Site-archief

AMAI awards 2023

Jaarlijkse verkiezing

.

Al een aantal keer heb ik geschreven over de AMAI Awards en de winnaar van de award voor gedichten in 2022. De AMAI (Alle Monden Award Instagram) kiest jaarlijks het beste gedicht, quote, Spoken Word en meest favoriete dichtersaccount van Instagram. Dit jaar (de 2023) editie ben ik gevraagd zitting te nemen in de Vakjury (gedichten en quotes) samen met dichters Maud Vanhauwaert, Ingmar Heytze en Derek Otte, Trouw journalist Nienke Schipper en winnaar van het beste gedicht 2022 Christianne Scholtens.

Je deelname inzenden kan vanaf 15 december 2022 tot en met 15 januari 2023 (lees hoe op de website van AMAI ). Op 28 januari 2023 wordt de longlist bekend gemaakt en kan er gestemd worden (tot en met 28 februari 2023) voor de publieksprijs. De bekendmaking van de prijswinnaars zal plaats vinden op zaterdag 25 maart in het Parktheater in Eindhoven. Tijdens de bekendmaking zullen er 10 verschillende optredens plaats vinden. Kaarten kunnen nu al besteld worden via de website van AMAI.

In 2021 kreeg dichter en illustrator Meliza de Vries de prijs voor het winnende gedicht. Daarom, ter inspiratie en als voorbeeld hier een, al wat ouder, gedicht van haar hand.

.

de laatste keer dat ik mijn moeder zag

 

er stonden drie huizen in het dorpje,
die door de moesson naar het zuiden dreven.

.

ergens vielen bananen uit hun tros.
een paar mensen schepten wegen om mij heen,
ik had geen idee uit welk huis zij kwamen.

.

ik vroeg mij af
hoe zij deze dag wilden onthouden,
niemand had een camera in de hand.

.

Advertentie

Stadsdichters

Harry Zevenbergen

.

Op de zeer interessante website Neerlandistiek.nl lees ik in een artikel van Anke Martens over stadsdichters. Anke deed voor haar  bachelorscriptie aan de Radboud Universiteit onderzoek naar wat het stadsdichterschap nou precies inhoud. Ze onderzocht de ontwikkelingen van het stadsdichterschap tussen 2005 en 2020 in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen. Natuurlijk zijn er veel meer stadsdichters (en gemeente-, dorps-, wijk-, provincie- en gemeentedichters maar ik begrijp dat ze zich heeft beperkt tot deze grote steden. Waarbij Den Haag heel pijnlijk ontbreekt.

Opvallend was dat de genoemde steden rond 2005 voor het eerst een stadsdichter benoemden waarbij er echter ook grote verschillen zijn. Zo ligt bijvoorbeeld niet vast door welke instantie het stadsdichterschap gefaciliteerd wordt. In de meeste gevallen speelt de gemeente een rol, maar of de gemeente de stadsdichter ook daadwerkelijk zelf aanstelt varieert. Vaak worden er bij de benoeming of het ondersteunen van stadsdichters organisaties die zich met literatuur bezig houden of bibliotheken gevraagd een rol te spelen. Ik ken zelfs een voorbeeld waar de stadsdichter vanuit een samenwerking van een kerk met een sociaalmaatschappelijke organisatie werd geïnitieerd.

Dan zijn er verschillen in de financiering, de bedragen die stadsdichters krijgen, het aantal aan te leveren gedichten, hoe en door wie de stadsdichter wordt benoemd en wat voor soort dichters er gevraagd worden (of verkozen). Een korte conclusie van Anke: “Zoals wel is gebleken, wordt het stadsdichterschap op veel verschillende manieren vormgegeven. Ook de ideeën over de inhoud van het ambt verschillen. Het stadsdichterschap is dus geen vastomlijnd fenomeen, maar kan in allerlei gedaantes gerealiseerd worden. Het is dan ook niet gek dat zich nog steeds nieuwe ontwikkelingen voordoen.”

Wat je er ook van vindt, het stadsdichterschap is in Nederland inmiddels aardig geworteld. Steeds meer steden en gemeenten gaan over tot het benoemen van een stadsdichter of gemeentedichter. Op deze manier worden mensen op een laagdrempelige manier geconfronteerd met poëzie (net als met bijvoorbeeld straatpoëzie) waardoor de belangstelling voor poëzie en (misschien zelfs) het lezen van poëzie wordt bevorderd. En daar mogen we alleen maar blij mee zijn.

Zelf mag ik aanstaande woensdag voor de 4e keer alweer juryvoorzitter zijn bij de verkiezing van de stadsdichter van Maassluis, terwijl in mijn woonplaats nog steeds geen stadsdichter actief is. De enige en meteen laatste stadsdichter van Den Haag (2007-2009) was Harry Zevenbergen (1964-2022) en sindsdien is het stil. Als enige van de grote steden heeft Den Haag het al die tijd zonder moeten doen. Daarom en omdat Harry een goede bekende dichter was hier een stadsgedicht van zijn hand getiteld ‘De was moet schoon’.

.

De was moet schoon
.
kleurrijk aroma in de wasmand
mijn terugblik op een week
zweet, eten, deo en jouw resten
gevangen in textiel en ik weet
.
precies waar, wanneer en waarom
voor de deur wordt het leven
in tien minuten geknipt en geschoren
het is zomer in de Boekhorststraat
.
terwijl wit en bont zich mengt
worstelen fietsen met de autostroom
westwaarts het centrum in en verder
oostwaarts lonkt de Schilderswijk
.
wanneer ik klungel met de machine
staan er altijd mensen klaar om me
te helpen het duurt een paar weken
voor ik door heb wie er werkt
.
Achmed vertelt van de broek in vijf
die eruit kwam met slechts één pijp
Harry vult aan dat de andere
terug werd gevonden in machine vier
.
van buiten roept Ria: “Ben je nieuw hier?”
en dat ik ze niet moet geloven
maar dat van die broek is echt waar
het is zomer in de Boekhorststraat

.

De overgave

Paul Bezembinder

.

De Gelderse dichter Paul Bezembinder (1961) studeerde theoretische natuurkunde in Nijmegen. Hij is als ‘science policy advisor’ werkzaam aan de Technische Universiteit Eindhoven en is tevens een actief lid van de Poëzieclub Eindhoven.

In zijn poëzie zoekt hij in vooral klassieke vers­vormen en thema’s naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap. Zijn gedichten en vertalingen Russisch-Nederlands verschenen in verschillende (online) literaire tijdschriften.

In 2018 debuteerde Bezembinder met de bundel ‘Kwatrijnen’, in 2020 verscheen de bundel ‘Gedichten’ gevolgd door de bundel ‘Parkzicht’ ( de laatste twee bij uitgeverij Leeuwenhof. Poëzie en vertalingen van Bezembinder lees je op zijn website https://paulbezembinder.nl/

In de bundel ‘Gedichten’ staat een fraai sonnet dat ik hier graag met jullie deel.

.

De overgave

.

De oude man zit in zijn atelier

en onderzoekt de vormen van zijn vak,

afwezig haast beweegt hij met ze mee,

hij volgt de wil van hout, papier en lak.

.

Ooit zocht hij een verborgen harmonie,

maar nu, zo mettertijd, heeft hij geleerd:

juist door zijn vakmanschap, zijn poëzie,

in alle rust, wordt schoonheid gecreëerd.

.

Hij is gaan luisteren, wat meer gaan zien,

het heeft hem nederig gemaakt misschien,

verstilling bracht hem zilver, zwijgen goud.

.

Hoe vaker hij tot meebewegen kwam,

hoe meer hij vond wat denken hem ontnam:

de kracht van zeggenschap en vormbehoud.

.

Poëzieproject

Philipsdorp

.

Sommige poëzieprojecten zijn niet meteen wat je ervan verwacht. Bij een kop over een poëzieproject in Philipsdorp (Eindhoven) dacht ik dat er een vorm gebruikt was die je steeds vaker ziet in Nederland namelijk het aanbrengen van gedichten op muren van huizen en andere gebouwen. Maar dit was toch van een andere orde.

Op initiatief van het Woonbedrijf bij de oplevering van een grootschalig renovatieproject werd op verschillende gerenoveerde huizen een woord aangebracht, dus geen gedicht. Wladimir Manshanden en Rob Stork vroegen de inwoners naar (positieve) eigenschappen van ons mensen, met als achterliggende gedachte dat wat ons als mens onderscheidt van de steeds meer alomtegenwoordige algoritmes.

Een aantal bewoners van Philipsdorp heeft dan ook een ‘handtekening’ op hun huis gezet. Niet met hun naam maar met een woord dat hun gevoel weergeeft over het wonen in de buurt. Met dit project wilde Manshanden passanten die door Philipsdorp komen, verrassen en even aan het denken zetten. Bewust zijn van de plek waar ze op dat moment zijn. Door middel van een woord, de meest uitgekleedde vorm van poëzie.

In de Gagelstraat in Philipsdorp staat op een schutting een gedicht van een onbekende dichter dat als volgt gaat:

.

Mannen uit één stuk

oogverblindend mooie vrouwen

Gagelstraat, O Gagelstraat

een straat om van te houwen

 

.

 

Ons te vroeg ontvallen 4

Derrel Niemeijer

.

De laatste dichter waar ik bij stil wil staan door een te vroeg overlijden is, de in grote kring, legendarische Derrel Niemeijer (1977 – 2016). Op 13 oktober 2016 overleed Derrel  aan de gevolgen van slokdarmkanker. In het bericht dat ik daags na zijn overlijden schreef op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/14/derrel-niemeijer/ noem ik Derrel een bron van verbazing, vermaak, ontroering, blijheid en verrassing. En daarnaast kon het ook een ongelofelijke rebel en dwarsdenker zijn. Zaken die ik stiekem juist heel erg in hem bewonderde. Derrel was autonoom en authentiek als dichter en als mens.

Ik weet niet precies wanneer ik Derrel voor het eerst zag, ik vermoed op een podium van Ongehoord! in Rotterdam. In het begin kwam hij altijd wat stilletjes binnen en zat dan ergens achterin met zijn altijd aanwezige opschrijfboekje, een blocnote of gewoon een stapeltje papier waarop hij zijn poëzie schreef. Gedichten die hij dan meestal ter plekken ook voordroeg. In het begin ook moest ik wat wennen aan zijn ongepolijste manier, zijn afraffelende voordrachten en zijn ‘stage presence’  maar al gauw leerde ik de mens achter de dichter kennen en bleek hij een allervriendelijkste en wellevende jongeman te zijn.

Ik herinner me een mini festival het B@M Fest, in een soort kraakpand in Eindhoven in Woensel Noord waar dichters en muzikanten bij elkaar kwamen. Derrel organiseerde dit met zijn toenmalige vriendin Nancy Meelens en zij, samen met Menno Olde Riekerink Smit redde dit festival want Derrel was ’s morgens om 10 uur al te dronken om nog maar iets te regelen. En ook dit vergaf iedereen hem, Derrel was soms een losse flodder, een ongericht projectiel maar altijd serieus wat betreft zijn poëzie.

Tijdens Route du Nord in Rotterdam trok ik de dag met hem op, kletsend, schrijvend en voordragend in een leegstaand gebouw en vanaf dat moment wist ik dat Derrel deugde. Zijn deelname aan de eerste toer van de Poëziebus, zijn betrokkenheid bij het dichtpodium in Eindhoven in de Gouden Bal, zijn medewerking en inzet bij Po-e-zine (toen nog volledig digitaal en tegenwoordig nog steeds actief maar in een fysieke vorm) en de bedenker en oprichter van uitgeverij MeerPeper (waar hij Burroughs ‘Life is a killer’ complete Poetry’ uitgeeft), het getuigde van zijn grote passie en gevoel voor poëzie en haar beoefenaars.

Na ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!” dat in 2013 in eigen beheer werd uitgegeven door Derrel, kwam in 2014 de solobundel ‘Hoop, geloof en liefde’ en in 2015 de bundel ‘Dubbeldichters’ bij uitgeverij Heimdall uit van Derrel samen met Mattie Goedegebuur. Na hun eerste ontmoetingen gaan deze twee dichters in 2014 een poëtische strijd aan via e-mail. Derrel (in de meeste gevallen) stuurde Mattie een uitdagend gedicht toe waarop de ander dan reageerde met een gedicht.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Ontkleed’ van Derrel en voor de volledigheid ook het tegen-gedicht ‘Bloot’ van Mattie.

.

Ontkleed

.

Hij kleedt zich uit.

Maar is dan nog

niet naakt genoeg.

.

Bedekt zijn lichaam

met persoonlijke poëzie.

.

Volledige openheid

ook al staat

het meeste

geschreven in

de witregels

en ertussen.

.

Zelfvernietigend gedrag

carving, automutilatie,

drugmisbruik

ze kunnen er beter

over ‘lezen’

dan het zien aan hem.

.

De woorden geklad op papier

worden

van hem afgetrokken.

.

Bloot

.

soms is een poëet

te openen

en leesbaar

.

letters in zijn huid

preuts bedacht

tot dek

.

zonnebrand

verbleekt het blank

tot onleesbaarheid

.

ongezien

kerft eigen schrift

trefzeker

.

woordeloos

tonen piercings

ruige historie

.

wauwelwoorden

verbergen dichters’

spiegelbeeld

.

ongelofelijk gefileerd

tot op het bot

dichter genaaid

.

 

 

 

Mini ‘bibliotheek’

Naar morgen

.

In (vooral) steden maar ook daarbuiten zie je ze steeds vaker. Kasten op een paal of aan een muur met de uiterst dubieuze naam minibibliotheek. Allereerst moet mij van het hart dat het hier absoluut geen bibliotheekjes betreft of ook maar iets dat in de verste verte op een bibliotheek lijkt. Een bibliotheek bevat een zorgvuldig uitgezochte en ontsloten collectie boeken. Deze mini ‘bibliotheekjes’ zijn niet meer dan een kast met daarin boeken die mensen niet meer willen in hun huis (wat je steeds vaker ziet, een slechte ontwikkeling wat mij betreft maar dit terzijde) maar waarvan ze toch vinden dat het niet zomaar bij het grofvuil gekieperd kan worden.

Over het algemeen is de inhoud van deze kasten niet echt om over naar huis te schrijven. De inhoud gaat meestal niet veel verder dan wat oude kinderboeken, studieboeken en wat romans die al decennia niet meer gelezen worden. En toch loont het om er af en toe een blik in te werpen. Zo vond ik afgelopen weekend in zo’n kast 7 bundeltjes poëzie. Daaronder 4 nummers van ‘Naar morgen’ uitgaves van Opwenteling uit Eindhoven. Opwenteling is, zo leert mij de achterflap, een coöperatieve vereniging van auteurs voor presentatie van literatuur u.a. Naar morgen biedt ( of bood, ik weet niet of deze reeks nog bestaat) debutanten de mogelijkheid om te publiceren. Ik vond de delen 55, 57, 61 en 64. Inmiddels weet ik dat deze reeks gestopt is maar dat uitgeverij Opwenteling nog altijd bestaat en poëziebundels uitgeeft via https://opwenteling.nl/

Onder de namen van dichters geen bekende namen. Maar wel gedichten die er mogen zijn. Zoals het gedicht ‘Vader’ van Albert Megens uit nummer 61.

.

Vader

.

hij sloeg zijn ogen ten hemel

en met een zucht van verlichting

piste hij stralend

een kuiltje in het zand

.

zo loopt de hemel

in de aarde

bruisend uit de hand

.

Hester van Beers

Meander Dichtersprijs 2017

.

Afgelopen maand mocht ik mee jureren voor de Meander Dichtersprijs 2017. Mijn nummer 1, Hester van Beers werd uiteindelijk tweede. Hester van Beers uit Maarheeze, is studente medical engineering aan de TU in Eindhoven. In maart dit jaar presenteerde Hester haar eerste poëziebundel ‘Het einde van de roltrap’. In een interview in het Eindhovens Dagblad zegt ze: “Ik riep als kleuter al dat ik later schrijfster wilde worden”,  Ze had zich als kleuter het lezen al eigen gemaakt en schreef als leerling van groep 5 al hele verhalen. Wat later ging ze ook gedichten schrijven. “Het is een heel leuke combinatie: mijn exacte studie en het fantasierijke schrijven”, zegt ze. “Ik vind het leuk om een beeld dat ik heb zo te verwoorden dat een lezer er weer iets heel anders uit haalt. Een gedicht moet mensen ook aan het denken zetten”, legt ze uit.”.

Over de drie gedichten waarmee ze de finale haalde van de Meander Dichtersprijs schreef ik als commentaar bij mijn keuze: De poëzie van Hester van Beers zit vol van verrassende vondsten, haar invulling van een klein heelal is even opmerkelijk als herkenbaar. In duidelijke taal neemt ze de lezer mee in haar wereld, soms ongrijpbaar dan weer intiem en heel invoelbaar. Als je haar gedichten keer op keer wil lezen en steeds weer iets nieuws ontdekt in haar zorgvuldig opgebouwde constructies kan er maar één conclusie zijn; zij is voor mij de winnaar.

Vooral het gedicht waarin ‘een klein heelal’ moest voorkomen vond ik erg fraai, daarom hier dat gedicht getiteld ‘groter dan’.

.

groter dan

vandaag ben ik groter dan de stapelhuizen.

ik knijp mijn ogen stijf dicht en kies
een knikker uit de glazen pot.

een groene werveling zit gevangen
in het glas, een klein heelal
tussen mijn duim en wijsvinger.

ik rol het heen en weer
en broed een wereld uit.

de slager stelt de grote vragen.
hij rolt een plakje worst, knipoogt

en ik sta op mijn tenen
met mijn vingers uitgestrekt.

het vlees voelt koud en zacht
als oma’s dode wangen. kauwend loop ik weg.

de tegels omlijsten mijn stappen.
precies voor de stoeprand blijf ik staan.

ik laat de wereld vallen.
het glas klinkt
naar botsende planeten.

.

                                                                                                                                                      Foto: DeMeus

Lees de drie gedichten waarmee ze mee deed op http://meandermagazine.net/wp/2017/04/de-gedichten-van-de-finale-1/

De sneeuwpop

Harriet Laurey

.

Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter  in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954  al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.

.

De sneeuwpop.

 

Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.

In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,

ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen

de starre man, die ik opeens moet zijn.

.

Mijn ene arm korter dan de and’re,

mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.

Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.

Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.

.

Hoewel zij inderhaast mijn beide ore

-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,

hoor ik hun warme mensenstemmen praten.

.

En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren

en straks, met heel het plein alleen gelaten,

niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..

,

sneeuwpop

 

Poëzie vanaf het water

Poëzieboot

.

De Poëziebus kende ik al maar de poëzieboot die afgelopen mei en september in ‘s-Hertogenbosch rond voer was nieuw voor me.

Een boottocht met de ‘Oude Dirk’ van Rederij Wolthuis door de wateren rondom ‘s-Hertogenbosch vol Bosche en Eindhovense poëzie. Met voordrachten van mij bekende dichters als  Camiel Aarts, Nanna Dillen, Ruud van Neerven, Willem Adelaar, Rick van der Made, Mattie Goedegebuur, Petra M. Heerewaaijer en Kees van Meel. Een doorlopend poëziefestival waar ook de presentatie van de nieuwe dichtbundel van Hans F. Marijnissen uit Eindhoven plaats vond.

De deelnemers kregen drankjes en poëzie voorgeschoteld en aan het eind van de boottocht ook nog eens een verzamelbundel met poëzie. Een mooi initiatief dat herhaald mag worden.

Van de deelnemende koos ik voor Mattie Goedegebuur met een gedicht van haar hand uit januari van dit jaar getiteld ‘Openstelling’.

.

Openstelling

.

verbod noch gebod stel ik u

om over voorrangsregels maar

te zwijgen ook doodlopendheid

treft u niet bij mij ik bejegen u

met vriendelijkheid en veel geduld

.

gelieve op de paden te blijven

het kwetsbare jonge gewas

niet te betreden indien ik

mijn hart openstel zodat

u er vrijelijk kunt verkeren

.

ik vraag geen entree noch

hef ik tolgelden ik verzoek slechts

liefdevolle consideratie en

inachtneming van de consequenties

wanneer u in mijn hart verblijft

.

poezieboot

Derrel Niemeijer

Dichter van de maand november

.

Nu op zondag 4 december, om 15.00,  in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.

Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.

.

mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.

onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.

maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.

maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.

kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.

zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.

leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.

zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.

geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.

ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.

maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.

ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu

eerst maar eens rusten.

mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.

het is ’s ochtends.

zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.

ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.

ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.

.

 

mp

%d bloggers liken dit: