Site-archief

Klimaatwakers

Vannacht tussen 00.00 en 02.00 uur

.

Tijdens de gehele formatieperiode van het (nieuwe) kabinet, wordt er door de klimaatwakers gewaakt voor het klimaat. Overdag bij het Catshuis in Den Haag en ’s nachts vanuit woonkamers door heel Nederland. De klimaatwakers vragen hiermee aandacht voor de klimaatproblemen en de formerende partijen om de hoop op een leefbare toekomst niet te laten uitdoven. De Klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/ waar ik mij als dichter ook bij heb aangesloten, hebben dichter Alex Gentjens gevraagd om een aantal klimaatdichters te vragen voor een nachtelijke wake.

Omdat ik het niet alleen een belangrijk onderwerp vind maar ook omdat ik het leuk vind om me als klimaatdichter ook in te zetten, heb ik me aangemeld. En op donderdag 3 juni (vandaag) is het dus zover. Vanaf 20.00 uur tot 08.00 uur op 4 juni zullen steeds in blokken van twee uur, de volgende dichters waken en live te zien en te horen zijn.

.

3 juni

20.00 – 22.00 : Heidi Koren (stadsdichter van Nijmegen)

22.00 – 00.00 : Alex Gentjens

4 juni

00.00 – 02.00 : Wouter van Heiningen

02.00 – 04.00 : Martin Aart de Jong

04.00 – 06.00 : Marion Steur

06.00 – 08.00 : Willemijn Kranendonk

.

Op de website van de Klimaatwakers kun zien wat er allemaal gedaan wordt en via de website https://deklimaatwakers.nl/ kun je live online naar de klimaatdichters van dienst kijken en luisteren.

Wat ga ik doen in de twee uur die me zijn toegewezen. Uiteraard heel veel poëzie met jullie delen. Vooral over het klimaat, de natuur en dergelijke maar ook met gedichten van mijn favoriete dichters, informatie over waar ik als dichter en organisator mee bezig ben, gedichten van andere klimaatdichters en ik zal wat muziek draaien. Ik zal plaats nemen voor mijn boekenkast en als het lukt wil ik een open verbinding leggen met mijn twitteraccount @wvanheiningen om mogelijke verzoeken in te willigen (mits ik de gedichten voor handen heb uiteraard maar met ca. 12 meter poëzie moet dat wel lukken).

Dus heb je nou echt niks te doen tussen middernacht en 02.00 uur (en daarvoor of daarna) maak dan verbinding en ondersteun de klimaatwakers.

Hieronder een gedicht van collega klimaatdichter Johannes Lievens (2001). Lievens is masterstudent Woordkunst aan het Conservatorium in Antwerpen. Zijn zoektocht naar mogelijkheden tot verzet vindt plaats op straat, op het podium en op papier.

Wil je meer lezen over hoe Willemijn Kranendonk tot het klimaatdichterschap kwam, klik dan hier https://hardhoofd.com/verandering-kan-klein-beginnen/

.

onder ons
vergeten

onsmeeldraden
onsveenlijken
onslateherfst
onszwarezon

in onze valversnelling
waarin alles
mee
valt
klim ik
tak tot tak
de regen in
kijk op

dat de aarde niet soms denkt
laat ons los

.

totaal witte kamer

Gerrit Kouwenaar

.

Op verzoek van dichter Hans Franse deel ik vandaag een gedicht van Vijftiger Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) hier met jullie. Volgens Hans een van de mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Het gedicht komt uit de gelijknamige bundel ‘Totaal witte kamer’ uit 2002. Volgens Kamiel Choi,  Nederlandstalige schrijver van poëzie, essays en satirische vertellingen (1979) zou ‘witter dan samen betekenen dat het witte de essentie van ‘samenheid’ teniet doet. Samen kun je nooit volmaakt wit zijn, we zijn samen bij de gratie van leesbaarheid, van “taal en teken” in het jargon van Kouwenaar.

Hoe dan ook is het een bijzonder gedicht en om Hans (en waarschijnlijk velen) een plezier te doen hier het gedicht.

.

totaal witte kamer

.

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

.

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

.

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

.

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

.

Een meisje uit de oorlog

Hanny Michaelis

.

Ik kreeg het verzoek om weer eens een gedicht van Hanny Michaelis te plaatsen. Nu ben ik altijd bereid aan verzoeken te voldoen; ik heb niet voor niets een categorie Dichter op verzoek, en in het geval van Hanny Michaelis ben ik helemaal graag bereid hierin te voorzien.

Michaelis (1922 – 2007) debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. Mijn exemplaar is een tweede editie uit november 1949 (inmiddels dus 70 jaar oud). In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativerend. De oorlog, drukte een groot stempel op haar werk.

In het gedicht ‘Het meisje’ uit ‘Klein voorspel’ komt heel duidelijk het drama uit de oorlog terug (haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór) en het verlangen terug te keren naar de tijd dat zij nog leefden en er geen oorlog was.

.

Het meisje

.

Ben ik na jaren nog het kind gebleven
dat zich, door lentes toverlicht verblind,
liet vangen door de speelse voorjaarswind
als hoog boven haar hoofd de wolken dreven?

.

Ben ik nog steeds het argeloze kind
dat zich aan zon en wind kan overgeven?
Is het dezelfde band waarmee dit leven
mij aan een wereld vol geheimen bindt?

.

Weer laat ik door de voorjaarswind mij vangen,
weer dwaal ik als een kind door lentes land,
verblind van licht, met overbloosde wangen.

.

Maar ‘k heb mijn onbevangenheid verpand –
diep in mij laait de vlam van het verlangen:
een vuur dat niet in kinderen ontbrandt.

.

Dichter op verzoek

Hans van Waarsenburg

.

Enige tijd geleden vroeg ik mijn lezers om voorstellen te doen van namen van dichters die ze graag eens zouden lezen op dit blog onder het mom van ‘Dichter op verzoek’. Magda Haan vroeg toen om Hans van Waarsenburg en dan met name iets uit zijn bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’. De van oorsprong Brabantse dichter en literatuurcriticus Hans van Waarsenburg (1943 – 2015) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven (sinds 1966) in Maastricht. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Gedichten’ en in 1974 ontving hij voor zijn bundel ‘Vergrijzing’ de Jan Campert-prijs. Naast poëzie schreef van Waarsenburg ook kinderboeken.

De bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’ uit 1983 is een verzamelbundel met gedichten uit de periode 1973 – 1983. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Natte doek op daglicht’ dat eerder in de bundel ‘Zeeschappen’ uit 1981 verscheen.

 

Natte doek op daglicht

.
Zo hoort het: je kijkt niet op of om
schudt je haren en ergens in een ruimte
zie je jezelf weerspiegeld: iemand kijkt
je aan, schudt zijn haren:
De cacaobus van Droste, waar je zelf
wegglipt: verkleinend gezicht,
vergezicht, dat uit zichzelf verdwijnt:
een ochtendspiegel waarin je uitglijdt.
De zee hoorbaar als een krakende schelp,
tanden van laag allooi, ogen in het matglas
van jaren, het vermoeide
koninkrijk van lichaam, wat rest:
Een stem zich haastend door de dagen,
pitten in het geluid soms, of een
hulpeloos kraken, dat op voorhand
niet meer beluisterd wordt.
Een woord dat nog Altamira krast
een bizon die zijn rug strekt
Het krijt dat door de handen schuift:
ijstijd, oeros, zeezicht, stamelende mug:
Wie weet heeft dood zich al
genesteld in het onderhuidse
Is iedere droom misplaatst en
handlanger van binnengeslopen vijand.
.
.

Jan Glas

Dichter op verzoek

.

Van Jaap Bakker kreeg ik onder andere de naam van Jan Glas door als dichter op verzoek. Jan Glas (1958) is dichter/beeldend kunstenaar en zanger. Hij dicht in het Nederlands en in het Gronings. Hij is hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Krödde’ dat inmiddels niet meer bestaat maar is overgegaan in de website Oader.nl)  en redacteur van ‘Webloug’. Hij treedt regelmatig op en in juni 2013 stond hij als eerste Groningstalige dichter op het podium van Poetry International.

In 2004 debuteerde Glas met ‘De vangers van zummer’. De bundel werd bekroond met de Literaire Pries van Stichting ’t Grunneger Bouk. Jan Glas was mede samensteller van ‘De 100 mooiste Groningse gedichten’ en ‘Verrassend Nedersaksisch’. Hij vertaalde zeven gedichten van Rilke in het Gronings voor het boek ‘Rilke Sieben’. Glas won diverse literaire prijzen, waaronder de Duitse Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur en het Belcampostipendium. Jan Glas heeft een eigen website op https://volglas.wixsite.com

Uit de bundel ‘Als was zij mijn vrouw’ uit 2012 het gedicht

.

De hotelmanager

De hotelmanager heeft mij verlaten.

Ik mis hem zo erg dat het pijn doet.

Ik moet opnieuw leren slapen.

Ik heb grote fantastische herinneringen.

We zwommen elke ochtend baantjes in ‘De Parel’

voor hij naar het hotel ging.

We lieten onze tanden bleken,

er brak een eindeloos mooie zomer aan.

Wij fietsten veel. Hij zwaaide naar voorbijvarende boten.

Het was ideaal.

Mijn zus was blij voor me dat ik eindelijk

iemand had gevonden.

Ik wilde alles van hem weten.

Hij vertelde over zijn jeugd, z’n moeder,

over z’n werk als hotelmanager.

Het hotel had bijvoorbeeld 34 kamers.

Hij had een paar leuke collega’s.

Toen begon ik hem vast te houden

en dat moet je nooit doen,

dat staat in alle boeken.

.

Zo word je een kind

Dichter op verzoek

.

Op verzoek van Riet Lamers plaats ik vandaag een gedicht van dichter Delphine Lecompte (1978) uit haar bundel ‘De baldadige walvis’ uit 2014 waarin het ‘kind zijn’ meerdere malen terugkomt als thema.

.

Zo word je een kind

.

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Hol naar het dichtstbijzijnde bos
En laat je adopteren door wolven
Ook al kun je ‘INSECT’ al spellen, en op de valreep ‘NEILPAARD’
Het is beter laat dan nooit, en je bent nog maar zeven.

Wolven zijn altijd happig om kinderen aan te nemen
Zolang de kinderen niet te veel noten op hun zang hebben
En bereid zijn de waarschuwingsfabels van hun ouders achter te laten
En hun twistzieke zussen, en hun aanstellerige namen, en hun brevetten
En de domme dashond, en de pedofiele tuinman, en het vlindernet, en de waterput.

Nu ben je een kind geworden dat een wolvenfamilie kan verzinnen
Het hoeft niet te stoppen in het bos, je moet je niet beperken tot wolven
Je kunt ook naar de zee en onder de hoede van de onstuimige Neptunus
Slierten kweken, zeepaardjes berijden en baarzen belazeren
Of naar de steppe om je te laten koesteren door korzelige kamelen.

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Ga naar het hoenderhok, strooi granen in het rond
En laat de zorgeloze kippen je toekomst voorspellen
Ze komen uit hun hok en ze zijn gulzig
Dat kan maar 1 ding betekenen: het wordt een verrukkelijk leven!

.

Jij de wereld

Jeroen van Kan

.

Op verzoek van de Rotterdamse Truus van der Voet, die mij verzocht wat aandacht te besteden aan de dichter Jeroen van Kan, hier het gedicht ‘Jij de wereld’ uit Het liegend konijn uit 2008. Jeroen de Kan (1968) is journalist, presentator en dichter. Sinds 2016 presenteert hij, aanvankelijk als invaller, het televisieprogramma ‘Boeken’. Na het overlijden van Wim Brands werd hij de vaste presentator. Vanaf januari 2017 doet hij dat in afwisseling met Carolina Lo Galbo. 

Jeroen van Kan is actief als redacteur van literaire tijdschriften. Tot 2007 maakte hij deel uit van de redactie van ‘De Tweede Ronde’. Daarna stapte hij over naar ‘Tirade’. In 2017 werd bekend dat hij jarenlang in literair tijdschrift ‘Het liegend konijn’ gedichten had gepubliceerd onder het pseudoniem Wesley Albstmeyer. In juni van dat jaar verscheen onder eigen naam zijn debuutbundel ‘De wereld onleesbaar’.

.

Jij de wereld

.
je bent niet van mij nooit geweest maar wel altijd
hier ook al onttrekt zich dat aan wat jij voelt ziet
hoort ruikt met alle gulzigheid omarmt jij die je vol
overgave over het rulle asfalt van je zinnen laat sleuren
.
want onmatigheid is je middle name en juist dat is wat
ik graag zou willen grijpen die flexawaaier aan onmatig
verzamelde omarmingen van deze wereld jij als vat waarin
ik zonder voorbehoud zou willen verdrinken
.
jij die uit alle poriën leven ademt ervaringen indrukken
kleuren en geluiden jij die dit alles misschien zelfs bent
jij die alles omvat waar ik geen deel aan hebben kan
.
vol schaafwonden blauwe plekken en geronnen bloed
dat op je shirt een al te verse landkaart vormt zo ben jij
de wereld en ik daarbuiten machteloos toe-eigenend
.

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

Hans Lodeizen

.

Zeger de Ruiter reageerde op mijn verzoek om dichters te noemen waaraan ik aandacht zou kunnen besteden met de dichter Hans Lodeizen. Nu vind ik Hans Lodeizen een geweldig dichter dus dat doe ik met alle liefde. Lodeizen (1924 – 1950) schreef slecht één dichtbundel ‘Het innerlijk behang’ (en wat nagelaten werk) maar hij verwierf zich desalniettemin een heel eigen plaats in net literaire landschap. Hij had een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied en geldt min of meer als voorloper van de Vijftigers.

Peter Berger schreef over het werk van Lodeizen: Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch’. (Bron: Wikipedia)

.

ik heb mij met moeite alleen gemaakt

.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

.

Een ware geschiedenis

Karel ten Haaf

.

In de reeks dichter op verzoek vandaag een dichter op verzoek van Daniël Dee en wel de dichter Karel ten Haaf. Op zich zelf snap ik de keuze van Daniël heel goed, daar hij samen met Karel een Blog schrijft op http://kortsluiting.blogspot.com/. Gedichten van Karel ten Haaf werden gepubliceerd in tijdschriften maar ook in negen in eigen beheer uitgegeven bundels. Zijn tiende dichtbundel was niet alleen zijn officiële debuut als dichter, maar tevens het dikste poëziedebuut uit de geschiedenis van de Nederlandstalige letteren. Deze 544 pagina’s tellende bundel is getiteld ‘Meisjespijn’ werd uitgegeven door uitgeverij Passage in 2007. De poëzie van ten Haaf wordt ook wel omschreven als een merkwaardig mengsel van light verse, tegeltjeswijsheden, moppen, literaire spelletjes, anarchisme, dadaïsme en onverbloemde pornografie. Sommigen zien dit als hoogste vorm van non-poëzie.

Van de blog van Karel en Daniël plukte ik dit gedicht van ten Haaf.

.

Ware geschiedenis

.

Dat ik wanneer ik in een advertentie zie staan

lkkr ppn

dat automatisch aan- en invul tot

lekker poepen

.

en pas later bedenk dat ik had moeten lezen

lekker pijpen

is ongetwijfeld te wijten aan mijn gevorderde leeftijd en de

daarmee gepaard

.

gaande afname van de biologische drang tot procreatie.

Dat geeft toch wel een hoop rust hoor

ouder worden

hoor ik nu natuurlijk te zeggen

.

enorm wijs kijkend.

En daar heb ik op zich ook wel gelijk in

natuurlijk maar toch

vind ik het jammer dat ik nooit meer

.

de fanmail ontvang

die vroeger wel

mijn deel

werd.

.

Foto’s waarop lezeressen

hun bewondering voor werk en

persoon van de dichter ken- en zichtbaar maken

door te poseren met in de hand een bundel van mij

.

en bovenal met fier ontbloot gemoed.

.

 

Alpenlied

Leo van der Zalm

.

Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.

Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is.  Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.

.

In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.

.

Alpenlied

.

aan wind heb je niets, die
gaat voorbij in zo’n dal, die
vlucht verder
aan regen heb je niets, die
is er maar af en toe en voedt zo
her en der een beek
aan wolken heb je niets, die
doen zo hooghartig, die gaan
elke kant op
maar de bergen zijn er en die staan
onwrikbaar, die hebben
de tijd mee
die doen alsof ze bestaan
voor de eeuwigheid, maar dan
maar voor even
want op hun flanken groeit hun verval
alles wat aan bloei zich uitleeft
voorbijgaand
elke wortel, die het gesteente splijt
elke bloem, die en bij en wind
aan zich verslaaft
aan bergen heb je niets, die
doen maar uit de hoogte, die staan
rond een dal
en vervallen, voor je het weet,
eerder dan de wind, dan regen,
dan wolken
,
                                                                                                                                 Schilderij: Aat Veldhoen
%d bloggers liken dit: