Site-archief

Twist

Dave Bouw en Nynke van der Beek

.

De gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! had dit jaar als thema ‘Twist’. De jury had naar aanleiding van de inzendingen nog een aantal opmerkingen en bevindingen. Hieronder kun je het juryrapport lezen. Het thema van dit jaar was ‘twist’. Dat dit tot verschillende interpretaties heeft geleid van dichters was erg leuk om te zien. Dat heeft de jury ook opgemerkt. Om te laten zien hoe dichters met dit thema omgaan plaats ik hier graag de gedichten van top 30 dichters Dave Bouw en Nynke van der Beek.

.

Juryrapport

Voor de editie van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2022 zijn in totaal 146
gedichten ingezonden. Daarvan belandden 31 gedichten op de shortlist die wij
hebben beoordeeld. Het viel ons als jury op dat het thema Twist door de deelnemers
op veel verschillende manieren is uitgewerkt, waarbij taalplezier duidelijk de
hoofdtoon voerde. Vaak werd een humoristische twist toegepast, of was er sprake
van een nieuwsgierig makende, prikkelende opbouw. De meerduidigheid leidde bij
sommige gedichten tot raadselachtigheid, wat soms prettig was en soms
onbevredigend.
Met blijdschap stelden we vast dat er ook slam-gedichten in de shortlist zaten. Bij het
jureren hebben we natuurlijk gelet op de toepassing van klank, (binnen/eind)rijm en
metrum, wat overigens niet doorslaggevend was voor de selectie in de top 3 of 15.
Het afbreken van regels, het effectief gebruik maken van het stijlfiguur enjambement,
en vooral het schrijven van een goede slotregel bleek in de selectie een
onderscheidend element. Een goed advies van deze jury aan alle dichters: besteed
extra aandacht aan je slotregel: kun je die missen? Laat hem dan weg. Vaak wordt
een gedicht er alleen maar sterker door. Regelmatig was de overbodige slotregel
voor de jury een reden om een gedicht niet voor de top 3 of top 15 te selecteren.
Andere keren was een gedicht te clichématig of was juist ál te veel gezochte
‘woordspelerigheid’ er de oorzaak van dat de eindstreep niet werd behaald.
Wat ons als jury vooral verrast heeft is de enorme verscheidenheid in de uitwerking
van het thema en de vorm van de gedichten. De kwaliteit was over het algemeen
hoog. Hier en daar had een kleine aanpassing een gedicht nog beter gemaakt, een
extra redactierondje had dan uitkomst geboden.
We zagen veel creativiteit en plezier in het spel met de taal. De selectie van de 15
kanshebbers en daaruit de 3 winnende gedichten was niet gemakkelijk, maar het is
gelukt.

 

Ontmoeting (Dave Bouw)

.

stof is uit de lucht geregend

het licht is om te snijden

scherp sta je afgetekend

in het tegenlicht

.

je nadert langzaam, langzaam

als het longshot uit de trage film

die in mijn herinnering huist

.

de achteloze begroeting die ik wilde spelen

valt in scherven voor mijn voeten op de grond

stof dwarrelt op en plotseling

gaat het snel

.

Boom (Nynke van der Beek)

.

ik zie van wie jij bent zo goed als niks

geen stokoud wortelstelsel schimmeldraden

of vatenwerk ik hoor niet eens je adem

jij in elkaar gewikkeld organisme

.

ik raak je ruige bast aan want ik mis

verbinding voordat wij hier waren

was jij er al en jij weet dat de aarde

zo’n warme glimlachende moeder is

.

met grote dorst ik kan je blijven strelen

tot bloedens toe of beter achteruit

gaan lopen want ik wil je blijven zien

.

kan met mijn eigen draden woorden delen

vertellen over scheuren in je huid

over het helen van je moeder vriend

.

Winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!

Monique Boogmans

.

Winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëzie stichting Ongehoord! met als thema ‘Twist’ is.

De jury bestaande uit Myrte Leffring, Jiske Foppe en Marie-Anne Hermans kozen uit de 31 shortlist gedichten dit gedicht tot de beste. De prijs, het beeldje van kunstenaar/beeldhouwer Lillian Mensing, werd door de jury uitgereikt aan de winnaar in de Leeszaal West in Rotterdam. Door de regen ging de prijsuitreiking in de Jacobustuin helaas niet door. Het juryrapport van het winnende gedicht luidt:

.
De keuze tussen de nummers 1, 2 en 3 was moeilijk. Uiteindelijk hebben we gekozen voor dit
gedicht door zijn lef en zijn bijzondere vorm.

De vorm van dit gedicht is allesbepalend. De twist ontrolt zich voor de ogen van de lezer en
roept een herkenbare situatie op. Er is vrijwel geen interpunctie, woorden worden aan
elkaar geplakt met als effect dat het tempo versnelt. Na de dubbele punt in de beginregel
start een gesprek zonder komma’s, zonder pauzes om adem te halen, doorrazend tot de
definitieve punt. Dat maakt dit gedicht spannend tot de laatste regel. Een alledaags tafereel
(wie is er aan het woord tijdens het avondeten) wordt binnen de regels werkelijkheid. Aan
het eind van het gesprek voél je dat er iemand opstaat, de deur dichtslaat na een
hartgrondig ‘Welterusten’. Punt. De jury waardeert de humor die dit gedicht tentoonspreidt.
Kortom: slim gedaan, met minimale middelen. Het gebruik van herhaling kan een risico zijn,
maar dit stijlmiddel heeft hier goed gewerkt doordat de herhaling in zichzelf betekenis heeft.
Het getuigt van lef om dit gedicht, dat op het eerste gezicht zo afwijkend van vorm is, in te
sturen voor een poëziewedstrijd. Dat lef zien we graag beloond.

De winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! is:
Wie is er aan het woord –van Monique Boogmans

.

Wie is er aan het woord

.

Wie is er aan het woord tijdens het 

avondeten: 

Vader vader broer vader  

broer broer vader broer  

Broer vader broer vader 

Broer broer vader broer  

Moeder vader 

Moeder vader 

Moedermoedermoeder vader 

Moeder vader 

Moeder vader 

Moeder vadervader vader 

.

Later op de avond:  

Moeder 

Moeder 

Moedermoedermoedermoeder 

Moedermoedermoedermoeder 

Moedermoedermoedermoeder 

.

Moedermoedermoedermoeder 

Moedermoedermoedermoeder 

Moedermoedermoedermoeder 

.

Welterusten.

.

.

De winnaars: Monica Boschman (3e) Monique Boogmans (1e) en Hein van der Schoot (2e)


De jury: Myrte Leffring, Joske Foppe en Marie-Anne Hermans

kom luisteren en genieten

Prijsuitreiking gedichtenwedstrijd

.

Op zondag 18 september zal de prijsuitreiking zijn van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! Na de winnaar van de 7de gedichtenwedstrijd Sara De Lodder in 2020 alweer maken dertig dichters die het tot de shortlist haalden kans op deze gewilde prijs.

De prijsuitreiking is in de Jacobustuin aan de Jacobustuin 103-109 in (hartje) Rotterdam, slechts 5 minuten lopen vanaf het Centraal Station. We beginnen om 13.00 uur en alle shortlistdichters krijgen de gelegenheid hun gedicht rond het thema Twist voor te dragen.

De jury bestaande uit dichter en hoofdredacteur van poëzietijdschrift Awater Myrte Leffring, directeur van stichting De zoek naar schittering Jiske Foppe en (mede) initiatiefnemer van Poëziemagazine MUGzine Marie-Anne Hermans heeft de gedichten van de shortlist gelezen en beoordeeld en zal op deze zondag de nummers 3,2 en 1 bekend maken.

De winnaar krijgt zoals altijd het beeldje van Lillian Mensing, en publicatie van het winnende gedicht op de website van poëziestichting Ongehoord! en dit blog. Daarnaast zal de redactie van MUGzines contact zoeken met de dichters voor een publicatie in een nummer van MUGzine.

Kom dus zondag naar de prachtige Jacobustuin om te genieten van poëzie en muziek. Toegang is gratis en er is de mogelijkheid tot het krijgen van een drankje tegen een zeer schappelijke prijs.

Het thema van deze gedichtenwedstrijd was ‘Twist’ en daar heb ik een toepasselijk gedicht bij gezocht van C. Buddigh’ met als titel ‘Pluk de dag’ uit de bundel ‘128 vel schrijfpapier’ uit 1967.

.

Pluk de dag

 

vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje Heinz sandwich spread

.
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

.
en jawel hoor: het paste eveneens

.

De prijswinnaars van de gedichtenwedstrijd 2020

Vrienden

Dubbelgedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht met als thema Vrienden. Over vrienden en vriendschappen zijn vele gedichten en liedjes geschreven dus het was niet heel moeilijk om een dubbelgedicht samen te stellen.

Het eerste gedicht van dit tweeluik is het gedicht ‘Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?’ van de dichter J.B. Charles, pseudoniem van Willem Hendrik Nagel (1910-1983). Het gedicht komt uit de bundel ‘De groene zee is mijn vriendin; gedichten 1944-1982’ uit 1987. Het gedicht gaat over de twijfel aan vriendschap.

Het tweede gedicht is van dichter Ida Vos (1931-2006) en is getiteld ‘Je hoeft niets te zeggen’ en dit gedicht gaat juist over de onuitgesproken vriendschap die voor altijd is. Het gedicht komt uit de bundel ‘Schiereiland’ uit 1979.

.

Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?

.

Vrienden komen. Heb ik nog

van die goede tee?

Ja die zullen ze herkennen.

Eten in Noordwijk, aan de zee.

Of kan ik dat nu niet betalen?

Nou dan maar niet. Nog even wachten.

Die Saint Emilion, die hoge,

die heb ik niet voor niets bewaard.

.

Ze komen niet meer, ben ik bang.

’t Is al zo laat.

Was het dan niet vandaag

misschien? Hoe lang

denk je zullen zij vrienden blijven?

.

Je hoeft niets te zeggen

.

je hoeft niet

in woorden

te praten

met mij

je hoeft niets

in woorden

te zeggen

je hoeft alleen maar

en dat is genoeg

je arm om mijn schouders

te leggen

.

 

Je naam

Dubbelgedicht

.

Het is alweer even geleden dat ik een dubbelgedicht hier plaatste. Een dubbelgedicht zijn twee gedichten van twee dichters die qua inhoud of titel iets gemeen hebben. Zo ook de twee voorbeelden die ik vandaag aan elkaar wil koppelen. Het betreft hier twee gedichten waar je naam een belangrijke rol in speelt.

Allereerst het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ van dichter Hans Verhagen (1939-2020). In zijn dichtbundel ‘Duizenden Zonsondergangen’ uit 1971 staat het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ . Daartegenover wil het het gedicht ‘Mus’ zetten dat ik schreef en staat in mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2012. Aan de ene kant is er de naam die vergeten is en aan de andere kant de naam die nooit meer vergeten zal worden. Een mooi thema voor een dubbelgedicht leek me.

.

Je naam ben ik vergeten

.

Ik heb geen naam,

ik heb geen kleren aan,

ik heb geen lichaam.

.

Ik heb jou,

jij hebt mij,

meer hebben we niet nodig,

En mocht je mij niet treffen,

zo zal het altijd zijn,

Maria Magdalena.

.

Mus

.

Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam

.

hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals

.

je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd

.

de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict

.

je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven

.

als je echt zo heet

.

 

Stemmen van Schrijvers

Dichters en muziek

.

Aan het eind van jaren vijftig begon het – toen nog – Letterkundig Museum samen met uitgeverij Querido aan de productie van een reeks grammofoonplaten met als titel ‘Stemmen van Schrijvers’. Het museum bestond toen nog niet zo lang, en was bezig om te onderzoeken waaruit precies de verantwoordelijkheid bestond. Er werd geïnventariseerd, verzameld, schrijvers werden uitgenodigd hun handschrift in te sturen – en er werd vastgelegd hoe schrijvers klonken. Het initiatief hiertoe kwam vanuit Querido. Het zijn keurige voordrachten, van een kleine veertig schrijvers en dichters, van Leo Vroman tot Sybren Polet, Gerrit Kouwenaar tot Hans Andreus en Anna Blaman tot Cees Nooteboom. Er was één uitgeverij die het idee overnam: De Bezige Bij, in samenwerking met Philips.

Het werd geen lange reeks want maar vier platen maakten Philips en De Bezige Bij, terwijl Querido en het Letterkundig Museum er twintig produceerden. Philips maakte nog wel wat singletjes met voorlezende dichters. Literaire werk aanvullen met muziek was echter bewerkelijk, en het zou in de jaren daarna ook niet zo veel meer gebeuren. De redenen daarvoor zijn eenvoudig, zo zijn de productiekosten voor een goede opname hoog, en er viel met de verkoop van voorlezende dichters onvoldoende te verdienen om de investering terug te verdienen. Bovendien bleek radio een geschikter medium voor de schrijver dan de grammofoonplaat.

Toch waren deze platen wel de voorlopers van de performances van dichters na hen. Zo werd Bert Schierbeek op zijn EP begeleid door Hans van Zutphen achter de piano en Ferdi Posthuma de Boer op drums. Hugo Claus werd zelfs ondersteund door het Trio Pim Jacobs. Ook bij hen werkte dat uitstekend, jazz past goed bij het werk van de experimentele dichters. Er was bij vlagen daadwerkelijk sprake van samenspel of een

Veel bekende dichters dus die meededen. Ik heb gekozen voor Hugo Claus (1929-2008) want de ongepolijste Hugo Claus en de gladde Pim Jacobs, ik zie het helemaal voor me. Het gedicht ‘ Visio tondalis’  werd door Hugo Claus en Erik Voermans op muziek gezet en hier kun je het gedicht lezen. Het gedicht verscheen in de bundel ‘ De geverfde ruiter’  uit 1961.

.

Visio tondalis

.

Uit het valeland naar de borstelige lucht duwt een engel
De verraste ziel bij de billen
In een ei van licht.

.

Een gehelmde zot met een slak op zijn kop
Schiet wortels in de modder.

.

Niet in de spiegel met de slang kijkt het wijf
Maar naar de krijger in zijn kot.

.

Kat en varken roosteren een oor,
Torens branden, hoor het krijsend koor!

.

Lust, een monnik met een pin in zijn pij van spijt,
Wordt in de takken vermaledijd.

.

Met vlerken van korenaren zoekt de vlinderrat
Naar aas en het aars van een duif.

.

Oker is de aarde en doorkrabd met sporen en hoornen.

.

Daar klimt in een geldbeugel een klerk
Met spaarzame knieën. Zweepdieren besmetten de kerk.

.

Gulzig eten wij hagedissen, padden eten aan ons,
De zonde is een donkere zon.
(Ik zoog haar binnen met de melk voor het gebed;
Verdrogend bij de enkels
Naderden buidelwijven mijn jankend bed.)

.

Een kleurloos gewoeker bijt aan het gebouw der rede,
Kennis roert en wroet aan het gebeente.

,

Halsstarrig blijven de torens en de kooien branden
In vlammen en vlooien.

.

Geen boot in het suizende water.

.

Opgeblazen door kerkmuis en uil
Zit een ketter gesperd op een mes
En schuift het klokhuis van zijn buik
Over het ongenadig lemmer, het kruis.

.

Eieren breken, keien krijgen een muil in het kruid.
Een kakkerlak graaft in een kist,
Een kater likt aan de galg, een kalf verdrinkt in het lis.

.

Iedereen in zee, niemand aan de kant,
Dit is mijn moederland.
Adem wordt wind, kwijl wordt slijk
En naar mijn voeten toe groei ik
Ritselend in ijzer en ijs.

.

 

MUG #13 is uit!

Minipoëziemagazine

.

Elk station is een sterfbed en geluk is een gemis. Dat we iets hadden om aan vast te klampen. Ze moet een vrouw geweest zijn, die kinderen heeft gedragen. Ik ontdekte een heel klein vliegveld op het vloerkleed dat we vorige week nieuw hebben gekocht. In je ooghoek stond stilte zijn straf uit.

In de gedichten van Jana Arns, Wout Waanders, Shari van Goethem en Marie Brummelhuis broeit er iets, gloeit er iets en wil je hoofd zich vormen om de woorden, de gedachten en de versierselen van de taal.

In het artwork van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen branden de felle kleuren nog na wanneer je de Luule tot je neemt..

De nieuwe MUGzine nummer 13 is ontbrand, voel de warmte dichterbij komen, open dit zomernummer nu.

Als opwarmertje, voor je op de link hierboven klikt, een gedicht van Jana Arns dat ook op de website van Het Gezeefde Gedicht is gepubliceerd.

.

In het land van opwaaiend zand
worden geen kastelen uit emmers getoverd.

.

Er staan tentenkampen,
piketten worden de huid ingeslagen.

.

Kinderen spelen mikado met lijken,
wie nog beweegt is evenzeer verloren.

.

Alles ligt altijd opgebroken, niets
of niemand past nog in elkaar.

.

Op deze achtergrond van terreur,
leert men zwemmen, nieuw land tegemoet.

.

Wie mag blijven, wordt opgeknapt, geduid.
waar er nog een hek was om overheen te klimmen,

.

wordt nu alles keurig geregeld.
Tot de uitwijzing toe.

.

MUGzine is een initiatief van MarieAnne, en Wouter in samenwerking met Bart

En dat was kennis, zeg je dan.

Ionica Smeets

.

Eind van vorig jaar werd door de VWN (Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland) een gedichtenwedstrijd uitgeschreven met als thema wetenschap (in de poëzie) omdat de VWN 35 jaar bestond. In de jury van deze wedstrijd zaten naast dichters Anna Enquist en Edward van de Vendel ook wetenschapsjournalisten/redacteuren Marlies ter Voorde en mijn oud collega Ionica Smeets.

Meer dan 700 inzendingen kwamen er binnen en daaruit zijn naast de winnaars ruim 100 gedichten geselecteerd die in de bundel ‘en dat was kennis, zeg je dan’ terecht zijn gekomen. Naast gedichten van deelnemers aan de wedstrijd zijn een aantal gedichten opgenomen van bekende auteurs die het project een warm hart toedroegen. Een kanttekening moet ik wel maken bij de afgedrukte gedichten, er staan erg veel (storende) grammaticale fouten in. Iets wat ik niet verwacht in een uitgave van (wetenschaps-) journalisten.

Een punt achter een zin wordt gevolgd door een hoofdletter in de nieuwe zin, een komma wordt juist niet gevolgd door een hoofdletter, en als er geen punt staat dan komt er ook geen hoofdletter. Drie voorbeelden die in het onderstaande gedicht van Ionica voorkomen. Omdat ik Ionica wat beter ken en omdat ik haar bijdrage toch erg grappig en de moeite waard vind, deel ik hierbij haar gedicht en mijn bijdrage aan deze wedstrijd (die de bundel niet haalde).

.

Wiskunde A

.

Wat een geluk had Pythagoras.

Iedereen denkt dat hij zo bijzonder was.

a kwadraat plus b kwadraat is c kwadraat.

Ja, dát kan ik ook – tweeduizend jaar te laat.

.

Maar ik ben veel te laat geboren

Voor iets simpels met vectoren.

Een nieuw bewijs kost snel zo’n duizend kantjes.

En ik loop liever wat langs de randjes.

.

Och, was ik maar duizend jaar eerder verwekt,

Dan had ik zeker integraal ontdekt.

En dan leerden ze nu zelfs bij wiskunde A

De beroemde stelling van Ionica.

.

Kettingbreuk

 

Hoe de vorm overheerst in ons denken

daar is enkelvoud of meervoud geen debet

aan. De spraakverwarring breekt pas door

bij degenen die in hun vrije tijd zich wielrenner

wanen. Stampend op de pedalen is een ketting-

breuk geen eenduidige voorstelling van reële

getallen, maar slechts een ergerniswekkend

oponthoud op weg van A naar B, en terug.

.

Wout Waanders

MUGzine #13

.

In augustus komt het nieuwe nummer van MUGzine uit. Dichters die vertegenwoordigd zijn met werk zijn Jana Arns, Marie Brummelhuis, Shari van Goethem en Wout Waanders. De kunst is dit keer van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Om alvast in de stemming te komen zal ik hier een paar keer iets van de deelnemende dichters plaatsen. Zo plaatste ik van  Shari van Goethem op 10 juni al een gedicht en vandaag is het de beurt aan Wout Waanders (1989).

Wout Waanders schrijft gedichten op een laptop, met een pen of een Edding 3000. Hij draagt ook gedichten voor. Daarnaast treedt Wout op als onderdeel van de vijfkoppige Boyband, de literaire boyband. Eind 2020 verscheen Wouts debuutbundel ‘Parkplan’ bij uitgeverij De Harmonie. Daarvoor had hij al in verschillende kranten, (digitale) tijdschriften en verzamelbundels poëzie gepubliceerd. Waanders was in 2019 en 2020 stadsdichter van Nijmegen en in 2008-2009 Campusdichter van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij won in 2012 de Poëzieprijs van de Stad Oostende en in 2014 Write Now! ‘s-Hertogenbosch. Zijn debuutbundel ‘Parkplan’ won de C. Buddingh’-prijs, en werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.

In de hoedanigheid van stadsdichter schreef hij in 2020 het gedicht ‘een nieuwe stad’ een gedicht voor boven het condoleanceregister voor Nijmeegse coronaslachtoffers.

.

Een nieuwe stad

.

Gisternacht heb ik een nieuwe stad bedacht.

Het lijkt verdacht veel op Nijmegen, maar er zijn geen beperkingen,

geen nieuwsberichten (hooguit iets over een pandabeer)

en jij bent er. Jij bent er gewoon weer.

.

Ergens in je straat kom ik je tegen.

Je glimlacht, vraagt: is het anders zonder mij,

en ik knik: wat had je gedacht. Dan open jij je armen en

ik omhels je met terugwerkende kracht.

.

                                                                                                                                                                                                 foto: Studio Schulte Schultz

Reisgenoten

20 jaar poëzietijdschrift Awater

.

In 2002 richtte Gerrit Komrij, destijds Dichter des Vaderlands, het poëzietijdschrift Awater op. Een tijdschrift om de Nederlandstalige poëzie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Nu, 20 jaar later, komt Awater met een bloemlezing van dichters die de afgelopen 20 jaar aan het tijdschrift hebben meegewerkt. De bloemlezing is getiteld ‘Ik vond vele reisgenoten’ en ik kreeg hem bij mijn abonnement op dit tijdschrift met het zomernummer van 2022 meegestuurd.

De bundel wordt ingeleid door Myrte Leffring en bevat 20 gedichten van bekende dichters die een gedicht schreven rond het thema ‘Ik zoek een reisgenoot’ het motto van het gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff uit 1934 (waar het tijdschrift naar vernoemd is). Zoals op het achterflap te lezen staat is het resultaat een rijk scala aan poëtische bestemmingen, met de nodige obstakels én prachtige uitzichten onderweg.

Als er voor mij één ding blijkt uit deze jubileumbundel dan is het dat de poëzie in Nederland (en de andere Nederlandstalige gebieden) leeft en veelzijdig is en dat er voor een poëzietijdschrift altijd ruimte is. Wat mij betreft op naar het volgende jubileum.

Onder de deelnemende dichters in de jubileumbundel grote bekende dichtersnamen en een enkele wat minder bekende. Ik koos voor het gedicht ‘Een wat langere reis’ van Jan Glas (1958) een Gronings beeldend kunstenaar, schrijver, dichter, zanger, fotograaf en redacteur van het Groningse tijdschrift Krödde. Ik koos dit gedicht omdat de laatste strofe mij heel erg deed denken aan het gedicht ‘Mannenman’ dat ik schreef in 2013.

.

Een wat langere reis

.

Voor een wat langere reis zoek ik gezelschap.

Een ezel. Een met harde hoefjes. Sterk, koppig en lief.

.

Een metgezel om de bevroren uren in te halen.

Om samen op te trekken door ons laagland

en te krabbelen in de bergen over steile paadjes

langs geïsoleerde dorpen waaruit rook kringelt.

Af en toe iets zeggen.

.

Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:

ik ben een truffel, opgegraven door een varken.

Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling

.

met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn.

Ik wil er eentje spelen.

.

%d bloggers liken dit: