Site-archief

Repeteergedicht

Ruisch

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkaast en viel me op dat ik toch eigenlijk best veel dichtbundels van Jules Deelder heb. In de jaren tachtig las en kocht ik veel werk van deze Rotterdamse grootheid. Vooral zijn humor, zijn archaïsch taalgebruik, de onderwerpen waarover hij schreef maar bovenal zijn performances spraken me zeer aan. Het was nieuw voor mij dat poëzie, waar ik eigenlijk nog maar net mee bezig was, ook zo gebracht kon worden. De bundel ‘Ruisch’ is een weerslag van wat zijn werk zo kenmerkt; aan de ene kant de bekende thema’s zoals de dood, de oorlog en de taal en aan de andere kant zijn (soms wel heel melige) humor. Toch zijn het de zaken die de rafelranden van de poëzie raken die ik interessant vind. In een recensie van deze bundel lees ik “.. een heerlijk boek voor wie van de rafelrandjes van het leven houdt, en van de poëzie van Deelder in het bijzonder”. Ik ben zo iemand en vandaar hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Repeteergedicht’ over de poëzie.

.

Repeteergedicht

.

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

.

Advertenties

Halina Poświatowska

Liefdespoëzie

.

Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).

De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood.  Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en  van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.

Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.

.

*

.

Ik ben Julia

ik ben 23 jaar

ooit proefde ik van de liefde

ze smaakte bitter

als een kop zwarte koffie

versterkte

mijn hartslag

prikkelde

mijn levend organisme

wiegde mijn zintuigen

.

ze heeft me verlaten

.

ik ben Julia

op een hoog balkon

hangend

schreeuw ik kom terug

ik roep kom terug

ik bezoedel

mijn gebeten lippen

met de kleur van bloed

.

ze is niet teruggekomen

.

ik ben Julia

ik ben duizend jaar

ik leef-

.

 

Een hond achter de liefde aan

Ander liefdesgedicht

.

Yehuda Amichai ( 1924 – 2000) was een Israëlische dichter. Amichai wordt beschouwd door vele, zowel in Israël als internationaal, als Israëls grootste moderne dichter. Hij was ook een van de eerste om te schrijven in het alledaagse Hebreeuws. Hij werd bekroond met de  Shlonsky Prijs (1957), de  Brenner Prijs (1969),  Bialik Prijs  (1976), en de Israël Prijs (1982). Hij won ook internationale poëzieprijzen: De Malrauxprijs (1994) International Book Fair (Frankrijk), De Golden Wreath Award (1995) in  Macedonië, International Poetryfestival en nog veel meer.

Amichai’s poëzie behandelt kwesties uit het dagelijks leven maar ook filosofische kwesties zoals de betekenis van leven en dood. Zijn werk wordt gekenmerkt door zachte ironie en originele, vaak verrassende beelden. Net als veel seculiere Israëlische dichters worstelt hij met het geloof. Zijn gedichten zitten vol verwijzingen naar God en religieuze ervaringen.  Hij werd beschreven als een filosoof-dichter op zoek naar een post-theologisch humanisme. Maar hij schreef ook bijzondere liefdesgedichten zoals ‘Een hond achter de liefde aan’ uit ‘Aan de oever der wijde zee, Zeven Hebreeuwse dichters van nu’ uit 1988.

.

Een hond achter de liefde aan

.

Nadat je me had gelaten

heb ik een speurhond laten ruiken

aan mijn borst en aan mijn buik. Hij

zal zijn neusgaten vullen en eropuit gaan

om je te vinden.

.

Ik hoop dat hij je zal vinden en dat hij

de ballen van je minnaar zal verscheuren

en zijn pik zal afbijten,

of tennminste dat hij mij tussen zijn tanden

je kousen brengt.

.

pure breed hunting dog holding red woman’s underwear in mouth

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Dichter in verzet

Piet Gerbrandy

.

Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).

In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.

In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’

Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.

Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is

.

Geloof mij toch:

tegen de dood kan alles

worden ondernomen wat zich nu

nog verschuilt in zijn macht.

Vader en moeder tegelijk,

wordt hij zelf het kind

dat zin voor zin zich uitput,

zich afbeult tot wat er is: nacht-

vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;

brulapenkoralen; kikkerrit kloppend

tegen stilstaand water; pauwestaarten,

Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit

de duisterende frambozen daarmee zich

een voorhoofd wenst te tooien,

vlak voor het bevel, hope telkens ooit.

.

thv

hf

De broer van Roos

Tim Hofman

.

In juni 2015 schreef ik over de, door Dennis Storm samengestelde, bundel ‘Achievers’ uit 2013 waarin hij namens uitgeverij Lebowski, een groot aantal talenten op het gebied van de Letteren mocht samen stellen.

Dat Dennis er kijk op had blijkt alleen al uit de namen op de voorkant van dit boekje. Stella Bergsma, Elfie Tromp, James Worthy en Özkan Akyol. Maar ook  Tim Hofman staat met 15 gedichten in de bundel. Toen dus al. Het heeft dus nog 4 jaar geduurd voor de bundel ‘Gedichten van de broer van Roos,  er kwam.

Destijds schreef ik over zijn gedichten: bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch maar de moeite waard. Dat vinden inmiddels heel veel mensen. De laatste berichten zijn dat de bundel tweede staat in de bestseller top 60 en dat er inmiddels ruim 20.000 van zijn gedrukt wat voor een poëziebundel absurd veel is.

Volgens een interview met Tim in Trouw helpt zijn bekendheid en het feit dat hij op tv komt hierbij. Veel jongeren lopen weg met Tim Hofman en gezien de opkomst bij signeersessies, zoals afgelopen zaterdag bij Paagman in Den Haag kun je gerust stellen dat zijn lezers- en kooppubliek vooral tussen de 15 en 30 jaar zit.

Prima natuurlijk, elke vorm van aandacht voor poëzie is meegenomen. In Perdu, waar ik zaterdag was bij de bundelpresentatie van Antoinette Sisto, wist men mij te vertellen dat ze de bundel van Tim ook graag verkopen aan jong publiek dat poëzie wil leren kennen.

In het interview zegt Hofman over zijn thematiek:  “Ze gaan over liefde, dood, depressie, seksualiteit, liefde voor taal. Het is een golfslag van lichte, zware en technische stukken.”.

Ik heb de bundel gelezen en kan dit dit beamen. In zijn spielerei met taal komt hij tot grappige vondsten zoals het ‘gedicht’ ‘Egocentrie’ en humor komt in een gedichtje als ‘Bijzonder hypochonder’ naar voren. Veel rijm ook in de gedichten, eindrijm, binnenrijm, beginrijm, Tim houdt van rijm maar tegelijkertijd speelt hij met vormen en stijlen. In het gedicht ‘Net verhuisd’ bijvoorbeeld speelt hij op een slimme manier met de aangeboren neiging op volgzaam in bijvoorbeeld een rijmschema mee te gaan terwijl de uitspraak van woorden die nu juist teniet doen.

Een bundel kortom voor tussendoor, voor liefhebbers van bijvoorbeeld het werk van Levi Weemoedt, of zelfs Toon Hermans, maar ook voor beginners in de poëzie, voor fans van Tim en voor jongeren door de gekozen thema’s. Ik begrijp die verkoopcijfers wel.

.

Egocentrie

j     i     j

i     k    i

j     i     j

.

Bijzonder hypochonder

.

huisarts

afgebeld

.

heb

me ziek

gemeld

.

Net verhuisd

.

’t is te veel wat je wilt, heel veel tegelijk

maar een beetje beleven lukt wel degelijk

.

Je voelt het, dat rauwe, de rand van de stad

de zon zacht verbranden vanachter een flat

.

het belicht nog voorzichtig terloops taferelen

treft mensen hun blikken en leest perikelen

.

hoe de gracht op de nacht wacht, jij op de tram

verdwaald als je bent, daar in dat Amsterdam

.

broer-van-roos

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Derrel Niemeijer

Dichter van de maand november

.

Nu op zondag 4 december, om 15.00,  in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.

Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.

.

mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.

onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.

maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.

maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.

kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.

zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.

leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.

zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.

geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.

ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.

maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.

ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu

eerst maar eens rusten.

mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.

het is ’s ochtends.

zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.

ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.

ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.

.

 

mp

De dood is een nat wegdek

Derrel Niemeijer, dichter van de maand

.

Zoals ik al aankondigde vlak voor zijn overlijden, is Derrel Niemeijer in november Dichter van de maand. Als een hommage aan een lieve, bijzondere, eigenzinnige man en dichter. De komende weken zal ik op zondag een gedicht van zijn hand publiceren. Vandaag is dat het gedicht met de begin regel ‘de dood is een nat pak’ door Derrel geschreven op 11 september toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Op zijn heel eigen manier beschouwt Derrel in dit gedicht het leven en de dood en alles wat er tussenin ligt, hij betrekt het op zichzelf en eindigt met een hoopvolle gedachte.

.

de dood is een nat wegdek.
de route te wandelen
is als een bananenschil,
die ik van kilometers afstand zie
en toch weet ik wat volgen gaat.

altijd weer de oudjes of
het jonge tuig wat
de straat bezet.
er omheen lopen is
in de stront trappen
van hun schoudertashondjes.

verafschuw deze mensen,
die mij steeds weer laten donderen
over banenschillen … alles is al bijna
gebroken … alles is al bijna vervangen
… alles is al bijna bionisch aan mij …
wacht nog op twee computers

om mijn hart c.q. ziel en ratio te vervangen.

kon ik maar een robot zijn.
zou geen fouten maken,
alleen mijn besturingssysteem
is dan iets te verwijten.

zag ik maar een verschil,
niet een overeenkomst,
maar ratio legt het goed uit.

ik ben wat ik worden wil.
dodelijk routine, eeuwig schrijven
… eeuwig lijden … een schouder,
die mij iets zegt. versta de taal niet.

ik voel alleen maar.
misschien dan toch geen robot?

.

derrel-poeziebus

                                          Derrel tijdens de Poëziebustoer 2015
%d bloggers liken dit: