Site-archief

Zwagerman over Campert

Remco Campert stapt in dit gedicht

.

Dichters schrijven gedichten over andere dichters, dat was het uitgangspunt van de rubriek ‘dichter over dichters’. Dat doen ze omdat ze bevriend zijn met een andere dichter of omdat ze een andere dichter bewonderen en soms is zo’n gedicht in de vorm van een elegie. In het onderhavige geval is het weer anders. Joost Zwagerman (1963-2015) schreef een gedicht waarin Remco Campert (1929) binnenloopt. Het is dus niet echt een gedicht over Remco Campert maar in de geest van hem en weergegeven door zijn binnenlopen.

Het gedicht zonder titel werd gepubliceerd in de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ in het hoofdstuk  ‘Collega’s’ uit 2001.

.

kijk daarbuiten wandelt Remco Campert

de Leidsestraat is overvol

maar hij stemt in een ring van stilte

op dromen daden van de eenling af

.

kijk Remco Campert stapt in dit gedicht

de Leidsestraat wordt prompt rivier

naarstig zwemmen wij de weifelslag

en nemen feestend onze badmuts af

.

Remco Campert

Gerrit Kouwenaar

Hans Franse

.

Naar aanleiding van het gedicht ‘Laatste brief’ van Cees Nootenboom over Hans Andreus, dat ik op 25 april op dit blog plaatste, kreeg ik van dichter, recensent (Meander) Hans Franse het gedicht ‘Zonsondergang’ toegestuurd. Hans schreef dit als memoriam bij de dood van Gerrit Kouwenaar op 4 september 2014. Omdat het een prachtig gedicht is en omdat het naadloos aansluit bij de gedichten in de categorie Dichters over dichters wil ik het hier met jullie delen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een winter op Scheveningen’ van Hans uit 2020.

.

Zonsondergang
In Memoriam Gerrit Kouwenaar -4 september 2014
 .
Laten we de zee rood maken.
Laten we de lucht rood maken.
Laat ons nog eenmaal
de lucht en de zee rood maken:
Gerrit Kouwenaar is dood.
.
De letterbak van de taal
van het Woord van de taal
van de taal van zijn Woord
smolt weg in het water
van het westen.
.
Laten wij het Woord licht maken
zoals de kamer wit werd
eindelijk helemaal wit en licht werd
en de peilloze diepte van het Woord
bereikt leek:
levenszee het Woord.
.
Dat woord, zijn Woord
zal de lucht immer rood maken
zolang dat Woord zijn woord
niet achter de horizon verdwijnt.
.
Maar laten wij vooral onze eigen lucht
rood blijven maken,
stralend maken:
met ons eigen woord
maken wij een nieuwe morgen.
.
.

Nooteboom over Andreus

Dichters over dichters

.

In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van Cees Nooteboom (1933) over de dichter Hans Andreus (1926-1977). Geen gewoon gedicht in dit geval maar een in memoriam naar aanleiding van de dood van Hans Andreus in 1977. Het gedicht verscheen in de bundel ‘Open als een schelp – dicht als een steen’ uit 1978 en is getiteld ‘Laatste brief’.

.

Laatste brief

                                            in memoriam Hans Andreus

.

Op het witte papier
de naam van de dode
door hemzelf geschreven
.
vier letters, was hij dat?
al die gemaakte woorden
al die gedichten van licht
.
nu niets meer
.
De bodem ligt op het water
de straat op de voeten
hij heeft zich omgekeerd
en hij is teruggegaan
naar waar hij vandaan kwam.
.
.

Na Slauerhoff’s dood

Dichters over dichters

 

In de rubriek ‘Dichters over dichters’ vandaag een gedicht van de dichter Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) die leefde van 1887 tot 1939. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse calvinistische dichter van zijn generatie. P.J. Meertens noemt hem een christelijk renaissancedichter en Hans Werkman, biograaf van Willem de Mérode schreef over hem: “De dichter doorleefde de tragedie van een onmogelijke liefde; hij schreef in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof”.

Die calvinistische en christelijke inslag komt heel duidelijk terug in het gedicht ‘Na Slauerhoff’s dood’ dat hij schreef in 1936 (13 dagen na het overlijden van Slauerhoff) en dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 dat in twee banden verscheen. Dit gedicht staat in het tweede deel. Beide banden werden mogelijk gemaakt met financiële steun van het ministerie van WVC (kom daar nog maar eens om).

J.J. Slauerhoff en Willem de Mérode hadden wat levensbeschouwing betreft weinig met elkaar gemeen. Het pessimistisch scepticisme van de eerste stond lijnrecht tegenover het reformatorisch, orthodox christen-zijn van de ander. Toch hadden beide dichters ook overeenkomsten zoals hun liefde voor de Chinese lyriek.

.

Na Slauerhoff’s dood

.

Dichter, je bent besproken en bezongen

Door hen die over dood lichtzinnig baazlen,

Alsof je een weekje thuis was met de maazlen.

Straks zullen zij weer met die flinke jongen

Er één op drinken, naar de meisjes gaan

En (’t leven is geen lol) landerig vertrekken

Om in de Stille Zuidzee te ontdekken

Dat de aarde bezig is met te vergaan.

.

Misschien heb jij ’t verschriklijke beseft

Dat je God overal zoekt en nergens treft,

Tot Zijn gelaat de duisternis deed wijken

En jij, Hem ziende, duister moest bezwijken?

.

Dit is zoo droef dat je bewonderaars preeken

En niemand één woord over God dúrft spreken.

.

Bloem over Verlaine

Dichters over dichters

.

In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van J.C. Bloem getiteld ‘Verlaine’. Dichter J.C. Bloem (1887 – 1966) is beroemd geworden door de eerste twee regels uit zijn gedicht ‘Insomnia’ dat je hier kan lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/18/de-weg-naar-het-graf/ . Hij behoort tot de bekendste en meest gewaardeerde dichters van Nederland en hij wordt nog steeds gelezen. Bloem is de dichter van het verlangen, van de hunkering naar een vervulling of een geluk dat altijd onbereikbaar zal zijn, terwijl de dood steeds dichterbij komt. Berusting voert uiteindelijk de boventoon, gemengd met flarden liefde, genot, aanhankelijkheid en vreugde die de melancholie eigenlijk alleen nog maar sterker maken.

Paul Marie Verlaine (1844 – 1896) werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Zijn gedicht “Art poétique” werd een manifest van de symbolisten. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

Twee verschillende dichters uit twee verschillende tijdperken. Bloem schreef over Verlaine het gedicht ‘Verlaine’ waarin hij verwijst naar de laatste dagen van de dichter Verlaine die hij doorbracht verarmd en eenzaam, levend in cafés en bordelen. Het gedicht is genomen uit Bloems ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981.

.

Verlaine

.

De wereldwijzen zijn de onwijsten,

De onnoozle flinken, die vanzelf

Zich wringen in de krapste lijsten,

Zich krommen onder elk gewelf.

.

Wat geeft het lot aan de gedweesten.

De dienenden mèt heug en meug?

Een vorm, gebootst op geijkte leesten,

Een muffe bete, een zure teug.

.

De wereld is een sluw belover,

Een bieder vol arglistigheid;

Maar slaat gij toe – gij houdt niets over:

Gij zijt èn koop èn koopsom kwijt.

.

Waarom dan ’t hart te laten derven,

Den weg langs naar het eind der reis,

En niet gelijk Verlaine sterven,

Dichter en dronken, vuil en wijs?

.

J.C. Bloem

Paul Verlaine

Marsman en Gorter

Dichters over dichters

.

Vandaag in de categorie Dichters over dichters de dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899- 1940) over de dichter en oprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de latere CPN) Herman Gorter (1864 – 1927).

In 1927 schreef Hendrik Marsman het gedicht ‘Herman Gorter’ naar aanleiding van het overlijden van de dichter. Gorter was een dichter die tot de beweging van de Tachtigers hoorde. De Tachtigers vormde een vernieuwende beweging in de Nederlandse literatuur (van ca. 1880 tot 1894) die voornamelijk bekend stond om zijn hervormingen binnen de poëzie. Zij zetten zich af tegen de romantiek en de bij die periode horende moraliserende toon in de literatuur, een periode die voorafging aan het tijdperk van de Tachtigers. In het werk van de Tachtigers kwamen impressionisme en naturalisme sterk naar voren.

Hendrik Marsman daarentegen maakte geen deel uit van deze Tachtigers. Marsman onderging in zijn begintijd als dichter invloed van de Vlamingen Wies Moens en Paul van Ostaijen, van vroege Duitse expressionisten als Georg Trakl en vooral van de Nederlandse dichter Herman van den Bergh, die met zijn bundel ‘De Boog’ uit 1917 bewust afstand had gedaan van de geijkte schoonheidsidealen van de Tachtigers. Ook werd hij in zijn begintijd beïnvloed door de expressionistische en kubistische schilderkunst.

Toch schreef Marsman een prachtig gedicht over Gorter. Jan Wolkers liet zich voor het monument voor de Tachtigers zelfs inspireren door dit gedicht van Marsman en dan met name door de eerste drie regels.

.

Hij was van vuur,

een golf, een vlam,

een stromend stuk natuur

.

Het monument voor de Tachtigers staat in het Oosterpark in Amsterdam en werd in 1992 geplaatst. Het gedicht ‘Herman Gorter nam ik uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van H. Marsman uit 1967.

.

Herman Gorter

.

Hij was van vuur.
een golf, een vlam,
een stroomend stuk natuur,
blinkend als water in den zomerdag.
nooit, sinds ik hem zag,
zag ik nog een man
wiens wezen zoo bezielend overkwam
tot in zijn blik, zijn praten en zijn gang.
een rechte beuk, ook toen zijn einde kwam.
de bliksem sloeg
en van de bergen dreunde het naar zee,
met echo’s naar de sterren en de sneeuw
en door de bloemen drong het in den grond:
– ‘hij, die voor jaren in ons midden stond
en afscheid nam om in de taal
der menschen, juichend en kermend,
niets dan het verhaal
te zingen van het geluk,
hij keert terug,
hij is al doorgedrongen
in aarde’s moederschoot
en blinkend in zijn oorsprong
opgenomen, en door zijn dood
gezuiverd van de pijn
dichter te zijn
in een verschroeiden tijd.
hij, die vol hartstocht
langs de aarde dwaalde,
de schoonheid zocht en zong
onder de blauwe tenten van den zomer
en bij het gouden vuur des winters,
hij kwam terug,
hij is weer element onder de elementen
een golf, een vlam, een stroomend stuk natuur.

.

Voor een jonge dichter

Hans Warren 

 

In 1956, voorafgaand aan een bezoek van een jonge dichter die later een beroemde dichter zou worden, schreef Hans Warren (1921 – 2001) het gedicht ‘Voor een jonge dichter’. Wie deze dichter was bleek later uit ‘Geheim dagboek’, het bleek de dichter Hans Verhagen (1939 – 2020) te zijn. In ‘Voor een jonge dichter’ verheugt Hans Warren zich op bezoek. Hij kreeg aardige brieven van de jonge dichter, verzen met ‘iets’, maar het was vooral een telefoontje dat de fantasie prikkelde: ‘Je stem klonk warm, geraffineerd’.

Toen Hans Verhagen in 1963 debuteerde met ‘Rozen & motoren’ op 24 jarige leeftijd, werd hij meteen beroemd in Nederland. In 1956 had hij contact met Hans Warren gezocht en in de zomer van dat jaar was hij bij hem op bezoek in Borssele, waarna hij hem in het najaar van 1956 in Frankrijk bezocht. Hans Warren schrijft in ‘Geheim dagboek’ dat de zeventienjarige bezoeker tegenviel: ‘een bril met dikke glazen, vuile tanden, nog vuiler nagels, niet goed gebouwd.’ Weg dromen over een ruige vreemdeling!

In de dichtbundels die Hans Verhagen publiceerde, kom je de ruige vreemdeling Warren nergens tegen. Maar de oude Hans bewaarde de brieven en verzen die de jonge Hans hem stuurde. En jawel, in ‘Nobody weeps for me’, een van die vergeten gedichten, duikt hij toch nog op. ‘Daarom ben ik als een andere wereld,/ daarom als een ruige vreemdeling,’ dichtte Hans Verhagen. De rest heeft Hans Warren tussen de regels gelezen.

Ondanks dat er nooit iets moois of bijzonders is opgegroeid tussen de twee dichters is er in ieder geval het prachtige gedicht van Warren.

.

Voor een jonge dichter

.

Aardige brieven, verzen met ‘iets’, een telefoontje,
en nu je naar me toe komt fietsen
schenk ik je gespannen kuiten,
ogen vol zeelicht van de kust
en een lok die telkens voorover valt.

.

Je stem klonk warm, geraffineerd, en daarom
schik ik perzen in het avondlicht
waarop je boeiend zou kunnen manoeuvreren.
Want als je bent als die stem, ben je zo:
bruin, met donzige oren, en brede
sleutelbeenderen in een open hemd
– een ruige vreemdeling – schrijf je ergens,
maar ik kan niet blind blijven, straks
sta je voor me, neem ik je papieren op
en zit je veel te dicht bij.

.

Straks praten we als twee vreemden,
misschien zeg ik wel u, maar nu
gun ik mij nog even de luxe
van een illusie, en dus ben je
een aardige jongen in de zomerregen
met een lok die telkens voorover valt.

.

Budé over Armando

Dichters over dichters

.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ van Frans Budé, gepubliceerd in 2015 staat fraaie poëzie te lezen. Franciscus Hyacinthus Gerardus Antonius (Frans) Budé (kom er nog maar eens om zulke prachtige voornamen) is een Nederlands dichter geboren in Maastricht (1945). Budë debuteerde in 1968 met een aantal gedichten dat werd afgedrukt in Elseviers Weekblad. Zijn eerste bundel ‘Vlammend marmer’ verscheen in 1984, waarna hij een groot oeuvre van poëzie, proza en essays opbouwde. Budé is bekend door de vele gedichten die hij schreef bij werk van beeld kunstenaars.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ zijn 14e dichtbundel, staan een aantal voorbeelden van gedichten die hij naar aanleiding van of over beeldende kunst schreef. Misschien is daarom ook het gedicht ‘Armando uitgelicht’ opgenomen maar omdat Armando ook een dichter is heb ik het gedicht toch vooral gelezen als een gedicht van de ene dichter over een andere dichter.

.

Armando uitgelicht

.

Als een blad neerdaalt midden in het zwijgen, water

zich samentrekt en weer uitvloeit, als een bos

het duister afschermt, een bronstig hert vervaagt

in gedempt licht en druppels schuchter beginnen

aan een eentonig vallen zonder zich te schikken

naar strak staande waterplassen. Als de rots gestreng

zijn rug recht voordat hij de avond omhelst,

verguld met zichzelf tijd in handen krijgt die hij

openbreekt en uitzet ver het landschap in, dan,

ja dan, verwijdt zich het ogenblik, schuift de horizon

de zee vooruit, verspreidt een geur van zout en zand.

.

(Wasser)

.

Een aardappel is geen gedicht

J. Bernlef over C. Buddingh’s ‘Ars Poetica’

.

Struinend over de zeer informatieve website https://www.dbnl.org/  kwam ik een stuk tegen dat dichter/schrijver J. Bernlef schreef in Bzzlletin jaargang 6 (1977-1978) over het gedicht ‘Ars Poetica’ van dichter C. Buddingh’ en dan vooral over de slotzin.

Wat ik zo bijzonder leuk vind aan dit stuk tekst is hoe waar het is wat Bernlef hier schrijft. Gedichten schrijven tijdens het aardappels schillen. Misschien herkennen de dichters onder ons dit wel, ik in ieder geval wel, het schrijven van gedichten in je hoofd tijdens een werkje dat A: langdurig is, B: repetitief is en C: waar je je hoofd er niet echt bij hoeft te houden. Aardappels schillen is zo’n werkje. Ik herinner mij dat ik het deed tijdens het vouwen van luiers (ja katoenen luiers, zo oud ben ik al) tijdens de afwas of tijdens schilderen van mijn slaapkamermuur pas geleden.

Wat Bernlef ook schrijft is dat je dan zo op kan gaan in je bezigheid dat de gedichten die je vormt in je hoofd al bijna automatisch gaan over waar je mee bezig bent. Ook dat herken ik maar ik weet ook dat dat niet de gedichten zijn die blijven hangen. Bernlef eindigt zijn zeer vermakelijke stuk dan ook met twee waarheden: Een gedicht is alleen maar een gedicht, een gedicht bestaat uit woorden. En: De beste gedichten schrijft men al woorden schillend. En dat laatste kan ik alleen maar bevestigen. Tijdens werkjes waar je niet bij hoeft na te denken, die repetitief zijn en langdurig kunnen je gedachten alle kanten op gaan maar uiteindelijk zijn het de woorden die je aan die gedachten verbind, een mogelijke opmaat voor een gedicht. Die gedichten schrijf je nadat je klaar met zo’n werkje. Of dat nou aardappels schillen is, luiers vouwen of de afwas doen.

Het artikel van Bernlef vind je hier https://www.dbnl.org/tekst/_bzz001197701_01/_bzz001197701_01_0122.php Het gedicht ‘Ars Poetica’ van C. Buddingh’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1938 – 1970’ uit 1971.

.

Ars Poetica
.
ik weet het nog als de dag van gisteren
(ik was misschien 22): ik zat
te broeden op een gedicht, en mijn moeder
zat bij het raam de aardappels te schillen
.
het vers wilde maar niet lukken: het zweet
stond op mijn rug en vol ergernis dacht ik:
hoe kan men in godsherenaam dan ook
poëzie schrijven in een kamer waar
iemand aardappels zit te schillen?
.
die avond, toen iedereen sliep, maakte ik het
vers af: het was een bijzonder slecht vers
.
en pas veel later begreep ik: de beste
gedichten schrijft men al aardappels schillend
.

Dichter over dichter

William Carlos Williams

.

De meeste dichters kennen veel andere dichters. Hun netwerk is vaak groot. Hierdoor komt het met enige regelmaat voor dat er een gedicht voor of over een andere dichter wordt geschreven. Maar het komt ook voor dat dichters schrijven over een dichter die wordt bewonderd of in dit geval over een dichter die is overleden. In de bundel ‘Bernlef voorgoed gedichten 1960 – 2010’ van dichter, schrijver J. Bernlef staat het gedicht ‘In memoriam William Carlos Williams’.

William Carlos Williams (1883 – 1963) is een van de belangrijke Amerikaanse dichters van de eerste helft van de 20e eeuw. Williams ontwikkelde een duidelijk idee van waaruit hij zijn gedichten schreef. Hij wilde naar een typisch Amerikaanse poëzie: uitgaand van de Amerikaanse taal en zich baserend op het alledaagse leven in Amerika. Williams wilde een heel directe poëzie die aansloot bij de werkelijkheid zoals ze is, en hij had dan ook een afkeer van het gebruik van metaforen en symbolisme in poëzie. De invloed van Williams als dichter groeide langzaam in de jaren ’20 en ’30. In de jaren ’50 ontstond een heel nieuwe belangstelling voor Williams toen hij door dichters van de Beat Generation, zoals Allen Ginsberg, speciale waardering kreeg.

.

In memoriam William Carlos Williams

.

in de tram gedichten
van William Carlos Williams
zitten lezen zoals je
.
de krant leest, bijna stui-
tend in hun feitelijkheid
een kaart van een collega
.
ontvangen Flossie (zijn
vrouw) in bad schapen
over een brug wuivend een
.
man in een tuin William
Carlos Williams schrijft wat
hij ziet als een recept
.
‘de wereld vertoont geen symp-
tomen waarom dan zouden
wij willen genezen wat in
.
ons
huist er zijn geen problemen
een constructiefout in het glas
.
geeft nog geen recht over god
te spreken’ – getekend dokter
William Carlos Williams
.
in zijn achtertuin bezig een
heg bij te knippen in zijn voor-
tuin een grashalm te zien in het
.
licht van 2.15 u. n.m.
dat niet discrimineert in
het licht van zijn naderende
dood
.
%d bloggers liken dit: