Site-archief

Alles mag je worden

Erik Menkveld

.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Hij studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studie werd hij redacteur van uitgeverij De Bezige Bij waar hij  onder andere het poëziefonds beheerde. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Daarna was hij vooral actief als zelfstandig schrijver.

Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en in 2003 en 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor de Volkskrant. In 2014 kwam aan zijn leven een veel te voortijdig einde toen hij stierf aan een hartstilstand.

In de bundel ‘Schapen nu!’ uit 2001 van Erik Menkveld staat een bijzonder gedicht. Het gedicht ‘Alles mag je worden’ is bijzonder in de zin dat, toen ik het las ik steeds dacht, en nu gaat hij in het gedicht zeggen dat je ook dichter kan worden (vooral na de tweede strofe) . Aan de ene kant voelde ik daarbij een zekere teleurstelling en aan de andere kant vond ik het juist ook wel goed dat hij de functie van dichter niet noemde. Het is hoe dan ook een mooi gedicht van een bijzondere dichter.

.

Alles mag je worden

.

Het springzaad knapt, de brempeulen

knallen open en jij ligt er in je wieg

als een popelend boontje bij.

.

Alles mag je worden van mij: zeeman,

boswachter, archeoloog. Of –

als je leven ingewikkeld loopt –

.

gesponsord ontdekker van aangroei

werende stoffen voor scheepsverf,

alleenstaand paddenstoelenfotograaf,

.

pacht- en beestenlijstenonderzoeker

van verdwenen Drentse keuterijen…

Behalve ongelukkig. Beloofd?

.

Jezus leeft

Mattijs Deraedt

.

Bij de laatste tweede kamer verkiezingen deed een redelijk obscure partij mee met de naam ‘Jezus leeft’. Ik heb het even opgezocht en ze haalden maar liefst 5.015 stemmen, je vraagt je af naar wie die stemmen gaan want voor een zetel is het bij lange na niet voldoende, maar dit even terzijde.

Ik zag gisteren een poster van deze splinterpartij en moest toen denken aan een gedicht van Mattijs Deraedt dat ik ergens gelezen had. Na enig zoekwerk had ik het gedicht gevonden op de website https://www.deoptimist.net/

Mattijs Deraedt (1993) is poëzieredacteur bij literair tijdschrift Kluger Hans. Gedichten van hem verschenen in tijdschriften als MUGzine (nummer 5) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/16/mug-5-is-er/, Het Liegend Konijn, De Revisor, Poëziekrant en Extaze. In 2017 werd hij derde in de finale van Write Now! met een cyclus gedichten. Eind 2018 stond hij in Vers van het Mes, een eigenzinnig poëzieprogramma van deBuren en Perdu.

In het voorjaar van 2020 verscheen zijn debuut ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’ bij uitgeverij Poëziecentrum dat inmiddels de shortlist heeft gehaald van De Grote Poëzieprijs 2021 (opvolger van de VSB Poëzieprijs). Het gedicht ‘Basic Jezus’ haalde de bundel niet maar is zeer de moeite waard..

.

Basic Jezus

.

Ik heb Jezus gezien in de Basic-Fit.
Hij gaf me tips over mijn houding
en nam een selfie met de #nocrossnofit.
.
Op weg naar huis werd ik
in elkaar getrapt door de Farizeeërs
tussen de theehuisjes en de voetballende tieners.
.
Hij keek toe en ik zei:
‘Dit is mijn lichaam Jezus,
breek en eet hiervan.’

.

Onder bankiers (in de City)

K. Michel

.

Dichter K. Michel (pseudoniem van Michael M. Kuijpers) werd in 1958 geboren in Tilburg. Voordat hij debuteerde als solo dichter had hij al verschillende samenwerkingsprojecten gedaan met andere dichters zoals onder andere met Arjen Duinker ( Aap, Noot, Mies een periodiek dat verscheen van 1982-1985). In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ waarna nog 6 bundels zouden volgen. Ook schrijft hij proza en vertaalt hij dichters als Octavio Paz en Michael Ondaatje en is hij enige tijd redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Voor zijn werk ontving hij de Jan Campert-Prijs, de VSB Poëzieprijs en de Herman Gorterprijs.

Zijn laatste bundel getiteld ‘& rol door’ is speels, beeldend en melodisch. Ook in deze bundel experimenteert K. Michel met poëzievormen. In deze bundel staat het gedicht ‘Onder bankiers (in de City) waarin hij de Engelse metafysische dichter John Donne (1572 -1631) aanhaalt en zijn gedicht ‘A Burnt Ship’.

In een analyse van dat gedicht op https://interestingliterature.com/2014/03/guest-blog-john-donnes-a-burnt-ship/ staat onder andere: “Het is alsof Donne ons uitnodigt om waarnemers te zijn en voor onszelf te oordelen. Door dat te doen, denk ik dat hij het gruwelijke lot van de matrozen nog meer als een tragedie laat lijken. We kunnen onze eigen conclusies trekken over het tafereel, en ik betwijfel of er mensen zijn die geen medelijden hebben met de arme zielen die verbrandden in een waterig graf en verdronken in een brandstapel.” In het gedicht van K. Michel zou je de matrozen kunnen lezen als de mensen die kopje onder zijn gegaan na de financiële crisis.

.

Onder bankiers (in de City)

.

ja zweep de koersen op

stuw de statistieken

knallend door het dak

dwing de prognoses door

gloeiende hoepels te springen

jaag de groei ademloos

door roeien en ruiten

.

maar vergeet het schip

niet waarover john donne

lang voor de uitvinding

van glasvezels microchips

en de hele flitshandel zong

het brandende schip dat

alleen kon ontsnappen aan het vuur

door te zinken

.

 

Stof stof stof

Pieter Boskma

.

Teruglezend op mijn blog kwam ik tot de ontdekking dat ik in al die jaren dat ik dit blog al schrijf nog geen aandacht had besteed aan dichter Pieter Boskma (1956). Pieter Boskma studeerde tussen 1977 en 1984 onder andere Nederlands, Engels, Indonesisch, Kunstgeschiedenis van Oost-Azië en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de dichtbundel ‘Virus Virus’, uitgegeven in eigen beheer in samenwerking met Paul van der Steen. In hetzelfde jaar richtten Van der Steen en hij het tijdschrift ‘Virus’ op. Eind jaren tachtig was hij betrokken bij de poëziebeweging de Maximalen.

Vanaf 1990 werkte hij een aantal jaren als poëziedocent aan de Schrijversvakschool ’t Colofon. Hij publiceerde niet alleen in alle literaire bladen en de meeste landelijke kranten en opiniemagazines, maar ook in bladen als Playboy en Avenue, en in meer dan honderd bloemlezingen. Daarnaast werkte hij voor de VPRO- en NPS-radio.

Boskma’s werk werd vertaald in onder meer het Engels, Duits, Fries, Frans, Chinees en Italiaans. Pieter Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift ‘Awater’. In 2003 had hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs. Voor zijn werk ontving hij onder meer de Ida Gerhardt-Poëzieprijs, de Rabobank Cultuurprijs Letteren voor zijn hele oeuvre en hij werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2016.

Het gedicht dat ik koos van Boskma komt uit zijn bundel ‘De messiaanse kust’ uit 1989 en is getiteld ‘Stof stof stof’.

.

Stof stof stof

.

wat maakt het ons uit of ook het stof tot stof vergaat?
wij zijn de douche-generatie, ordelijke gel-gebruikers,
wij laten niets
aan het toeval over.
.
wij shockeren de pillenslikkers van de bestbeprijsde kwis.
wij houden van de doofpot der sterren en kometen.
wij zijn allergies voor knarsende sloten
want wij roesten niet.
.
wij spreken graag voor duistere halflege zalen.
wij dragen fier de ons geschonken bokalen van afgunst.
wij spiegelen ons niet aan elkaar.
wij zijn eenzaam.
.
wij ontvangen ons fortuin van de streamlined stropdas.
wij halen een mes langs de hals die daarin zit.
wij zijn en blijven tegendraads.
ons universum rafelt.
.
en na de feestjes, als wij dertig zijn
en dronken van twee biertjes
in de beha-loze zomer
schrijden wij in onze eigenaardigheid naar huis:
.
hermetische cellen in het harnas van de angst
dat ook het stof tot stof vergaat
en ons als een watertaxi
op de Tafelberg
slechts met ademnood omgordt.

.

En dan stopt het

Alfred Schaffer

.

Als je, zoals ik, al vele jaren poëzie leest, erover schrijft en met poëzie bezig bent, dan denk je dat je de meeste dichters uit Nederland toch wel tenminste van naam kent. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik hoorde dat Alfred Schaffer de P.C. Hooftprijs voor poëzie is toegekend in 2021. Wie dacht ik? Ik kom er steeds meer achter dat hoe meer ik poëzie lees en denk te weten hoe minder ik van poëzie weet. Dat is een vreemde ervaring maar tegelijkertijd ook een prettige constatering, tenslotte blijft er altijd iets te leren, te weten te komen of mee verrast te worden.

Alfred Schaffer dus. geboren in Leidschendam (vlakbij nog wel) in 1973, verhuisde hij na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en Film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Leiden naar Zuid Afrika waar hij in 2002 promoveerde en aan de slag ging als docent moderne Nederlandse letterkunde. Van 2007 tot 2010 was hij fondsredacteur bij De Bezige Bij in Amsterdam, en redacteur van het tijdschrift ‘Bunker Hill’, dat in 2008 werd opgeheven. Hij keerde in 2011 terug naar Zuid-Afrika en werd docent bij de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Hij is ook medewerker voor poëzie van De Groene Amsterdammer en de Zuid-Afrikaanse dagbladen Die Burger en Beeld.

Als dichter debuteerde hij in 2000 met de bundel ‘Zijn opkomst in de voorstad’. Daarna volgde nog verschillende bundels en daarvoor werd hij meerdere malen bekroond of genomineerd voor literaire of poëzieprijzen. Zo ontving hij onder andere de Jan Campertprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Paul Snoekprijs en werden zijn dichtbundels maar liefst drie keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Ook stelde hij bloemlezingen samen van moderne Afrikaanse poëzie samen met Antjie Krog, van het werk van Elisabeth Eybers en van het werk van H.H. ter Balkt.

De jury van de P.C. Hooftprijs noemde zijn werk in haar rapport volstrekt oprecht en zonder pretenties en poëzie die zich onderscheidt door een sprankelende veelstemmigheid. Door de P.C. Hooftprijs is mijn kennis van de dichters uit het Nederlands taalgebied weer wat toegenomen en daarom het gedicht ‘En dan stopt het’ uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

En dan stopt het

.

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.
.
De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak –
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:
.
daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.
.
Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

.

Foto: Trouw

Liefde in tijd van brand

Mark Boog

.

Bij uitgeverij Cossee verscheen in 2019 de bundel ‘ Liefde in tijden van brand’ van Mark Boog (1970). Mark Boog is dichter en romanschrijver. In 2001 verscheen van zijn hand ‘Alsof er iets gebeurt’ waar hij de C. Buddingh’-prijs voor ontving. In 2002 werd zijn bundel ‘Zo helder zagen we het zelden’ genomineerd voor de J.C. Bloemprijs en voor de bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’ ontving hij de VSB Poëzieprijs in 2005.

’Liefde in tijden van brand’ is een bundel met liefdesgedichten. Op de achterflap van de bundel staat: “Het is een kunst om liefdesgedichten te schrijvende daarbij clichés te mijden als de duivel  wijwater”. Als een liefhebber en beoefenaar van dit genre kan ik dit helemaal beamen.

Mark Boog geeft als geen ander het genre een nieuw aangezicht. De titelloze gedichten zijn verrassend en soms moet je ze een paar keer lezen voor je de essentie leest, voor je het hoe en het waarom van het liefdesgedicht tot je kan nemen.

Een bepaald gedicht had meteen mijn aandacht door de eerste zin van het gedicht dat mij meteen deed denken aan mijn laatste e-bundel XX-XY https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/15/gratis-poezie/

.

x = ik, y= jij, het is waar

want het staat er, er staan

waarheidstekens in, die

staan er niet zomaar.

Wij berekenen ons. Rond

beklagenswaardig variabel ons

zwermt de waarheid, talrijk, één,

exact. O, assenstelsel! O,

ons naar ondenkbare limieten

onophoudelijk neigen,

ons zijn, ons willen zijn.

.

Pure Porno

Jef Rademakers

.

Twee jaar na elkaar zat Herman de Coninck in de jury van de VSB Poëzieprijs. Een keer als gewoon jurylid en een keer als juryvoorzitter. In 1996 kwam de eerste editie uit van ‘De 100 beste gedichten van…’. Dat kwam door Herman de Coninck. Hij vroeg zich als jurylid en juryvoorzitter af hoeveel van de dertig beste bundels van een jaar een criticus zijn ‘in poëzie geïnteresseerde maar niet gespecialiseerde buurvrouw’ of een niet-ongetalenteerd achttienjarig meisje dat geregeld haar wereldleed opstuurt naar het ‘Nieuwe Wereldtijdschrift’ zou aanraden? Misschien vijf?

Dat zou betekenen dat die andere 25 bundels ongelezen of niet aangeraden zouden blijven. Vandaar zijn idee om een jaarlijkse bloemlezing in samenwerking met de stichting VSB Poëzieprijs, van de beste honderd gedichten van dat jaar te publiceren in een bundel. Daarmee wilde de Coninck ‘de poëzie populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven’. En hij voegde eraan toe; Eigenlijk is dit de bedoeling van al wat ik schrijf.

Tot en met 2015 werden deze bundels elk jaar uitgegeven (met uitzondering van 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt). Elke bundel geeft in 100 gedichten een mooi overzicht van het beste van de poëzie uit dat jaar. Uit de eerste editie koos ik voor een ongewoon gedicht van een ongewoon dichter namelijk Jef Rademakers. Jef Rademakers (1949) is vooral bekend van de televisieprogramma’s die hij produceerde met zijn productiehuis Dutch Dream Productions als Klasgenoten en het spraakmakende Pin Up Club. Hij publiceerde onder andere de dichtbundels ‘Vurige tongen’ (1998), ‘Koude kermis’ (1996) en ‘Voorgoed voorbij’ uit 2010.

In ‘De 100 beste gedichten van 1996’ gekozen door Herman de Coninck staat van Rademakers het volgende gedicht.

.

Pure Porno

.

In de top drie van dingen die niet deugen

strijdt God met BMW om d’eerste plaats.

D’omroepsters van VTM scoren ook goed.

.

Het ergste lijkt mij een combinatie

Marlène de Wouters in haar 318i

op weg naar de vroegmis.

.

Ik hoop dat mijn kinderen

zoiets nooit zullen zien.

.

Wacht … woorden

Anneke Brassinga

.

De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd.  Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.

In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.

.

Wachtwoorden

.

Ik had me zo geoefend in het wachten

dat ik schrok toen er iemand kwam;

ik had nog nooit van hem gehoord

herkende hem op het eerste woord

zodat ik aan geen wachten dacht.

Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,

bewaakten van bovenaf de poort;

in een schip gecamoufleerd met lakens

voeren wij de stad in, onder hen door.

Gesloten bleef de tas met taarten,

al jaren uit mijn mond gespaard,

nooit was er tijd, nooit tijd te over

om aan uitstel te ontkomen.

Wij zijn nu zo geoefend in het wachten

dat als een kind het bij ons hoort.

.

                                                                                                                                                                  Foto: Serge Ligtenberg

 

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

Hannah van Binsbergen raakte op 13-jarige leeftijd geïnspireerd door het werk van dichter Hans Lodeizen. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was (in 2017) de eerste debutant die de VSB Poëzieprijs won voor ‘Kwaad gesternte’ (uit 2016). Zij is ook de jongste dichter (1993) die door Ilja Leonard Pfeijffer werd opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

Tienminutengesprek

Esther Jansma

.

Dat dichters maar zelden alleen dichter zijn mag bekend zijn, van gedichten schrijven valt nu eenmaal niet te leven (een enkele uitzondering daargelaten uiteraard). Vaak schrijven ze naast poëzie ook proza, columns of korte verhalen, liedteksten of andere teksten. Er zijn er ook die naast hun dichterlijke leven nog een andere baan hebben zoals journalist, redacteur of directeur van een bibliotheek. Esther Jansma is wat dat betreft toch een beetje een vreemde eend in de bijt. Zij is naast dichter ook prozaschrijfster en archeologe!

Ze debuteerde in 1988 met de dichtbundel ‘ Stem onder mijn bed’ waarna nog verschillende dichtbundels volgde. Voor haar werk ontving ze onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de A. Roland Holst-penning.  Uit haar bundel ‘ Voor altijd ergens’ uit 2015 koos ik in deze vakantieperiode voor het gedicht ‘ Tienminutengesprek’.  Een grappig en schurend gedicht waarbij ik onwillekeurig moest denken aan de televisieserie de Luizenmoeder.

.

Tienminutengesprek

.

Nadat de onderwijskrachten met man en macht
op vrouwelijk zuchtend voorovergebogen begrip
simulerende wijze waren uitgewoed – en weet

dat daar woede bij zat, banieren grof rood door
het hoofd, intonaties die intenties uit koers rammen –
hadden de van schrik en noodlottige toekomsten

verstijfde tegenover de krachten op hun verzoek
aan knielage tafels neergekrompen in stoeltjes geklemde
zorgers voor hun zoon het volgende bereikt:

Een: wij gaan ons best doen omdat wij goed zijn.
Twee: over een maand weten wij of zijn leven
gaat lukken. Wij melden dat desgewenst schriftelijk.
Drie: dit is een productafspraak.

.

%d bloggers liken dit: