Site-archief

De Muze en het heelal

Fruit der firmamenten

.

Ter gelegenheid van de boekenweek in 1959 gaf de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels een verzameling gedichten, handelende over licht en duister, over aarde, zon, maan en sterren, over ruimtevaart, een primula en een citroen uit.

Toegegeven, ik werd ook op het verkeerde been gezet door de primula en de citroen maar bedenk dat ook de ruimtevaart in 1959 nog iets magisch en onbekends was, het heelal was nog een groot onbekend zwart gat. De primula en de citroen komen overigens uit een gedicht uit de bundel van Jan van Nijlen:

.

Meer dan sterren, meer dan het heelal

is mij de primula, een geel citroen.

.

Omdat deze bundel uitgegeven is ten behoeve van jonge mensen, stelde de commissie van de vereeniging een prijsvraag in onder pas-afgestudeerden op het gebied van vormgeving. Pas-afgestudeerden Bartha Bik (typografie) en Frédérique Spaanderman (omslag en illustratie) vulden elkaar zo goed aan volgens de commissie dat zij de opdracht kregen.

In de bundel gedichten van alle bekende dichters uit die tijd zoals Campert, Lucebert, Vasalis, Achterberg, van Ostaijen, Marsman, Lodeizen, Vestdijk, Boutens, Roland Holst etc. Maar ook een enkele wat minder bekende dichters als Albert Besnard, Gabriël Smit en Nes Tergast.

Al met al een fijne bundel ( de 11e uit deze Muze-reeks).

Ik koos uit deze bundel het gedicht ‘Fruit der firmamenten’ van Anton van Duinkerken.

.

Fruit der firmamenten

.

Ik vind:

de sterren zijn een witte wervelwind,

een hemelgril,

sneeuw die niet vallen wil,

uren die stil bleven staan,

werelden die de kracht niet vonden te vergaan.

.

En jij, wat denk je van de maan?

een ijspaleis,

een lachend gelaat

of een verzilverd paradijs?

.

Een wandelaar die langs de melkweg gaat

en ziet de zon als een fosforisch lijk

heeft die gelijk of ongelijk?

o kind, wat zou het heerlijk zijn te happen in de sterren!

.

De domoorworm

De muze op school

.

Met de aankoop van de bundel ‘De muze op school’ is mijn serie van muze bundels weer een stukje verder aangevuld (er zijn in totaal 16 edities van de muze serie uitgegeven). ‘De muze op school’, een bloemlezing van gedichten betrekking hebbend op de school en dus het leven werd samengesteld door W. van Beusekom en uitgegeven door de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels collectieve propaganda van het Nederlandse boek (of zoals wij vroeger op de opleiding zeiden; de vereniging met de lange naam).

Deze bundel werd uitgegeven in het kader van de boekenweek 1961. De illustraties in de bundel zijn van Peter van Straaten, herkenbaar maar anders dan de Peter van Straaten zoals ik hem van de laatste 10, 20 jaar ken.

De poëzie in de bundel is zoals vaker bij dit soort samengestelde bundel een mix van heel bekende en vrij onbekende dichters. Zo vlak voor de uitreiking van de C. Buddingh’ prijs heb ik voor een gedicht van zijn hand gekozen met de aanstekelijke titel ‘Domoorworm’.

.

Domoorworm

.

De domoorworm vraagt zich af

Waarom God hem geen hersens gaf.

 

Mijn vader heeft oprecht geleefd,

En steeds het goede nagestreefd,

 

En ook mijn moeder deed haar best,

En heeft geflikflooid noch geflest,

 

Denkt hij verdrietig – O, waarom

Blijf ik dan toch zo oliedom?

 

Waarom de blauwbilgorgel niet,

De blobber, of de slurfparkiet?

 

Waarom juist ik, een arme worm?

Ben ik er dan maar voor de vorm?

 

Doch niemand die het antwoord weet

En hem komt troosten in zijn leed.

.

%d bloggers liken dit: