Site-archief

Op reis

Dubbel-gedicht

.

Op reis, weet je nog? Dat deden we vorig jaar en dit jaar maar dan dichterbij huis. Reden genoeg om een dubbelgedicht  te plaatsen over twee bundels dit keer die beide over ‘Op reis’ gaan. De eerste bundel is ‘De muze op reis’ uitgegeven in 1950 door de vereniging met de lange naam, of wel de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, ter gelegenheid van de Boekenweek in dat jaar.

De tweede bundel is uit 1995 en getuige het losse blaadje voorin werd dit aangeboden door de NS aan haar reizigers. De titel van deze bundel is ‘Waarheen ik ga weet ik niet’ met als ondertitel Gedichten om mee op reis te nemen.

Uit de eerste bundel koos ik het gedicht ‘Coupé’ van Pierre Kemp (1886 – 1967) dat gaat over een reis per trein en uit de tweede bundel koos ik voor het gedicht ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry Scholten (1936 – 1987) uit de gelijknamige bundel uit 1973.

.

Coupé

.

Van al die reizigers stond er ééne op

en tot haar moeder met de donkren bril,

stiet zij het uit haar oudren meisjeskop:

zie toch de zon eens! De andren werden stil.

Maar ik die dagelijks de zon vereer

als schepper van lief en leed, ik hield mij neer,

benijdde haar ’t moment. Ook ik ben vaak spontaan

voor zulk: de zon! uit de zittenden opgestaan.

Toen was ik jong en later even oud als zij.

Thans is de zon niet meer die god voor mij.

.

Een zakdoek in de oceaan

.

tijdens het stillezen

een snikhete zomerdag 1948

stapte hij opeens de bank uit

liep naar voren naar de wereldkaart

doopte zijn zakdoek in de oceaan

depte daarmee aandachtig het voorhoofd

liep bedaard terug naar zijn plaats

en las toen zichtbaar verfrist verder

.

Genieten van kunst

Dubbelgedicht

.

Dat er veel onderwerpen zijn waarover dichters schrijven is duidelijk. Feitelijk kan een dichter over alles schrijven. Opmerkelijk is het dat bepaalde onderwerpen dan juist weer veel voorkomen, waarschijnlijk omdat het veel mensen aanspreekt (liefde, dood, het dichterschap). Ook over kunst of eigenlijk over losse kunstwerken wordt veel gedicht. Zelf heb ik me daar ook ‘schuldig’ aan gemaakt (bijvoorbeeld mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ over het gelijknamige kunstwerk van Salvador Dali  https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/ ).

Het is eigenlijk veel leuker om te kijken hoe dichters in algemene zin naar kunst kijken en erover schrijven, dus niet over een bepaald kunstwerk maar over de kunsten in brede zin. Daarover gaat dit dubbel gedicht.

Het eerste gedicht is van Willem Wilmink (1936 – 2003) en is getiteld ‘Kunstgenot’. Een gedicht waarin beschreven wordt hoe er van kunst (in dit geval klassieke muziek) genoten wordt door mensen die van kunst houden. het gedicht komt uit ‘Zeven liedjes voor een piek’ uit 1972.

In het tweede gedicht wordt door dichter Jules Deelder (1944 – 2019) ook de vraag gesteld wie er van kunst houdt, maar hier neemt het gedicht toch een heel andere wending. Het gedicht ‘Kunst’ komt uit ‘Renaissance; gedichten ’44 – ’94’ uit 1994.

.

Kunstgenot

(Wijze: Beethoven’s Negende, Slotkoraal)

.
Vader moeder zuster broeder
kind en kraai en man en vrouw
gaan vanavond weer genieten
in het oud Concertgebouw:
Ma die draagt haar fraaiste knotje,
dochter is als maagd verkleed,
en zo kan men gaan genieten
van het componistenleed.
.
Vader moest nog even kuchen,
moeder is met hijgend hert
op de violist aan ’t letten,
die begint met zijn concert:
O wat prachtig, wat gevoelig,
o wat hypersensueel,
welk een fraaie strijkstokvoering,
welk een heerlijk snaargestreel!
.
In de pauze praten dames
op een muzikaal niveau:
‘O dat jonge dirigentje –
was mijn eigen zoon maar zo!’
‘En jouw kind is groot geworden,
’t is een dametje, zowaar!’
‘Ja, mevrouw, dat is geen wonder,
ze is tweeëndertig jaar.’
.
Aan de pauze komt een einde,
na de pauze komt Ravel,
als dat maar niet té modern is –
maar gelukkig gaat het wel.
Kopje koffie nog bij Keijzer
als besluit van ’t kunstgenot:
ja, muziek dat is iets heerlijks,
ja, muziek is iets van God.
.
.
Kunst
.
‘Wie van de aanwezigen
houdt er van kunst?
.
‘Ikke’
.
‘Prachtig! Dan kunt u
mij vast wel even helpen
met het ophangen van de
schilderijen.’
.

Jas

Vicki Feaver

.

De BBC gaf in de jaren ‘90 van de vorige eeuw een aantal bundels uit met daarin de keuze van het Engelse publiek als het gaat om de mooiste gedichten, de mooiste liefdesgedichten, reisgedichten en de grappigste gedichten. Men vroeg het Engelse volk welk liefdesgedicht men het mooiste en beste vond.  Daaruit kwam een top 100 met daarin klassiekers als ‘Shall I compare thee to a summer’s day’ van Shakespeare en Elisabeth Barret Browning’s ‘How do I love thee’ (op de eerste plaats). Maar er staan ook minder bekende liefdesgedichten in, verrassende gedichten ook zoals die van Vicki Feaver (1943) ‘Coat’.

.

Vicki Feaver is een Engelse dichter. Ze heeft meerdere dichtbundels gepubliceerd. Feavers gedicht ‘Judith’, uit haar bundel ‘Handless  Maiden’, kreeg de Forward Prize voor het beste gedicht. De bundel ontving ook de Heinemann-prijs en werd genomineerd voor de Forward-prize. Feaver ontving ook een Cholmondeley Award.

.

Coat

.

Sometimes I have wanted

to throw you off

like a heavy coat.

.

Sometimes I have said

you would not let me

breathe or move.

.

But now that I am free

to choose light clothes

or none at all

.

I feel the cold

and all the time I think

how warm it used to be.

.

Poëzie aan de Gouwe

29 januari 2020

.

Van de dorpsdichter van Waddinxveen, Piet Hardendood, kreeg ik de uitnodiging om deel te nemen aan Poëzie aan de Gouwe op woensdag 29 januari aanstaande (daags voor de Nationale Gedichtendag). Doel van Poëzie aan de Gouwe is het publiek bekend maken met de taal van de poëzie. Nu gebeurt dat natuurlijk op vele plaatsen in Nederland op allerlei manieren en op allerlei poëziepodia (kijk maar eens onder het kopje poëziepodia op dit blog) maar de insteek van Piet is toch nieuw en ik ken geen ander initiatief dat hier op lijkt.

Piet heeft de dichters gevraagd twee of drie gedichten te schrijven rond het thema van de Poëzieweek ‘De toekomst is nu’. Het publiek krijgt deze gedichten uitgereikt op papier en wordt in de gelegenheid gesteld vragen over de gedichten aan de dichter te stellen. De dichters worden in de gelegenheid gesteld iets over de gedichten of over hun poëzie in het algemeen te vertellen en de presentator van de avond zal de dichter ook enige vragen stellen.

Op deze manier gaan de gedichten die die avond worden voorgedragen (meer) leven voor de mensen in het publiek dan dat ze alleen zouden worden voorgedragen. De interactie met het publiek is er rechtstreeks en direct en dat is een groot verschil met een regulier podium waar dit wel voor- of achteraf kan maar waar dit maar sporadisch gebeurt.

Poëzie aan de Gouwe is op woensdag 29 januari, in Bar/eetcafé de Point, Wingerd 2 in Waddinxveen, inloop is om 19.30 uur en het programma begint om 20.00. Mijn poëzie komt aan de beurt in het eerste blok tussen 20.10 en 20.55 uur. Naast mij zal onder andere ook Marije Hendrikx (1945) deelnemen. Marije publiceerde twee bundels in 2010 ‘Vleugje liefs’ en ‘Zeg liefde’ en ze publiceerde in verschillende verzamelbundels en magazines zoals ‘Schoon Schip’ en ‘Po-e-zine’. Van haar hand heb ik een gedicht gekozen getiteld ‘Ik hoop zo dat je luistert’ een gedicht dat wat mij betreft goed bij het thema van de Poëzieweek past.

.

ik hoop zo dat je luistert…

.

op jouw contrabas heb ik gespeeld
mijn lief – het waren
valse tonen die klonken

ik hoop dat je niet luisterde

valse tranen waren het niet
die als hoosbui vanuit mijn tenen
uit de diepte van mijn ziel gutsten

ik hoop dat je niet keek

word niet kwaad lief
ik ben niet goed in harde noten kraken
nooit geweest – dat weet je

een stoofpotje zal ik voor je koken – jouw
geliefde draadjesvlees – dat kan ik wel
en voor het ultieme genot

zal ik mijn dikke billen in dat
afgrijselijk strakke rokje steken
waarin jij mij graag ziet

ik hoop dat je kijkt.

mijn zilveren haren
had ik graag met jou gedragen lief
tot aan het einde der tijden
maar jij moest zonodig

het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen
luister lief – ergens
wordt nog ons lied gespeeld

ik hoop zo dat je luistert..

.

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

Hannah van Binsbergen raakte op 13-jarige leeftijd geïnspireerd door het werk van dichter Hans Lodeizen. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was (in 2017) de eerste debutant die de VSB Poëzieprijs won voor ‘Kwaad gesternte’ (uit 2016). Zij is ook de jongste dichter (1993) die door Ilja Leonard Pfeijffer werd opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

Klein voorspel

Hanny Michaelis

.

Vorige week was ik bij een kringloopwinkel/opkoper/brocante die in een enorm pand gevestigd was. In de winkel waren prachtige en minder prachtige dingen te koop en ook boeken. Wanneer ik boeken zie ga ik altijd even kijken. Ik kon geen poëzie vinden maar wel wat Zwarte Beertjes (mijn broer spaart de exemplaren waarvan Dick Bruna de kaft ontwierp). Zoals zo vaak was de vraagprijs niet in verhouding tot de waarde (wat bezielt die commerciële winkeliers toch? Willen ze hun boeken niet verkopen?). Dus enigszins teleurgesteld legde ik ze terug. Ik keek nog wat verder en tot mijn verbazing vond ik nog twee oude dichtbundels; De muze op reis (dat deel had ik nog niet) én ‘Klein voorspel’ van Hanny Michaelis uit 1949. Tot mijn grote verbazing was de prijs voor deze bundeltjes een ‘rommelmarktprijs’ € 1,- per stuk. Waar Zwarte Beertjes werkelijk overal te koop zijn en in enorme aantallen zijn verkocht destijds en hier als dure waar wordt gezien, koop ik voor een habbekrats een klein juweeltje. Blijkbaar lag de kennis van deze opkoper minder bij boeken dan bij meubels en andere grote dingen.

Hanny Michaelis (1922 – 2007) was dichter en vertaalster en debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativeert. Haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór, dit gegeven en de oorlog drukte een groot stempel op haar werk. In totaal verschijnen er van haar hand 6 dichtbundels. Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar ‘Verzamelde gedichten’.

Het kleine bundeltje ‘Klein voorspel’ telt 30 gedichten en werd in 1949 gedrukt door drukkerij Thieme uit Nijmegen. ‘Klein voorspel’ was het een-en-twintigste deel van ‘De Ceder’ uitgegeven door J.M. Meulenhoff uit Amsterdam. Uit dit prachtige bundeltje koos ik voor het gedicht ‘De liefste’.

.

De liefste

.

Word wakker in de vroege voorjaarsmorgen

open je ogen in het grijze licht.

Voel je een ogenblik verlost van zorgen

en glimlach als een kind, bevrijd van plicht.

.

Glimlach en raak het lichtend spoor niet bijster

dat leidt naar een betoverend verschiet.

Wees stil : buiten huldigt de eerste lijster

de wereld in een overmoedig lied.

.

Hij zal je hart loszingen uit het puin

van halfontluisterde herinneringen,

en neer doen strijken in de verre tuin

waar het geluk fonteinen doet ontspringen.

.

In deze tuin zal het mijn hart ontmoeten –

twee speelse vlinders in de zonneschijn.

Verheerlijkt zullen zij elkaar begroeten

en onuitsprekelijk gelukkig zijn.

.

 

Van Kooten en de Bie

Detlov P. van Paasen

.

In de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van zaterdag 13 april schrijft ze: “.. er is altijd wel wat te vinden waarbij genoeg tijd overblijft voor het scheppen van veelbelovende dichtbundels (Ruiter langs drijfzand)…”. Wanneer ik zoiets lees word ik meteen nieuwsgierig. Die titel zegt me namelijk helemaal niets. En omdat ik weet dat er nog zoveel titels zijn van dichtbundels die ik niet ken, ga ik dan op zoek; wie is de dichter? wanneer is het uitgegeven?

Wat schetst mijn verbazing als ik dan op een pagina van de (overigens geweldige website) dbnl.org terecht kom met als titel: ‘Het groot bescheurboek’ van van Kooten en de Bie uit 1986. Die pagina begint met de introductie van de Groenlandse dichter Uhughuanajoq Pilakapsak (1885-1926). Uiteraard is dit een gefingeerde dichter die is ontsproten uit de geniale breinen van van Kooten en de Bie. Dan lees ik: “Deze meest vooraanstaande dichter van het Noordelijk IJsgebied (Nobelprijs 1925), werd nog niet eerder in de Nederlandse taal vertaald. Wij vroegen vier vooraanstaande vertalers hetzelfde gedicht te vertalen.”.

Daaronder een ‘Groenlands gedicht’ in het Groenlands. Nu dacht ik dat men in Groenland Deens sprak (en dat klopt) maar er wordt ook Kalaallisut gesproken. Nu lijkt het me sterk dat dit Kalaallisut is (volgens Google translate lijkt het nog het meest op Somalisch!) en waarschijnlijk is het een hoop flauwekul. maar dan volgen er maar liefst 4 vertalingen van de meest uiteenlopende én bijzondere ‘wetenschappers’ te weten:

Peter de Munck (1938), wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Arctisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden, Wonno Bleijleven (1943),studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent, Hans Boerema (1921), ex-conrector van het Colijnlyceum te Zwolle en tenslotte Detlov P. van Paasen (1933). Dichter. Publiceerde Pendule (1949), Ruiter langs drijfzand (1951) en De pendule in het drijfzand (1983).

Natuurlijk is dit allemaal grote flauwekul maar zo slim en creatief bedacht door van Kooten en de Bie dat ik jullie hier het gedicht van Uhughuanajoq Pilakapsak en  de vertaling van dichter Detlov P. van Paasen niet wil onthouden. Voor alle ‘vertalingen’ (die heel verschillend zijn) kun je terecht op https://www.dbnl.org/tekst/bie_003groo01_01/bie_003groo01_01_0161.php

.

Aunerit e Aungêq
.
Nuliajuk a Amingat aka kivka
Mataluk atsiaq pibloktoq
Pu lorssuaq
Inuktomajoq
Qagsse osse mausurniq
Kivkaq oe padloq
Qujanaq qujanaq kivlaq umaga
Ajorpot kisiek ajingilat
.
.
Het gesmolten ijsje
.
De zon noch de maan
krijgen hem klein.
Dat zou ook te dol zijn.
Ik ben immers
de Grote IJseter?
De snackbar staat stampvol,
mijn ijsje is gevallen.
Dank je wel. Jij bent het
die mij een nieuw ijsje doet.
En alles komt weer goed.
.
.

Sinterbop

Jan Elburg

.

In de aanloop naar het sinterklaasfeest  van 1954 had de redactie van het toenmalige dagblad De Tijd een aantal dichters gevraagd hun talent aan te wenden om een mooi of leuk sinterklaasvers te vervaardigen. In totaal reageerden 25 dichters met een gedicht en Jan Elburg was een van hen, Jan G. Elburg (1919 – 1992), zoals hij ook bekend was, publiceerde 19 dichtbundels en werd tot de Vijftigers gerekend. Hij ontvang voor zijn werk de Constantijn Huygens-prijs en de Jan Campert-prijs. het gedicht dat hij in 1954 schreef voor dagblad De Tijd is getiteld ‘Sinterbop’.

.

Sinterbop

.

Si, si. de mamma. de man.
schrijdt door de boeman.
mak. kersttak.
! UUUUUU ! (wild geraas).
teer leica. vond je? is geckoman.
tafontijntje tje tje tje
van zinder klagelijk.
revolverwachting. KLOP KLOP KLOP.
(hersens)
wiedekoe krijt wiedegart.
(bis) schop.

OOOOOO watteprut bazaltzijn.
te spelen met de bom. de horlepijp.
heerlijk s
u
l
l
e
n WALLES (nietes)
delen.
suiker GOED suiker.
en MARS! links rechts links rechts.
en PIJN.
marowee wat BITtere rijst.
krengen. WIJ. voor koekoek koekoek.
gardenia gardenia driemaal de O.
bis (schop).

maar. IK. V R E E S . niet
IK niet.
dat wij (da twij. de twijfel.)
KLAGEN.
va der ligt een kip int water.
moe der ligt een kip int water.
cijns. O goed.
waren WIJ niet allen?
dagen.
velen waren WIJ.
(toch zoet).

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Gedicht op een (bronzen) vaandel

Jack Jacobs

.

De Limburgse dichter Jack Jacobs stuurde mij een foto toe van een gedicht dat hij in opdracht had geschreven bij het ter ziele gaan van de fanfare in Meers Limburg, het is gegraveerd in een bronzen vaandel en hangt aan de muur van de repetitieruimte van de fanfare. Op zondag 2 december is het beeld onthuld. Jack Jacobs schrijft al langere tijd poëzie, won enkele poëziewedstrijden, was bedenker van de permanente poëzieroute in en om Elsloo en publiceerde enkele dichtbundels. Het gedicht dat Jack schreef over de fanfare in Meers is getiteld ‘L’exode des musiciens’. Het gaat over het verdwijnen van een fanfare, iets dat in steeds meer plaatsen aan de orde is. De dorpen in het zuiden van het land vergrijzen, leden van fanfares worden steeds ouder en hoewel er wel jeugd instroomt blijft deze meestal niet hangen. Het probleem is vooral de jeugd die zich niet meer wil binden aan vaste momenten in een week.  Elke maandag een uurtje repeteren bij je club is niet meer vanzelfsprekend. Zelfs kinderen hebben tegenwoordig een drukke agenda. Voetbal, computeren, de mobiele telefoon en de muziek moet daar ook nog tussen gepland worden.

.

L’exode des musiciens

.

De specie tussen volk en koperen trots

kent nu zijn sleet, het verbond is verbroken

brokkelt af tussen mineure klanken

en nog steeds flakkert er die liefde

.

ook nu het vuur bijna gedoofd is, de exodus

is niet te stoppen, eenzaam waken grijsaards

over de maat, zware hoofden en harten dragen

rouw, de Maas slaapt, frivole of weemoedige

klanken bedekken het waterlint niet meer

.

zie, de noten vallen uit de partituren

vallen in een diepe stilte, hopen op een kiem

die ze weer opraapt, op een jonge lucht die

ze weer melancholisch en lieflijk speelt

.

 

 

%d bloggers liken dit: