Site-archief

Er is geen opening in water

Martie Genger

.

Uit de begin juli uitgekomen trilogie ‘Pauze in licht’ van Martie Genger (1936) bij MUGbooks uitgeverij van poëzie, nam ik uit deel 2 het gedicht ‘Er is geen opening in water’. Deze trilogie is te koop via pauzeinlicht@gmail.com voor € 35,-

.

Er is geen opening in water

.

Er is geen opening in water

noch gaten in de lucht.

Alleen ik val uit elkaar

na een leven lang

opgebouwd te zijn

uit anderen.

.

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Pretpark Poëzie

Ted van Lieshout

.

In 2015 december begon Ted van Lieshout ‘Pretpark poëzie’, een online magazine met poëzie voor kinderen en volwassenen. Hij riep mensen op om gedichten in te zenden voor een online magazine. Het idee achter Pretpark poëzie was dat er voortdurend gedichten aan toegevoegd konden worden, zodat het uiteindelijk een magazine vol gedichten zou worden. Omdat er vanaf het begin veel meer gedichten werden ingezonden dan er konden worden geplaatst moest men al meteen gaan selecteren.

Op Gedichtendag 2016 (in januari) verscheen deel 1 van Pretpark Poëzie en nu, ditzelfde jaar is men al aan deel 6 toe (verschijnt eind november). Pretpark Poëzie is er voor alle leeftijden maar er wordt in het selectieproces natuurlijk wel rekening gehouden met de leeftijd van de inzenders.

Het magazine (deel 2) is een feest om te lezen. Van gevestigde dichters tot heel onbekend, van poëzie van een 9 jarig meisje tot SMS poëzie. Prachtig vormgegeven is  Pretpark Poëzie een plezier om te lezen en door te bladeren.

De tweede aflevering van dit magazine is hier https://issuu.com/tedvanlieshout/docs/pp2  te lezen en bekijken. Meer informatie staat op http://pretparkpoezie.nl/

Uit deze tweede editie het gedicht van Annie van Gansewinkel ‘Geen weg terug’.

.

Geen weg terug

.

Ik keer op mijn schreden

en zoek mijn sporen.

De weg terug is

nooit meer hetzelfde,

mijn voetstappen

staan achterstevoren.

.

pp-logo-perpsctief-plat

 

 

Jan Arends

Spiegel van de Nederlandse poëzie

.

Sinds kort ben ik in het bezit van de ‘Spiegel van de Nederlandse poëzie’ in twee delen. Deel 1 behandelt de poëzie van 1100 tot en met 1900 en deel 2 de Nederlandse poëzie van de twintigste eeuw. Nu moet je de 20ste eeuw niet te nauw nemen want mijn uitgaven zijn van 1979. Nog een vijfde van de eeuw te gaan die niet meegenomen is, maar dit terzijde.

In deze bundel vele bekende dichters en een groot aantal minder bekende dichters. Wie kent bijvoorbeeld  J. Decroos en P.N. van Eyck nog of Garmt Stuiveling. Toch lees ik bij deze minder bekende dichters vaak heel bijzondere poëzie.

Toch viel al lezend en bladerend een gedicht van Jan Arends mij op. Jan Arends is bekender als dichter en ik schreef al eerder over zijn werk en leven (3 juni 2016). Dit gedicht wilde ik toch graag met jullie delen omdat het aan de ene kant de poëzie beschrijft zoals ik ze ook soms zie en aan de andere kant de donkere kant van Jan Arends (hij pleegde zelfmoord op 49 jarige leeftijd). Uit: Nagelaten gedichten uit 1975.

.

Het is

een gedicht.

.

Het is maar

een afvalprodukt

van wat ik weet.

.

Ik

weet het.

.

Het is

het onvertaalbare weten

dat mij kwaad laat doen.

.

Het is

geen woord

maar

het is liefde

en haat.

.

Het woord

dat ik niet zeggen kan

dat mij

verbitterd maakt

en oud.

.

spiegel_1979_new

Nieuw gedicht

Deel 2

.

Nu dan het tweede deel uit het drieluik ‘Reasons to be cheerful.

Part two.

.

First love

.

Het kleedhokje is van haar.

Aan alles voel en ruik je dat. Ze

gooit een jurkje over de muur.

‘Deze is toch veels te groot schatje’

Hij staat op en pakt het aan. Hij

.

oogt vermoeid. ‘Die strapless is wel

vet maar mijn string schijnt door’ komt

achter het gordijn vandaan. ‘Oh’ zegt hij

en kijkt naar links. De vrouw van middelbare

leeftijd kijkt hem recht aan en gelijk weer

.

weg. Ze staat op en strijkt haar rok glad.

‘Kom we gaan lieverd’. Moeder en dochter

lopen de pasruimte uit. Hij volgt ze met

zijn ogen, langs de rijen kleding, tot ver

na de kassa’s en roltrappen.

.

%d bloggers liken dit: