Site-archief

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

Hannah van Binsbergen raakte op 13-jarige leeftijd geïnspireerd door het werk van dichter Hans Lodeizen. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was (in 2017) de eerste debutant die de VSB Poëzieprijs won voor ‘Kwaad gesternte’ (uit 2016). Zij is ook de jongste dichter (1993) die door Ilja Leonard Pfeijffer werd opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

Klein voorspel

Hanny Michaelis

.

Vorige week was ik bij een kringloopwinkel/opkoper/brocante die in een enorm pand gevestigd was. In de winkel waren prachtige en minder prachtige dingen te koop en ook boeken. Wanneer ik boeken zie ga ik altijd even kijken. Ik kon geen poëzie vinden maar wel wat Zwarte Beertjes (mijn broer spaart de exemplaren waarvan Dick Bruna de kaft ontwierp). Zoals zo vaak was de vraagprijs niet in verhouding tot de waarde (wat bezielt die commerciële winkeliers toch? Willen ze hun boeken niet verkopen?). Dus enigszins teleurgesteld legde ik ze terug. Ik keek nog wat verder en tot mijn verbazing vond ik nog twee oude dichtbundels; De muze op reis (dat deel had ik nog niet) én ‘Klein voorspel’ van Hanny Michaelis uit 1949. Tot mijn grote verbazing was de prijs voor deze bundeltjes een ‘rommelmarktprijs’ € 1,- per stuk. Waar Zwarte Beertjes werkelijk overal te koop zijn en in enorme aantallen zijn verkocht destijds en hier als dure waar wordt gezien, koop ik voor een habbekrats een klein juweeltje. Blijkbaar lag de kennis van deze opkoper minder bij boeken dan bij meubels en andere grote dingen.

Hanny Michaelis (1922 – 2007) was dichter en vertaalster en debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativeert. Haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór, dit gegeven en de oorlog drukte een groot stempel op haar werk. In totaal verschijnen er van haar hand 6 dichtbundels. Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar ‘Verzamelde gedichten’.

Het kleine bundeltje ‘Klein voorspel’ telt 30 gedichten en werd in 1949 gedrukt door drukkerij Thieme uit Nijmegen. ‘Klein voorspel’ was het een-en-twintigste deel van ‘De Ceder’ uitgegeven door J.M. Meulenhoff uit Amsterdam. Uit dit prachtige bundeltje koos ik voor het gedicht ‘De liefste’.

.

De liefste

.

Word wakker in de vroege voorjaarsmorgen

open je ogen in het grijze licht.

Voel je een ogenblik verlost van zorgen

en glimlach als een kind, bevrijd van plicht.

.

Glimlach en raak het lichtend spoor niet bijster

dat leidt naar een betoverend verschiet.

Wees stil : buiten huldigt de eerste lijster

de wereld in een overmoedig lied.

.

Hij zal je hart loszingen uit het puin

van halfontluisterde herinneringen,

en neer doen strijken in de verre tuin

waar het geluk fonteinen doet ontspringen.

.

In deze tuin zal het mijn hart ontmoeten –

twee speelse vlinders in de zonneschijn.

Verheerlijkt zullen zij elkaar begroeten

en onuitsprekelijk gelukkig zijn.

.

 

Van Kooten en de Bie

Detlov P. van Paasen

.

In de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van zaterdag 13 april schrijft ze: “.. er is altijd wel wat te vinden waarbij genoeg tijd overblijft voor het scheppen van veelbelovende dichtbundels (Ruiter langs drijfzand)…”. Wanneer ik zoiets lees word ik meteen nieuwsgierig. Die titel zegt me namelijk helemaal niets. En omdat ik weet dat er nog zoveel titels zijn van dichtbundels die ik niet ken, ga ik dan op zoek; wie is de dichter? wanneer is het uitgegeven?

Wat schetst mijn verbazing als ik dan op een pagina van de (overigens geweldige website) dbnl.org terecht kom met als titel: ‘Het groot bescheurboek’ van van Kooten en de Bie uit 1986. Die pagina begint met de introductie van de Groenlandse dichter Uhughuanajoq Pilakapsak (1885-1926). Uiteraard is dit een gefingeerde dichter die is ontsproten uit de geniale breinen van van Kooten en de Bie. Dan lees ik: “Deze meest vooraanstaande dichter van het Noordelijk IJsgebied (Nobelprijs 1925), werd nog niet eerder in de Nederlandse taal vertaald. Wij vroegen vier vooraanstaande vertalers hetzelfde gedicht te vertalen.”.

Daaronder een ‘Groenlands gedicht’ in het Groenlands. Nu dacht ik dat men in Groenland Deens sprak (en dat klopt) maar er wordt ook Kalaallisut gesproken. Nu lijkt het me sterk dat dit Kalaallisut is (volgens Google translate lijkt het nog het meest op Somalisch!) en waarschijnlijk is het een hoop flauwekul. maar dan volgen er maar liefst 4 vertalingen van de meest uiteenlopende én bijzondere ‘wetenschappers’ te weten:

Peter de Munck (1938), wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Arctisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden, Wonno Bleijleven (1943),studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent, Hans Boerema (1921), ex-conrector van het Colijnlyceum te Zwolle en tenslotte Detlov P. van Paasen (1933). Dichter. Publiceerde Pendule (1949), Ruiter langs drijfzand (1951) en De pendule in het drijfzand (1983).

Natuurlijk is dit allemaal grote flauwekul maar zo slim en creatief bedacht door van Kooten en de Bie dat ik jullie hier het gedicht van Uhughuanajoq Pilakapsak en  de vertaling van dichter Detlov P. van Paasen niet wil onthouden. Voor alle ‘vertalingen’ (die heel verschillend zijn) kun je terecht op https://www.dbnl.org/tekst/bie_003groo01_01/bie_003groo01_01_0161.php

.

Aunerit e Aungêq
.
Nuliajuk a Amingat aka kivka
Mataluk atsiaq pibloktoq
Pu lorssuaq
Inuktomajoq
Qagsse osse mausurniq
Kivkaq oe padloq
Qujanaq qujanaq kivlaq umaga
Ajorpot kisiek ajingilat
.
.
Het gesmolten ijsje
.
De zon noch de maan
krijgen hem klein.
Dat zou ook te dol zijn.
Ik ben immers
de Grote IJseter?
De snackbar staat stampvol,
mijn ijsje is gevallen.
Dank je wel. Jij bent het
die mij een nieuw ijsje doet.
En alles komt weer goed.
.
.

Sinterbop

Jan Elburg

.

In de aanloop naar het sinterklaasfeest  van 1954 had de redactie van het toenmalige dagblad De Tijd een aantal dichters gevraagd hun talent aan te wenden om een mooi of leuk sinterklaasvers te vervaardigen. In totaal reageerden 25 dichters met een gedicht en Jan Elburg was een van hen, Jan G. Elburg (1919 – 1992), zoals hij ook bekend was, publiceerde 19 dichtbundels en werd tot de Vijftigers gerekend. Hij ontvang voor zijn werk de Constantijn Huygens-prijs en de Jan Campert-prijs. het gedicht dat hij in 1954 schreef voor dagblad De Tijd is getiteld ‘Sinterbop’.

.

Sinterbop

.

Si, si. de mamma. de man.
schrijdt door de boeman.
mak. kersttak.
! UUUUUU ! (wild geraas).
teer leica. vond je? is geckoman.
tafontijntje tje tje tje
van zinder klagelijk.
revolverwachting. KLOP KLOP KLOP.
(hersens)
wiedekoe krijt wiedegart.
(bis) schop.

OOOOOO watteprut bazaltzijn.
te spelen met de bom. de horlepijp.
heerlijk s
u
l
l
e
n WALLES (nietes)
delen.
suiker GOED suiker.
en MARS! links rechts links rechts.
en PIJN.
marowee wat BITtere rijst.
krengen. WIJ. voor koekoek koekoek.
gardenia gardenia driemaal de O.
bis (schop).

maar. IK. V R E E S . niet
IK niet.
dat wij (da twij. de twijfel.)
KLAGEN.
va der ligt een kip int water.
moe der ligt een kip int water.
cijns. O goed.
waren WIJ niet allen?
dagen.
velen waren WIJ.
(toch zoet).

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Gedicht op een (bronzen) vaandel

Jack Jacobs

.

De Limburgse dichter Jack Jacobs stuurde mij een foto toe van een gedicht dat hij in opdracht had geschreven bij het ter ziele gaan van de fanfare in Meers Limburg, het is gegraveerd in een bronzen vaandel en hangt aan de muur van de repetitieruimte van de fanfare. Op zondag 2 december is het beeld onthuld. Jack Jacobs schrijft al langere tijd poëzie, won enkele poëziewedstrijden, was bedenker van de permanente poëzieroute in en om Elsloo en publiceerde enkele dichtbundels. Het gedicht dat Jack schreef over de fanfare in Meers is getiteld ‘L’exode des musiciens’. Het gaat over het verdwijnen van een fanfare, iets dat in steeds meer plaatsen aan de orde is. De dorpen in het zuiden van het land vergrijzen, leden van fanfares worden steeds ouder en hoewel er wel jeugd instroomt blijft deze meestal niet hangen. Het probleem is vooral de jeugd die zich niet meer wil binden aan vaste momenten in een week.  Elke maandag een uurtje repeteren bij je club is niet meer vanzelfsprekend. Zelfs kinderen hebben tegenwoordig een drukke agenda. Voetbal, computeren, de mobiele telefoon en de muziek moet daar ook nog tussen gepland worden.

.

L’exode des musiciens

.

De specie tussen volk en koperen trots

kent nu zijn sleet, het verbond is verbroken

brokkelt af tussen mineure klanken

en nog steeds flakkert er die liefde

.

ook nu het vuur bijna gedoofd is, de exodus

is niet te stoppen, eenzaam waken grijsaards

over de maat, zware hoofden en harten dragen

rouw, de Maas slaapt, frivole of weemoedige

klanken bedekken het waterlint niet meer

.

zie, de noten vallen uit de partituren

vallen in een diepe stilte, hopen op een kiem

die ze weer opraapt, op een jonge lucht die

ze weer melancholisch en lieflijk speelt

.

 

 

Eerste tranen

Jean Cocteau

.

Een van de meest invloedrijke en belangrijke Franse all round kunstenaars (hij was filmer, schrijver, dichter, ontwerper, kunstenaar en toneelschrijver) is Jean Cocteau (1889 – 1963) of Jean Maurice Eugène Clément Cocteau zoals zijn volledige naam luidde. AllMovie, een invloedrijke website over films en cinema noemde hem de meest invloedrijke filmmakers van de avant-garde beweging. Maar Jean Cocteau schreef ook poëzie, veel poëzie, in 51 jaar maar liefst 21 dichtbundels. Hoewel Cocteau dus sneller met films en zijn werk La Vox Humaine wordt gekoppeld is zijn poëzie dus ook zeker een rode draad die door zijn hele leven loopt.

In 2003 verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep een vertaalde bundel van hem getiteld ‘Gedichten’ in een vertaling van Theo Festen. Uit die bundel het gedicht met de originele titel ‘Premières larmes’ of zoals het in de vertaling heet ‘eerste tranen’.  In dit gedicht komt goed naar voren wat de avant-garde beweging inhield. Avant-garde betekent letterlijk voorhoede of voorstuk. In de avant-garde beweging zaten mensen die experimenteel, radicaal of onorthodox zijn met betrekking tot hun kunst, de cultuur of de samenleving. Deze beweging wordt ook wel gekenmerkt door niet-traditionele, esthetische innovatie en aanvankelijke onaanvaardbaarheid.

.

Eerste tranen

.

Een dahlia       dat is diep gebogen

na de regen

de telefoon

opgehangen

.

laat het avontuur mislukt achter

.

Zware spons mijn hoofd

over de leuning van de overloop

.

De sproeier draait achtjes voor het rode gordijn

de leuning ontsteekt de gouden plooien

.

Wat een regen van doffe tranen

gezwollen ogen van de gymnasiast

die zijn tong uitsteekt

over het purperen schoonschrift

van de dahlia wirwar van 8en

.

Een affaire

Eddy Evenhuis

.

Tijdens de tweede wereldoorlog schreef Eddy Evenhuis (1920 – 2002) twee dichtbundels die clandestien verschenen. Meteen na de oorlog publiceerde hij zijn derde bundel ‘Pan in de stad’ waarna hij een lange tijd geen poëzie meer schreef. In die tijd werkte hij als journalist in Groningen, Soerabaja en Leeuwarden. Tot 1974. Toen verscheen vrij onverwacht bij De Arbeiderspers de bundel ‘een affaire’ van zijn hand. Deze bundel ontstond in minder dan een jaar tijd en verhaalt over hoe de relatie tussen een jonge vrouw Amicula (wat onder andere de naam is van een vlinder) en een oudere man (de verteller) zich ontwikkelt en afloopt. Het is een romantisch verslag van een turbulente ervaring.

Na deze bundel zou het weer lang stil zijn tot hij in 1995 zijn laatste bundel ‘Eigen keur’ in eigen beheer uitgaf. Uit de bundel ‘een affaire’ het gedicht in sonnetvorm ‘Fluistering’.

.

Fluistering

.

Noem de onnoemelijke dingen,

fluister: dring diep in mij door,

stoot mij, stort leeg in mijn voor,

doorbrand al mijn zekeringen.

.

Fluister: laat in mij ontspringen

het bewijs dat ik bij jou behoor,

ik zal wat jij wekt met je spoor

met water en vliezen omringen.

.

Fluister: blijf tegen mij rusten,

speel branding rondom mijn kusten,

heftig en schuimig, zacht en infaam.

.

Fluister: blijf mij herkennen

in wilgen, in grassen en dennen,

verleen vogels en vossen mijn naam.

.

Het laatste bed

Ingmar Heytze

.

In 2013 gaf Dagblad Trouw tien dichtbundels uit onder de titel Trouw Poëziecollectie. Het eerste deel van Judith Herzberg werd gratis weggegeven en dat kom ik dan ook vaak tegen bij kringloopwinkels en op rommelmarkten. De andere delen zie ik veel minder vaak. Dit zijn verzamelbundels van Lucebert, Remco Campert, Eva Gerlach, K. Michel, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin, Rutger Kopland, Ida Gerhardt en Ingmar Heytze.

Van de laatste dichter heb ik nu het deel te pakken. In deze verzamelbundel staan gedichten uit de (toen nog) 10 poëziebundels die van hem verschenen bij uitgeverij Podium. Ik koos voor het gedicht ‘Het laatste bed’.

.

Het laatste bed

.

Als kind had je een eigen leven

op je kleine jongenskamer

met de grote deur vol stickers

die de wereld buitensloot

.

met je beer tussen de dekens

lag je in een glanzend ei

van fantasie, je hebt altijd

geslapen in een soort van boot

.

dit alles komt gewoonlijk bij je op

in onbekende bedden

zoals nu – van een vreemd lichaam

krijg je slaperig een zoen

.

het liefste meisje voor vanavond

alsof zij je kan behoeden

voor je allerlaatste bed

in ziekenhuis of paviljoen.

.

Empty Hospital Bed in a Ward

Van vroeger en thans

Alain Teister

.

Je kunt heel veel vinden van de warenhuisketen V&D of Vroom & Dreesmann, je kunt ze missen of niet maar éen ding waarin de V&D zich onderscheidde van andere warenhuizen was hun uitgeverij. En in dit geval vooral hun poëzie uitgaven door de jaren heen. Ik denk dat ik inmiddels toch wel zo’n 5 uitgaven bezit die door de V&D is uitgegeven indertijd. Zo ook de bundel ‘Dag in, dicht uit’ uit 1994, samengesteld door Ernst van Altena.

In de inleiding lees ik: “Wie de Nederlandse poëzie van de laatste decennia gevolgd heeft, moet tot de conclusie komen dat Pegasus zich in onze streken niet hoog boven het maaiveld verheft, maar laag over het aardse scheert. Voor een hoge abstractie moeten we bij vuriger volken zijn. In Nederland wordt gedicht over een kropje sla en de afwasmachine”.

De gedichten in deze bundel gaan dan ook over de alledaagse dingen, over aardse zaken, over voetbal, ontbijt, het ontwaken, school en werk. Of, zoals in het gedicht van Alain Teister, over een pepersteak en een glas wodka. Alain Teister, pseudoniem van Jacob Martinus Boersma (1932 – 1979) was schrijver en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna nog enkele romans en poëziebundels zouden volgen.

.

Van vroeger en thans

.

Plotseling herinnerd: mijn moeder

die heimelijk peper strooide over

mijn steak sans poivre

want mijn vader vond peper een van de

slechte vergiften.

.

Hij zou eens moeten weten,

die onoverkomelijke oude baas,

(ik houd van hem als van een zoon)

dat ik zelfs in mijn wodka

een beetje peper gebruik.

.

%d bloggers liken dit: