Site-archief

Vicky Francken

Ik ben een bijl

.

In 2009 stelde Erik Jan Harmens de verzamelbundel ‘Ik ben een bijl’ samen met als ondertitel ‘Nieuwe dichters uit de jaren nul’. In deze bundel staat onder andere een gedicht van Vicky Francken.

Vicky Francken (1989) ontving voor haar tijdschriftdebuut de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie en publiceerde daarna onder meer in Tirade en Revisor. Ze studeerde vertaalwetenschap en werkt als literair vertaler uit het Frans en Engels. Ze debuteerde in 2017 met de bundel ‘Röntgenfotomodel’ die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs: ‘Francken is een dichter die het experiment niet schuwt. Muzikaal, lichtvoetig en speels.’ aldus het juryrapport. Uit ‘Ik ben een bijl’ het titelloze gedicht van haar hand.

.

Sommigen staan in de deurpost met een schaar

in nde palm van hun hand als een slaapppil

op weg naar hun mond om te zorgen

voor kunstmatig rustige lakens en wij

waren steeds mismaakte vaandels,

niet bedoeld om naar te zwaaien.

.

Tegen de scherven van licht

waren we weinig, niet meer

aanwezig dan ijzer soms

in de grond.

.

We bekleedden rustig de stoelen

waarop we zaten en vouwden onze vingers

als de punt van enveloppen naar binnen.

Zochten een weg geleid door gebaren

van blinden.

.

                                                                                                                                                                                                       Foto: Nadine Ancher

 

Advertenties

America, A Prophecy

Waar Zichtbaar alleen, William Blake en Bladerunner samen komen

.

In 2007 kwam mijn eerste dichtbundel uit ‘Zichtbaar alleen’. Deze bundel, die ik samen met fotograaf/kunstenaar Ruben Philipsen heb gemaakt, bevat twee ‘motto’s waaronder een uitspraak van Rurtger Hauer uit ‘Bladerunner (1982) die als volgt gaat: “All those moments will be lost in time, like tears in rain”. Nu binnenkort het vervolg op Bladerunner in de bioscoop verschijnt moet ik hier nog wel eens aan denken.

Nu las ik op een website over poëzie en films dat in het origineel van Bladerunner uit 1982 ook een gedicht is gebruikt van William Blake. Het blijkt hier te gaan om (een deel uit) het gedicht ‘America, A Prophecy’ uit 1793. William Blake die tijdens zijn leven een arm en berooid bestaan leefde werkte als dichter maar vooral als illustrator. ‘America, A Prophecy’ heeft hij thuis geschreven, geïllustreerd en uitgegeven. Van het origineel zijn nog 14 stuks bewaard gebleven.

Het gedicht gaat in grote lijnen over Europa en Amerika waarbij de focus ligt op Amerika als het beloofde, het profetische land. Het is een verhalend gedicht en wordt gezien als een profetie, een voorspellend verhaal over gebeurtenissen in de toekomst. Blake was heel hoopvol over de ontwikkelingen tijdens de  Amerikaanse revolutie maar hij was heel teleurgesteld in het feit dat dit niet leidde tot het afschaffen van de slavernij.

Uit het gedicht een tweetal strofes die in het origineel van Bladerunner voorkomen. Wil je de hele tekst lezen kijk dan hier http://www.bartleby.com/235/257.html

.

America, A Prophecy

.

Fiery the Angels rose, & as they rose deep thunder roll’d
Around their shores: indignant burning with the fires of Orc
And Bostons Angel cried aloud as they flew thro’ the dark night.

He cried: Why trembles honesty and like a murderer,
Why seeks he refuge from the frowns of his immortal station!
Must the generous tremble & leave his joy, to the idle: to the pestilence!
That mock him? who commanded this? what God? what Angel!

.

                                                                                                                                                                  Afbeeldingen uit de collectie van The Morgan Library

Staande tapijten

Annemarie Estor

.

Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht.  Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).

In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’  en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.

.

Staande tapijten

.

Als je met je nagels op mijn billen schrijft

verschijnen op de doodgestaarde muur

tussen de palen van het hemelbed,

staande tapijten met uitzinnige partijen

en patronen: ontworpen voor stelsels

waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,

tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.

.

Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt

over mijn gebladerte, camelia,

dan wellen geuren op

uit gebergten van hoofdkussens,

doordrenkt met rotte perzikken,

ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,

zwarte pruimen uit monden van mannen.

.

                                                                                                                                                                                 Foto:  Knack, Charlie De Keersmaecker

 

 

 

Sonnet 30

Edna St. Vincent Millay

.

Op zondag 30 augustus 2015 schreef ik op ‘Herman de Coninckzondag’ over zijn bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978. Deze bundel bestaat uit vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981. Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)  was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, voor de bundel ‘The Harp-Weaver and Other Poems waarmee ze de eerste vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend (de Pulitzerprijs voor poëzie wordt uitgereikt sinds 1922).

Haar eerste poëziebundel ‘Renascence and Other Poems’ (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing ‘The Lyric Year’. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn. Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.

Hoewel biseksueel en bekend door haar schoonheid en onconventionele leefstijl trouwde ze in 1923 met de veel oudere en rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain. In 1950 overleed ze na een val van een trap waarbij ze haar nek brak.

Het gedicht ‘Sonnet 30′ werd door Herman de Coninck vertaald en gepubliceerd in ‘Ter ere van de goedertieren maan’.

.

Sonnet 30

.

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

.

Sonnet 30

.

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.

Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,

geen reddingsboei voor wie verdrinken.

Liefde is nergens voor en nergens tegen.

Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.

Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,

tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.

Je hebt er niets aan maar je kunt niet zonder.

Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,

verslagen van pijn en kreunend om respijt,

gesard door armoe en moe van het huilen

jouw liefde voor rust zou verruilen,

of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.

Het kan best zijn. Maar ik geloof het niet.

.

Foto: Calr van Vechten, 1933

2500!

Zichtbaar alleen

.

Op 1 oktober 2007, bijna 10 jaar geleden, plaatste ik mijn eerste bericht op dit blog. Toen nog onder web-log.nl. Dat eerste bericht was een aankondiging van mijn debuutbundel samen met Ruben Philipsen, fotograaf en kunstenaar, getiteld ‘Zichtbaar alleen’. Dat is ook de reden dat dit blog die naam heeft.

Om wat meer publiciteit te geven aan het feit dat ik een poëziebundel ging publiceren ben ik dit blog begonnen maar al snel na publicatie en presentaties van de bundel was ik daarover uitgeschreven. Vanaf dat moment begon ik ook over de poëzie van anderen te schrijven. Tegenwoordig schrijf ik eigenlijk nog uitsluitend over de poëzie van anderen en af en toe plaats ik nog een gedicht van mezelf onder de categorie ‘Gedichten’.

Vandaag op 10 juli plaats ik mijn 2500ste bericht. Als je me destijds had gezegd dat ik over 10 jaar nog steeds op dit blog zou schrijven en dat ik dan 2500 berichten verder zou zijn, zou ik je denk ik met een meewarige blik hebben bekeken.

Vandaag is dat anders. Over poëzie is zoveel te vertellen en te schrijven, daar ben je nooit klaar mee. Dus op naar de 5000. Om even stil te staan bij die eerste blog op 1 oktober 2007 hier een gedicht uit de bundel ‘Zichtbaar alleen’ met de titel ‘In het hardste graniet’.

.

In het hardste graniet

.

Het gevoel van het

ruwzachte fluweel aan zijn handen

van het allesomvattende

textiele schild

zijn borstrok, zijn harnas

in vallende plooien

maakte hem groter dan groot

.

Nu in het hardste graniet

de persoon en zijn bescherming

naast hem de vlucht en de blik

scherp als een jager

een herinnering aan het

gepantserd gezag, uit een tijd

die dit toeliet

.

Hester van Beers

Meander Dichtersprijs 2017

.

Afgelopen maand mocht ik mee jureren voor de Meander Dichtersprijs 2017. Mijn nummer 1, Hester van Beers werd uiteindelijk tweede. Hester van Beers uit Maarheeze, is studente medical engineering aan de TU in Eindhoven. In maart dit jaar presenteerde Hester haar eerste poëziebundel ‘Het einde van de roltrap’. In een interview in het Eindhovens Dagblad zegt ze: “Ik riep als kleuter al dat ik later schrijfster wilde worden”,  Ze had zich als kleuter het lezen al eigen gemaakt en schreef als leerling van groep 5 al hele verhalen. Wat later ging ze ook gedichten schrijven. “Het is een heel leuke combinatie: mijn exacte studie en het fantasierijke schrijven”, zegt ze. “Ik vind het leuk om een beeld dat ik heb zo te verwoorden dat een lezer er weer iets heel anders uit haalt. Een gedicht moet mensen ook aan het denken zetten”, legt ze uit.”.

Over de drie gedichten waarmee ze de finale haalde van de Meander Dichtersprijs schreef ik als commentaar bij mijn keuze: De poëzie van Hester van Beers zit vol van verrassende vondsten, haar invulling van een klein heelal is even opmerkelijk als herkenbaar. In duidelijke taal neemt ze de lezer mee in haar wereld, soms ongrijpbaar dan weer intiem en heel invoelbaar. Als je haar gedichten keer op keer wil lezen en steeds weer iets nieuws ontdekt in haar zorgvuldig opgebouwde constructies kan er maar één conclusie zijn; zij is voor mij de winnaar.

Vooral het gedicht waarin ‘een klein heelal’ moest voorkomen vond ik erg fraai, daarom hier dat gedicht getiteld ‘groter dan’.

.

groter dan

vandaag ben ik groter dan de stapelhuizen.

ik knijp mijn ogen stijf dicht en kies
een knikker uit de glazen pot.

een groene werveling zit gevangen
in het glas, een klein heelal
tussen mijn duim en wijsvinger.

ik rol het heen en weer
en broed een wereld uit.

de slager stelt de grote vragen.
hij rolt een plakje worst, knipoogt

en ik sta op mijn tenen
met mijn vingers uitgestrekt.

het vlees voelt koud en zacht
als oma’s dode wangen. kauwend loop ik weg.

de tegels omlijsten mijn stappen.
precies voor de stoeprand blijf ik staan.

ik laat de wereld vallen.
het glas klinkt
naar botsende planeten.

.

                                                                                                                                                      Foto: DeMeus

Lees de drie gedichten waarmee ze mee deed op http://meandermagazine.net/wp/2017/04/de-gedichten-van-de-finale-1/

Minste van beide

Uit mijn boekenkast

.

Vandaag heb ik uit mijn boekenkast de bundel ‘Finse meisjes’ van Kira Wuck gepakt. In 2012 debuteerde Kira Wuck met deze dichtbundel en het was gelijk een groot succes. Ik herinner me haar optreden nog bij Ongehoord! in 2011, ze was nog onbekend maar maakte toen al indruk op me.

In het verslag over dit podium schreef ik destijds: Kira heeft een Finse achtergrond. Haar gedichten gaan over stoffelijke zaken zoals ‘Gevonden voorwerpen’ en ‘Wasdagen’ , maar ook over gevoel en emotie. Met haar gedichten ‘We zijn’, ‘Eenzaamheid’ en ‘Mijn ouders zijn goed in ontvreemden’ ziet Kira kans om op ogenschijnlijk luchtige wijze soms pijnlijke zaken aan te snijden.

Uiteraard heb ik, toen ze debuteerde, haar bundel aangeschaft en uit deze bundel het gedicht ‘Minste van beide’.

.

Minste van beide

.

Als je er niet bent dan verstop ik me in jouw huis

speel met de lichtknoppen

aan/uit/aan/uit

zwaai naar het huis aan de overkant

daarna kleed ik me aan

maak me op en was het weer eraf

een lichaam is niet voldoende om het hier warm te houden

daarom draag ik het liefst kleding die iets te krap zit

vroeger knipte je een gat in het midden van mijn trui

terwijl ik hem nog droeg

 

ik kruip in jouw bad

stolsels in het putje houden het water tegen

dichter dan dit zijn we nooit geweest

terwijl hijskranen buiten de tuin verwoesten

.

Kira Wuck bij Ongehoord! in 2011

 

Houtsnijder

W.D. Kuik

.

Dirkje Kuik (1929 – 2008), of W.D. Kuik zoals ze zich voor haar geslachtsverandering noemde was een Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar. In 1979 werd zij officieel vrouw.  Haar debuut als dichter was in 1969 met de bundel ’45 Gedichten’, nog onder de naam William D. Kuik. Het werk wordt gezien als belangrijke bijdrage tot de Nederlandse neoromantische stroming. In haar latere leven was ze vooral schrijver van proza en beeldend kunstenaar. Uit de debuutbundel ’45 gedichten’ het gedicht ‘Houtsnijder’.

.

Houtsnijder

.

Hij sneed zichzelf in hout

als egel, eenhoorn, beer.

Veel

als christus, jezus, maria,

wat was dat lelijk, gaper.

Hij speelde graag toneel.

Vermomd met bolhoed, knijpbril, papieren neus,

trok hij de polder in.

Zijn laatste komisch nummer was een kerstgroep.

Levensgroot.

Met os met kind met vrouw met ezel,

bevolkte hij een stal.

Hij staat erbij.

Een vos met één poot in de val,

een zure timmerman tot in het merg verkankerd.

.

 

Boudewijn Büch

Mother’s little helper

.

Boudewijn Büch (1948 – 2002) was vooral bekend als televisiemaker en schrijver (romans, informatieve boeken over eilanden en bibliotheken) en zijn fascinatie voor Wolfgang Goethe, Mick Jagger en de Dodo ( en zo nog een aantal onderwerpen). Wat minder bekend is bij het grote publiek is zijn dichterschap. Terwijl juist in het begin van zijn (schrijvers) carrière een aantal dichtbundels van zijn hand verschenen zoals ‘De taal als blauw’ uit 1977 en ‘De sonnetten’ uit 1978. Uit zijn debuut als dichter ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’ uit 1976 het gedicht ‘Mother’s little helper’.

.

Mother’s little helper [The Rolling Stones]

.

ik sprak met mijn

moeder

over winkels die

zijn gesloten

de dode buurman

en de prijs van

luxe boten

.

terwijl zij keek

naar de teevee

[die Ene knop

kende nooit haar

nee]

dacht ik

.

hier zit zij

waar het in begon

omdat de Pil

toen nog niet kon

.

Dichter van de maand april

Neeltje Maria Min

.

In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.

Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.

.

Zij stonden voorovergebogen,

voorhoofd aan voorhoofd.

Daaronder bewogen

handjes en voetjes.

Een zieltogend lijfje,

een kindje van vijf.

.

Zij spraken, maar spraken in scherven.

Zij schoven uit hun groot gezicht,

dat als een dak boven mijn ogen hing,

woorden van een gedicht

in omgekeerde volgorde.

.

Ik was hun kind.

Ik voelde me verplicht

om weer gezond te worden.

Ik sidderde nog eenmaal en besloot:

Ik ben hun kind,

ik ga nog lang niet dood.

.

 

%d bloggers liken dit: