Site-archief

Ik droomde

Anna Blaman

.

Ik schreef al eens eerder over Anna Blaman (1905 – 1960) in een bericht over de Lonkende Leestafel, een bibliotheekproject van Probiblio, een Provinciale Steun Organisatie voor bibliotheken https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/03/22/anna-blaman/. Nu las ik afgelopen week iets meer over de achtergrond en het leven van deze intrigenrende dichter en schrijfste en wat bleek; ze had ooit als lerares Frans les gegeven aan bibliotheek-assistenten (wat ik zelf ook ooit ben geweest). Dat schept opnieuw een band.

Anna Blaman werd onder andere beïnvloed door het Franse existentialisme. Ze heeft een authentiek taalgebruik en volgens haar zijn erotische relaties per definitie ontoereikend. Ze probeert zoveel mogelijk de menselijke eenzaamheid in een liefdeloze wereld te doorgronden. Naast schrijver en dichter was ze medewerker van De Groene Amsterdammer en Het Vrije Volk, schreef ze teksten voor Wim Sonneveld en werkte ze als dramaturg en theaterlerares. Ze kwam openlijk voor haar lesbische geaardheid uit in een tijd waarin dat nog heel erg moeilijk en zeer ongebruikelijk was, waardoor ze een krijgshaftig boegbeeld werd voor de homoseksuelen.

Toen ik op zoek was naar een passend gedicht bij dit blogartikel kwam ik op de website van ensafh, een Fries literair internettijdschrift (of in het Fries: Frysk literêr ynternettydskrift) https://www.ensafh.nl/ Daar staat het gedicht van Anna Blaman niet alleen in het Nederlands te lezen maar ook in een oersetting (vertaling) van Minke Dooper in het Fries  en die wilde ik jullie niet onthouden. Het gedicht ‘Ik droomde…’ verscheen in een bibliofiel uitgegeven bundel met de titel ‘Ik droomde dat ik met haar in een duinpan lag’ uit 1991.

.

Ik droomde…

.

Ik droomde dat ik met haar in een duinpan lag
en eerst haar handen begroef en toen haar voeten
En toen ik haar geboeid en weerloos zag
begroef ik ook mezelf om haar weer te ontmoeten
.
De duinpan werd dieper dan de schoot der zee
en het zand liep op tot hoge golven
Ik dacht dat ze verdronk en ik dook mee
en stervend hervond ik me diep ingedolven
.
en leunend aan haar als het verdronken wier,
als tooi om haar borsten, zeedierwelpen,
en in haar oksels, wiergrotten, en dan ook hier —
haar dijen zijn uiteengeweken zeeschelpen.

.

Ik dreamde…

.

Ik dreamde dat ik mei har yn in dúnplak lei
En earst har hannen bedobbe en doe har fuotten
En doe’t ik har sa fêst en warleas seach
Bedobbe ik ek mysels om har wer te moetsjen

.

It dúnplak waard djipper as de skoat fan de see
en it sân rûn op ta wylde weagen
Ik tocht dat se ferdronk en ik doek mei
en stjerrend fûn ik mysels werom djip yngroeven

.

en leunend oan har as it ferdronken wier,
as fersiering om har boarsten, seeliuwkes,
en yn har earmsholten, wiergrotten, en dan ek hjir —
har billen binne stadich spjalten seeskulpen.

.

Alkmaar ontwaakt

Lonneke van Heugten

.

Via een jurylidmaatschapsklus kwam ik in aanraking met Lonneke van Heugten. Zij is dramaturg, onderzoeker, schrijver en dichter, die ook aan marketing doet. Een duizendpoot zou je kunnen zeggen. Momenteel werkt ze aan haar PhD aan de  Amsterdam School for Cultural Analysis en zit ze in de Raad van Toezicht van de Stichting KUUB. Deze stichting organiseert Op 15 en 16 juni 2018 het Festival KUUB, en daar presenteren Alkmaarse cultuurbeoefenaars een uitgebreid programma. Op dit regionaal, cultureel festival van het jaar tref je liveoptredens, creatieve workshops, theatervoorstellingen, foodtrucks, eigentijdse kunstexposities en meer. Meer informatie over Lonneke vind je op https://lonnekevanheugten.com

Van haar hand is het gedicht over de stad waarin zij woont, Alkmaar.

.

Alkmaar ontwaakt

 

Zaterdagmorgen.
De zon piept over de huizen.
Stralen kietelen de plavuizen
van de Laat.

En zij, de stad, opent loom een oog,
ontwaart een paar vreemde nachtvogels
die zich niet meer kunnen oriënteren op de sterren –
ze zijn het nachtleven te laat ontstegen.
Onbeholpen klapwieken ze richting hun thuizen.

De stad slaat haar ogen op naar de lucht
en slaakt een zucht.

Voelt dan fietsbanden kriskras
en doelbewust
rollen over haar buik.
Het zijn niet de laat-komers,
maar de vroege vogels
die terstond hun nest uitgaan,
wetend dat er werk aan de winkels is.

En zij, de stad, rekt zich uit in lanen,
strekt zich in het licht.
Ze wil iets zeggen om al die ochtendkwetteringen te verdringen,
ze tot zwijgen te manen,
of desnoods tot zingen,
in al hun schittering.

Maar uit haar mond ontsnapt slechts een gaap.
En gespeend van zin in inspanning
dommelt ze,
voldoende gerust over haar bewoners,
weer in slaap.

.

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

%d bloggers liken dit: