Site-archief

LiteRAR

Augusta Peaux

.

Afgelopen zondag mocht ik voordragen bij LiteRAR, een podium voor muziek en poëzie in het mooie (voormalige gemeentehuis) pand waar nu de Kunstuitleen is gevestigd in Spijkenisse. Dit podium wordt sinds jaar en dag georganiseerd  door Jan Bontje. Van hem ontving ik de bundel ‘De wilgen, de velden, het water’ met poëzie van Augusta Peaux.

Augusta Guerdina Peaux (1859 – 1944) was een Nederlandse dichteres en vertaalster. Zij was van Franse afkomst (haar oudovergrootvader kwam uit Camarès, Frankrijk). Peaux publiceerde de bundels ‘Gedichten’ (1918) en ‘Nieuwe gedichten’ (1926). Als dichteres leefde zij in de schaduw van de meer bekende Tachtigers, onder wie de door haar bewonderde Hélène Swarth die haar werk apprecieerde. Peaux blonk uit in minutieuze impressionistische landschapsschilderingen waaraan zij een sombere, melancholieke ondertoon wist te geven. Hoewel een aantal van haar gedichten in bloemlezingen verschenen (onder meer Eenzaam kerkhof), heeft haar werk weinig aandacht gekregen. Ze koos bewust voor een teruggetrokken leven. Ze ligt begraven op Rustoord in Nijmegen, graf W-0222. Haar naam staat niet op het graf.

In 2011 verscheen een speciale uitgave van haar werk verzorgd door Mario Molegraaf: een gelimiteerde uitgave van 95 exemplaren op geschept papier. In  2014 verscheen er een bibliofiele uitgave van drie gedichten van haar hand ter gelegenheid van een bijeenkomst op 23 februari 2014 van ‘LiteRAR’ in Spijkenisse, waar haar 70ste sterfdag (op 23 februari 1944) werd herdacht door haar biograaf en bloemlezer Mario Molegraaf . De gedichten werden tot lied verwerkt en vertolkt door Willem, de huistroubadour, die van 22 van haar gedichten ’n lied maakte. In november 2014 verscheen een nieuwe verzamelbundel gedichten van haar, bijeengebracht door Mario Molegraaf: ‘De wilgen, de velden, het water ‘ de bundel die ik van Jan cadeau kreeg.

De dichter J.C. Bloem zei ooit over de poëzie van Augusta Peaux: “Hartstochtelijke, haast stamelende poëzie” en in het gedicht ‘Eenzaam kerkhof’ (vaste lezers weten van mijn fascinatie voor kerkhoven en zullen dus niet verrast zijn door mijn keuze voor dit gedicht) komen beide omschrijvingen heel mooi tot zijn recht.

.

Eenzaam kerkhof

.

De witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
de takken wiegen hun stille droomen
op donkere armen in sluiers van rouw,
het sleepkleed der treurende esschenbomen
raakt bloeiende grassen in avonddauw.

.
Hoog groeien de grassen, wind die ze zaaide,
wind die ze verwaaide, zij bloeien uit,
geen hand die ze plukte, geen zeis die ze maaide
de witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
op de hekspijlen buigen de boomen
hun donkere hoofden in krip van rouw.
Hun hangende sluiers beroeren de klachten
der witte rozen en het schemerrood
der oude daken, vele wolkengeslachten
gaan het hek over, de bloemen en den dood.

.
Woest liggen de graven, de grendelen der aarde
sluiten de dooden van ’t leven af,
zij zinken al dieper, een weeldrige gaarde
bloeit, hoog als de hemel, boven hun graf.
En de wagenmenner, in ’t beeld van de sterren
ziet ernstig peinzend omlaag,
ver ligt al de aarde, een stip, zoo verre
en zijn paarden gaan zo traag.
Langs andere werelden siert hij zijn wagen
en waar geen werelden meer zijn,
de steppenvlakten door van een eindeloze,
vage, onbekende hemelwoestijn.

.

 

Hester van Beers

Meander Dichtersprijs 2017

.

Afgelopen maand mocht ik mee jureren voor de Meander Dichtersprijs 2017. Mijn nummer 1, Hester van Beers werd uiteindelijk tweede. Hester van Beers uit Maarheeze, is studente medical engineering aan de TU in Eindhoven. In maart dit jaar presenteerde Hester haar eerste poëziebundel ‘Het einde van de roltrap’. In een interview in het Eindhovens Dagblad zegt ze: “Ik riep als kleuter al dat ik later schrijfster wilde worden”,  Ze had zich als kleuter het lezen al eigen gemaakt en schreef als leerling van groep 5 al hele verhalen. Wat later ging ze ook gedichten schrijven. “Het is een heel leuke combinatie: mijn exacte studie en het fantasierijke schrijven”, zegt ze. “Ik vind het leuk om een beeld dat ik heb zo te verwoorden dat een lezer er weer iets heel anders uit haalt. Een gedicht moet mensen ook aan het denken zetten”, legt ze uit.”.

Over de drie gedichten waarmee ze de finale haalde van de Meander Dichtersprijs schreef ik als commentaar bij mijn keuze: De poëzie van Hester van Beers zit vol van verrassende vondsten, haar invulling van een klein heelal is even opmerkelijk als herkenbaar. In duidelijke taal neemt ze de lezer mee in haar wereld, soms ongrijpbaar dan weer intiem en heel invoelbaar. Als je haar gedichten keer op keer wil lezen en steeds weer iets nieuws ontdekt in haar zorgvuldig opgebouwde constructies kan er maar één conclusie zijn; zij is voor mij de winnaar.

Vooral het gedicht waarin ‘een klein heelal’ moest voorkomen vond ik erg fraai, daarom hier dat gedicht getiteld ‘groter dan’.

.

groter dan

vandaag ben ik groter dan de stapelhuizen.

ik knijp mijn ogen stijf dicht en kies
een knikker uit de glazen pot.

een groene werveling zit gevangen
in het glas, een klein heelal
tussen mijn duim en wijsvinger.

ik rol het heen en weer
en broed een wereld uit.

de slager stelt de grote vragen.
hij rolt een plakje worst, knipoogt

en ik sta op mijn tenen
met mijn vingers uitgestrekt.

het vlees voelt koud en zacht
als oma’s dode wangen. kauwend loop ik weg.

de tegels omlijsten mijn stappen.
precies voor de stoeprand blijf ik staan.

ik laat de wereld vallen.
het glas klinkt
naar botsende planeten.

.

                                                                                                                                                      Foto: DeMeus

Lees de drie gedichten waarmee ze mee deed op http://meandermagazine.net/wp/2017/04/de-gedichten-van-de-finale-1/

Gruwelijke gedichten

Paul Celan

.

Al eerder schreef ik over de dichter Paul Celan (1920 – 1970). Over zijn beroemde gedicht ‘Todesfuge’. Paul Celans ouders werden door de nazi’s vermoord in een Oekraïens concentratiekamp en zelf werd hij als dwangarbeider in een Roemeens werkkamp tewerkgesteld. Dit gegeven werd de belangrijkste leidraad in zijn poëzie. Gedichten die de gruwelijkheid van de oorlog als onderwerp hebben. Na ‘Todesfuge’ (1948) en ‘Mohn und Gedächtnis’ (1952) verscheen in 1955 ‘Von Schwelle zu Schwelle’ met daarin het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’. In dit gedicht doet hij opnieuw een poging om te leren spreken na de verstomming van Auschwitz.

Chris van Esterik schreef hierover in het NRC van 22 oktober 1993: “In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.”

Dat de gedichten van Celan niet altijd eenvoudig zijn of eenduidig mag dan zo zijn, maar zijn gedichten raken je en laten je voelen welke verschrikkingen er plaats hebben gevonden tijdens de tweede wereldoorlog en met name in de concentratiekampen. Zo ook in het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’ of ‘Met wisselende sleutel’ zoals de vertaling luidt.

.

Mit wechselndem Schlüssel

.

Mit wechselndem Schlüssel
schliesst du das Haus auf, darin
der Schnee des Verschwiegenen treibt.
Je nach dem Blut, das dir quillt
aus Aug oder Mund oder Ohr,
wechselt dein Schlüssel.

Wechselt dein Schlüssel, wechselt das Wort,
das treiben darf mit den Flocken.
Je nach dem Wind, der dich fortstösst,
ballt um das Wort sich der Schnee.

.

Met wisselende sleutel

.

Met wisselende sleutel

ontsluit je het huis, waarin

de sneeuw van ’t verzwegene woedt.

Naar gelang het bloed opwelt

uit je oog of je mond of je oor,

wisselt je sleutel.

Wisselt je sleutel, wisselt het woord

dat woeden mag met de vlokken.

Naar gelang de wind die jou wegstoot,

balt om het woord zich de sneeuw.

.

Dichter op verzoek

Deel 3

.

Het aantal aanmeldingen voor de nieuwe categorie ‘Dichter op verzoek’ begint dermate vormen aan te nemen dat ik besloten heb ook op andere dagen dan de zondag aandacht aan deze categorie te besteden. Vandaag echter eerst deel 3 met een verzoek van Jan Bontje voor een gedicht van Herman Gorter.

Herman Gorter (1864 – 1927) was een bekend Nederlands dichter. Hij was medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de voorloper van de PvdA) maar hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte ‘Mei’ uit 1889 dat een volledige bundel beslaat. De openingsregel van dit gedicht, ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ is een staande uitdrukking geworden in de Nederlandse taal.

Uit een heel andere bundel, namelijk ‘De school der poëzie”  uit 1897 het titelloze gedicht van Herman Gorter.

.

O hart, begeef u in de eenzaamheid, –

zooals een jongling in wien voor het eerst

de liefde ontstaat, en, verbaasd voor het teerst

nieuwe gevoel, van zich zelven wegschrijdt,

.

en van de jonkvrouw nog het allerverst

wezen wil, om, wat hem in ’t harte leit,

te kunnen overdenkenom ’t zeerst –

ga zoo mijn hart alleen, en laat het wijd

.

der wereld. Sla de oogen in u zelven,

houd wat gij daar voor waar ziet, ook voor waar,

blijf daarin en kom daar lang niet vandaan.

.

Laat geen verbeelding uw gezicht bewelven,

maar word u over eigen waarheid klaar,

en zie in eenzaamheid haar alleen aan.

.

Charles Bukowski is my dad

Elaine Feeney

.

Poëzie is niet alleen iets van het verleden. Dus mag in een Ierse dichtersweek ook de moderne Ierse poëzie niet ontbreken. Elaine Feeney (1979) is geboren in Galway. Zij won in 2008 de Cúirt Grand Slam. Dit festival was van oorsprong een poëziefestival maar heeft de laatste jaren een verandering ondergaan naar een breed jaarlijks literatuurfestival.  Zij is opgeleid in het Presentation College van de stad en studeerde Engels op St. Jarlath’s College, Tuam. Feeney heeft internationaal gepresteerd sinds haar eerste slam succes. Zij wordt beschouwd als een van de ‘meest provocerende vrouwelijke dichters van het afgelopen decennium uit Ierland’.  Zij heeft 4 poëziebundel uitgegeven en een CD en werkt aan een roman. Haar gedichten werden wereldwijd gepubliceerd in magazines en tijdschriften en in verzamelbundels.

Uit haar bundel ‘The radio was gospel’ uit 2013 het gedicht met de intrigerende titel ‘Charles Bukowski is my dad’.

.

Charles Bukowski is my Dad
He stands with me in the
best-dressed-lady-line,
holding open my pearl lace
umbrella to the
ravaging Galway rain.

He calls me up on
blue Mondays and gives me
whiskey on bold Fridays.

He fills up my father-space
He fills up my mind-space
He fills up my hot-water bottle

His advice fills up my cheer
and revives my rotted liver,

but that’s a small price to pay
because Bukowski’s my Dad.

He’s my feather pillow
and my guitar string.

He’s my soccer coach and sex therapist

He paints my nails
pepperminty green and sings

raindrops keep falling on my head
on wicked trips to the racetrack.
But that’s a small price to pay
because Bukowski’s my dad.

.

Seamus Heaney

Ierse dichtersweek

.

In een Ierse dichtersweek zijn er twee zekerheden: W.B. Yeats en Seamus Heaney (1939 – 2013). Yeats was gister aan de beurt en vandaag Seamus Heaney. Deze dichter, toneelschrijver, vertaler en docent  ontving in 1995 de Nobelprijs voor de Literatuur. In 1966 debuteerde Heaney met  ‘Death of a Naturalist’ dat achtereenvolgens de Cholmondeley Award, de Gregory Award, de Somerset Maugham Award en de Geoffrey Faber Memorial Prize. Uit zijn debuutbundel ‘Death of a naturalist’ uit 1966 het gedicht ‘Follower’.

.

Follower

.

My father worked with a horse-plough,
His shoulders globed like a full sail strung
Between the shafts and the furrow.
The horse strained at his clicking tongue.

An expert. He would set the wing
And fit the bright steel-pointed sock.
The sod rolled over without breaking.
At the headrig, with a single pluck

Of reins, the sweating team turned round
And back into the land. His eye
Narrowed and angled at the ground,
Mapping the furrow exactly.

I stumbled in his hob-nailed wake,
Fell sometimes on the polished sod;
Sometimes he rode me on his back
Dipping and rising to his plod.

I wanted to grow up and plough,
To close one eye, stiffen my arm.
All I ever did was follow
In his broad shadow round the farm.

I was a nuisance, tripping, falling,
Yapping always. But today
It is my father who keeps stumbling
Behind me, and will not go away.

.

                                                                                                                                                                                                                         Seamus Heaney in 1970

W.B. Yeats

The Lake Isle of Innisfree

.

Natuurlijk mag de dichter W.B. Yeats in de Ierse dichtersweek niet ontbreken. Waarschijnlijk de meest geliefde dichter onder de Ieren. Toen in 1999 de vraag gesteld werd aan de Ieren door de Irish Times welk gedicht zij als het mooiste Ierse gedicht verkozen kwam daar als winnaar het gedicht ‘The Lake Isle of Innisfree’ uit van William Butler Yeats. Yeats schreef dit gedicht op zijn 23ste in 1889 toen hij in Londen woonde. Het gedicht beschrijft het verlangen van de dichter om terug te keren naar een simpeler en meer natuurlijke leefwijze.

.

The lake Isle of Innisfree

.

I will arise and go now, and go to Innisfree,
And a small cabin build there, of clay and wattles made;
Nine bean rows will I have there, a hive for the honey bee,
And live alone in the bee loud glade.

And I shall have some peace there, for peace comes dropping slow,
Dropping from the veils of the morning to where the cricket sings;
There midnight’s all a glimmer, and noon a purple glow,
And evening full of the linnet’s wings.

I will arise and go now, for always night and day
I hear lake water lapping with low sounds by the shore;
While I stand on the roadway, or on the pavements grey,
I hear it in the deep heart’s core.

.

Ierland’s 100 meest favoriete gedichten

Ierse dichtersweek

.

In 1999 mochten de lezers van de Irish Times hun favoriete gedicht kiezen. In 2000 werd de lijst van 100 meest favoriete Ierse gedichten gepubliceerd op http://ireland-calling.com/100-favourite-poems/

Bij deze 100 gedichten zaten maar liefst 25 gedichten van W.B. Yeats. Op een gedeelde 18e plaats staat het gedicht van Padraic Pearse met de titel The Wayfarer. Patrick Henry Pearse (ook bekend als Pádraig Pearse of in het Iers Pádraig Anraí Mac Piarais) (1879 – 1916) was leraar, dichter, schrijver en politiek activist. Net als Kavanagh was hij een van de leiders van de paasopstand in Dublin in 1916. Voorafgaand aan de Paasopstand werd hij door de opstandelingen gekozen tot eerste president van de nog uit te roepen Ierse Republiek.

The Wayfarer is een wat somber gedicht. Pearse schrijft over de vreugdevolle momenten in het leven maar eindigt met de negatieve opmerking dat aan al dat moois ook een eind komt.

.

The Wayfarer

The beauty of the world has made me sad.
This beauty that will pass.

Sometimes my heart has shaken with great joy
To see a leaping squirrel on a tree
Or a red ladybird upon a stalk.

Or little rabbits, in a field at evening,
Lit by a slanty sun.

Or some green hill, where shadows drifted by,
Some quiet hill,
Where mountainy man has sown, and soon will reap,
Near to the gate of heaven.

Or little children with bare feet
Upon the sands of some ebbed sea,
Or playing in the streets
Of little towns in Connacht.

Things young and happy.

And then my heart has told me –
These will pass,
Will pass and change,
Will die and be no more.

Things bright, and green.
Things young, and happy.

And I have gone upon my way, sorrowful.

.

                                                                                                                                                                                                           Standbeeld van Padraic Pearse in Kerry

Patrick Kavanagh

Tweede Ierse dichtersweek

.

De tweede Ierse dichter tijdens deze Ierse dichtersweek is Patrick Kavanagh ( 1904 –  1967). Kavanagh werd geboren in County Monaghan als zoon van een boer/schoenmaker.

In 2000 stelde de krant The Irish Times een lijst samen van de meest geliefde Ierse gedichten, en er waren 10 gedichten van Kavanagh in de top 50. Na W.B. Yeats was hij hierdoor de meest populaire dichter in de lijst. Wat opmerkelijk is want buiten Ierland zijn dichters als Samuel Beckett, James Joyce en Oscar Wilde bekender dan Kavanagh. Waarschijnlijk komt dit omdat Kavanagh heel bekend is geworden omdat zijn gedicht ‘On Raglan Road’ bekend  is geworden als een lied, gezongen door onder andere Van Morrison, Luke Kelly, Mark Knopfler en Sinéad O’Connor.

Naast gedichten schreef hij ook een autobiografie, ‘The Green Fool’, die in 1938 werd uitgebracht, maar wegens laster werd deze al snel weer uit de handel genomen. een opvolger, ‘Tarry Flynn’ (1948) was realistischer dan de vorige autobiografie, en deze stond kort op de zwarte lijst.

.

                                                                                                                                                                                         Beeld van Patrick Kavanagh bij het Grand Canal in Dublin.

Tweede Ierse dichtersweek

Thomas MacDonagh

.

Begin Mei 2014 was ik in Ierland en mede daarom was er mijn blog die week Ierse dichtersweek. Nu, 3 jaar later, wilde ik weer wat extra aandacht geven aan de dichters die Ierland heeft voortgebracht. Bekende namen maar ook wat minder bekende namen. Vandaag een wat minder bekende naam namelijk Thomas MacDonagh.

Thomas MacDonagh (1878 – 1916) was een Iers verzetsstrijder, toneelschrijver en dichter. In 1902 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Through the Ivory Gate’ nadat hij de priesteropleiding had verlaten om lid te worden van de Gaelic league en een baan aan te nemen als leerkracht en later directeur van een school.  Als overtuigd Republikein was hij een van de ondertekenaars van de proclamatie waarmee de Paasopstand ( de Ierse republikeinse opstand tegen de Engelsen) begon in 1916. Voor zijn aandeel in de strijd werd hij door de Britten ter dood veroordeeld. Op 3 mei werd hij geëxecuteerd in Kilmainham Gaol.

Als prominent figuur en dichter in het literarire Dublin werd hij in verschillende gedichten herdacht door dichters als W.B. Yeats en in het gedicht van zijn vriend Francis Ledwidge met als titel ‘Lament for Thomas MacDonagh’. Begin deze eeuw werden er een treinstation en een winkelcentrum naar hem vernoemd.

.

In Absence

.

Last night I read your letters once again–
Read till the dawn filled all my room with grey;
Then quenched my light and put the leaves away,
And prayed for sleep to ease my heart’s great pain.
But ah! that poignant tenderness made vain
My hope of rest — I could not sleep or pray
For thought of you, and the slow, broadening day
Held me there prisoner of my throbbing brain.

Yet I did sleep before the silence broke,
And dream, but not of you — the old dreams rife
With duties which would bind me to the yoke
Of my old futile, lone, reluctant life:
I stretched my hands for help in the vain strife,
And grasped these leaves, and to this pain awoke.

.

%d bloggers liken dit: