Site-archief

Logos

Rozalie Hirs

.

In 2002 publiceerde dichter en componist Rozalie Hirs (1965) haar bundel ‘Logos’, genoemd naar de gelijknamige online hyperstructuur. In samenwerking met Matt Lee (die de site in flash programmeerde) en met illustraties van Noëlle von Eugen werd deze bundel omgewerkt tot een digitale bundel. Via hyperlinks op de anatomische kaart (en binnen de gedichten) kan de lezer direct naar de gedichten, waar het betreffende lichaamsdeel wordt belicht, navigeren (en ook van gedicht naar gedicht springen). De bundel is online te lezen op http://www.rozaliehirs.nl/rozalie-hirs-logos-2002/#gedichten en is al stand alone app te downloaden.

De logos uit de titel zou naar de wetten van het lichaam kunnen verwijzen, waarmee we ons dagelijks in het contact met de wereld geconfronteerd zien. Maar ook naar het denken, de verbeelding, en het woord. In de talrijke liefdesgedichten blijkt de beminde een mens van vlees en bloed maar tegelijkertijd ook de taal. Een mooi voorbeeld uit deze digitale bundel is het het liefdesgedicht ‘Orewoet’.

.

Orewoet

.

Ik wrijf het geluid van je stem
over mijn gezicht –
mijn vingers drukken
de druppels aan stukken.
Je likt over mijn wangen,
aan mijn wimpers,
op zoek naar zout: minerale
houdbaarheid voor banen van bloed.

Tranen meren aan je lippen en
keren zich buitenste binnen.
Je slikt de voedselvloed
met lome teugen – als een sluis.
De handeling klinkt terug
in de wijde buis van de omgeving –
de geesten zien elkaar op de brug.
Je tong ligt open voor de tijding:

Mijn antwoord op jouw getijde.

.

Advertenties

Glimp

F. Starik

.

Op de onvolprezen app van Muze (een app voor je telefoon of tablet waarop wekelijks een gedicht geplaatst wordt dat zowel gelezen als beluisterd kan worden) las ik deze week het gedicht ‘Glimp’ van F. Starik en ik moest meteen denken aan een gedicht van Charles Bukowski dat ik ooit plaatste op dit blog (2 maart 2010)  getiteld ‘Girl In A Miniskirt Reading The Bible Outside My Window’.

Hoewel beide gedichten over een andere situatie gaan hebben ze gemeen dat er, door een (oudere) man naar een meisje wordt gekeken zonder dat deze dat doorheeft. In beide gedichten schuilt een zekere melancholie en verlangen. In dit gedicht eindigt Starik echter met het feit dat alles, ook ‘de schoonheid van de jeugd, vergankelijk is terwijl Bukowski positiever eindigt (wat bevreemdend is) met de zinnen “she is dark, she is dark / she is reading about God. / I am God.”

.

Glimp

.

Voorjaar loeide aan.

In de trein naar huis zag ik,

tussenstation, op het perron

een meisje staan en noteerde van

achter mijn raam hoe, terwijl ze

bukte,

een bandje van haar hemdje van een

schouder

losschoot en een ondeelbaar ogenblik

uitzicht op haar blanke borsten bood.

O bloem der jeugd, o schande van

mijn steelse blik, ze bukte en zal

oud en lelijk worden

net als ik.

.

 

muze (1)

Funkhouser

Digitale poëzie

.

Ik heb hier al eerder over digitale poëzie geschreven en voor wie denkt dat dit een niche is in de poëzie, een hobby van een paar nerd dichters, niets is minder waar. C.T. Funkhouser een associate professor aan het New Jersey Institute for Technology heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar digitale poëzie en er over geschreven in meerdere boeken waaronder Prehistoric Digital Poetry.

Wat verstaan we onder digitale poëzie? Een definitie van Eric Goddard-Scovel (dichter, digitaal kunstenaar en docent aan de Purdue univercity) luidt:

dig·it·al po·et·ry noun: a genre of poetry that (1) is composed by processes involving computers and/or network technologies; (2) is experienced via an electronic medium beyond print or screen representations of printed pages and makes use of animation, interaction, hyperlinks, audio and/or video; and (3) presents an artistic and literary experience in which language is a primary aesthetic component.

Of in het kort: dichters die poëzie schrijven gebruik makend van computer programma’s. Ook wel generated poetry genoemd. Er zijn meerdere websites gewijd aan generated poetry maar één van de aardigste is http://gnoetrydaily.wordpress.com/

Voor degene die denken dat digitale poëzie iets nieuws is, hier een voorbeeld uit 1969 (uit het boek van C.T, Funkhouser. Lillian F. Schwartz maakte dit naar een gedicht van Laurens R. Schwartz. Lillian F. Schwartz is een typisch voorbeeld van een vroege vernieuwer, ze is vooral een exploratief kunstenaar die bijdragen geleverd heeft aan visie theorie, documentaires heeft gemaakt en dus poëtisch werk.

.

Schwartz

Dit digitale gedicht werd bijgesneden en oorspronkelijk gepubliceerd in  McCauley, Computers en creativiteit (1974)

Digitale poëzie

Nul en een

.

Poëzie komt in vele, soms bijzonder vreemde, vormen. Ik vroeg me af of er ook al digitale poëzie was, dus poëzie in bits en bytes.

Op het net kwam ik het volgende voorbeeld tegen. Of er feitelijk nog sprake is van poëzie is twijfelachtig maar de vorm spreekt me wel aan. Onder het motto:  The aesthetics of digital poetry.

.

digital poetry

%d bloggers liken dit: