Site-archief

De troost van het zegbare

Herman de Coninck

.

Al jaren ben ik een groot bewonderaar van het werk van Herman de Coninck (1944 – 1997). Bijna een half jaar lang plaatste ik elke zondag een gedicht van hem als dichter van de maand, op dit blog. Maar dat is alweer jaren geleden. In mijn boekenkast kwam ik, terwijl ik iets anders zocht, zijn bundel ‘Vingerafdrukken’ tegen uit 1997 en ik merkte dat ik meteen weer werd gegrepen door zijn taal.

Daarom en omdat je nooit teveel van Herman de Coninck kunt lezen, vandaag opnieuw een gedicht op zondag van deze fantastische Vlaamse dichter.

.

*

.

De troost van het zegbare.

-Schatje, is er iets?

-Nee liefje, er is niets.

.

Avond. Zo’n rustige druppelregen.

De avond als pianist.

.

Zo werd er thuis gebeden, vijftig keer

weesgegroet Maria vol van genade.

.

Zo werd er gepreveld, ssst gezegd

tegen de koude oorlog bij de warme kachel.

.

-Schatje, is er iets?

-Nee, liefje.

-Sorry, ik dacht even dat er iets was.

.

Korte gedichten van de maand

April 2020

.

Ik was van plan de zondagen in april te vullen met een nieuwe dichter van de maand en op zoek naar een dichter kwam ik een aantal bundels tegen met korte gedichten. Ik heb me daarom bedacht en zal in april geen dichter van de maand kiezen maar korte gedichten van de maand.

Elke zondag deze maand zal ik vier korte gedichten plaatsen. Gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters van alle tijden. Vandaag te beginnen met vier gedichten van de volgende dichters: Driek van Wissen (1943 – 2010) uit ‘Volle mep’ uit 1987, Roeland van Leuve (1691 – 1751) uit ‘Mengelwerken’ uit 1723, Evy Van Eynde (1978) uit ‘Zal ik liefde noemen’ uit 2019 en Henk Spaan (1948) uit ”n Lach en ’n Traan’ uit 1974. Een eclectisch gezelschap van Vlamingen en Nederlanders uit verschillende eeuwen.

.

Voetbal is oorlog – zei men indertijd,

maar tegenwoordig vindt de meeste strijd

buiten de lijnen plaats en niet erbinnen

door uitschot dat het elftal begeleidt

en waar je nooit de oorlog mee kunt winnen

.

Onweetent

.

Ik Schryf, en en weet niet wat!

Ik Digt, en moet nog denken,

Om ’t geen ik op dit blad,

Mijn Lezer nu zal schenken:

Maar wyl ik niets en weet,

Zoo doe ik niemant leet.

.

IJspapavers

.

Door ijspapavers tegen het raam

grijpt het kale beeld

dat steeds luider schreeuwt

.

om kraakverse krokusblaadjes

mij naar de keel

.

Hoeveel suikerklontjes smelten straks

in mijn kop vol lentebloemen.

.

Dichter

.

De dichter dicht niet

Maar opent verre verschieten

b.v. van tientallen vrouwen

met prachtige tieten

.

Afbeelding: poeziecentrum.be

Sabine Kars

Hoofdkwartier

.

Ik ken dichter Sabine Kars als zo’n 10 jaar en al sinds ik haar voor het eerst hoorde voordragen was ik verrast en meteen fan van haar poëzie. In 2012 was ze tweede prijswinnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, ik nodigde haar uit op podia in Maassluis en Rotterdam en in 2017 was ik de eerste gast in het radioprogramma van Sabine en haar partner Mas Papo ‘Over Poëzie en Muziek’. In april 2018 was ze Dichter van de maand op deze website en nu is er eindelijk de dichtbundel waar we al zo lang op wachten ‘Hoofdkwartier’.

Op zondag 22 december aanstaande tussen 15.00 en 16.30 (inloop vanaf 14.30 uur) presenteert Sabine in de Gewelvenkelder van Uffie’s aan de Houtmarkt 71 in Zutphen, haar debuutbundel ‘Hoofdkwartier’. De entree is gratis en zij zal worden bevraagd door Sander Grootendorst. Ik zal daar aanwezig zijn en ik kan deze bundel nu al. ongezien, aanraden.

Om een idee te krijgen van de creatieve dichtersgeest van Sabine een gedicht van haar hand uit 2015.

.

je hart weerklinkt in winkelstraten
ik word getroffen door zijn slagen
ze dragen me mee

voeren me naar de oude wachter

voorheen gewond
geveld nu weer hersteld en fier rechtop
schouders naar achter laat hij me binnen

een plaats voor vragen
en overal verhalen
voor het rapen

het maakt niet uit waar te beginnen

in het gewelf
liggen vergrijpen geketend
vlak bij de vrijheid te slapen

zij waakt – haar stem is overal te horen

en vrij is hoe ik ga
op de plek van recht en raad
door een ontzagwekkend hek

langs bliksem
en gekruiste zwaarden
over snippers van vers gevierde liefde

dan glijd ik door de tijd ik raak historie aan
iemand leent een stem en laat
getuigen spreken

Jantje biecht
de Heer was held
terwijl ik sliep

ik heb slechts
allemachtig diep
in het kermisglas gekeken

de wachter stelt
onder mijn toren
gaan woorden van betekenis schuil

en aan meesters hand
zit ik op de bank en proef
een keur aan klanken

ik wentel mij
een weg omhoog
negentig smalle treden

onder wijzers kijk ik naar beneden
waar borden en glazen gul gevuld
en milde talen klinken

nu wordt de zon zacht opgeborgen

zie hoe de jonge avond vloeit
ik wil zijn kleuren drinken
het lekkend licht op je gezicht

jouw dorpen dijken velden
de populieren in ‘t gelid
leunen lenig in de richting van de morgen

ik zal je weer ontmoeten

markant
bedaard wildwaterland
klaar voor nieuwe dagen

om me heen strek jij je uit
stilt de grond
onder mijn vilten voeten

.

 

Zoals regen

Cees Nooteboom

.

In 1956 debuteerde Nooteboom als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters (De Vijftigers), maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over de poëzie van Nooteboom: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”.

In ‘Het gezicht van het oog’ de dichtbundel uit 1989 waarin de Latijnse dichter Lucretius een belangrijke rol speelt, schrijft Cees Nooteboom: “De dichter is een gemaal, door hem wordt het landschap van woorden”.

Uit zijn bundel ‘Koude gedichten’ uit 1959, het laatste gedicht van Nooteboom als dichter van de maand November getiteld ‘Zoals regen…’ waarin de dichter met woorden een landschap creëert.

.

Zoals regen…

.

zoals regen zoekt een natuurlijk versmelten
en planten hun aarde ten zeerste bevroeden

.

zo drijvend op een lange zijden zeewind
blies jij in mijn gebied je oevers, mistiger,
heb jij verdriet voortdurend op mij ingesproken
zoals ook regen steeds zoekt een natuurlijk versmelten.

.

en groeit nu dit bitter stromen rustiger, zijns ondanks, en
opgesierd met vreemde dingen van het maanspel –
het blijft mijn grondwater van dagelijks versterven
en jij en ik is dood en verder machteloos.

.

Romantische herfst

Dichter van de maand november: Cees Nooteboom

.

Door alle drukte was ik helemaal vergeten dat november de maand van dichter/schrijver Cees Nooteboom (Den Haag, 1933) zou zijn. En hoewel het vandaag geen zondag is, de vaste dag van de dichter van de maand, wil ik hier toch een gedicht van hem plaatsen. Dit keer het gedicht ‘Romantische herfst’ uit de bundel ‘Doden zoeken een huis’ uit 1956.

In 1955 ontvangt Nooteboom een reisbeurs van ƒ2500,- van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor de uit veertien gedichten bestaande cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’. Later zullen deze gedichten in enigszins gewijzigde vorm worden opgenomen in zijn eerste dichtbundel, ‘De doden zoeken een huis’, waarmee hij als dichter debuteert en die in 1956 verschijnt.

.

Romantische herfst

.

schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen
nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem

.

hoor… ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.

.

De maan

Miriam Van hee

.

Twee jaar geleden (2017) was de Vlaamse dichter Miriam Van hee dichter van de maand november en sindsdien heb ik geen aandacht meer aan haar besteed. Twee weken geleden werd haar werk mij weer onder de aandacht gebracht tijdens het poëziesymposium over poëzie in de klas.

Toen ook dacht ik dat ik weer eens iets van haar moest plaatsen. Miriam Van hee (1952) won verschillende prijzen met haar boeken, zat in jury’s en bracht, sinds  haar debuut in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’  nog tien dichtbundels uit. Haar laatste bundel dateert alweer uit 2017 getiteld ‘Als werden wij ergens ontboden’.

Uit haar bundel ‘ Ook daar valt het licht’ uit 2013 koos ik het gedicht ‘ De maan’.

.

De maan
.
een feestend land waarin voor ons
geen plaats meer was, zo verrees
voor ons de maan boven het bos
als op een russisch schilderij en
.
keek je goed, dan zag je onze
werelddelen, afrika, australië en zelfs
italië, weliswaar met een gekrompen
laars die leek te wapperen, zoals de jas
.
van wie zich haast, of als een vaandel,
alsof daar wind was, op de maan
herfst, een regenbui, iets wat begon
en dan ophield zoals alles hier bij ons
.

Klokkenluider

Herman Brood

 

Vandaag voor de laatste maal in september Herman Brood als dichter van de maand. En om in stijl af te sluiten met een zeer actueel thema koos ik voor het gedicht met als beginregel ‘op een dag’ over een Klokkenluider. Uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002.

.

Op een dag

paste de hoed niet meer

de bovenrug

deed aan een klokkenluider denken

de lever aan notre dame

een stapje terug

leek onvermijdelijk

vooruit, fataal

zet hem daar maar neer

.

XTC

Dichter van de maand

.

Vandaag opnieuw een gedicht uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later‘ van de dichter van de maand september Herman Brood. Opnieuw een staaltje absurde humor in het gedicht zonder gedicht over XTC.

.

papa zat in de kelder

de XTC te roeren

vooralsnog geen vooruitgang

mijn moeder werd dan weleens boos

ik werk dag en nacht

en jij doet niks anders als roeren

ik voelde mij verscheurd

tussen 2 partijen

klaar

.

 

Dat laten we aan de buren over

Herman Brood

BBC

Een dag later dan verwacht, de dichter van de maand september Herman Brood. Vandaag uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002 het titelloze gedicht over de thuis situatie van de heer Brood.

 

Mijn blanke dochter (16)

vindt naast een blanke jongen lopen

zeer gênant

evenals op de fiets

naar school gaan

ontroerd juich ik dit toe

het hele gebeuren

behoedt ons huis

voor instorten

dat laten we aan de buren over

 

 

Vertel het maar

Dichter van de maand

.

Op deze zondag opnieuw een gedicht van de muzikant, kunstenaar, en Rock & Roll legende Herman Brood. Uit de bundel ‘Zoon van alle moeders’ uit 2001 het titelloze gedicht ‘Nou vertel ut maar Brood’.

.

Nou vertel ut maar Brood
wat moes jij met een
elektriese apothekers
weegschaal
achter op je fiets
(terwijl ut vroor & kraakte
plus sneeuw – terzijde)
ter waarde van een gemiddeld
maandloon…?
Hak geruild met een verslaafde
neger voor een paar suede punt
schoene en een goed gesprek.
Hier heb je over nagedacht Brood!
En waar is de waardevolle buit
gebleve op die winterdag?
Je bent namelijk gesignaleerd
eerst met en toen zonder
da kostbare instrument achter
op uw fiets, binne een half uur!
Weggegooid?
Okee Brood as je ’t zo wil spelen
Je moet vanavond optrede?
’t Spijt me enorm beste vent
maar ’t weekend heb ik geen dienst
tot maandag dan maar he…
(celdeur dicht)
Uh… meneer, meneer da schiet me wat te binne.

.

%d bloggers liken dit: