Site-archief

Broer

Dubbel-gedicht

.

Over families zijn vele gedichten geschreven. Over vaders, moeders, zoons, dochters maar vreemd genoeg ben ik niet veel gedichten tegen gekomen over broers. Toch heb ik er twee kunnen vinden die nogal verschillend zijn en daarom zo interessant.

Het eerste is van de dichter en schilder Hendrik de Vries (1896 – 1989). Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Hij kreeg tijdens zijn leven o.a. de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Uit ‘Hoor! Zo is nooit gezongen! Hoor! uit 1986 komt het gedicht ‘Broer’.

Het tweede gedicht is van Bob Fosko (1955) pseudoniem van Geert Timmers, muzikant, tekstschrijver, acteur, recensent, producer, presentator, stem en programmamaker en bij mij vooral bekend als zanger van de Raggende Manne. Van hem is het gedicht ‘Ik wil je broer niet zijn’ uit de bundel ‘Nacht vd Poëzie’, een uitgave n.a.v. de 30ste nacht van de Poëzie uit 2011.

.

Broer

.

Mijn broer, gij leedt

Een einde, waar geen mens van weet.

Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik

Begrijp het slecht, en tast en schrik.

.

De weg met iepen liet gij langs,

De vogels riepen laat. Iets bangs

Vervolgde ons beiden. Toch woudt gij

Alleen gaan door de woestenij.

.

Wij sliepen deze nacht weer saam.

Uw hart sloeg naast mij. ‘k Sprak uw naam

En vroeg, waarheen gij ging.

Het antwoord was:

.

“Te vreselijk om zich in te verdiepen

Zie: ’t gras

Ligt weder dicht met iepen

Omkringd.”

.

Ik wil je broer niet zijn

.

midden in de nacht hoor ik de bel

slaperig maar nieuwsgierig doe ik

open.

daar sta je weer met je plastic zak

je zegt: ‘ik wilde naar mijn broer toe

lopen’,

maar ik ben je broer niet, stomme

trut!

wel lekker hier komen slapen

en ondertussen effe lekker….

ja….

.

ik wil je broer niet zijn

zie je dat dan niet

ik wil je broer niet zijn!

zie je dat dan niet?

.

ik ben geen familie van je

dat zou je wel willen he…

moet je kijken wat je doet…

zie je niet dat mijn handen trillen…

kom maar binnen hoor

ik maak wel chocola

maar dan moet ik weer naar bed

ik ga niet uren liggen lullen

zo is het maar net

.

ik wil je broer niet zijn

.

foto: Jean-Pierre Jans

 

Entree naar de hemel

Niels Landstra

.

In 2018 verscheen bij uitgeverij U2pi in de reeks OPEN de nieuwste dichtbundel van Niels Landstra getiteld ‘Entree naar de hemel’. Toen ik de achterflap las schrok ik een beetje. In heel grote woorden waarin de superlatieven de boventoon voeren wordt het werk van Niels beschreven. Onnavolgbaar, adembenemend, duizelingwekkend, grenzeloos, zo ken ik Niels niet echt. Nu kan het zijn dat hij deze tekst niet zelf heeft geschreven maar het zette me wel even op een verkeerd spoor. De gedichten in de bundel zijn namelijk een veel betere weergave van wie Niels is en wat hij kan. En dichten kan hij. Opnieuw een bundel waarin je mee wordt genomen in zijn leven, de dingen die hij meemaakt, ervaart en ziet. Prachtige gedichten, vaak met een wat zware kijk op de dingen, zoals voor wie hij liefheeft (zijn dochters), zijn internetdates (schrijnend) en de gedichten over zijn leven (wat meer beschouwend).

Ondanks de soms niet zo rooskleurige kijk op de wereld van Niels heb ik deze bundel toch met veel plezier gelezen, niet alleen door de onderwerpen die Niels beschrijft en behandeld maar zeker door zijn taal, zijn poëtische manier van de dingen zien en weergeven zoals bijvoorbeeld in de reeks gedichten ‘Saluti a tutti’I t/m V.  “Bleef haar naam vanouds in de kroeg nagalmen / in een koor geslaakt met die Italiaanse groet / op de laatste wankeling van gast of feeststoet / de schittering van een ster in de ramen”

Dat Niels de humor in zijn poëzie ook een plekje weet te geven blijkt voor mij uit het gedicht ‘De gelukkige asceet’.

.

De gelukkige asceet

.

Op een maartse rommelmarkt zag hij haar voor

het eerst. Oude mascara, een wilde blik

een gebeeldhouwde mond, rommelig gestift

,

desolaat tegen een marsepeinen decor

van wolken, boven haar henna geverfd haar

een schittering witblauw maanlicht. Wankelbaar

maar grif kreeg hij het gefikst: tegen betaling

ging ze mee, hij bespeurde geen aarzeling

toen hij het palet van haar verschijnen verwierf

.

en met de dame zielsalleen naar huis toe zwierf

het portret ophing boven zijn bed vertrouwd

zij jong en fris bleef. de asceet gelukkig oud.

.

Al met al is de bundel ‘Entree naar de hemel’ opnieuw een mooie bundel vol zeer lezenswaardige gedichten geworden, mooi uitgegeven en laat je door de tekst op de achterflap vooral niet afschrikken of weerhouden de inhoud tot je te nemen. Want dat laatste is zeker de moeite waard.

.

Mond vol demonen

Daniël Dee

.

Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.

Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.

.

We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten

.

Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt

een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen

in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het

metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,

gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn

achilleshiel.

.

Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer

dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.

Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in

het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.

.

Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-

igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.

Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-

ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte

drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in

camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om

te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe

than sorry.

.

Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan

uit? De frituurpan in dit geval.

.

Dochter

Tomas Lieske

.

De tijd lijkt aangebroken dat nu ook mijn jongste dochter het huis gaat verlaten. Hoewel ze nog geen kamer heeft in de stad waar ze gaat studeren denk ik dat het een kwestie van tijd is voor ook zij het ouderlijk huis gaat verlaten. Rutger Kopland heeft een prachtig gedicht geschreven over zijn dochters en hun vertrek  getiteld ‘Vertrek van dochters’ dat je op deze blog kunt lezen (19 maart 2011) en ook ik heb een gedicht geschreven over mijn dochter afzonderlijk, alleen waren ze toen nog een stuk jonger (een voorbeeld staat op 21 april 2008).

Maar waarom schrijf ik dit? Ik schrijf dit omdat ik een gedicht van Tomas Lieske las over, naar ik vermoed, zijn dochter met als titel ‘Dochter’. Ik herken ook in dit gedicht veel dingen. Uit de bundel ‘Hoe je geliefde te herkennen’ uit 2006 daarom dit gedicht.

.

Dochter

.

Je voeten hebben mijn druiven geplet, je handen
mijn deeg gekneed tot ik geen adem meer kon halen.

Je hebt brood van mij gebakken, dat ik in de ochtend rook
maar dat snel verdroogde. Jij hebt mij leeggeschonken.

Je hebt je sigaretten in mijn mond gedoofd, je gesprekken
op mijn huid geschreven, je glimlach mijn oogbol in geperst.

Je hebt mij uitgekleed en je hebt je in mij
neergelegd, je koude voeten hebben mijn ingewand

kapot getrappeld. je hebt mijn duim in je mond genomen,
je hebt mijn botten afgekloven. Wat rest:

de vrede waarin je sliep, die ik gestolen heb;
de filmrol van je kindertijd, die ik gestolen heb.

.

 

’s Zomers

Jotie ‘T Hooft

.

Tussen mijn poëzie parafernalia (mooi woord) kwam ik een bijdrage van mijn dochters tegen aan de Jotie ‘T Hooft poëziewedstrijd. Toen ze destijds hoorde dat je best wel mooie prijzen kon winnen bij poëziewedstrijden sloegen ze meteen aan het dichten, hoe heerlijk het opportunisme van kinderen. Grappig genoeg bleek één van de twee tot de genomineerden te behoren in haar leeftijdsgroep (ze won niet) maar het bracht ons ertoe om af te reizen naar de geboorteplaats van Jotie ‘T Hooft Oudenaarde, om daar bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn. Ze mocht zelfs haar gedicht voordragen. Het heeft verder niet geleid tot poëtische aspiraties maar leuk was het wel.

Omdat ik dit tegen kwam heb ik er maar weer eens een (verzamel)bundel van “t Hooft bij gepakt en uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ koos ik voor het gedicht ’s Zomers’.

.

’s Zomers

.

’s Zomers vouwt men vliegers van mijn woorden

en holt ermee naar zee

alsof men ginds iets kon beginnen

zonder mij.

.

De huizen vol zand slapen nog

er zijn geen duinen

meeuwen hangen roerloos aan hun nylonkoord

er zijn nog geen schelpen gestrooid en

op de golfbreker ligt nog het blauwe lijk

van de bader van vorig jaar.

.

Pas als ik een woord ( ‘strandbal’)

tegen de wind ingooi, ontstaan:

een vrouw,

een schop, wat zonneolie

(en de ijskoventers kruipen uit hun gangen).

.

De rest laat ik met gerust gemoed

aan het stadsbestuur over.

.

jotie

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee

 

 

Gedicht

En de maan bescheen mijn hart

Opeen zorgeloze avond

alsdeze

laatik de maan

mijnhart beschijnen

enbelicht zij de liefde

vanjaren

Zojong als toen, nog

metonbekende toekomst

zoervaar ik onze tijd

metherinneringen van

plezieren diepe liefde

kijkik vooruit

Toende sluiter zijn

werkvoltrok

enje neerlegde voor

mijnogen

lagdat beeld

vooraltijd vast

inmijn hoofd en ziel

Inmijn, door de maan

beschenen, hart

zieik dat terug

 

english version

 

And the moon radiated my heart

On a carefree evening

like this

I let the moon

radiate my heart

and she illuminates

the love of years

As young as we were than, still

with an unknown future

this is how I experience our time

with memories of pleasure and deep love

I look forwards

When the shutter

did it’s work

and put you

before my eyes

that image

was forever printed

in my head and

in my soul

In my heart, radiated

by the moon

I see this back

%d bloggers liken dit: