Site-archief

Rakelings

Ria van Amelsvoort

.

Na het beëindigen van haar loopbaan als docent Frans begon Ria van Amelsvoort (1933) met het schrijven van proza en poëzie. Haar gedichten werden gepubliceerd in verschillende bloemlezingen en haar werk werd bekroond met verschillende prijzen waaronder tweemaal de Dunya Poëzieprijs. Haat taalgebruik is direct en doeltreffend. In 2010 verscheen van haar hand de bundel ‘ Rakelings’. In deze bundel komen thema’s als maatschappelijke betrokkenheid,, liefde, bezinning en aanvaarding aan de orde met name voor mensen met een verstandelijke handicap. Maar ook bespiegelingen op het moderne leven zoals in het gedicht ‘ Draadloos’.

.

Draadloos

.

als losgeslagen scheepjes

dobberen mobielen

op de mensenzee

draadloos aan de schelpen

nemen zij commando’s mee

intiem soms de gedachten

worden in de lucht gelost

.

ik mis het mij ommurende hok

waar ik ingekerfde liefde vond

als ik er te telefoneren stond

.

 

Advertenties

Gedachten over een mogelijk einde

Heidi Koren

.

Ik ken Heidi Koren vanaf 2013 toen ze kwam voordragen bij een podium van Ongehoord! in theater Koningshof in Maassluis. Daarna was ze in 2017 één van de Poëziebusdichters en inmiddels timmert ze aan de weg als zelfstandig auteur, docent, blogger, interviewer en presentator van (literaire) evenementen. In 2015 verscheen haar debuut als dichter met de titel ‘Gedachten over een mogelijk einde’. Tegenwoordig lees ik graag haar bijdragen aan literair tijdschrift Extaze.

Op haar website http://heidikoren.nl las ik (bij de categorie Blog) een zeer goed onderbouwd en vurig pleidooi voor poëzieles op scholen. Ik kan het alleen maar heel erg eens zijn met haar redenering voor meer poëzielessen op scholen. Wat ik bijzonder leuk vond om te lezen was hoe het creatieve proces van een gedicht schrijven werkt bij Heidi. Ook ik heb een dergelijk proces (anders maar met overeenkomsten) net als elke andere dichter denk ik.

Toen ik het gedicht ‘Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen’ las, vroeg ik mezelf meteen af hoe dit gedicht toch ontstaan was in haar hoofd.

.

Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen

.

Bijna alles kun je weglaten

de lijntjes en potloden de bomen en bijlen alle ja’s

en nee’s de komma’s de hoofdletters en het knikken

de bevestiging en de ontkenning het gaan en het komen

.

ik twijfelde over de witregels

.

Het huis het harnas het bouwen en het afbreken

zelfs de moeite de dag het donker

de schaduw de schreeuw de bodem het gruis

de oever het uitzicht de hoop

.

ik twijfel over het water

.

 

Poëzieworkshop in april

La France

.

Ineke Holzhaus is dichter, theatermaakster, schrijfster en docente schrijven.  Ze heeft toneelteksten, gedichten en dichtbundels en een verhalenbundel gepubliceerd en in oktober 2018 verscheen ‘Geef mijn vader’, haar eerste roman, bij uitgeverij Ambo|Anthos. Ook schrijft zij voor ‘Dichter’, een uitgave van Plint waarover ik eerder schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/07/10/dichter-2/. Bij de schrijversvakschool in Amsterdam en bij Stichting El Hizjra verzorgde ze workshops schrijven voor theater en poëzie en bij Stichting School der Poëzie is ze vaste medewerker bij het schrijfonderwijs op middelbare scholen. Maandelijks presenteert ze een poëzieprogramma vanuit de Amsterdamse bibliotheek en tevens verzorgt ze workshops in de OBA (de Openbare Bibliotheek van Amsterdam). Ze publiceerde eigen werk in diverse literaire bladen en in 2008 verscheen haar eerste bundel bij Wagner & Van Santen ‘Hond in Pompeï’.

Op Domaine Le Haut Verger en Monsier Deux organiseert zij samen met haar man, schrijver Willem van Toorn, een volledig verzorgde poëzieweek met workshops  poëzie lezen en schrijven, met fotografie als inspiratie. Of zoals de organisatoren het beschrijven: Genieten van vrijheid en rust met iedere dag veel tekstuele en visuele inspiratie. Ongestoord kunnen dichten en daarbij gestimuleerd worden door een enthousiasmerende docente. Meer informatie vind je op http://www.domainelehautverger.nl/workshops/poezieweek/.

Van Ineke Holzhaus het gedicht ‘Météo’.

.

Météo

We sneden het strogras niet meer
lieten de dag uit onze handen glijden

alleen koel sap hield ons wakker, druiven
tegen de muur zogen wat er nog aan vocht
te vinden was uit versteende grond –

we toetsten météo, stuitten op vluchtelingen
in boten, leerden hedendaagse woorden –
en morgen weer geen regen, ontvingen

bewegende beelden van eendenkuikens
gered uit een put, dierenfilmpjes ingezet
tegen onthoofdingen in naam van een god

we rolden ons om op verdwaalde bedden
hoorden vermagerde koeien roepen om voer
maar elkaar niet meer, wachtten op regen

vreesden de hagel, vreesden elkaar, tot
het water viel, stroomde in beken, rivieren
voor het gewas, de dieren, voor later.

.

Afzetten

Anne van den Dool

.

Met enige regelmaat maak ik het mee dat collega’s zich verwonderen over het feit dat ik naast mijn werk ook dichter ben en me veel met poëzie bezig hou. Diezelfde verwondering heb ik wanneer ik hoor dat een collega actief is als dichter. Zo schreef ik al over Mirjam Noach, polderdichter van de Haarlemmermeer, Gino van Weenen en Meliza de Vries. Allemaal collega’s in het bibliotheekvak. Sinds een paar dagen is daar een nieuwe naam aan toe te voegen: Anne van den Dool.

In ‘bibliotheekblad’ (vakblad voor de openbare bibliotheek) stond een artikel over jonge bibliothecarissen en één daarvan is Anne van de Dool (1993). Zij is collectiespecialist bij de bibliotheek Bollenstreek maar voor deze blog belangrijker, ze schrijft proza, recensies en poëzie. Daarnaast is ze actief als docent van De Schrijfschool (waar nog een aantal dichters actief zijn zag ik).

Anne van den Dool studeerde Film- en Literatuurwetenschap en Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden. In 2014 debuteerde ze met de roman ‘Achterland’ bij uitgeverij Querido. Ze schreef voor nrc.next, Tirade en DW B (Het literaire tijdschrift DW B is een creatief laboratorium voor literatuur en de kruisbestuiving met beeldende kunst, fotografie, architectuur, theater). Het gedicht ‘Afzetten’ werd in 2017 op http://www.dwbarchief.be gepubliceerd.

.

Afzetten

.

Je afzetten doe je nooit in

stapjes maar altijd met het

felle wegtrekken van iemand die zich

wegduwt van de zijwand van een zwembad,

handen die zich nog even

om de richel verkrampen en dan loslaten,

golfslagsnel over de wegwijsstrepen van het diepe.

.

In de zomer leken alle meisjeslichamen zich opeens tegen

hun springplankachtige kinderlijkheid te hebben afgezet:

ze vervormden zich als

bladerdeeg dat ombolt in de oven,

en ik vroeg me af of mijn juli dan

zoveel kouder was geweest dan de hunne,

of ik te veel in het koele water had gelegen,

uit te veel meel en te weinig bloem bestond –

.

en ik zou mezelf oprekken in

kleedhokjes zonder noemenswaardige deuren,

mijn armen langer strijken, mijn billen boller knijpen,

want wat je aandacht geeft

groeit, zo gold dat althans voor planten

en alles wat in je hoofd vlinderslaat.

.

De meisjes keken elkaar aan tijdens hun borstslag en tuurden hoe ik mezelf

lossig had vast gewreven, mislukt, duidelijk,

extra plakjes bladerdeeg die niet meer in de vorm pasten,

en ik moest mezelf wijsmaken dat

iedereen in dit zwembad zich vast zo voelde:

.

als gladde tegels die je handen loslaten

voordat je voet zich

afzetten kan.

.

De taal is het voertuig van de geest

Driek van Wissen

.

In het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 van de vorige eeuw was voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010) regelmatig te zien en te horen bij het radio- en televisieprogramma Binnenlandse zaken van de TROS. In de rubriek ‘Kritiek van Driek’ liet hij op onnavolgbare en creatief-humoristische wijze zien hoe bijzonder de Nederlandse taal is met de openingszin: De taal is het voertuig van de geest, maar ons Nederlands is wel een krakende wagen geworden. Waarna hij een onderdeel van de taal behandelde (bijvoorbeeld de trappen van vergelijking, de verbindings-s, maar ook werkwoorden als zoeken, vinden, plaatsen en zetten) en liet zien hoe ongelofelijk inconsequent onze taal eigenlijk is.

Ik herinner mij dat ik altijd uitkeek naar dit item, Driek met zijn semi voorname voorkomen (ik denk dat het de strik was), met zijn specifieke manier van praten en dictie deed mij altijd (glim) lachen om onze taal. Later toen hij dichter des vaderlands wilde worden heeft hij slim gebruik gemaakt van zijn populariteit uit die tijd. In januari 2005 werd hij tijdens ‘De avond van het gedicht’ gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Zijn uitverkiezing werd voorafgegaan door een intensieve campagne, geleid door Jean Pierre Rawie, een goede vriend van van Wissen. Tijdens de campagne deelde Van Wissen balpennen uit met een gedicht erop.

In het dagelijks leven was Van Wissen van 1968 tot 2005 als docent Nederlands in Hoogezand. Hij beëindigde zijn loopbaan in het onderwijs toen hij Dichter des Vaderlands werd. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van het light verse kreeg de dichter in 1987 de Kees Stip Prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde. Van Wissen publiceerde ook onder het pseudoniem Albert Zondervan, dat hij deelde met Jean Pierre Rawie. Van Wissen schreef meestal in sonnet- en snelsonnetvorm. Daarnaast bediende hij zich ook wel van dichtvormen als rondeel, limerick en ollekebolleke.

Uit zijn bundel ‘De badman heeft gelijk’ uit 1982 het gedicht ‘Anti-Fries.

.

Anti-Fries
.

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!

.

Album van licht

Maria de Groot

.

Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.

Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.

Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.

De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).

Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.

.

Sonnetten

.

Sonnetten dienen zich geruisloos aan

en zoeken vaste voet als vluchtelingen

die bijna in de wereldbrand vergingen

en nu een ogenblik ter ruste gaan

 

bij mij die hen met eerbied wil omringen.

Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.

Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.

Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.

 

Achter de krotten van mijn povere wijk

schrijven de zeeën hun verliefde brieven

aan Venus die ontvluchtte aan het slijk

 

en spoorloos achterbleef in de archieven

van continenten die één bom bestrijkt.

Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!

.

                                                                                                                                                                                    Met dank aan Wikipedia

Michael Higgins

President van Ierland en dichter

.

Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.

Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen).  Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.

In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).

In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.

.

The Prophets are Weeping:

.

To those on the road it is reported that

The Prophets are weeping,

At the abuse

Of their words,

Scattered to sow an evil seed.

Rumour has it that,

The prophets are weeping.

At their texts distorted,

The death and destruction,

Imposed in their name.

The sun burns down,

On the children who are crying,

On the long journeys repeated,

Their questions not answered.

Mothers and Fathers hide their faces,

Unable to explain,

Why they must endlessly,

No end in sight,

Move for shelter,

for food, for safety, for hope.

The Prophets are weeping,

For the words that have been stolen,

From texts that once offered,

To reveal in ancient times,

A shared space,

Of love and care,

Above all for the stranger.

.

Michael-D-Higgins-Ireland-007

 

%d bloggers liken dit: