Site-archief

Elementen

Garmt Stuiveling

.

In 1931 publiceerde dichter en literator Garmt Stuiveling zijn debuut als dichter getiteld ‘Elementen’. Mijn versie is een derde druk uit 1949 maar zou, qua vorm en ontwerp, ook zomaar van nu kunnen zijn. Stuiveling (1907 – 1985) had al enige werken gepubliceerd voordat hij met deze poëziebundel kwam en ook na deze bundel zouden van hem werken als ‘Rekenschap’ en ‘Een eeuw Nederlandse Letteren’ (beide uit 1941) verschijnen waardoor hij grotere bekendheid kreeg. dat is waarschijnlijk ook de reden dat 18 jaar na het verschijnen van ‘Elementen’ er een derde druk volgde.

In de binnenflap van de bundel is te lezen: “Zijn natuurlyriek, zijn menselijke gevoelens, zijn sociale overtuiging, zijn wijsgerige denkbeelden: zij allen vormen in hun onderlinge samenhang de inhoud van dit werk dat nergens ‘modern’ maar evenmin ergens ‘ouderwets’ aandoet , omdat Stuiveling in zijn rustige en weloverwogen taalbeheersing zomin het experiment om het experiment zoekt, als in versleten retoriek blijft steken”.

Maatschappelijk gezien vervulde Stuiveling een grote rol in de sociaaldemocratische beweging; hij was pacifist, geheelonthouder en al voor de oorlog lid van de SDAP. Hij had een vooraanstaande positie in tal van organisaties, instellingen en verenigingen. Voor de oorlog publiceerde hij onder andere in het literair tijdschrift Forum, na de oorlog verkreeg hij vooral bekendheid als wetenschapper en door zijn rol in het maatschappelijk leven. Uit de bundel ‘Elementen’ koos ik voor het gedicht ‘de stad’.

.

De stad

.

Zo zijt ge, stad: een donker silhouet,

een monster laag en wreed ineengedoken,

met duizend felle klauwen opgestoken

en in het levend hemellicht gezet.

.

Zo zijt ge, stad: een stormend meer van steen,

maar onder wildbewogen dakengolven

weet ik geheel een mensgeslacht bedolven

door elk seizoen en alle tijden heen.

.

Zo zijt ge, stad: uw gevels zij aan zij

weren de zonneschijn en ’t winderuisen,

en grauwe mensen tussen grauwe huizen

bewegen naamloos aan elkaar voorbij.

.

Maar als de avond tot u wederkeert,

bloeit elke straat tot lichtend wonder open,

en door uw wezen komt de gloed gelopen

van brandend leven dat zichzelf verteerd.

.

 

Advertenties

Dichter van de maand juni

Remco Campert

.

Na Gerrit Komrij is Remco Campert de tweede dichter van de maand. Remco Campert was één van de eerste dichters die mijn liefde voor poëzie heeft aangewakkerd en waar ik een bundel van kocht. Het was meteen ook een lijvig werk met meer dan 450 van zijn gedichten. De bundel ‘Alle bundels gedichten, 1951 – 1970’ werd in 1976 uitgegeven door de Bezige Bij. Mijn exemplaar is een derde druk uit 1983.

Dit verzameld werk bevat de eerste 10 poëziebundels van Remco Campert. Ik heb voor deze eerste zondag in juni gekozen voor het gedicht ‘Nacht’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Bij hoog en bij laag’ dat oorspronkelijk uit kwam in 1959.

.

Nacht

.

Wereld van aarde,

alle lichten uit.

.

Slapend lichaam van grond,

geurend lieve mandarijn,

.

hangend aan je gedroomde takje

in de nachtgaard.

.

Regen in juli,

liefde in woorden.

.

Je lichaam slaapt

als de schim van jonge bomen.

.

IMG_3687

De zwarte jager

Uit mijn boekenkast

.

Vandaag de bundel ‘De zwarte jager’ van Jules Deelder. Gekocht als derde druk in 1984 toen ik Deelder als dichter ontdekte. Uit deze bundel (uitgegeven door De Bezige Bij) met gedichten zonder titels en zonder uitzondering met een bijzondere typografische vormgeving, uit hoofdstuk III het volgende gedicht:

.

Ontstegen aan

…..het bleke bed

komt hij

…………..op weg

…..naar het toilet

Bix Beiderbecke

…………….tegen

die zonet

…………….op

……..zijn cornet

….de Koekoekswals

heeft ingezet

.

………………..Bij

…..nader inzien

..blijkt ook het

….toilet bezet

.

zwarte jager

%d bloggers liken dit: