Site-archief

Lente

Jan Wolkers

.

Behalve een groot schrijver en kunstenaar schreef Jan Wolkers (1925 – 2007) ook poëzie. Dat deed hij overigens pas aan het einde van zijn leven. In 2000 verscheen de bundel ‘Jaargetijden’ en in 2003 de bundel ‘Wintervitrines’. Na zijn dood werden in 2008 zijn ‘Verzamelde gedichten’ gepubliceerd. De bundel ‘Winterbeelden’ is een verrassend serene uitgave, zonder opsmuk, gedichten en gefotografeerde illustraties door Peter Mookhoek (4 foto’s in het hoofdstuk ‘Seizoenen’ bij elk seizoen een foto).

In deze bundel veel aandacht voor de natuur zoals je zou verwachten bij Wolkers. Het noorderlicht, het tij, de winterslaap, de duinen, de seizoenen, ze komen allemaal langs. Zo ook in het gedicht ‘Zeeaas’. De woorden zenen en verzenen betekenen ‘hielen’ en ‘verlangen’.

.

Zeeaas

.

Hectisch mijn leven nu, omringd door duingebieden,

Verzande zee, mul verstikkend schuim, asgrauw doorngebroed.

De gewrichten van de branding liggen verstijfd in lompen en

Helmgras geselt vlijmscherp de zandgeschuurde verzenen,

Het gebeente wordt tot snelfiltermaling verwerkt.

De geluidsoverlast van Beethoven grijpt me aan,

gekartelde horizon als zeeziek zwalken, , non-stop.

Onder mijn voetzool verkruimeld het verraderlijke drijfzand.

Het is zo zeker als wat dat de vloedlijn een leven lang meegaat.

Poseidon harkt vol plichtsbesef stookolie en wier bijeen,

Jaagt soms verbeten op iets dat nog leeft en beweegt,

Aan het zand gespietst siddert de zilveren spiering.

Tussen versleten luchters en glazige zenen mijd ik

Zijn zonderlinge schaduw en pekelgeur, roestig statue.

.

Advertenties

Duinlandschap

Adriaan Morriën

.

Als je, zoals ik, vlak bij zee en de duinen woont zou je soms bijna vergeten wat een prachtig landschap de duinen eigenlijk bieden. In zijn bundel ‘Avond in een tuin’ schrijft dichter Adriaan Morriën (1912 – 2002) een prachtig gedicht waaruit blijkt dat ook hij (hij werd geboren in Velzen) veel van de duinen hield. De bundel ‘Avond in een tuin’ werd in 1980 door G.A. van Oorschot uitgegeven.

.

Duinlandschap

.

De opeenvolging van de duinen

gezien van de top van de hoogste duin.

Het landschap golft

zonder zich te verroeren.

.

Elke tak, iedere grashalm, elk blad

en ook elke zandkorrel

iets afzonderlijks

maar daarom nog niet eenzaam.

.

Het geheel is eenzamer

dan elk deeltje afzonderlijk

omdat de hemel het geheel

niet werkelijk omvat.

.

Het gepiep van een vogel,

eerst niet opgemerkt in stilte,

door het gehoor uit de stilte gescheiden

en er daarna weer aan teruggegeven.

.

082

paviljoen De Witte

Gedichten in de buitenruimte

.

Een tijdje geleden ben ik benaderd door Kila van der Starre om bijdragen te leveren aan http://www.straatpoezie.nl, een PhD-onderzoek van deze student aan de Universiteit van Utrecht. Doel is om alle gedichten in de openbare ruimte in kaart te brengen in Nederland en Vlaanderen. Omdat ik via mijn rubrieken Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte al veel voorbeelden heb verzameld was het bijna logisch dat ze ook bij mij terecht kwam. Deze week werd ik door John Jansen van Galen van ‘Met het oog op morgen’ op radio 1 (de poëzierubriek) gebeld met de vraag of ik wist of er ooit onderzoek gedaan was naar poëzie in de buitenruimte?

Voor zover ik weet is dat niet het geval, veel voorbeelden zijn plaatselijk en in hun soort redelijk uniek. Vaak zijn het voorbeelden van stadsdichters ter verfraaiing van de buitenruimte en maar een enkele keer gaat het om, wat Kila noemt, canonieke gedichten, gedichten die in het collectief geheugen van de Nederlander (en Vlaming) zitten.

Tweede kerstdag was ik in Beelden aan zee, een museum op de duinrand van Scheveningen met beeldhouwwerk (en een tentoonstelling van  Picasso) dat voor een deel onder paviljoen De Witte is gesitueerd. Op 18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, namen koning Willem I en zijn vrouw namen met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed. In 1994 werd museum Beelden aan zee door koningin Beatrix geopend.

Aan de Pellenaerstraat kant van het paviljoen is ‘De Transparant’ een glazen afscheiding tussen straat en paviljoen van 65 meter lang. Op zestien panelen staan stukken tekst en gedichten over kunst, glas en de zee/het strand.

Hieronder een paar voorbeelden met gedichten van Jan Wolkers, Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar.

.

g1

g4

g5

Met dank aan http://www.denhaag.wiki/index.php/cultuur/monumenten/278-paviljoen-von-wied

Apollo’s reis door Nederland

Een verzameling geografische gedichten

.

In 1956 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar in de Nimmer Dralend Reeks (nummer 56) ‘Apollo’s reis door Nederland’ een verzameling geografische gedichten samengevoegd door Laurens van der Waals. Gedichten over plaatsen, forten, duinen, sloten, weiden, molens, rivieren en dorpen. Door dichters als Aafjes, Achterberg en Marsman maar ook Jan Walch, E. den Tex en J. Jac Thomson. Ruim 140 pagina’s gedichten en poëzie over Nederland in al haar facetten.

Ook over het deel van Den haag waar ik woon staat een gedicht in de bundel, daarom mijn keuze voor dit gedicht van J.C. Bloem.

.

Scheveningen: mistige wintermiddag

.

Doodstille decemberdag,
Nevel en stilte overal.
Geen enkel geluid maakt gewag
Van een wereld van schijn en schal.

Landwaarts is het kil, maar de kust
Is zoel als een najaarsnoen,
Betogen door een rust
Als van een eeuwig seizoen.

Na de ijdele praal van feest
Schijnt het wanstaltig vertoon
Van bouwsels en plompen geest
Verheven en bijna schoon.

De zwarte brug in de zee
Reikt naar den wolkenden gloor
Van een zon, die niet blonk, en verglee’
In den zilveren mist teloor.

Wat vissers langs ‘t eenzaam strand,
En kindren, spelend op straat —
En de golven, spoelend aan land,
Het geruis, dat hen nooit verlaat.

O meisje, o jonge bruid,
Uw lippen zijn warm en rood,
Het leven dat niemand stuit,
Bloeit eens uit uw wachtenden schoot,
Gij lacht, en uw stap klinkt luid —
Maar het eind van dit al is de dood.

.

apollos-reis-door-nederland-42052209

Duingedicht

Tussen Scheveningen en Kijkduin

.

Ik woon vlak bij Scheveningen en al wandelend door de duinen tussen Scheveningen en Kijkduin kwam ik dit bouwwerk tegen. Of het een functie heeft en welke dat dan is weet ik nog steeds niet. Volgens mij is het er vooral neergezet om de fietsenstalling ‘smoel’ te geven maar het gedicht op de ronde betonnen wand mag er zijn. En het past mooi in de categorieën Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte.

.

Terugkeer naar het stille strand

bijzaken verwaaien

.

Zee golft door in duinen

branding ruist in de kruinen

.

Hier is ruimte

om lief te hebben

.

IMG_1378

Binnenstadboogie

Recensie

.

Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’

Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.

Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.

Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.

Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.

Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.

Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.

Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.

.

Zoetermeer *

.

Buien lusteloosheid

dalen op mij neer

als iemand mij verteld

“U nadert Zoetermeer”

.

De architect die dat bedacht heeft

was aan de drugs of straalbezopen

waarom heeft hij geen galg bedacht

om hem aan op te kunnen knopen

.

Een wijk heet er Palestijn

daar durft geen jood te komen

maar ook de vrome moslims

willen er niet wonen

.

Het Stadshart klopt er niet

.

De mensen zijn er chagrijnig

gelijk moet je ze geven

er valt toch niets te lachen

als je in Zoetermeer moet leven

.

Ik wou dat er een eind aan kwam

dus bad ik : “Lieve heer,”

“Als u ooit nog iets gaat scheppen”

“schep dan geen Zoetermeer”

.

* Met dank aan René Geerlings

AF

Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl 

%d bloggers liken dit: