Site-archief

600 meter gedicht

Henriette Faas

.

Op de een of andere manier komen de lange gedichten in de openbare ruimte deze week regelmatig langs. Schreef ik deze week al over het tunnelgedicht in Vlaardingen, in Antwerpen en het fietspadgedicht in Lissabon, vandaag voeg ik hier het wandelpadgedicht in Maassluis eraan toe.

In 2009 werd ik gevraagd om de regie te voeren over een literaire kunstopdracht van de gemeente Maassluis naar aanleiding van de bouw van de nieuwe wijk Het balkon aan de nieuwe Waterweg. Ik heb toen een aantal schrijvers en dichters gevraagd om verhalen en gedichten te schrijven geïnspireerd door de plek waar deze nieuwe wijk moest gaan verrijzen. De schrijvers waren deels geboren in Maassluis en deels niet geboren in Maassluis maar wel woonachtig en actief in Maassluis. De dichters Henriette Faas en de (te vroeg overleden) Bosnische dichter Pero Senda zorgden voor het poëziedeel.

In het boek dat werd uitgebracht (dat was de literaire opdracht) ‘Balkons scènes aan het water’ staat onder andere het gedicht ‘Maassluis’ van Henriette Faas Tevens de uitgever van mijn poëziebundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind  in maart graven beroert’. Dit acostichron (de beginletters van elke regel vormen een woord) is nu op borden langs de Waterweg geplaatst over een lengte van 600 meter. Om de 65 meter staat er op de Koning Willem-Alexanderboulevard, een stalen plaat met een dichtregel er op. Alle borden bij elkaar vormen het gedicht over de stad. Om wandelaars nog meer met dit gedicht in aanraking te brengen, is besloten om twee informatiepalen te plaatsen.

.

Maaswater kabbelt onder
Adembenemende luchten
Avontuur op nieuwe grond
Sirene lokt sierlijk schoon
Schip glijdt over Waterweg
Landinwaarts steeds lichter
Uitzicht op een verre haven
Inzoomen op de overkant
Samenstromen

.

Drijvende dichtregels

Op het Merwedekanaal

.

Toen de Tour de France dit jaar Utrecht aandeed schreef stadsdichter van Utrecht, Els van Stalborch. de dichtregel ‘Behind the dikes we all bike’. Deze regel werd als drijvende dichtregel in het Merwedekanaal in Utrecht geplaatst.

De dichtregel van Stalborch is uitgekozen uit de zestig (Engelstalige) regels geschreven door het Utrechts Stadsdichtersgilde. Als onderdeel van het Gildeproject rond de Tour werd de dichtregel vervolgens levensgroot (2m hoog 45m lang) uit hout en piepschuim gefrabiceerd, zodat het kunstwerk goed zou blijven drijven en ook goed zichtbaar zou zijn vanuit de lucht. Het doel van de actie was dat de regel gespot zou worden door een van de helikopters die rondvlogen gedurende de Tourstart, en dit is ook gelukt.

.

Merwedekanaal

drijvende regels

Gedichten op vreemde plekken

Deel 82: op vuilniswagens

.

In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens.  In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers  zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.

.

Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.

.

In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd.  Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.

.

vuilniswagen 2

 

vuilniswagen1

 

winnaar

Het huwelijk

Willem Elsschot

.

Gister was ik met een aantal collega’s in Antwerpen voor een excursie. Onderdelen van deze excursie waren onder andere een bezoek aan de Permeke bibliotheek en de Dwaallicht wandeling door de stad. Deze dwaallicht wandeling is genoemd naar de novelle van Willem Elsschot (1882 – 1960). Over het Dwaallicht en Elsschot zal ik later schrijven maar nu wilde ik het gedicht Het huwelijk van Elsschot memoreren. Hij schreef dit gedicht op 27 jaar toen het net getrouwd was met de vrouw bij wie hij op 19 jarige leeftijd een zoon had verwekt.. Hij had haar meteen daarna verlaten om te studeren en werk te vinden. Op 27 jarige leeftijd keert hij naar haar terug en trouwt haar. De reden van dit gedicht, zeker gezien de inhoud, houdt mensen sindsdien al lang bezig.

De meeste mensen kennen een paar regels uit dit gedicht, deze worden vaak gebruikt voor allerlei situaties. Hier het hele gedicht.

.

Het huwelijk

.
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 60 : Op een bankje bij het water

.

Via de twitter (@wvanheiningen) kreeg ik via @versvoeten de tip dat er op een bankje enige dichtregels te vinden waren. Zij verwezen me naar Sito Wijngaarden en via hem kreeg ik van Henny Hiemstra (zijn moeder) het verhaal achter het bankje aan het Wiid tussen Ried en Berlikum te horen/lezen.

Henny:
De tekst op het bankje is een passage uit een gedicht van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Hoe het heet, weet ik niet en kan ik op dit moment ook niet achterhalen. Ik kwam het tegen op de muur van de polikliniek van het Hartcentrum van het Medisch Centrum Leeuwarden. De woorden troffen mij en riepen bij mij het beeld op van de omgeving waar ik mijn jeugd heb doorgebracht en waar ik nu nog vaak kom. Mijn man en ik hebben er het tuinbankje uit de erfenis van mijn overleden ouders geplaatst voor fietsende/wandelende voorbijgangers die even van het uitzicht willen genieten en, wie weet, net als ik door de woorden geraakt worden.
De passage luidt:
‘Lit no de sinne troch de fjilden túgje en it gers him de ûnskuld fan’e jeugd heugje, lit wiid de sudewyn de fiere toer syn iere oere de tiidleaze greiden oerstruie’

.

Daar ik geen Fries spreek zou ik mijn lezers die dat wel doen willen vragen of ze de dichtregels willen vertalen naar het Nederlands. Die zal ik dan aan deze post toevoegen. Als iemand weet wat de titel van het gedicht is hou ik me eveneens aanbevolen.

Ik heb inmiddels een reactie van Auke Miedema (@Versvoeten) over de vertaling: Laat nu de zon als een paard paraderen door de velden en het gras zich de jeugdige onschuld herinneren. Laat wijds de zuidenwind de verre kerktoren zijn vroege uur over de tijdloze weiden uitstrooien.

Hartelijk dank hiervoor.

Henny voegde nog een link naar youtube toe: http://www.youtube.com/watch?v=d-hdgd1ng8o over de dichter Hettinga. Zeer de moeite waard!

Mocht je ook ergens een gedicht tegen komen op een bijzondere plek en heb je hiervan een foto? Neem dan even contact met mij op dan plaats ik hem onder deze categorie. woutervanheiningen@yahoo.com

Gedichten op vreemde plekken

Deel 35: Op het strand

 

Dit gedicht wordt gemaakt door het rijden met een truck over het strand van Vlieland. Opde banden van de truck zijn de dichtregels gemaakt in spiegelbeeld zodat de tekst in het zand te lezen is.

 

De dichtregels zijn van Jan de Booys en luiden:

Breng gedachten vol verlangen naar het lege stille strand. Schrijf ze duizend stille malen tussen duizend korrels zand.

strandregels

strandregels 2

%d bloggers liken dit: