Site-archief

Poste Restante

Ellen Warmond

.

In vakantietijd wil ik nog wel eens een ansichtkaart versturen (noem me ouderwets) omdat ik weet dat een kaartje altijd wordt gewaardeerd. Als een kaart of een poststuk vroeger niet bezorgd kon worden dan werd zo’n poststuk bewaard op het postkantoor tot de geadresseerde het kwam ophalen. Dat werd Poste Restante genoemd. Een term die door de manier van post versturen (steeds meer digitaal of, wanneer de geadresseerde niet thuis is via de buren of een afhaalpunt) uit dreigt te sterven.

In 1979 schreef dichter Ellen Warmond (1930 – 2011) nog een gedicht met de titel Poste Restante in haar bundel ‘Tegenspeler tijd’ Een keuze uit de gedichten.

.

Poste Restante

.

Geen enkel woord

geen enkel gedicht

is hier tegen bestand mijn handen

verzenden onbestelbare

telegrammen medeleven

loketten stilte gaan

tussen ons dicht het is

bijna niet langer te dragen

.

in de vitrine van je ogen ligt

de brief die nooit werd afgehaald

vanavond weer ter inzage

.

Bloedend op de Maasbrug

Hans Sleutelaar

.

Gedichten staan niet altijd in dichtbundels. Soms staan ze in een roman of in een non fictieboek, ter ondersteuning van een onderwerp of thema of, zoals ij het onderhavige geval, ter illustratie van het onderwerp. In een kringloopwinkel kwam ik het boek ‘Rotterdams accent 1961’ tegen. Uitgegeven door Ad. Donker met medewerking van de Rotterdamse Kunststichting uitgegeven in 1961. 

Voor Rotterdammers een heerlijk boek over Rotterdam aan het begin van de jaren zestig. Met bijdragen over Anna Blaman, de dichter Tollens, schilder M.J.B. Jungmann, grafici Wally Elenbaas en Wout van Heusden, toneelspeler Ton Lutz en regisseur Richard Flink. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door bekende en minder bekende namen (bijvoorbeeld J.H. Speenhoff, C. B. Vaandrager, Alfred Kossmann en Ellen Warmond). 

Naast de verhalen en een aantal leuke zwart/wit foto’s staan er dus ook enige gedichten in dit boek. Een van die gedichten is van de dichter Hans Sleutelaar (1935 – 2020). Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Na de vrije opvattingen van de literaire beweging de Vijftigers, predikten de Zestigers een nieuw realisme. De belangrijkste vertegenwoordigers hadden zich geschaard rond het tijdschrift ‘Gard Sivik’, ‘De Nieuwe Stijl’ en het Amsterdamse tijdschrift ‘Barbarber’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten, waar men later weer om veroordeeld werd.

Het gedicht in dit boek getiteld ‘Bloedend op de Maasbrug’ is zowel in vorm als in inhoud opmerkelijk. 

.

Bloedend op de Maasbrug

.

bloedend op de maasbrug

ontdek ik de gave proporties van de mist

en daarin de stad en daarin het gesternte van de stad

(een kern van spieren, beursberichten, zweet)

.

                                               de stad\ik\in deze sekonde
                                               veroorzaken wij elkaar

.

ik voel dat wij voelen

:

de littekens, de energieke echo’s van eeuwen

elke dag, in elke voorbijganger

, op elke straathoek de adem van een vermoeide mens

, achter ieder geluid het luisteren van het water

.

                                             de stad\ik\wij bewijzen elkaar, neuriënd

.

 

 

Warmte, een woonplaats

Ellen Warmond

.

In deze tijd van polarisatie en het vergroten van de verschillen in denkwijze over van alles, leek het me een goed idee om weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Ik ging op zoek en kwam het gedicht ‘Warmte, een woonplaats’ tegen van Ellen Warmond (1930-2011) in de gelijknamige bundel uit 1961. Want zoals Ellen dicht “want liefde en het besef / van liefde daaraan ontsteken / ogen en stemmen hun licht”. en liefde en licht daar kunnen we wel wat van gebruiken in deze letterlijk en figuurlijke donkere tijden.

.

Warmte, een woonplaats

.

Liefde en het besef
van liefde daartussen bouwen
mensen een warmende woonplaats

.
en sprekende zeggen ze: liefste
open je ogen nu langzaam en eet
ik heb het licht voor je aangesneden
of: open je ogen niet drink nu het donker
ik heb de nacht voor je omgekocht

.
want liefde en het besef
van liefde daaraan ontsteken
ogen en stemmen hun licht
daarin ontbloeien de lippen
daaruit ontstaat het gedicht.

.

Fietsen

Rein van de Wetering en Ellen Warmond

.

Dat je over een gewoon onderwerp als fietsen heel verschillend kunt dichten blijkt uit dit Dubbel-gedicht over fietsen. Allereerst is er het gedicht ‘Literatuurhistorie’ van Ellen Warmond (1930 – 2011) uit de bundel ‘Geen bloemen / Geen bezoek’ uit 1968. Dit gedicht gaat over fietsen maar eigenlijk gaat het over (de grote) dichters en hun liefhebberijen.

Het tweede gedicht is van Rein van de Wetering en is getiteld ‘Achtergelaten fiets’ uit de bundel ‘Achter de hand’ uit 1978. Dit gedicht gaat over het ding, de fiets en de dat het nog wel een fiets is in verschijning maar dat er niet meer mee te fietsen is en dat je dat ook eigenlijk helemaal niet wil (het regent).

.

Literatuurhistorie

.

Hollandser kan haast niet dat onze

twee grootste (of als grootst geziene) dichters

van een vorige generatie

beiden aan de fiets hingen

als een acrobaat aan zijn rekstok

de een in burger de ander

in uniform

.

en dat de derde (allergrootste)

zichzelf een landman noemde of een boer

op de momenten dat hij

niet meende een koe te zijn.

.

Achtergelaten fiets

.

De dynamo is stuk

het regent

de banden zijn lek

op zondag

hij staat tegen de muur

verraden

verroest

met gebroken stuur

 

A. Roland Holst

Naar men zegt

Ellen Warmond

.

Het is de eerste kerstdag en daarom wilde ik een toepasselijk gedicht plaatsen. Omdat ik niet in de val wilde trappen van een ‘traditioneel’ gedicht over Kerstmis maar eerder een gedicht zocht dat de geest van Kerstmis zou weergeven, ben ik bij het gedicht ‘Naar men zegt’ van Ellen Warmond uitgekomen. Het gedicht komt uit de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden uit 1955.

.

Naar men zegt

.

Naar men zegt is dit

het leven der wijzen:

.

niet meer bewegen stilstaan als een berg

zeer ouderwets liefdesbrieven lezen

een kerkboek copiëren zonder lachen

bij willekeurige voorbijgangers

naar hun gezondheid informeren

.

1 boek bezitten met het alfabet

letter voor letter op een ander blad geschreven

daar lang in lezen

dan tevreden als een varen

het lichaam samenvouwen

en gaan slapen.

.

De stijgbeugel

Poëziewedstrijd

.

Pas geleden kocht ik in een kringloopwinkel een bundeltje gedichten met de titel ‘De stijgbeugel’ veertig verzen van nieuwe dichters. Het bundeltje is uit 1953 en uitgegeven door N.V. De Arbeiderspers in de serie De Boekvink,  litteratuur in miniatuur (dit is geen typefout, het staat er echt litteratuur). Ik was in de veronderstelling dat het hier een verzamelbundeltje betrof maar dat ligt toch iets anders. Wat blijkt? Het betreft hier een bundel met winnaars van een door de VARA-rubriek ‘Met en zonder omslag’ uitgeschreven prijsvraag voor nog onbekende ‘naam’-loze dichters in Nederland.

De organisatoren hadden zich verkeken op het grote aantal gedichten dat er werd ingezonden (maar liefst 3000) en deze moesten door een driekoppige jury (Max Dendermonde, Reinold Kuipers en Garmt Stuiveling) worden gelezen en beoordeeld. De winnaar van deze wedstrijd werd Christine Meyling (1925 – 1983), een naam is die ik nog nooit ergens ben tegengekomen. Het lijkt erop dat Meyling haar dichtersloopbaan niet heeft voortgezet ( ik heb het uiteraard even uitgezocht, van haar hand verschenen in 1954 – 1956 een aantal gedichten in Maatstaf en De Nieuwe Stem, daarna werd het stil).

Wat opmerkelijk is is dat de tweede prijs werd gewonnen door Ellen Warmond (1930 – 2011), een dichter die later heel bekend is geworden. Haar naam is de enige tussen vele onbekende namen die bij mij een belletje lieten rinkelen. En ondanks dit feit is deze bundel een heel fijn boekje om te lezen. het geeft heel mooi weer hoe er aan het begin van de jaren vijftig in Nederland werd gedicht. Een mengeling van poëzie van na de oorlog (waar de oorlog nog in na klinkt), vaste versvormen, romantische poëzie en poëzie die al naar de vernieuwingsdrang van de vijftigers neigt.

Ik heb besloten een van de twee eerste prijswinnende gedichten hier te plaatsen van Meyling ( Claire) en een van de tweede prijs van Warmond (***) om het verschil in stijl te laten zien.

.

Claire

.

Jouw kind is aarzelend geboren.

Het toefde op de drempel van verdriet,

Begroef de droom die het voorgoed verliet

en zou de wereld droef en blij behoren.

.

Het was een meisje, weer, en vaag geschonden

(twee rose wonden, maar die gaan voorbij).

Je hebt haar – moeilijk – toch maar lief gevonden,

zij paste logisch in de onvoltooide rij

.

van de verbloemde, heimelijke zonden.

Nog even bracht een klein en zoet gemis,

toen er veel mensen in je kamer stonden,

je tot de grens van een bekentenis.

Maar omdat zij het ook niet helpen konden,

bleef alles als het was en steeds gebleven is.

.

Voor Wim

.

***

.

Ik steek je onbekommerd

overmoedig dwars door de aarzeling

die kamers vierendeelt en ons

afzijdig houdt mijn hand

toe met de woorden zie

dit heb ik voor je meegebracht

een landkaart zonder wegen

een nooit meer in roulering komend

geldstuk een sublieme

seconde van volkomen

van onbeheerst en mateloos

van bandeloos en onbelemmerd

blind-zijn.

.

Proost!

Om een bokaal van wijn

.

Poëzie kan werkelijk over elk onderwerp gaan. Vaak worden gedichten over een bepaald onderwerp bij elkaar gebundeld. Dit soort themabundels zijn populair bij liefhebbers van poëzie en van het desbetreffende thema. Zo zal uitgeverij van Lindonk in 1967 ook gedacht hebben toen ze ‘Om een bokaal vol wijn’ uitgaven met gedichten van dichters rondom het thema Wijn. De bundel met 24 verzen van ‘eigentijdse Nederlandse dichters’ is uitgegeven in het 125ste wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v. in Arnhem (en dus niet het 123ste zoals abusievelijk op de website https://www.nederlandsepoezie.org/jl/1967/zz_om_een_bokaal_vol_wijn.html staat te lezen).

Bekende en minder bekende dichters hebben hun medewerking verleend aan deze bundel; van A. Roland Holst, C. Buddingh’ en Hans Andreus tot Jan Engelman, Fem Rutke en Tom Naastepad. In een fraai uitgegeven bundel met fijne harde kaft en illustraties van Kurt Löb en van een voorwoord voorzien door Jan Wit is dit een fijne bundel voor poëzieliefhebbers en ook wijnliefhebbers.

Ik koos voor een gedicht van Ankie Peypers, één van de twee vrouwelijke dichters in deze bundel ( de ander is Ellen Warmond) getiteld ‘Verzoek aan wijn’.  Ankie Peypers (1928-2008) debuteerde in 1946 met de bundel ‘Zeventien’, met daarin zeventien jeugdgedichten. In 1951 verscheen haar officiële debuut ‘October’. Sindsdien verschenen gedichtenbundels, vertalingen en enkele romans.  In 1972 verscheen de verzamelbundel ‘Gedichten 1951 – 1971’. Als journalist werkte ze voor De Vlam en Het Vrije Volk. Daarnaast was ze medeoprichter van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus en publiceerde ze regelmatig over de positie van vrouwen.

.

Verzoek aan wijn

.

Laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die jou deed rijpen

toen je geboorte lange maanden

zomermaanden in de heuvels

werd verwacht

tot eindelijk de dorpelingen

op het dagen nachten durend

feest je loflied zongen

dat je goed was

als je voorgeslacht;

.

laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die een oogstfeest verwacht.

.

Laat je drinken

wie dan jij

moet de verhalen

die ons denken

als in de heuvels

gevangen houdt

vertalen?

.

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Over en over

Ellen Warmond

.

Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.

Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde  in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.

Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.

.

Over en over

.

Taal toespitsen

tot huidloze speling

net nog tastbaar

.

tederheid meegedeeld

middels één ooghaar

.

dit is mijn bedoeling

bijna bewijsbaar.

.

Reina_Prinsen_Geerligs_Prijs_voor_Remco_Campert_en_Ellen_Warmond_(1953)

persoonsbewijs

Bijna om niets

Ellen Warmond

.

Vandaag een gedicht van de dichter Ellen Warmond (1930 – 2011). Ellen Warmond publiceerde vele dichtbundels en zij werkte samen met anderen mee aan de serie ‘Schrijvers Prentenboek’ van het Letterkundig Museum. Voor haar werk ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de Jan Campertprijs (1961) en de Anna Bijns Prijs (1987).

In haar overwegend sombere poëzie, met een ingetogen taalgebruik vol personificaties, is ook plaats voor afstandelijkheid en ironie.

Centraal staat de existentialistische confrontatie met de tijd, die bij de mens gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst veroorzaakt. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is.

Ook in het volgende gedicht over de liefde herken je deze kenmerken. Uit: ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.

.

Bijna om niets

.

Al mijn woorden heb ik al opgedeeld

tussen jij en jou en jouw

meer kan ik niet doen

.

ik leg mijn handen op

het hakblok van je argwaan

.

ik roep de vogels aan

om bijval

.

de wind houdt zich afzijdig

maar goedmoedige wolken zeggen

dat het verdriet voorbij is.

.

Uitreiking Reina Prinsen Geerligs Prijs in aula van de Universiteit van Amsterdam aan beide winnaars, Remco Campert en Ellen Warmond, door P.J. Prinsen Geerligs *24 november 1953

Uitreiking Reina Prinsen Geerligs Prijs in aula van de Universiteit van Amsterdam aan beide winnaars, Remco Campert en Ellen Warmond, door P.J. Prinsen Geerligs
*24 november 1953

%d bloggers liken dit: