Site-archief

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

In 2017 won dichter Hannah van Binsbergen (1993) met haar debuutbundel ‘Kwaad gesternte’ uit 2016 de VSB Poëzieprijs. Het titelgedicht uit deze bundel wil ik vandaag met je delen.

.

Kwaad gesternte

.

Het is woensdag en ik mag een harnas kiezen dat geweld
op afstand houdt, in alliantie met de Vijanden van Vernedering.
Als ik mijn benen weer bij elkaar doe, word ik moeier en moeier;
ik kan wachten in mijn wapenrusting of het rokje dat hij mooi vond, hij
zal niet komen. Ik bijt hem, hij moet het afleren.
Als ik mijn ogen open is alles verloren, dan moet ik meegaan
naar het gat in de geschiedenis. Van alle marsen die jullie kunnen
lopen, jullie die ik mijn broeders noem, waarom is er niet één
die niet vooruitgaat?
.
Ik kan niet kiezen. Mijn vrienden willen mij niet helpen en mijn vijand
die een vaste vorm begint te krijgen aan de randen van mijn angsten
spreekt bemoedigende woorden.
Hebben jullie wel eens aan het kwaad gedacht dat in de situatie schuilt?
Het harnas dat ik kies zal hopelijk mijn geur verhullen.
Als ik mijn benen bij elkaar doe, is alles verloren.
Mijn harnas klinkt me vast aan dit moment, waar iets herinnerd
en iets beloofd wordt en dit gesternte staat boven mijn hele generatie.
.
Ik heb weinig hoop zonder jullie, maar jullie geven me niets
wat ik niet snel en zo vernederend zacht moet laten gaan,
jullie die ik mijn broeders noem, een droom
die het dagelijks leven stuk kan slaan, is dat
waarom we vooruitgaan?
Zolang ik niet mijn ogen open, lig ik in zijn armen.

.

Pacific

Vakantiegedicht

.

Het vakantiegedicht ‘Pacific’ dat ik wil plaatsen is van de dichter Antoinette Sisto (1963-2017). Vandaag 7 juli kwam ze vier jaar geleden heel onverwacht te overlijden. Het gedicht komt uit haar debuutbundel ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013.

.

Pacific

.

We hadden niet zomaar

een zomer geboekt

met avonden op een terras.

.

We sleepten je tafel naar buiten

het licht in, we dekten voor twee

damast met een wijnglas.

.

We klonken op ons

op al onze plannen, we wisten

dat weggaan beslissend was.

.

We bladerden samen door boeken

vol foto’s, brochures verlokkend

een wijds gouden strand.

.

Wallabies aaien in National Parks

snorkelen, zwemmen

op Kangaroo Island.

.

We hadden niet zomaar

een zomer geboekt

met avonden op een terras.

.

We deelden een onrust

een golf, een tsunami

ik wist niet dat weggaan verlangen was.

.

 

Orde!

T. van Deel en Hannes Meinkema

.

Vandaag een dubbel-gedicht van twee oudgedienden; Tom van Deel (1945 – 2019) en Hannenes Meinkema (1943) over orde in het klaslokaal.

Allereerst het gedicht ‘Overwegingen van T. van Deel dat is genomen uit de bundel ‘Strafwerk’ de debuutbundel van deze dichter en literatuurcriticus uit 1967, waarin hij het eeuwige dilemma van de leerkracht verdicht; eruit sturen of niet.

In het tweede gedicht van schrijver, dichter en feminsite Hannes Meinkema ‘Ik betrap ze allemaal…’uit de bundel ‘En dan is er koffie’ uit 1976 komt opnieuw de leraar aan het woord maar nu als almachtige in het klaslokaal.

.

Overwegingen

.

Als ik nu tegen die jongen

zeg dat hij eruit moet gaan

zegt hij misschien waarom

meneer ik dee toch niks

en moet ik eerst staan

uitleggen dat hij weliswaar

inderdaad geen schuld heeft

maar dat het mij om di-

daktische redenen beter

lijkt dat hij verdwijnt

en hoe mooi het van hem

zijn zou als hij dat zonder

verdere discussie doen zou –

dus zeg ik maar niets.

.

Ik betrap ze allemaal…

.

Ik betrap ze allemaal, ik hoor alles,

niets ontgaat me.

Zo, zeg ik streng, jij hebt voorgezegd,

ik hoor het wel.

En terwijl ik heel ernstig kijk maak ik

met rode vilstift een puntje in mijn

agenda bij de naam van het kind dat

heeft voorgezegd.

Streng maar rechtvaardig, is mijn motto.

De klas is helemaal stil.

Ze denken dat het een slechte aan-

tekening is.

In werkelijkheid is het een klein onbe-

duidend tekentje waar niets uit op te

maken valt.

Maar ik heb macht over ze.

Ik zaai angst en slechte rapportcijfers.

.

Leegstand

Esther Jansma

.

Ik was op de website van de KB (Koninklijke Bibliotheek) wat aan het rondstruinen in de sectie Nederlandse Poëzie en daarbinnen weer in de afdeling Moderne Nederlandse dichters (het blijft een bibliotheek) en daar kwam ik bij Esther Jansma een term tegen die ik nog niet kende: dendrochronologe. De definitie die ik vond is: Dendrochronologie of jaarringonderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.

Esther Jansma (1958) is dan ook naast dichter en schrijfster van proza ook archeologe. In 1988 debuteerde Jansma met de bundel ‘Onder mijn bed’ waarna nog 11 dichtbundels (sommige met vertalingen) van haar hand zouden verschijnen waaronder haar laatste bundel ‘Reizen naar het einde van de honger’ uit 2020.

In 2015 verscheen de bloemlezing ‘Voor altijd ergens’ met een keuze uit haar gedichten en in die bloemlezing staat het gedicht ‘Leegstand’. Ik vind het altijd bijzonder om te merken dat ik bij gedichten blijf hangen in bundels die een losse of wat vastere referentie hebben met gedichten die ik zelf schreef. In dit geval aan het gedicht met dezelfde titel die hier te lezen is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/12/04/beeldgedichten-2/ . Het gedicht van Jansma verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998.

.

Leegstand

.

De manier is steeds anders, een vuist

balt zich en valt, uit het water lekt langzaam

de kanker van schimmels, maar daarna

is altijd hetzelfde weg: samenhang,

.

de glans van gebruik. Hier staat geen wand

zichzelf te betekenen, geen raam speelt

voor spiegel, geen hoek is nog recht.

Nutteloosheid is de schoonheid van verval en later

.

wil ik ook zo zijn, zo vanzelf

door leeftijd als gras overgroeid

scheef zitten in mijn stoel

en daar heel goed in zijn.

.

 

Er wonen meisjes in mijn hoofd

Ivo van Strijtem

.

Ivo van Strijtem is het pseudoniem van Ivo Evenepoel (1953) een Vlaams dichter, essayist en bloemlezer die zichzelf vernoemde naar zijn geboortedorp Strijtem in Vlaams Brabant gelegen in het Pajottenland. Hij werd door het Poëziecentrum als ‘ambassadeur van de poëzie’ of ‘advocaat van de poëzie’ bestempeld doordat hij steeds enthousiasmerend spreekt en schrijft over de dichtkunst.

Van Strijtem debuteerde in 1983 met de bundel ‘Aardbeien met slagroom’ die hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgden nog 11 dichtbundels en vele bloemlezingen over onder andere de liefde, erotiek, de dood en de wereldpoëzie. Maar hij schrijft dus ook zelf poëzie en in de bundel ‘De Liefde, jazeker’ staat het heerlijke gedicht ‘Er wonen meisjes in mijn hoofd’.

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd.

Een kwam er om een klontje suiker,

een ander wilde iets om op te schrijven,

een blad, het juiste woord,

en weer een ander vroeg een koord,

dat heb ik niet gegeven.

.

Zo bleven zij, ook zonder mij,

maar kom ik thuis, dan staat er

toch maar weer een verse ruiker,

kattenbelletje incluis:

Komt later langs, ben buitenshuis

verliefd. Ik ook, lach ik dan, ik ook.

.

Jezus leeft

Mattijs Deraedt

.

Bij de laatste tweede kamer verkiezingen deed een redelijk obscure partij mee met de naam ‘Jezus leeft’. Ik heb het even opgezocht en ze haalden maar liefst 5.015 stemmen, je vraagt je af naar wie die stemmen gaan want voor een zetel is het bij lange na niet voldoende, maar dit even terzijde.

Ik zag gisteren een poster van deze splinterpartij en moest toen denken aan een gedicht van Mattijs Deraedt dat ik ergens gelezen had. Na enig zoekwerk had ik het gedicht gevonden op de website https://www.deoptimist.net/

Mattijs Deraedt (1993) is poëzieredacteur bij literair tijdschrift Kluger Hans. Gedichten van hem verschenen in tijdschriften als MUGzine (nummer 5) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/16/mug-5-is-er/, Het Liegend Konijn, De Revisor, Poëziekrant en Extaze. In 2017 werd hij derde in de finale van Write Now! met een cyclus gedichten. Eind 2018 stond hij in Vers van het Mes, een eigenzinnig poëzieprogramma van deBuren en Perdu.

In het voorjaar van 2020 verscheen zijn debuut ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’ bij uitgeverij Poëziecentrum dat inmiddels de shortlist heeft gehaald van De Grote Poëzieprijs 2021 (opvolger van de VSB Poëzieprijs). Het gedicht ‘Basic Jezus’ haalde de bundel niet maar is zeer de moeite waard..

.

Basic Jezus

.

Ik heb Jezus gezien in de Basic-Fit.
Hij gaf me tips over mijn houding
en nam een selfie met de #nocrossnofit.
.
Op weg naar huis werd ik
in elkaar getrapt door de Farizeeërs
tussen de theehuisjes en de voetballende tieners.
.
Hij keek toe en ik zei:
‘Dit is mijn lichaam Jezus,
breek en eet hiervan.’

.

Wat je moet weten voor je beslist om een man te zijn

Mattijs Deraedt

.

Mattijs Deraedt (1993) woont in Brussel en is dichter en poëzieredacteur bij het literaire tijdschrift ‘Kluger Hans’. In 2020 bracht hij zijn debuutbundel ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’ uit bij Poëziecentrum. Hij studeerde Schrijven aan het RITCS (Royal Institute for Theatre, Cinema and Sound) en publiceerde onder meer in ‘Het Liegend Konijn’, ‘De Revisor’, ‘Deus Ex Machina’, ‘Poëziekrant’ en ‘Tirade’ en ‘Extaze’. Naast zijn literaire activiteiten is Mattijs zanger en tekstschrijver bij de band WLAZLO. Uit zijn debuutbundel hier het gedicht ‘Wat je moet weten voor je beslist om een man te zijn’.

.

Wat je moet weten voor je beslist om een man te zijn

.

Een man zijn betekent niet huilen
wanneer je broers je Pokémonkaarten verscheurd hebben.
Anders landt je grootvader als een loodzware vogel op je schouders.

.

Een man zijn betekent je herinneringen samendrukken
tot ze als diamanten uit je voorhoofd barsten.

.

Een man zijn betekent je niet als vlinder
laten schminken, maar als schedel.

.

Een man zijn betekent je benen niet kruisen op de trein
maar tongzoenen met het hiphopmeisje
dat op je schoot komt zitten.
‘Of ben je een homo misschien?’

.

Een man is een jachtgeweer.
Hij draagt zijn spieren als een blinkend harnas,
laat zich kruisigen tot hij glimlachend
in een jacuzzi van bloed baadt,
een glas whisky in de hand.

.

Een man is kanonnenvlees.
Zijn mond heeft de vorm van een loop.

.

Een man is een acteur.
Niemand weet wat de rol inhoudt,
maar iedereen wil hem spelen.

.

Een man zou een dichter kunnen zijn,
maar daar heeft de wereld al jongens voor.

.

Uitgesproken

Marc Tritsmans

.

Ik heb heel veel respect voor dichters die full time dichter zijn en voor wie alles moet wijken (betaald werk vooral) om zich volledig op de poëzie te kunnen storten. De meeste dichters die ik ken hebben er, zoals ook de meeste kunstenaars, gewoon een betaalde baan naast om van rond te komen. Want laten we wel zijn, van poëzie leven, ik geef het je te doen.

Wat ik heel leuk vind is om te lezen wat dichters ‘ernaast’ doen. Vaak is dit iets wat wel raakvlaken heeft met poëzie (docent Nederlands, columnist/schrijver van proza, redacteur van een tijdschrift of bij een literaire organisatie, taalwetenschapper, vertaler) maar leuker is het als het eigenlijk ver af staat van wat poëzie is. Zoals Leo Vroman (bioloog en hematoloog), Pierre Kemp (plateelschilder en loonadministrateur bij de kolenmijnen), Jan Lauwereyns (neurowetenschapper), Samir Hanssen (Nanoschaaltechnoloog) en Johann Wolfgang von Goethe (natuurwetenschapper). Maar er kan een nieuwe dichter aan dit zeer summiere lijstje worden toegevoegd worden namelijk tandheelkundige en dichter Marc Tritsmans (1959) die ook nog werkt als milieu- en duurzaamheidsambtenaar .

Deze Vlaamse dichter debuteerde in 1992 met de bundel ‘De wetten van de zwaartekracht’ waarna meerdere bundels volgden. De belangrijkste literaire prijs die hij kreeg was de Herman de Coninckprijs voor ‘Studie van de schaduw’ in 2011. Hij publiceerde verschillende gedichten in ‘Hollands Maandblad’, ‘NWT’ en ‘De Tweede Ronde’ en hij staat met maar liefst 7 gedichten in ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ samengesteld door Gerrit Komrij.

Uit de dichtbundel ‘Studie van de schaduw’ uit 2010 komt het liefdesgedicht ‘Uitgesproken’.

.

Uitgesproken

.

praat met mij en doe dat
honderduit, vertel me zwijgend
waarover een leven gaat
hoeveel tederheid er nodig is
en adem gulzig tot het eind
spreek dit lichaam zonder
een spoor van schroom, spreek
het, spel het volledig uit
laat me duizelen breng me
in totale ademnood geef je
eindelijk helemaal bloot

.

Borsten

Yannick Dangre

.

Ik mag graag browsen. En dan in de betekenis die ik ooit leerde op de Bibliotheek- en Documentatie Academie; zonder specifiek doel rondstruinen in informatie. Dat doe ik in boeken, dichtbundels maar ook op internet. Al browsend kwam ik een dichter tegen waarvan ik al eens gehoord had maar waarover ik nog niet geschreven had. Daar gaat nu verandering in komen. Het betreft hier de Vlaamse dichter Yannick Dangre (1987).

Yannick Dangre is schrijver van romans en korte verhalen maar ook dichter. Zijn debuutbundel ‘Meisje dat ik nog moet’ (2011) werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs. Poëzie verscheen in ‘Het Liegend Konijn’, ‘Met Andere Zinnen’ en ‘Deus Ex Machina’. In 2014 verscheen van hem de dichtbundel ‘Met terugwerkende kracht’ waaruit ik het onderstaande gedicht ‘Borsten’ nam en in 2017 verscheen ‘Nacht en navel’ dat opnieuw goede recensies kreeg.

.

Borsten

.

Hij kijkt verwonderd naar mijn borsten en ik lach
omdat er zoveel is wat hij nog niet snapt
(menstruatie, afgedragen vaders, buitenspel, buikvel
na de dracht), dus vertel ik hem

.

dat meisjes, ze zijn dan ongeveer twaalf, hun moeders beginnen
op te rapen. Steeds valt er een stukje van hen af
(in de plaats komt een rimpel, dat is een lijntje inzicht
in hun verdriet) en nemen dochters trots
hun vormen over.

.

Mijn zoon knikt plechtig, lijkt zelfs even te verstaan
dat ik weer op het schoolplein sta waar iedereen schreeuwde
dat zij de grootste had (niemand wist dat het later,
als je eerste man je inhaalde, ging om wie de hoogste had)

.

‘En jongens dan?’
‘Van jongens weet ik niets,’ zeg ik
en verder niets. Ik wil niet dat hij zich later verwijt
vaders te begrijpen.

.

Ellen Lanckman

Ze houdt niet van taal, ze is taal

.

Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie  gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.

Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.

Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’:  “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.

Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.

.

Gisteren wilde ik je bellen

om te kijken of er nog restjes zijn

van die keer

dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.

.

Misschien lig ik ergens

onder je bed, opgekruld

tussen het stof

en andere vergane dromen.

.

Of verdwaald

in het kuiltje van de matras, daar

waar mijn lichaam het jouwe vond.

Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.

.

Maar al zou je me zoeken,

en zelfs vinden,

dan weet ik: Van jou

ben ik nooit helemaal

.

teruggekeerd.

.

 

%d bloggers liken dit: