Site-archief

Waarde

Michael Tedja

.

De Rotterdamse Michael Tedja (1971) is schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en curator. In 2003 debuteert hij als schrijver met zijn eerste roman. Twee jaar publiceert Tedja zijn eerste dichtbundel bij de onafhankelijke uitgeverij – gespecialiseerd in ‘historical avant-garde and counterculture’ – Sea Urchin, met als titel ‘De aquaholist’. Deze gedichten en prozagedichten zijn ontstaan in de periode 1991-2004.

Hierna worden nog verschillende dichtbundels van hem uitgegeven waaronder de serie ‘Het 1 euro gedicht’ in 2011. Naast zijn poëzie in dichtbundels publiceerde hij regelmatig gedichten, essays, proza en tekeningen in De Gids, Absint, Samplekanon, nY, Revisor, Hollands Maandblad, De Volkskrant, Metropolis M en Caraïbisch Uitzicht. Ook cureert hij een beeld en taalrubriek voor de Poëziekrant.

In 2021 neemt Tedja plaats in de jury van de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Ook werd hem dit jaar de Sybren Poletprijs  toegekend. De prijs is bedoeld voor het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van Sybren Polet (1924-2015).

In het werk van Tedja komen thema’s als identiteit, hosselen (titel van zijn tweede ‘roman’ met fictie, essays, poëzie en pamfletten), exclusiviteit, on-line aanwezigheid, het postkoloniale bewustzijn en communicatie voor. Michael Tedja is een dichter die zijn nek durft uit te steken (zoals Hans Puper het omschreef in een column op Meander) en heeft daarmee een heel eigen en origineel geluid. Uit zijn bundel ‘Regen’ uit 2016 het gedicht ‘Waarde’.

.

Waarde

.

Het bewijs, het tegendeel
dat tot leven kwam reisde.
Ik was er een mee, een geheel
dat ik zelf neerzetten kon.

.

Toen zag ik de groep staan.
Die was wat het was: zij
die terug wilden naar hoe het was.
Ik dacht dat die op zich stond.

.

Het beste dat er was voordat het
een en al kern werd. Ooit, ja.
Ik was er solitair mee, totdat
de regen tegen het raam kletterde.

.

Op de achtergrond
waren kinderen bewegingen
aan het tellen. Basketballers
sprongen naar een hoop.

.

Het water was vloeibaar.
Door de kou werd het ijs.
Door de zon weer vloeibaar.

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Alles mag je worden

Erik Menkveld

.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Hij studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studie werd hij redacteur van uitgeverij De Bezige Bij waar hij  onder andere het poëziefonds beheerde. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Daarna was hij vooral actief als zelfstandig schrijver.

Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en in 2003 en 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor de Volkskrant. In 2014 kwam aan zijn leven een veel te voortijdig einde toen hij stierf aan een hartstilstand.

In de bundel ‘Schapen nu!’ uit 2001 van Erik Menkveld staat een bijzonder gedicht. Het gedicht ‘Alles mag je worden’ is bijzonder in de zin dat, toen ik het las ik steeds dacht, en nu gaat hij in het gedicht zeggen dat je ook dichter kan worden (vooral na de tweede strofe) . Aan de ene kant voelde ik daarbij een zekere teleurstelling en aan de andere kant vond ik het juist ook wel goed dat hij de functie van dichter niet noemde. Het is hoe dan ook een mooi gedicht van een bijzondere dichter.

.

Alles mag je worden

.

Het springzaad knapt, de brempeulen

knallen open en jij ligt er in je wieg

als een popelend boontje bij.

.

Alles mag je worden van mij: zeeman,

boswachter, archeoloog. Of –

als je leven ingewikkeld loopt –

.

gesponsord ontdekker van aangroei

werende stoffen voor scheepsverf,

alleenstaand paddenstoelenfotograaf,

.

pacht- en beestenlijstenonderzoeker

van verdwenen Drentse keuterijen…

Behalve ongelukkig. Beloofd?

.

Groeten uit Zwart Nazareth

Schemer in Schiedam

.

Vanuit mijn woonplaats en waar ik werk ligt Schiedam dichtbij, ik kom er regelmatig. Voor veel mensen is Schiedam dat jeneverstadje ergens onder de rook van Rotterdam. Als vakantiebestemming niet meteen aan te raden maar voor een dagtripje zeker de moeite waard. In 2004 publiceerde boekhandel Post Scriptum Schiedam in samenwerking met Stichting Centrummanagement de bundel ‘Groeten uit Zwart Nazareth’ samengesteld door Ruud Aret en Jan van Bergen en Henegouwen, een bibliotheek collega van me uit Schiedam. Een bundel vol gedichten van Schiedamse dichter en gedichten over Schiedam.

In de 19e eeuw was Schiedam het centrum van de jenever-industrie in Nederland. Met name tussen 1870 en 1890 bloeide deze industrie. De keerzijde hiervan was een enorme vervuiling van de met steenkoolgestookte branderijen en de glasfabriek, het alcoholisme, open riolen en cholera-epidemieën en de erbarmelijke huisvesting van de arbeiders. Uit die tijd stamt de bijnaam van Schiedam Zwart Nazareth.

In de bundel bekende Schiedamse namen als Piet Paaltjens, Rien Vroegindeweij, Ida Gerhardt en Gerard Reve maar ook minder bekende namen zoals die van Jan Willem Hofstra. Hofstra (1907-1991) was dichter, romancier, radiomaker en kunstcriticus van de Volkskrant en Trouw. Uit ‘Het glazen huis’ uit 1942 komt het gedicht ‘Schemer in Schiedam’.

.

Schemer in Schiedam

.

Vuurvlinder en salamander

suizend licht en wijkend aardvuur

Breken uit. Het eerste uur

na dagloon lijden naast elkander

Waarin ik vier de nederlagen

Alleen. De wind ruimt, het geschut

Dreunt soms tot hier. Een eerste trage

Stormveer naast de maan, onnut

Geslonken tot zijn laatste kwartier.

Dit is mijn eigen grond. De vrucht

Valt nimmer af totdat ik hier

De tak breek met het licht gerucht

Als plukt’ ik bloesems. Alle zorgen

Gelijken U en mij: het duister

Dooft in de oogen allen luister

De nacht verdraagt den dag tot morgen.

.

Kees Stip

Op een…

.

Kees Stip (1913 – 2001) was een Nederlands puntdichter en beroemd vanwege zijn dierengedichten. Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop honderden dierenversjes voor de Volkskrant.

Deze dierenversjes zijn bijzonder vormvast. Er wordt nooit met het metrum gesmokkeld: de versregels hebben zonder uitzondering vier heffingen. Het rijmschema is zonder uitzondering AABBCC (het zogenaamde gepaard rijm). Net als in een limerick wordt meestal ergens in het vers, vaak in de eerste regel, een plaatsnaam genoemd. De meeste van zijn dierenversjes bestaan uit zes regels; af en toe zijn het er acht en bij uitzondering een nog hoger even aantal. Er bestaat er ook een van twee regels. Af en toe bevatten de laatste regels een ouderwets geformuleerde pseudo-wijze les voor kinderen.

.

Op een kip

.

Een kip sprak peinzend tot een ei:

‘Wie was er eerder: ik of jij?

De wijsbegeerte mag misschien

op deze vraag geen antwoord zien,

maar ik heb, wat men ook mag zeggen,

nog nooit een ei een kip zien leggen.’

.

Op een koe

.

Een koe te Moskou sprak: ‘een koebel

kost amper anderhalve roebel.

en weet je wat ik heb ontdekt?

Een aardig klokkenspeleffect

bereikt men door met drie bellen

geweldig te gaan wiebelen.’

.

koekip

Met dank aan Wikipedia.

Kim Jong il en de poëzie

Hofdichter Jang Jin-sung

.

Vandaag in de Volkskrant een artikel over de hofdichter van Kim Jong-il, de dictator en alleenheerser over Noord Korea. Deze hofdichter Jang Jin-sung is gevlucht uit Noord Korea en geeft in het artikel een aardig inzicht in het reilen en zeilen in Noord Korea en hoe hiermee als westers land om te gaan, om verandering te kunnen bewerkstelligen.

Het politieke deel van dit artikel, hoe interessant ook, daar wil ik het hier nu niet over hebben maar het gedicht dat is afgedrukt bij het artikel, dat is dan weer wel de moeite waard om aandacht aan te besteden. Eerst het gedicht.

.

Lente rust op de geweerloop van de Heer

.

Dus dit is het Wapen

dat in handen van een minderwaardige man

alleen een moord kan plegen

maar, gehanteerd door een groot man,

alles kan overwinnen.

Zoals de geschiedenis heeft geleerd,

behoren oorlogen en bloedvergieten,

bij de zwakken.

Generaal Kim Jong-il,

de Generaal alleen,

is heer van het Wapen,

Heer van de gerechtigheid,

Heer van de vrede, Heer van de Eenwoording,

O, de ware Leider van het Koreaanse Volk!

.

Als je aan mij zou vragen wat er mis is met dit ‘gedicht’ dan ben ik nog wel even bezig. Dat is ook niet waarom ik hier aandacht aan besteed. Juist de vorm, de overdrijving, de woordkeus, de absurde verheerlijking, de kleffe onderdanigheid boeit me. Hoe, heb ik me weleens afgevraagd, komt een mens zover dat ie dit kan schrijven? Natuurlijk, in Noord Korea weet men niet beter en als men beter weet en dit uit komt men vanzelf in één van de meest vreselijke strafkampen terecht. En als je dit soort propagandistische gedichten maar vaak genoeg hoort ga je er vanzelf een keer in mee (zeker als je dit van jongs af aan gewend bent te horen).

Hoe het ook kan bewijst Alfred Schaffer, dichter te Kaapstad, over Nelson Mandela.

.

Gedicht zonder woorden

.

Vier vrouwen steken uitgelaten arm in arm de straat over.
Op weg naar een kantoor van glas en moeizaam op hun hakken.
Hebben ze het nieuws gehoord vraag ik me af
de wind jaagt dwars door Adderly richting de haven.

Op perron 9 loopt de trein uit Bellville leeg.
Een koele vrouwenstem roept een vertraging om
die van de trein van 8 uur 10 uit Kapteinsklip maar wie goed luistert
hoort haar begeesterd zingen en zingt mee.

Bij de broodafdeling in de supermarkt heeft zich een lange rij gevormd.
Verse broodjes en een kopje koffie voor de dag begint
voordat de dag opnieuw en weer opnieuw begint maar wie scherp kijkt
ziet geen afzonderlijk gezicht alleen een menigte.

Een echtpaar staart verwonderd naar de wolken
die bewegingloos de Tafelberg af rollen, auto’s trekken op of
houden netjes stil voor rood, een man groet iemand niet
en loopt dan door misschien een bedelaar

het lijkt een doodgewone ochtend in de stad wat valt er verder
ook te zeggen – dat het een warme lentedag zal worden ja
en dat wanneer je iemand naar de weg zou vragen
je geen antwoord kreeg vandaag, alleen een trieste glimlach.

En dat een heel klein meisje ergens
in dit huis een grote boom met vogeltjes en slingers en ballonnen
in de bladeren zal tekenen en zeggen deze geef ik
aan Mandela als ik in de hemel ben.

.

kim-jong-il_796226c

 

nelson-mandela

Bukowski

Vandaag in de Volkskrant

.

Twintig jaar na zijn dood wordt de schrijver Charles ­Bukowski overal geëerd. Behalve in Duitse Andernach, Bukowski’s geboortegrond. Daar zijn ze niet trots op Buk. Vandaag in de Volkskrant een groot artikel waarin de neef van Bukowski zijn verhaal doet.

Elke reden om iets van Bukowski te plaatsen is een goede reden dus:

.

Are you drinking?

washed-up, on shore, the old yellow notebook
out again
I write from the bed
as I did last
year.
will see the doctor,
Monday.
“yes, doctor, weak legs, vertigo, head-
aches and my back
hurts.”
“are you drinking?” he will ask.
“are you getting your
exercise, your
vitamins?”
I think that I am just ill
with life, the same stale yet
fluctuating
factors.
even at the track
I watch the horses run by
and it seems
meaningless.
I leave early after buying tickets on the
remaining races.
“taking off?” asks the motel
clerk.
“yes, it’s boring,”
I tell him.
“If you think it’s boring
out there,” he tells me, “you oughta be
back here.”
so here I am
propped up against my pillows
again
just an old guy
just an old writer
with a yellow
notebook.
something is
walking across the
floor
toward
me.
oh, it’s just
my cat
this
time.

.

Buk

Seamus Heaney

District en circle

.

In de Volkskrant las ik in de boekenbijlage over de tweetalige (vertaalde) bundel van Seamus Heaney ‘District en circle’. Ik kende de naam Heaney wel maar had eigenlijk nog nooit iets van hem gelezen. Seamus Heaney (1939) is een beroemd Iers dichter/vertaler/toneelschrijver en won in 1995 de Nobelprijs voor de literatuur. Omdat de vertaling van deze bundel in 2010 werd teruggetrokken (waarschijnlijk omdat de vertaling geen eer deed aan het origineel) was mijn verwachting dat de poëzie van Heaney waarschijnlijk niet eenvoudig zou zijn om te lezen.

Dat valt dus erg mee. Melodieus en beeldend, zo omschrijft de recensent Erik Menkveld de poëzie van Heaney. Dat klopt en zeer aangenaam om te lezen voor diegene die het Engels machtig zijn.

Hier een voorbeeld (niet uit deze bundel):

.

Song

.

A rowan like a lipsticked girl.
Between the by-road and the main road
Alder trees at a wet and dripping distance
Stand off among the rushes.
.
There are the mud-flowers of dialect
And the immortelles of perfect pitch
And that moment when the bird sings very close
To the music of what happens.

.

seamus

Regelafbreking

Jannah Loontjens

.

Vanmorgen las ik in het boekenkatern van de Volkskrant een recensie van Dat ben jij toch van dichter Jannah Loontjens. De recensent Erik Menkveld haalt hierbij een paar regels aan “Ik. Hier in bed, naast mijn / geliefde, zijn slapend gezicht vlakbij” en schrijft daar dan tussen haakjes achter ‘Let op de prachtige regelafbreking’.

Nu weet ik hoe belangrijk regelafbrekingen kunnen zijn in de poëzie, door het laten vallen van een korte stilte kun je de woorden voorafgaand en volgend op de stilte extra lading meegeven. Het komt voor dat, wanneer ik een gedicht voordraag, ik merk dat ik andere stiltes laat vallen dan dat ik zelf in de tekst heb aangebracht. Als iemand anders de tekst van datzelfde gedicht zou lezen zou dat kunnen leiden tot een ander begrip van het gedicht.

Hoe belangrijk regelafbrekingen zijn bleek vorig jaar bij de beoordeling van gedichten voor de Nationale Turing Gedichtenwedstrijd. Een groot aantal gedichten was ter beoordeling aangeboden aan de (voor) jury waarbij de regelafbrekingen verdwenen waren. het was alsof er in sommige gevallen geen poëzie was ingezonden maar een kort stuk proza. Deze gedichten waren dan ook onverminderd niet door naar een volgende ronde.

Terug naar Jannah Loontjens. Toen ik de regels uit haar gedicht las in de recensie moest ik een paar keer lezen voor ik begreep waarom de recensent deze regelafbreking zo “prachtig” vond. Laat maar eens een wat langere stilte vallen na ‘mijn’ en spreek dan geliefde extra sterk uit. De combinatie met ‘zijn slapend gezicht vlakbij’ geeft deze regels dan ineens iets extra’s.

Soms moet je poëzie herlezen of hardop lezen om de schoonheid ervan te begrijpen.

.

dat

Fragment

V weekeinde

.

In de Volkskrant, in het V weekeinde katern,  een groot artikel/interview met Kira Wuck, zeer succesvol met haar debuutbundel en in maart 2011 nog op het Ongehoord! podium. Daarnaast las ik in de bijdrage van Jean-Pierre Geelen, refererend aan de bijdrage van Peter R. de Vries aan de televisie van 2012 de volgende zinnen:

.

Noem mij, bevestig mijn bestaan

laat mijn naam zijn als een keten

noem mij, noem mij, spreek mij aan

o, noem mij bij mijn diepste naam

.

Er stond geen verwijzing naar de dichter maar wij weten natuurlijk allemaal dat dit uit ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’ komt van Neeltje Maria Min. En omdat het zo’n prachtig gedicht is hier de hele tekst.

.

mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
.
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

.

Uit: Voor wie ik liefheb wil ik heten, 1966

bundel

%d bloggers liken dit: