all part of one awkward flock.
And if each man is a tower of birds, what
does that make each woman? A tower of fish?
A hunter? A pet owner? A falconer?

.

Caedmons Hymn

Oudste Engelse gedicht

.

Cædmon’s ‘Hymn’ is een kort Oud Engels gedicht geschreven door Caedmon, een herder die niet kon schrijven of lezen maar die in God’s eer dit ‘lied’ zong waarbij hij deze woorden gebruikte. Het werd ‘geschreven’ of opgeschreven tussen 658 en 680 en is het oudste vastgelegde Engelse gedicht. Het is ook het oudste voorbeeld van een allitererend Germaans gedicht. Het gedicht gaat over de kerstening van Anglo-Saxisch Engeland.

Deze ‘Hymn’ is de enige compositie die bekend is van Caedmon. Het was een gezongen versie die later werd behouden doordat anderen het opschreven in niet minder dan 19 kopiëën en manuscripten.

In het Østre Anlæg, een park in Kopenhagen staat het Statens museum voor kunst. In dit museum kwam ik het onderstaande schilderij tegen van de Deense schilder Skovgaard, die een schilderij heeft gemaakt naar aanleiding van een hervertelling  door ene Grundtvig van dit oudste Engelse gedicht. Hieronder de ‘Hymn’ hertaald naar het moderne Engels ( door A.Z. Foreman) en in het Oud Engels.

.

Cædmon’s Hymn to God

Hail now the holder of heaven’s realm,
That architect’s might, his mind’s many ways,
Lord forever and father of glory,
Ultimate crafter of all wonders,
Holy Maker who hoisted the heavens
To roof the heads of the human race,
And fashioned land for the legs of man,
Liege of the worldborn, Lord almighty.

Het origineel in oud Engels

Nū sculon heriġean heofonrīċes weard,
Meotodes meahte ond his mōdġeþanc,
weorc wuldorfæder, swā hē wundra ġehwæs,
ēċe Drihten, ōr onstealde.
Hē ǣrest sceōp eorðan bearnum
heofon tō hrōfe, hāliġ Scyppend;
þā middanġeard monncynnes weard,
ēċe Drihten, æfter tēode
fīrum foldan, Frēa ælmihtiġ.

.

How do I love thee? Let me count the ways

Elisabeth Barrett Browning

.

Naar aanleiding van een berichtje van Bout Vercnocke ging ik op zoek naar het gedicht ‘How do I love Thee? Let me count the ways (Sonnet 43) van Elisabeth Barret Browning (1806 – 1861). Ik kwam erachter dat ik dit gedicht al eens genoemd heb in een post over een bundel van de BBC, waarin de vraag beantwoord werd wat volgens het Engelse volk het mooiste liefdesgedicht is. Dat is namelijk het gedicht ‘How do I love thee? Let me count the ways. Ik heb toen echter niet dat gedicht erbij geplaatst en daar komt nu verandering in.

Elizabeth Barrett Browning  wordt beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van het Victoriaans tijdperk. Ze werd bewonderd door tijdgenoten als William Makepeace Thackeray, Edgar Allan Poe en Alfred Lord Tennyson, was een bekwaam vertaler van Griekse teksten en een gepassioneerd abolitionist (voorstander van het afschaffen van de slavernij) en feminist. Haar liefdessonnetten zijn nog steeds populair.

Op 14 jarige leeftijd schreef ze het gedicht ‘The Battle of Marathon’ dat door haar vader in eigen beheer werd gedrukt. In 1826 debuteerde ze met de poëziebundel ‘An Essay on Mind and Other Poems’. Na de publicatie van ‘Poems’ in 1844 ontving ze een brief van de zes jaar jongere dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889), die toen nog vrij onbekend was. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in het geheim in 1846, omdat haar strenge vader zijn kinderen niet toestond om te trouwen. Het stel vertrok naar Italië en ging in Florence wonen. In die jaren schreef ze ‘Sonnets from the Portuguese’. Sonnet nummer 43 werd dus in 1997 door het Engelse volk gekozen als mooiste liefdesgedicht ooit.

.

Sonnet 43

How do I love thee? Let me count the ways.
I love thee to the depth and breadth and height
My soul can reach, when feeling out of sight
For the ends of being and ideal grace.
I love thee to the level of every day’s
Most quiet need, by sun and candle-light.
I love thee freely, as men strive for right;
I love thee purely, as they turn from praise.
I love thee with the passion put to use
In my old griefs, and with my childhood’s faith.
I love thee with a love I seemed to lose
With my lost saints. I love thee with the breath,
Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,
I shall but love thee better after death.
.

Ik vind geen rust

Sir Thomas Wyatt

.

Sir Thomas Wyatt (1503 – 1542) werd geboren in Kent, Engeland en was dichter maar ook ambassadeur van koning Hendrik VIII in Frankrijk en Italië.  Wyatt speelde het gevaarlijke spel van seks, geld en macht tijdens zijn verblijf in het hof van Hendrik VIII. Hij maakte zijn leven nog gevaarlijker door met de koning te strijden om de hand van Anne Boleyn. Tenslotte hadden de vijanden van Henry de gewoonte om met hun hoofden gescheiden van hun lichaam te eindigen. Wyatt was een hoveling en metgezel van Henry VIII vanaf zijn dertiende. Hij was op 17-jarige leeftijd getrouwd en kort daarna gescheiden. Sommige bronnen zeggen dat hij in 1522 de minnaar van Anne Boleyn was geworden, niet lang voordat ze voor Koning Hendrik koos.

Minstens vier gedichten van Wyatt worden verondersteld te verwijzen naar Anne, inclusief het sonnet ‘Whoso list to hunting’ waarin ze wordt voorgesteld als een hert, bejaagd door vele vrijers maar uitsluitend toebehorend aan Caesar. Wyatt werd in 1526 weggestuurd van het hof naar Frankrijk en in 1527 naar Italië, waar hij werd gevangen genomen door troepen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Anne Boleyn uit de gratie viel bij Hendrik in 1536, werd Wyatt gevangengezet in The Tower of London, omdat hij met haar omging en bekeek hij haar executie vanuit zijn cel. In 1539 stond hij aan het hoofd van een complot om de katholieke Reginald Pole te vermoorden door vergiftiging. Tegen 1540 zat hij opnieuw in de gevangenis wegens verraad. Zijn latere minnares zou ook door Hendrik als zijn geliefde zijn genomen.

Zijn werk werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven, maar hij was een van de leidende dichters van de Engelse Renaissance. Tijdens zijn tijd in Italië ontdekte hij de werken van Petrarca en introduceerde hij Italiaanse modellen en poëtische vormen in Engelse verzen, waaronder het sonnet.

I find no peace

.

I find no peace, and all my war is done.
I fear and hope. I burn and freeze like ice.
I fly above the wind, yet can I not arise;
And nought I have, and all the world I season.
That loseth nor locketh holdeth me in prison
And holdeth me not—yet can I scape no wise—
Nor letteth me live nor die at my device,
And yet of death it giveth me occasion.
Without eyen I see, and without tongue I plain.
I desire to perish, and yet I ask health.
I love another, and thus I hate myself.
I feed me in sorrow and laugh in all my pain;
Likewise displeaseth me both life and death,
And my delight is causer of this strife.
.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

Stiltes bij verstek

Keri Hulme

.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je geen studentenkamer binnen komen zonder tegen een boekenkast op te lopen met daarin prominent de roman ‘Kerewin’ van Keri Hulme (1947) tegen te komen. Deze roman van de schrijfster uit Nieuw Zeeland, in het Engels ‘The bone people’ geheten, was een groot internationaal succes en werd vele malen bekroond met onder andere de Booker Prize in 1985. Keri Hulme komt uit een familie met roots in Engeland, Schotland, Noorwegen en/of de Faroeër eilanden en van de Maori’s.

Dat Keri Hulme ook poëzie schrijft was voor mij een verrassing (het komt de laatste tijd vaker voor dat ik erachter kom dat romanschrijvers die ik ken ook poëzie blijken te schrijven). In de kringloopwinkel waar ik de vertaalde poëzie van Keri Hulme vond stonden maar liefst twee exemplaren van haar bundel ‘Stiltes bij vertrek’ uit 1992 (de Engelstalige versie ‘The silences between’  is van 1982).

In deze bundel verwoordt Hulme haar bijna mystieke band met het dorp Moeraki aan de oostkust van Nieuw Zeeland, waar zij opgroeide. Uit deze bundel het gedicht ‘Okarito tuhituhia’ wat ‘geschreven alfabet’ betekent.

.

Okarito tuhituhia

.

Zandvliegen:

zwarte bultenaars

met een dunne angel

van begerig vlees.

.

Ik ben ongeduldig, te ongeduldig… daarom

gebeurt er niets zoals ik het wil

bam! ogenblikkelijk

.

bam! huis klaar!

bam! whitebait trekt/wordt gevangen/is

schoongemaakt/is verslonden!

bam! kant en klaar boek!

.

maar het kost allemaal jaren en tranen en VEEL TE VEEL TIJD

.

.

Perversiteit die uit deze wanhoop voortvloeit

bracht me zover dat ik de zandvliegen gerig doodt;

ze met mijn tanden van mijn vlezige handen pluk

en met genoeglijke zorgvuldigheid hun borstkast kraak –

een licht geknisper

.

Food for thought

UB40

.

Toen in 1981 de LP ‘Present Arms’ uit kwam van UB40 kende ik deze band al vaag van het nummer Madam Medusa (aanklacht tegen Thatcher). Present Arms was echter zo’n waanzinnig goeie plaat met louter maatschappij kritische nummers dat ik meteen fan was. Die waardering voor UB40 heeft overigens maar kort geduurd, toen het volgende album met covers uit kwam en de single Red red wine (vreselijk nummer) ben ik afgehaakt. Maar ik zal altijd met veel plezier blijven luisteren naar hun allereerste werk dat tussen 1979 en 1982 werd uitgebracht.

UB40 (genoemd naar het  voormalig formulier van de Britse sociale dienst om een werkloosheidsuitkering (Unemployment Benefit) aan te vragen, werd opgericht door een stel werkeloze jongeren uit Birmingham met roots in landen als Engeland, Schotland, Ierland, Jamaica en Jemen. De band had, in tegenstelling tot de toen zeer populaire Ska, een voorliefde voor reggae. Deze stijl van muziek en hun zeer kritische teksten sloegen in die (crisis) jaren aan bij grote groepen en niet alleen in Engeland.

De tekst van hun eerste single ‘Food for thought’ van de LP ‘Present Arms’ staat ook tegenwoordig nog als een huis en heeft voor mij nog altijd een bijzonder poëtische connotatie.

.

Food for thought

.

Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.
Barren is her bosom, empty as her eyes,
Death a certain harvest scattered from the skies.
Skin and bones is creeping, doesn’t know he’s dead.
Ancient eyes are peeping, from his infant head.
Politician’s argue sharpening their knives.
Drawing up their Bargains, trading baby lives.

Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.

Hear the bells are ringing, Christmas on it’s way.
Hear the angels singing, what is that they say?
Eat and drink rejoicing, joy is here to stay.
Jesus son of Mary is born again today.
Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.
Ivory Madonna dying in the dust,
Waiting for the manna coming from the west.

.

%d bloggers liken dit: