Site-archief

Derrel Niemeijer

Krankzinnig Aangedicht!!!!!

.

Toen ik mijn kast aan het opruimen was kwam ik de bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ van de, veel te vroeg gestorven, dichter en fijn mens Derrel Niemeijer tegen. In 2013 deed ik een poging om een recensie te schrijven over deze (op A4 uitgeven) bundel. De recensie vind je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/06/krankzinnig-aangedicht/

Ik denk nog regelmatig terug aan Derrel, aan zijn chaos, zijn aanwezigheid bij poëziepodia, aan zijn laatste jaar, aan zijn levenslust en zijn absurde invallen en aan onze correspondentie op Facebook. Ik heb ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ dan ook met enige melancholie terug gelezen.

En opdat we Derrel en zijn poëzie nooit vergeten hier het gedicht ‘Openbaar vervoer’ uit deze bundel, opgedragen aan toen nog zijn geliefde bonbonneke Nancy Meelens, en van een voorwoord voorzien door zijn grote vriend Von Solo.

.

Openbaar vervoer

.

Pak de trein

(klasse vee),

kom niet waar

ik blief te zijn.

.

De NS nimmer

zo slecht geweest

qua vervoer

van varkens.

.

Ik leef als een beest

terwijl ik mens ben.

Word ik daarom

geslacht.

.

Het raakt gewend

om te sterven

en weer te leven,

gelijk de

“Feniks”.

.

Eeuwige cyclus in

het dichtershart.

.

Levensinkt

Een recensie

.

Op 27 oktober presenteerde uitgeverij Douane in Rotterdam de eerste solobundel van dichter Mark Boninsegna. Ik was daarbij aanwezig en de presentatie deed recht aan de dichter Boninsegna, druk, gezellig, onbevangen en recht uit het hart. Ik ken Mark al langer, stond regelmatig samen met hem op podia en samen met een aantal andere Rotterdamse dichters werd zijn werk (op zijn initiatief) gepubliceerd in de zeer succesvolle bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ de eerste papieren uitgave van MUG books.

En dan is er nu zijn eerste solobundel ‘Levensinkt’. Eigenlijk zeggen de quote aan de binnenkant van de voorflap en de opdracht op de pagina na de titelpagina al heel veel over de inhoud van deze bundel;

Wereldseks / wanneer ik stiekem porno wil kijken / weet ik nooit wat te kiezen / de keuze is reuze (…)  en

Voor Ad Schouten  Weet dat God bij u is / -Hell no! / And if so… I’ll break its fucking neck

Twee stukjes tekst die veel  zeggen over deze zelfverklaarde Rock & Roll dichter. Aan de ene kant de directe toon, de onbeschaamdheid en bravoure en aan de andere kant het persoonlijke aspect. Want dat zijn twee rode draden die in deze bundel steeds weer boven komen. Wanneer mark Boninsegna poëzie schrijft over zijn zoontje Tony of zijn vrouw, over dichters en vrienden die zijn overleden, dan is hij heel persoonlijk in zijn woorden, en deelt hij een intimiteit die je op basis van de andere rode draad in zijn werk misschien niet meteen verwacht. En juist dat kenmerkt de dichter Boninsegna. Een ‘harde’ stoere kant vol bravoure gekoppeld aan een klein hartje en een lieve (ik durf het bijna niet te schrijven) zachte kant.

Uit het titelgedicht ‘Levensinkt’

.

Wanneer samen / schrijf ik woorden / op jouw lichaam

lezen wij poëzie / bewegend op ritmes / van jouw hart

.

En uit ‘Rotterdam street art’

.

waar anders dan op straat / in Rotterdam ken je op een Picasso /

abstractionisme creëren met je eigen zeik

.

En dan is er nog de stad Rotterdam, Italië, en zijn helden Jules Deelder en Frans Vogel. Aan de stad Rotterdam zijn meerdere gedichten gewijd (waaronder het geweldige gedicht ‘Port of Rotterdam’ nu volledig met ook de Watertorenhaven), in het hoofdstuk ‘Fortior Propter Proelium’ de wapenspreuk van Rotterdam (Sterker door strijd), staan gedichten over de Hef, Vreewijk, Delftsestraat en de lang in Rotterdam woonachtige en overleden dichter Frans Vogel. In het hoofdstuk ‘Il Teatro’ gedichten uit en over Italië, na Rotterdam Marks grote liefde en in het hoofdstuk ‘Grenzeloos’ onder andere gedichten over overleden vrienden en helden als Ad Schouten, Derrel Niemeijer en Menno Wigman. In deze laatste genoemde gedichten blijkt ook weer dat Mark Boninsegna niet alleen de recht voor zijn raap dichter is die hij graag op het podium laat zien maar juist ook de integere dichter van prachtige poëzie zoals in het gedicht ‘Adieu’ voor Menno Wigman.

.

Adieu

.

Voor Menno Wigman

.

het was koud en iedereen wou binnen

de laatste warmte van jou

.

waardoor ik buiten achter het raam stond

te kijken naar waar je voor altijd zal liggen

.

te luisteren naar muziek en poëzie

met duizenden die niets anders te doen hebben

.

dan de aarde waarin zij liggen vergeten

in de schoot van de moeder dekten wij je toe

.

Wie in deze donkere dagen voor kerst en Sinterklaas nog een persoonlijk cadeau zoekt waar je de ene keer om kunt (glim)lachen (61 aardkloten) en dan weer aan het denken wordt gezet, kan ik alleen maar zeggen: Schaf ‘Levensinkt’aan,een bundel die je niet zal teleurstellen.

.

Mark Boninsegna overhandigt het eerste exemplaar van zijn bundel ‘Levensinkt’ aan schrijfster/dichter Elfie Tromp.

.

 

Er staat nog een stoel

Marijke Hooghwinkel²

.

Afgelopen vrijdag kwam ik Marijke Hooghwinkel tegen bij een voordracht in Breda. Thuis gekomen nam ik haar bundel ‘er staat nog een stoel’ er weer eens bij die ze in oktober 2016 publiceerde bij uitgeverij MeerPeper. Het was de wens van Derrel Niemeijer, de ons helaas ontvallen dichter en naast Lea Theunissen, medeoprichter van de uitgeverij, om Marijke bij MeerPeper te laten debuteren.

Marijke is autonoom beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en ze organiseert het 1m² Podium. Een van haar thema’s is Onderweg en Ruimte. In de bijzonder fraai en met zorg uitgegeven bundel ‘er staat nog een stoel’ staan 28 gedichten, allemaal zonder titel en allemaal persoonlijk van toon zoals ook het volgende gedicht.

.

waar realiteit

lekt

vallen kelders

.

hier blijf ik staan

op de

.

drempel

.

zie ik jou in mij zie ik

mij in jou wij ballen ons

samen

.

hier blijf ik staan

naar andere diepten

waar jij zult verlangen

naar mij

.

of zal ik deze spiegel metéén

leegvegenwant

jij kijkt vanuit jouw taal

.

mijn blik kruist ooit

vooruit met jou mee

.

Von Solo

De Jeff Koons van de vaderlandse poëzie

.

Ik heb al een tijdje niets meer vernomen van Von Solo, de self acclaimed Jeff Koons van de vaderlandse poëzie. Sinds het overlijden van zijn grote vriend Derrel Niemeijer is het, voor mij in ieder geval, wat stil geworden rond deze sympathieke dichter. Von Solo is een ware activist in de voordrachts- en slampoëzie. Sinds een vliegende start in het najaar van 2011 bestijgt hij podia door geheel Nederland en België. Hij wekt afschuw en afbraak en heeft hier een solide reputatie mee opgebouwd die hij maar al te graag tegelijk waarmaakt en ondergraaft. Dat staat op zijn website te lezen http://www.vonsolo.nl

Daar lees ik ook vooral columns van zijn hand, zeer leesbaar, actueel en gevat maar toch anders dan zijn poëzie. Zijn laatste optreden (en daar is Von Solo legendarisch om wat mij betreft), dateert alweer van 1 oktober jongstleden. Om de jonge lezers die Von Solo nog niet kennen te introduceren met zijn werk heb ik zijn gedicht ‘Pantserkruiser Potemkin’ gekozen om hier met jullie te delen. Wil je Von Solo ‘echt’ meemaken ga dan eens naar een voordracht van hem.

.

Pantserkruiser Potemkin

.

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

.

Derrel Niemeijer

Dichter van de maand november

.

Nu op zondag 4 december, om 15.00,  in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.

Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.

.

mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.

onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.

maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.

maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.

kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.

zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.

leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.

zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.

geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.

ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.

maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.

ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu

eerst maar eens rusten.

mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.

het is ’s ochtends.

zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.

ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.

ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.

.

 

mp

Zombie vampirella Robot koeien

Dichter van de maand

.

Na als eerste een serieus gedicht van Derrel Niemeijer als dichter van de maand november te hebben geplaatst, en daarna een wat curieuzer gedicht vorige week, deze week een gedicht van Derrel zoals we hem ook kennen; Licht hysterisch, grappig maar vooral nogal absurdistisch. Persoonlijk vind ik dit soort gedichten van Derrel altijd erg leuk om te lezen, vandaar mijn keuze voor ‘ZombieVampirellaRobotkoeien’ dat hij schreef op 3 mei van dit jaar.

.

“ZombieVampirellaRobotkoeien van
de planeet Karnemelkweg
spuiten halfvolle melk
uit de uiers

vanwege ..?..

(zuivelmisbruik)”,
is helaas er niet
als titel van een film.

wat zou
mijn freudiaans hoofd
nu denken.

dat kunnen veel
tieten zijn
in een film,
met maar een
paar vrouwen
als actrices.

.

vampirella

Hoe durft men het lef te hebben

Derrel Niemeijer

.

De tweede zondag van november is weer voor Derrel Niemeijer als dichter van de maand. In juni schreef hij over dit gedicht in typisch Derreliaanse bewoordingen:

“inmiddels een oudje, waar ik nog immer met een bepaalde mate van achting naar kan kijken, den deze uiting is een positief bevestigende.” Wie het weet mag het zeggen.

.

Hoe durft men het lef te hebben,
het lef te hebben om
plezier te ervaren of
iets wat ze vreugde noemen?

De gehele wereld is in vlammen gevat.
Crematoriums.

Heilige grond ter begrafenis
is bezoedeld met leugens
dat het hier goed rusten is.

Ik zie graafmachines
graven om graven te legen.
Overal afgedankte botten,
afgedankte botten
op een hoop.

Onderwijl wordt leven gegeven,
leven gegeven uit moederschoot.
Met een zucht, puf en vloek
werpt ze het kind
nu inmiddels al vervloekt.

De weg naar verlossing
gelegen in het sterven
mag gaan beginnen.

Eenmaal de eerste stap genomen
is er geen weg meer terug.

Wees slim,
kies om te sterven
voor je leeft!

De eerste adem is
het startsein voor
uiteindelijk de laatste.

Bij het ochtendgloren
worden de meeste mensen gezien.
Tegen de avond
verdwijnen ze uit het zicht.
Des nacht worden er
niet veel meer gezien.
Daags erna bij het ochtendgloren
zijn vele volledig
verdwenen uit het zicht.

Nachten zijn lang
wanneer men niet kan slapen,
de weg lijkt lang
voor hen die zijn uitgeput
maar niet verdwijnen kunnen.

Insomnia, ziekte,
de dood wordt uitgerekt
over vele nachten.

Sommige sterven
nog voor de geboorte.
Sommige sterven
wanneer ze leren kruipen.
Sommige net als
ze pas leren lopen.
En sommige
wanneer ze een
derde been nodig hebben,
wandelstok of rollator.

Sommige sterven oud
en sommige sterven te jong.
Sommigen zelfs
in de bloei en
een enkeling nooit.

Het leven is vergankelijk
en sommige rijpen snel
om vroeg te vallen.

We zijn als vruchten
indien rijp dan vallen ze

vallen ze van de boom
om op de grond weg te rotten,
wij erin.

Niet dus,
zelfs wanneer we dood zijn
willen we nog vervuilen.
De gehele wereld is
in vlammen gevat.
Crematoriums.

.

derrel-3

De dood is een nat wegdek

Derrel Niemeijer, dichter van de maand

.

Zoals ik al aankondigde vlak voor zijn overlijden, is Derrel Niemeijer in november Dichter van de maand. Als een hommage aan een lieve, bijzondere, eigenzinnige man en dichter. De komende weken zal ik op zondag een gedicht van zijn hand publiceren. Vandaag is dat het gedicht met de begin regel ‘de dood is een nat pak’ door Derrel geschreven op 11 september toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Op zijn heel eigen manier beschouwt Derrel in dit gedicht het leven en de dood en alles wat er tussenin ligt, hij betrekt het op zichzelf en eindigt met een hoopvolle gedachte.

.

de dood is een nat wegdek.
de route te wandelen
is als een bananenschil,
die ik van kilometers afstand zie
en toch weet ik wat volgen gaat.

altijd weer de oudjes of
het jonge tuig wat
de straat bezet.
er omheen lopen is
in de stront trappen
van hun schoudertashondjes.

verafschuw deze mensen,
die mij steeds weer laten donderen
over banenschillen … alles is al bijna
gebroken … alles is al bijna vervangen
… alles is al bijna bionisch aan mij …
wacht nog op twee computers

om mijn hart c.q. ziel en ratio te vervangen.

kon ik maar een robot zijn.
zou geen fouten maken,
alleen mijn besturingssysteem
is dan iets te verwijten.

zag ik maar een verschil,
niet een overeenkomst,
maar ratio legt het goed uit.

ik ben wat ik worden wil.
dodelijk routine, eeuwig schrijven
… eeuwig lijden … een schouder,
die mij iets zegt. versta de taal niet.

ik voel alleen maar.
misschien dan toch geen robot?

.

derrel-poeziebus

                                          Derrel tijdens de Poëziebustoer 2015

De spiegel

Laatste maal dichter van de maand

.

Vandaag is Toon Tellegen voor het laatst dichter van de maand want het is de laatste zondag van oktober. Zoals al aangekondigd zal de in oktober overleden dichter Derrel Niemeijer, als eerbetoon, in november dichter van de maand zijn. Nu dus nog eenmaal een gedicht van Toon Tellegen. Uit de bundel ‘De andere ridders’ uit 1984 heb ik gekozen voor ‘de spiegel’ zo’n typisch Tellegen gedicht waarin je, na zorgvuldige lezing, zoveel meer leest dan er op het eerste oog staat geschreven.

.

De spiegel

.

Er hing een spiegel boven het water.

De zwemmer keek omhoog

en zag zichzelf daar zwemmen in het glinsterende water,

hij zag hoe kalm hij zich bewoog.

De lucht was blauw

en de spiegel zweefde allengs naar de verte, weerkaatste

nog een waterlelie

en verdween.

De zwemmer zwom ontroostbaar verder

zo zonder spiegel zwom hij nergens heen.

.

zwemmer

Honger en dorst

Simon Vinkenoog

.

Op een dag als vandaag, dat dichter en poëzievriend Derrel Niemeijer wordt gecremeerd, past een gedicht van beatdichter Simon Vinkenoog (1928 – 2009). Uit zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950 heb ik gekozen voor het gedicht ‘Honger en dorst’.

.

Honger en dorst

.

Honderd woorden schreef ik

die ik kende, en de andere zocht ik op.

Soms dacht ik, sta op, zoek niet langer,

ga uit. Maar het regent buiten

en zwart is de nacht.

.

(ik kan liegen alsof het gedrukt staat,

want papier is gewillig

en ik heb niemand tot getuige).

.

Maar ik kan niet, ik durf niet naar buiten,

want woorden zijn bedrog,

een kil verraad dat tocht binnenlaat

dat slapen gaat en ademt

dat honger lijdt en dorst

.

(ik sta voortdurend in het krijt

maar niemand maant mij

tot betalen).

.

Mijn lichaam leeft van renteloze woeker

en woorden zijn ongeneeslijk –

.

niet van binnen, waar de pijn mort

en niet naar buiten,

waar het regent.

.

sv

%d bloggers liken dit: