Site-archief

De beer

Chronogram

.

Toen ik een kast aan het opruimen was kwam ik een paar bladzijden uit een tijdschrift tegen. Ik wist eerlijk gezegd niet meer waar en wanneer ik deze bladzijden uit had gescheurd maar na een snelle zoekactie op internet wist ik het weer. Een aantal jaar geleden was ik met mijn gezin in de Verenigde Staten op vakantie, onder andere in de staat New York. Dwars door deze staat (en nog een aantal staten) stroomt de rivier De Hudson. Langs dit stroomgebied wordt een tijdschrift gedistribueerd met de titel Chronogram. Naast een tijdschrift is er ook de website https://www.chronogram.com.

In zowel het tijdschrift als de website wordt poëzie gepubliceerd. Dichter Philip Levine (Poet Laureate van de Verenigde Staten in 2011 en 2012) verzorgt de redactie en iedereen mag gedichten inzenden. Op mijn twee bladzijden met gedichten staan naast wat plaatselijk regionale gedichten toch ook wat aardige voorbeelden van aansprekende poëzie. Bijvoorbeeld het gedicht ‘The bear’ van Andrew F. Popper, dat over een dementerende vader gaat.

.

The bear

.

A few weeks before his death

My father told me of a bear.

He saw it one morning

On the nursing home lawn.

.

It ambled, sniffing air and ground.

It was startled by a car horn.

Crossed the stone wall

And in an instant was gone.

.

An ancient physician from Oslo believes me.

He’s the only one, my father says.

The staff? They nod and whisper, he says.

Such inhumanity in this place called a home.

.

You don’t believe me, he says.

Am I losing his mind?

After all, he is 87, unable to walk.

Deaf without hearings aids.

.

It is possible you saw a bear.

Possible? he asks.

A bear is or is not.

It is not the subject of debate.

.

There are two possibilities, he says.

Either it was there or I am mad.

Then it was there, I say.

Go home, he says.

.

It’s time for my lunch, he says.

My day is meals and sleep.

I’ll stay and eat with you.

Go home, he says. and do’t hit the bear.

.

 

Advertenties

Zal ik liefde noemen

Evy Van Eynde

.

Bij mijn mini-uitgeverijtje van poëziebundels (fysiek en E-bundels) MUG books, rolt een dezer dagen de nieuwste publicatie van de band, de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter, schrijver, theatermaker Evy Van Eynde. De officiële presentatie zal in februari plaats vinden waarover ik nog nader zal berichten. In deze nieuwe bundel (de 11de uitgave van MUG books alweer) neemt Evy Van Eynde je mee op het pad der liefde dat vaak maar zeker niet altijd over rozen gaat. De poëzie van Evy is prachtig, beeldrijk, en zit vol bloemrijke om- en beschrijvingen van ‘de liefde’. Meer over deze mooie bundel binnenkort maar nu, hier alvast een voorproefje van de bundel met het gedicht ‘Het stof te lijf’.

.
Het stof te lijf

.
Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

.
bot en gekarteld
als een oud mes

.
Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

.
stijf en starend
als een beeld op de schouw

.
waarvan je niet meer weet
wie | wanneer | waarom

.
waarvan je | desondanks
geen afscheid nemen kan

.
Bij het grof vuil – te broos, te porselein
op zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

.
Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf

.
tot scherven desnoods

.

Wat hier groeit

Joe Heithaus

.

Gedichten op gebouwen en muren worden vaak aangebracht ter decoratie, of om een gedicht in het zonnetje te zetten en de lezer van het gedicht aan het denken. In de staat Indiana in de Verenigde Staten is de reden voor een groot gedicht op de zijkant van een schuur echter heel anders. Hoogleraar Engels aan DePauw University en dichter Joe Heithaus kreeg het idee voor het gedicht na een gemeenschapsdiscussie in het Putnam County Museum, waar Joyce Brinkman haar idee voor dichters uit de hele staat presenteerde om poëzie aan te brengen op de muren van schuren. Op die manier wilde zij  een verscheidenheid aan poëtische voorstellingen van voedsel en voedselproductie verzamelen uit de hele staat. Ze wilde dat deze schuurgedichten zowel Indiana als geheel vertegenwoordigen als de afzonderlijke gebieden waarin de schuur zich bevindt.

Met het gedicht ‘What grows here’ heeft Heithaus vorm gegeven aan dit idee. Het gedicht is geschilderd op een schuur ten westen van Greencastle. “Het is een uitnodiging om te vertragen en alles te lezen” zo zegt Heithaus want je kunt het niet helemaal lezen als je voorbij rijdt. Joe Heithaus woont in Greencastle. De kunstenaar en boer Jerry Bates ontwierp en plande de uitvoering, en samen met toen de vijfdejaars stagiaire bij DePauw Travis LaMothe, schilderden ze het gedicht op de schuur.

Gedichten van Joe Heithaus zijn onder andere gepubliceerd in de New York Quarterly, de American Literary Review en de American Poetry Journal.

.

What grows here

.

Beyond big walnut & the clusters

of sycamore & cottonwood, fields of corn & weed coming up

after the long furrows of winter, sheep lambing

in the frost beside the riprap of early spring, lightning

thudding up the dry summer dust. mr. alcorn nudging

the wheel of his combine while bees’ wings

of corn chaff swirl around him like snow,

ironweed, pokeweed, bindweed & the children

who grow so fast, some in the country, some in town,

all caught between our stories of how we got here & stayed?

.

Vier de Poëzieweek 2019

Ingmar Heytze

.

In aanloop naar de Poëzieweek 2019 plaats ik hier op de zondagen voorafgaand aan deze week poëzie die met het thema te maken heeft (Vrijheid) of poëzie van Ingmar Heytze die op 27 januari tijdens de poëziemiddag in theater Koningshof in Maassluis komt voordragen en vertellen. Naast zijn optreden zijn er workshops, een open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).

Ingmar Heytze heeft al vele prachtige poëziebundels op zijn naam staan en ik koos voor vandaag het grappige gedicht ‘Uit het leven een greep’ uit de bundel ‘Het beste en de rest’ uit 2006.

.

Uit het leven een greep

.

Dat ik ’s nachts naar huis toe fiets
en dat mijn stuur een omweg maakt

en ik onder je venster sta
en aanbel tot het licht aangaat

en jij naar buiten komt in een peignoir
(die droeg je vroeger nooit en staat ook raar)

en dat ik snotter dat het me zo spijhijt
en jij zegt van het kom allemaal wel goehoed

en dat ik op dat moment pas zie het huis
is niet jouw huis de straat is niet je straat en jij –

en dat ik voor de zekerheid nog vraag
terwijl de taxi al rijdt: ‘Betekent dit nu ook
dat het allemaal niet goed komt?’

.

Het pad der zinnen

Poëziewandeling.

.

Van dichter Evy Van Eynde (van wie zeer binnenkort de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ uitkomt bij uitgeverij MUG books, kreeg ik een aantal foto’s van het Pad der zinnen toegestuurd, een stiltewandeling in het stiltegebied Zwarteput in Zutendaal België. Bij het bezoekerscentrum in Lieteberg kun je voor € 3,- een informatieboekje, een wandelkaart, en bladwijzers met daarop gedichten die je tijdens de wandeling tegen komt. Langs de route liggen namelijk allerlei stenen met daarop gedichten van onder andere Jeroen Brouwers, Herman Rohaert, Willem Vermandere en Leonard Nolens.

Het ‘Pad der Zinnen’ is in totaal 21 km lang maar kan opgedeeld worden in drie lussen (6,5 – 7 en 7,5 km). Hieronder een voorbeeld van het gedicht van Herman Rohaert.

.

’t wordt kort

en stil

het licht

breekt roerloos

als een paard, achtergelaten

de nacht, de dag

een haastige

hoest

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik kijk

Iech Loer

.

Dat er vele gedichten in de openbare ruimte te lezen zijn in Nederland en Vlaanderen weet ik al heel lang en na het verschijnen van https://straatpoezie.nl/ weet een steeds groter deel van Nederland en België dit ook. Toch krijg ik nog steeds zo nu en dan foto’s toegestuurd van vrienden en bekenden met poëzie op muren, bruggen, huizen en andere objecten in de openbare ruimte. Zo kreeg ik van Cunera een tweetal foto’s die ze nam in Maastricht. Het aardige van https://straatpoezie.nl/ is dat ik nu kan opzoeken waar dit precies is, welk gedicht en van wie het is (dat was op de foto’s overigens wel goed te zien) maar ook een stukje achtergrond informatie en zelfs een vertaling. Chapeau, nogmaals, dus voor deze geweldige website en haar geestelijk moeder Kila van der Starre. Het gedicht ‘Iech loer’ is van Frans Budé, de vertaling uit het Maastrichts  ‘ik kijk’ is van Ed Silanou. Het gedicht is geschreven op initiatief van de dialectvereniging, de Veldekring, ter gelegenheid van het 85-jarige bestaan. Het gedicht staat geschreven op twee blinde ramen op de gevel van een kapperszaak gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein/hoek Achter de Comedie in Maastricht.

.

Iech loer

.

Iech loer
nao de luij
op straot, huur
wied eweg
veugel roond
park en Maos.
Wie gruuts alles
zingk vendaog.

Niks is gries
de wolke
die kroepe
zien veur
mörge, kläöre
vaanzelf op

.

Ik kijk

.

Ik kijk
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots alles
zingt vandaag.

Niets is grijs
de wolken
die aankomen kruipen
zijn voor
morgen, die klaren
vanzelf op.

.

Zomerwind

Jo Kalmijn-Spierenburg

.

Uit de heerlijke serie (al is het maar door de titel) ‘Met een boekske in een hoekske’ uit de Libellen serie, heb ik rond Oud en Nieuw in Groningen weer twee nieuwe deeltjes gekocht. Een van deze twee is het bundeltje ‘Zomerwind’ van Jo Kalmijn-Spierenburg (deel 377). Na enig speurwerk kwam ik erachter dat deze bundel in 1939 werd uitgegeven (het bundeltje zelf geeft geen uitsluitsel). Jo Kalmijn-Spierenburg (1905 – 1991) was schrijfster van gedichten, romans en kinderboeken. Voor wie meer wil weten over leven en werken van Jo Klamijn-Spierenburg verwijs ik graag naar de beschrijving van har werk op https://www.dbnl.org/tekst/_nie002193901_01/_nie002193901_01_0219.php

Uit dit leuke vierkant uitgegeven bundeltje (alle Libellen reeks deeltje zijn vierkant van vorm), het gedicht ‘Het is geen lente nog’.

.

Het is geen lente nog

.

Maar een vermoeden, onuitspreek’lijk teeder,

van komend bloesemen vlaagt aan.

Men weet niet hoe of waar vandaan.

.

De lucht is grijs gelijk een duivenveder,

een glanzend grijs. en er begint

iets luws te zwellen in den wind.

.

Er is een and’re klank in ’t vogelfluiten,

een dieper en een voller slag

in ieder lied op dezen dag.

.

Er is een mildheid, een zich zacht ontsluiten

voor al wat zuiver is en goed.

Een nieuw geloof en nieuwe moed…..

.

Beroemdheden met dichterlijke aspiraties

Amber Tamblyn

.

Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.

Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat. 

Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.

.

Laurel Gene

.

Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.

Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.

Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.

I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.

I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.

When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.

I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.

Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.

.

 

Hier ligt

De kortste Nederlandstalige gedichten

.

Op 30 december 2015 schreef ik een bericht over ‘het kortste gedicht ‘ter wereld’. Na enig speurwerk bleek het gedicht ‘U, nu!’ van Joost van den Vondel, verreweg het kortste gedicht te zijn dat er te vinden was. Op 25 februari 2017 schreef ik over de bundel ‘Het kleinste gedicht’ de favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen, en vandaag alweer over korte gedichten maar nu aan de hand van de bundel ‘Hier ligt Poot, hij is dood’, de kortste Nederlandstalige gedichten.

In de inleiding schrijft Robert-Henk Zuidinga dat een aantal thema’s zich bij uitstek lenen voor ‘een bondige behandeling’. Dat zijn Schimpscheuten en kritiek (vooral op kunstbroeders), Advies en goede raad is er ook een, maar verreweg het meest tot de verbeelding sprekende thema is toch wel Grafschriften. Onze literatuur kent honderden, misschien wel duizenden epitafen, waarvan het grootste deel overigens als grap, sneer of vingeroefening gemaakt is en nooit een grafzerk heeft gehaald, volgens de inleider.

Ik heb een aantal aardige en grappige geselecteerd uit het hoofdstuk ‘Dood en leven’.

.

Madame de Charnières

.

Hier rust Juffrouw Belle

van Tuyle van Zuylen

van Serooskerken

met de rest van haar naam

op de volgende zerken.

 

Jan van der Hoeven

.

Bedroefd maar dankbaar

.

Bedroefd maar dankbaar staan wij bij dit graf:

bedroefd om het verdriet dat hij ons gaf,

en dankbaar voor die mooie dikke grafsteen.

Die gaat er met geen olifant meer af.

.

Kees Stip

.

Grafschrift

.

Hier ligt Gijs van Amerongen,

In de grond geen kwade jongen.

.

C. Buddingh’

.

Waar zal ik wezen als ik zestig ben:

In diepzee rottend of in zand begraven,

Of zal ik starend stilstaan aan een haven,

De hand gestrekt, zooals ik velen ken…

.

J. Slauerhoff

.

Grafschrift

.

Hier onder legt Luca, die onder and’re zaken

Kon wonderlyk een vers, en leege flessen maken.

.

Francois van Bergen

.

Casanova’s grafschrift

.

hij rust in vrede,

grond in zijn mond,

in deze schede

die hem verslond.

.

Harry Mulisch

.

Gospelsong

.

Elke seconde verandert de wereld

men leeft maar en sterft maar

alsof het niets is en misschien is

het ook wel niets dan wat beweging

waardoor de wereld niet verandert.

.

Riekus Waskowsky

.

 

 

Poëzieweek op zondag

Ester Naomi Perquin

.

In januari wil ik op de zondagen wat extra aandacht geven aan de poëzieweek die elk jaar in januari/februari plaats heeft. Dit jaar van 31 januari tot en met 6 februari. Dit jaar is het thema van de Poëzieweek Vrijheid en dichter Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk dat je gratis krijgt bij aankoop van minimaal € 12.50 aan poëzie in je boekhandel. Naast dit geschenk zijn er heel veel activiteiten, wedstrijden, verkiezingen en nog veel meer, kijk voor alle informatie op https://www.poezieweek.com

In Maassluis is er bijvoorbeeld op 27 januari een poëziemiddag in Theater Koningshof met Ingmar Heytze, workshops, open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).

Rond de Poëzieweek brengt de CPNB een aantal poëziekaarten uit met gedichten rond het thema Vrijheid, gratis verkrijgbaar bij boekhandels en bibliotheken. Dit is het gedicht van Ester Naomi Perquin uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012.

.

Je kunt ook vinden dat alles aan de ander ligt, want

er is altijd een keuze, iedereen is altijd maker

van keuzes. Iedereen is altijd maker.

.

Je kunt een fiets meenemen als je fiets is gejat,

niet uit wraak maar uit rechtvaardigheid.

.

Je kunt met biechten wachten tot een moord

is begraven: buut vrij, zaak verjaard.

.

Je kunt ook onthouden wie je aardig vond, als je

iemand aardig vond. Er is altijd een keuze,

iedereen is altijd maker van keuzes.

.

Je kunt een jongetje op laten groeien tot het

niet meer op een jongetje lijkt

en zeggen: man.

.

%d bloggers liken dit: