Site-archief

Bij een overlijden

Leo Vroman

.

Stilstaan bij het overlijden van een mooi en geliefd mens.

.

De ruimte in 

.

Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

,

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

,

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,
en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

,

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

,

De melkweg? Bleek zand
dat traag nadraait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

,

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

.

Advertenties

Stoempen

Wielerpoëzie

.

Het wielerseizoen gaat weer beginnen en de eerste successen voor landgenoten zijn alweer bijgeschreven. Er is een tijd geweest dat het Nederlandse wielrennen in het dal zat en dat het wielrennen als sport geplaagd werd door schandalen en doping. Vandaag de dag zijn er echter weer wielrenners die tot de verbeelding spreken zoals Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel. Ondanks alle gedoe rondom het wielrennen zijn er altijd heel veel liefhebbers gebleven van de grote rondes en van de plaatselijke en landelijke klassiekers. In 2014 was dat reden om de bundel ‘De 100 mooiste wielergedichten’ uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur samen te laten stellen door dichter Patrick Cornillie.

Patrick Cornillie (1961) is een Vlaamse dichter en schrijver, journalist en auteur van sportboeken en fietsgidsen. Van Cornillie verschenen (wieler)gedichten en verhalen in ‘De Muur’, ‘Deus Ex Machina’, ‘Dietsche Warande & Belfort’, ‘Dighter’, ‘Kreatief’, ‘Van Mensen en Dingen’, ‘Poëziekrant’ en ‘Vlaanderen’.

In deze bundel werd werk gekozen van pioniers ( Jan Kal en Willie Verhegghe), van succesvolle publicisten (Gerrit Komrij en Freek de Jonge) maar ook van nog onbekende fans (Jeroen Wielaert, Wim Schrever). Veel teksten overstijgen dankzij de voorspelbare metaforen de sport an sich, richten zich op winst en verlies, doorzettingsvermogen en opgeven en op leven en dood.

Van Cornillie staat er uiteraard ook een gedicht in deze bundel te weten ‘Speeltijd’ dat in 2010 verscheen in de bundel ‘Roem en kippenvel’.

.

Speeltijd

.

Tussen de lessen moedertaal

was het lang stilzitten

met je broekzakken bol

van de knikkers.

.

Om na het verlossende

belsignaal mee te mikken

naar de prentjes van de coureurs.

.

Het was een kunst om ze

van zeven tegels ver

neer te kegelen: de paarse

van Mercier-BP, de blauwe

van Willem II, de gele

van Mann en Kas-Kaskol.

.

En dan was er nog dat ene idool,

met Faema en opvallend rode V,

waarvoor je nog eens drie

stappen achteruit moest gaan.

.

Zelfs op de speelplaats

van een jongensschool was Merckx

moeilijk te verslaan.

.

Proost!

Om een bokaal van wijn

.

Poëzie kan werkelijk over elk onderwerp gaan. Vaak worden gedichten over een bepaald onderwerp bij elkaar gebundeld. Dit soort themabundels zijn populair bij liefhebbers van poëzie en van het desbetreffende thema. Zo zal uitgeverij van Lindonk in 1967 ook gedacht hebben toen ze ‘Om een bokaal vol wijn’ uitgaven met gedichten van dichters rondom het thema Wijn. De bundel met 24 verzen van ‘eigentijdse Nederlandse dichters’ is uitgegeven in het 125ste wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v. in Arnhem (en dus niet het 123ste zoals abusievelijk op de website https://www.nederlandsepoezie.org/jl/1967/zz_om_een_bokaal_vol_wijn.html staat te lezen).

Bekende en minder bekende dichters hebben hun medewerking verleend aan deze bundel; van A. Roland Holst, C. Buddingh’ en Hans Andreus tot Jan Engelman, Fem Rutke en Tom Naastepad. In een fraai uitgegeven bundel met fijne harde kaft en illustraties van Kurt Löb en van een voorwoord voorzien door Jan Wit is dit een fijne bundel voor poëzieliefhebbers en ook wijnliefhebbers.

Ik koos voor een gedicht van Ankie Peypers, één van de twee vrouwelijke dichters in deze bundel ( de ander is Ellen Warmond) getiteld ‘Verzoek aan wijn’.  Ankie Peypers (1928-2008) debuteerde in 1946 met de bundel ‘Zeventien’, met daarin zeventien jeugdgedichten. In 1951 verscheen haar officiële debuut ‘October’. Sindsdien verschenen gedichtenbundels, vertalingen en enkele romans.  In 1972 verscheen de verzamelbundel ‘Gedichten 1951 – 1971’. Als journalist werkte ze voor De Vlam en Het Vrije Volk. Daarnaast was ze medeoprichter van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus en publiceerde ze regelmatig over de positie van vrouwen.

.

Verzoek aan wijn

.

Laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die jou deed rijpen

toen je geboorte lange maanden

zomermaanden in de heuvels

werd verwacht

tot eindelijk de dorpelingen

op het dagen nachten durend

feest je loflied zongen

dat je goed was

als je voorgeslacht;

.

laat je drink

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die een oogstfeest verwacht.

.

Laat je drinken

wie dan jij

moet de verhalen

die ons denken

als in de heuvels

gevangen houdt

vertalen?

.

Up-Hill

Christina Rossetti

.

Christina Georgina Rossetti (1830 – 1894) was een Engels dichteres en prozaschrijfster. In haar werk zijn een aantal thema’s herkenbaar zoals haar preoccupatie met de dood, religie en het afstand doen van aardse liefde. Ze komt uit een beroemde familie, zo was haar broer Dante Gabriel Rossetti lid van de Prerafaëlieten, haar broer William Michael Rossetti kunstcriticus en haar zus schrijfster Maria Francesca Rossetti. In 1850 publiceerde zij onder het pseudoniem Ellen Allayne in ‘The Germ’, het tijdschrift van de Prerafaëlieten. In 1862 verscheen haar beste en bekendste bundel, ‘Goblin Market and Other Poems’. Haar werk (niet alleen gedichten, maar ook verhalen en sprookjes, grotendeels gericht op kinderen) wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, maar ook door een diep geloof. De toon van de gedichten is eenvoudig en natuurlijk. Met kunstenaars als John Donne en William Blake wordt zij gerekend tot de grote mystieke Engelse dichters.

In de bundel ‘Favourite’ an anthology of poems, illustrated with nostalgic photographs from the Francis Frith collection, staat het gedicht ‘Up-Hill’ van Rossetti.

.

Up-Hill

.

Does the road wind up-hill all the way?
   Yes, to the very end.
Will the day’s journey take the whole long day?
   From morn to night, my friend.
,
But is there for the night a resting-place?
   A roof for when the slow dark hours begin.
May not the darkness hide it from my face?
   You cannot miss that inn.
.
Shall I meet other wayfarers at night?
   Those who have gone before.
Then must I knock, or call when just in sight?
   They will not keep you standing at that door.
.
Shall I find comfort, travel-sore and weak?
   Of labour you shall find the sum.
Will there be beds for me and all who seek?
   Yea, beds for all who come.
.

Poëziebustoer 2019

Nieuwe namen

.

Ook in 2019 gaat de Poëziebus weer op toer door Nederland en België, dit jaar met weer een hoop nieuwe namen. Wie gaan ermee? Dat zijn Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, ParaDockx, Terence Roelofsen, Evy van Eynde, L-Deep, Aurora Guds, Stokely Dichtman, Doreen Hendrikx, Foleor van Steenbergen, Anna Khina, Rik Sprenkels, Demi Baltus, Doeko L., Isha van der Burg, Mischa van Huijstee, Naomi Veldwijk, Jens Meijen, Jolies Heij en Samoerai. Kijk voor een introductiefilmpje van deze deelnemende dichters op https://poeziebus.nl/deelnemers/

Dit jaar rijdt de Poëziebus van 5 augustus tot en met 11 augustus langs een aantal steden. Wil je weten waar precies hou dan de dienstregeling in de gaten via de website of de Facebookpagina. In 2017 gingen er ook een aantal nieuwe namen mee en een van die nieuwe namen was Cissy. Praat je over Groningen en spoken word dan kom je al snel uit bij zangeres, dichter en creatieve tornado Cissy. Van 2012 tot 2015 zat ze bij Poetry Circle Groningen. Dat Cissy afstudeerde aan de Academie voor Popcultuur richting muziek/performance  lees je terug in haar teksten. Haar gedicht ‘Mama  is een positief gedicht over een zwaar onderwerp, schrijnend, eerlijk en waar.  Uit de Poëziebundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ uit 2017 haar gedicht/lied ‘Mama’.

.

Mama

.

Mama, ik heb honger

Mama, ik ben moe

Mama, gaan we vandaag nog naar de winkel toe?

.

Ik heb honger, ik heb dorst

maar de koelkast is leeg

En, ik weet dat de fiets stuk is

maar is de winkel open?

Ik wil best lopen

als je moe bent

.

Mama, ik zie mensen om me heen met

zoveel spullen, zoveel kleren, zoveel speelgoed

.

waarom hebben wij het niet

en zij het wél goed?

.

Mama, gaan we nog ergens naar toe?

Op vakantie, zoals de kinderen uit mijn klas?

.

Mama, mag ik voor kerst misschien die jas?

En als ik geen zakgeld meer vraag

misschien dan ook die tas?

.

Want…

ze pesten me op school

ze zeggen dat ik schooi

ik voel me zó anders

maar met die spullen ben ik mooi

.

Mama

ik hou van jou

ik wéét dat je je best doet

ik hou van jou

.

We hebben niet zoveel, maar je bent er

We hebben niet zoveel spullen of centen

.

maar de meester zei

dat je alles voor me doet

En dat je houdt van mij

Dus alles komt vast goed

.

Van Kooten en de Bie

Detlov P. van Paasen

.

In de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van zaterdag 13 april schrijft ze: “.. er is altijd wel wat te vinden waarbij genoeg tijd overblijft voor het scheppen van veelbelovende dichtbundels (Ruiter langs drijfzand)…”. Wanneer ik zoiets lees word ik meteen nieuwsgierig. Die titel zegt me namelijk helemaal niets. En omdat ik weet dat er nog zoveel titels zijn van dichtbundels die ik niet ken, ga ik dan op zoek; wie is de dichter? wanneer is het uitgegeven?

Wat schetst mijn verbazing als ik dan op een pagina van de (overigens geweldige website) dbnl.org terecht kom met als titel: ‘Het groot bescheurboek’ van van Kooten en de Bie uit 1986. Die pagina begint met de introductie van de Groenlandse dichter Uhughuanajoq Pilakapsak (1885-1926). Uiteraard is dit een gefingeerde dichter die is ontsproten uit de geniale breinen van van Kooten en de Bie. Dan lees ik: “Deze meest vooraanstaande dichter van het Noordelijk IJsgebied (Nobelprijs 1925), werd nog niet eerder in de Nederlandse taal vertaald. Wij vroegen vier vooraanstaande vertalers hetzelfde gedicht te vertalen.”.

Daaronder een ‘Groenlands gedicht’ in het Groenlands. Nu dacht ik dat men in Groenland Deens sprak (en dat klopt) maar er wordt ook Kalaallisut gesproken. Nu lijkt het me sterk dat dit Kalaallisut is (volgens Google translate lijkt het nog het meest op Somalisch!) en waarschijnlijk is het een hoop flauwekul. maar dan volgen er maar liefst 4 vertalingen van de meest uiteenlopende én bijzondere ‘wetenschappers’ te weten:

Peter de Munck (1938), wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Arctisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden, Wonno Bleijleven (1943),studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent, Hans Boerema (1921), ex-conrector van het Colijnlyceum te Zwolle en tenslotte Detlov P. van Paasen (1933). Dichter. Publiceerde Pendule (1949), Ruiter langs drijfzand (1951) en De pendule in het drijfzand (1983).

Natuurlijk is dit allemaal grote flauwekul maar zo slim en creatief bedacht door van Kooten en de Bie dat ik jullie hier het gedicht van Uhughuanajoq Pilakapsak en  de vertaling van dichter Detlov P. van Paasen niet wil onthouden. Voor alle ‘vertalingen’ (die heel verschillend zijn) kun je terecht op https://www.dbnl.org/tekst/bie_003groo01_01/bie_003groo01_01_0161.php

.

Aunerit e Aungêq
.
Nuliajuk a Amingat aka kivka
Mataluk atsiaq pibloktoq
Pu lorssuaq
Inuktomajoq
Qagsse osse mausurniq
Kivkaq oe padloq
Qujanaq qujanaq kivlaq umaga
Ajorpot kisiek ajingilat
.
.
Het gesmolten ijsje
.
De zon noch de maan
krijgen hem klein.
Dat zou ook te dol zijn.
Ik ben immers
de Grote IJseter?
De snackbar staat stampvol,
mijn ijsje is gevallen.
Dank je wel. Jij bent het
die mij een nieuw ijsje doet.
En alles komt weer goed.
.
.

Stormspinsel

Liefdespoëzie

.

In het begin van 2019 gaf ik via mijn uitgeverij van poëzie MUG books de bundel uit van de Vlaamse dichter Evy van Eynde, getiteld ‘Zal ik liefde noemen’. In deze bundel staan prachtige liefdesgedichten en omdat ik in de stemming ben (liefdespoëzie kan eigenlijk altijd) wil ik hier graag nog een gedicht uit deze bundel met jullie delen. De bundel is te koop bij de dichter https://evyvaneynde.wordpress.com/2019/01/20/zal-ik-liefde-noemen-3 voor de mooie prijs van € 12,50.

Ik koos voor het gedicht ‘Stormspinsel’ uit het hoofdstuk ‘Een beek | Een zee’. Wil je Evy live aan het werk zien en horen dan kun je terecht tijdens de Poëziebustoer van dit jaar (5 t/m 11 augustus) in een aantal Nederlandse en Vlaamse steden. Hou https://poeziebus.nl/ in de gaten voor de dienstregeling in augustus.

 

Stormspinsel

.

Het dondert en het bliksemt

en het hagelt sabels

rondom mij

.

spin mij

een flinterdun vliesje

.

Op rijstpapier

en rozenblaadjes

pen je me zoet

.

dat je me ziet

dat je me wilt

dat je me doet

.

In de storm die mij belaagt

me wankelen laat, plaag

jij me vloeibaar

.

in een cocon

van malse regen

.

In badpak

(Bijna) vergeten dichter

.

Halbo Christiaan Kool (of H.C. Kool zoals hij bekend stond) leefde van 1907 tot 1968 en was  dichter, journalist, criticus en vertaler. Al voor zijn debuutbundel ‘De Tooverformule’ in 1930 had Kool een reputatie als Nederlands jongste dichter en is later als een literair wonderkind bestempeld. Hij heeft, ondanks de steun van H. Marsman, deze belofte echter nooit helemaal waar kunnen maken. Desalniettemin bleef Kool zijn gehele leven dichten en schrijven. Zo schreef hij 6 dichtbundels en verzorgde verschillende bloemlezingen.  Zijn werk, vooral uit de jaren dertig, is sterk geëngageerd. Ook anderszins stond zijn leven in dienst van de letterkunde. Hij was een van de samenstellers van het in 1944 illegaal verschenen ‘Vrij Nederlandsch Liedboek’. Daarnaast was hij in 1944 medeoprichter en vervolgens bestuurslid van de tot de bevrijding clandestiene uitgeverij De Bezige Bij.

H.C. Kool publiceerde onder vele (16!) pseudoniemen. Voor, tijdens en na de oorlog. Zijn mooiste pseudoniemen vind ik wel Ad Interem of Ad Interim, (ook Ad Int.) , Oom Hik, van de Plant Jr. en -C.-.

In 1968 verscheen in het Poëtisch erfdeel het gedicht ‘Roesj in badpak’ van H.C. Kool wat ook een andere kant van zijn dichterschap laat zien. In dit gedicht klinkt het verlangen door van jonge mannen naar jonge vrouwen, met wat mij betreft, de prachtige zinnen ‘hoor het lied der blinde vinken / wreed gelooid aan hare zijde’.

.

Roesj in badpak

.

Al het water van de zee

was geen roze schelpen schoner

dan de nagels harer tenen

dan de nagels harer pinken

bij het naderen van de zomer;

.

hoor het lied der blinde vinken,

wreed gekooid aan hare zijde,

ruisen in de roze schelpen

van haar schoon volmaakte oren;

,

al het water van de zee

wast geen roze schelpen schoner

dan dit graag decolleté.

.

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

Hans Lodeizen

.

Zeger de Ruiter reageerde op mijn verzoek om dichters te noemen waaraan ik aandacht zou kunnen besteden met de dichter Hans Lodeizen. Nu vind ik Hans Lodeizen een geweldig dichter dus dat doe ik met alle liefde. Lodeizen (1924 – 1950) schreef slecht één dichtbundel ‘Het innerlijk behang’ (en wat nagelaten werk) maar hij verwierf zich desalniettemin een heel eigen plaats in net literaire landschap. Hij had een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied en geldt min of meer als voorloper van de Vijftigers.

Peter Berger schreef over het werk van Lodeizen: Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch’. (Bron: Wikipedia)

.

ik heb mij met moeite alleen gemaakt

.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

.

Entree naar de hemel

Niels Landstra

.

In 2018 verscheen bij uitgeverij U2pi in de reeks OPEN de nieuwste dichtbundel van Niels Landstra getiteld ‘Entree naar de hemel’. Toen ik de achterflap las schrok ik een beetje. In heel grote woorden waarin de superlatieven de boventoon voeren wordt het werk van Niels beschreven. Onnavolgbaar, adembenemend, duizelingwekkend, grenzeloos, zo ken ik Niels niet echt. Nu kan het zijn dat hij deze tekst niet zelf heeft geschreven maar het zette me wel even op een verkeerd spoor. De gedichten in de bundel zijn namelijk een veel betere weergave van wie Niels is en wat hij kan. En dichten kan hij. Opnieuw een bundel waarin je mee wordt genomen in zijn leven, de dingen die hij meemaakt, ervaart en ziet. Prachtige gedichten, vaak met een wat zware kijk op de dingen, zoals voor wie hij liefheeft (zijn dochters), zijn internetdates (schrijnend) en de gedichten over zijn leven (wat meer beschouwend).

Ondanks de soms niet zo rooskleurige kijk op de wereld van Niels heb ik deze bundel toch met veel plezier gelezen, niet alleen door de onderwerpen die Niels beschrijft en behandeld maar zeker door zijn taal, zijn poëtische manier van de dingen zien en weergeven zoals bijvoorbeeld in de reeks gedichten ‘Saluti a tutti’I t/m V.  “Bleef haar naam vanouds in de kroeg nagalmen / in een koor geslaakt met die Italiaanse groet / op de laatste wankeling van gast of feeststoet / de schittering van een ster in de ramen”

Dat Niels de humor in zijn poëzie ook een plekje weet te geven blijkt voor mij uit het gedicht ‘De gelukkige asceet’.

.

De gelukkige asceet

.

Op een maartse rommelmarkt zag hij haar voor

het eerst. Oude mascara, een wilde blik

een gebeeldhouwde mond, rommelig gestift

,

desolaat tegen een marsepeinen decor

van wolken, boven haar henna geverfd haar

een schittering witblauw maanlicht. Wankelbaar

maar grif kreeg hij het gefikst: tegen betaling

ging ze mee, hij bespeurde geen aarzeling

toen hij het palet van haar verschijnen verwierf

.

en met de dame zielsalleen naar huis toe zwierf

het portret ophing boven zijn bed vertrouwd

zij jong en fris bleef. de asceet gelukkig oud.

.

Al met al is de bundel ‘Entree naar de hemel’ opnieuw een mooie bundel vol zeer lezenswaardige gedichten geworden, mooi uitgegeven en laat je door de tekst op de achterflap vooral niet afschrikken of weerhouden de inhoud tot je te nemen. Want dat laatste is zeker de moeite waard.

.

%d bloggers liken dit: