Site-archief

Fietspoëzie

Anne Baaths

.

Op het Groene Fee podium in Breda kwam ik vorige zomer dichter en schrijfster Anne Baaths tegen. Anne schrijft al sinds 2015 jaarlijks (met uitzondering van 2016 en 2017) readymade gedichten in bundels met de titel ‘Gevonden!’, gebaseerd op de live verslaggeving van Renaat Schotte, José De Cauwer, Karl Vannieuwkerke en vele andere sportverslaggevers uit Vlaanderen. Omdat ik benieuwd was naar wielerpoëzie kwam ik op haar website en al snel vond ik meer websites waar wielerenthousiastelingen hun liefde voor het wielrennen in verzen en gedichten omzetten en plaatsen.

Zo is er de website Wielerpoëzie van Bauke Vermaas en Veronique Rap, waar ze beide gedichten over fietsen en wielrennen plaatsen. In Vlaanderen is er dan ook nog de website van Sam Fietspiratie waar hij schrijft over wielrennen en fietsen en waar hij ook gedichten plaatst. Tot slot is er de website Wielergedichten waar geregeld een nieuw gedicht wordt geplaatst over fietsen en wielrennen. Hier wordt ook ‘de geschiedenis van de wielerpoëzie’ vastgelegd (met een overzicht van en links naar): alle bundels met wielergedichten; interviews met ‘wielerdichters’; artikels over wielerpoëzie; wielergedichten in de openbare ruimte, op podcasts, YouTube, radio en TV.

In 2014 verscheen er zelfs een verzamelbundel over wielrennen getiteld ‘De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur’ bij elkaar gebracht door Patrick Cornillie.

Voor de ware liefhebber van fietsen en wielrennen én poëzie is er dus een ruime keuze aan fietspoëzie. Omdat ik de combinatie van wielerpoëzie en ready mades bijzonder aantrekkelijk vind (de commentaren bij wielrennen zijn al bijzonder, laat staan in Vlaanderen) heb ik gekozen voor een gedicht van Anne Baaths getiteld ‘Adelaar’ dat ook te lezen zal zijn in haar bundel ‘Gevonden!’ 2022 die binnenkort te koop zal zijn. Op Instagram kun je Anne volgen onder anne_baaths .

.

Adelaar

Op deze hoogdag

der eentonigheid zit het

venijn in de staart,

als marktkramers en

voorspelbaarheid verdwijnen

op de Muur van Huy,

l’éminence grise

halfweg ’t voorwiel van het jong

geweld blijft plakken.

Hij, die tergend traag,

keizerlijk de armen spreidt

als een adelaar

heersend over de

grillige rotsformaties

en kort daarna met

zijn grote ogen

als van een onschuldig kind

de pers te lijf gaat.

.
.

Advertentie

Het bloed bruist

Peter Goossens

.

De uit Dendermonde afkomstige dichter en kunstschilder Peter Goossens (1957) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Madrigalen van strijd en liefde’. In 2017 volgde de bundel ‘Als’ en in 2020 de bundel ‘Laisser-allez’. Ik ken Peter van een optreden bij Ongehoord! en van zijn eerdere bundels Als en Banalitiet van de liefde. Nu heeft Peter opnieuw een dichtbundel gepubliceerd  met de titel ‘Het bloed bruist’.

Op het eerste gezicht is dit opnieuw een bundel waar zorg aan is besteed, mooie vormgeving, met een omslag aan de binnenzijde met een goede foto van Peter en mooi stevig papier. Er is geen opdruk op de rug, wat het terugvinden van de bundel bemoeilijkt in een boekenkast. Sla ik de bundel open dan valt me, helaas opnieuw, op dat alle gedichten gecentreerd in de bundel zijn opgenomen en dat de gedichten erg hoog op de pagina beginnen. Ik vind gecentreerde gedichten niet mooi en storend bij het lezen. Ik zie het vaker, vrijwel altijd bij in eigen beheer uitgegeven bundels maar ook uitgeverij Heimdall maakt zich er dus schuldig aan. Voor mij, en dit is mijn particuliere mening, ogen gecentreerde gedichten in een bundel niet professioneel.

Maar genoeg over de vorm, laten we naar de inhoud gaan. Tegenwoordig is het bij veel jonge (en dan vooral vrouwelijke) dichters populair om in hun poëzie een verhaaltje te vertellen. Zo’n verhaaltje hoeft geen urgentie te hebben, het kan overal over gaan (wat meestal het geval is) en dan wordt er taal- en spelenderwijs een draai aan gegeven. Bij Peter is dit geenzins het geval. De poëzie van Peter is rauw, cynisch soms en direct. Uit de gedichten spreekt een zekere teleurstelling en kritiek op de wereld om hem heen.

In zijn poëzie worden ook verhalen verteld maar op een meer prozaïsche manier, het poëtische van de taal is ondergeschikt in zijn poëzie. De lezer wordt ook regelmatig direct aangesproken; (tussen) zinnen als ‘Wat zal het’, ‘Je weet wel’, ‘U weet wel’ en ‘Maar laten we het even anders uitdrukken’ geven aan dat hier gesproken wordt met de lezer. Er is in de hele bundel een bepaalde urgentie om de lezer deelgenoot te maken, aan te spreken, te waarschuwen ook. Alsof je naast hem zit en hij tijdens een voordracht naar jouw kant opkijkt en het tegen je zegt.

De lange gedichten gaan over het leven, de dood, de maatschappij, de politiek, nachtelijke seksuele escapades en zijn soms heel expliciet (zoals in het gedicht ‘Ssssssst …’) zonder echt banaal te worden. Zoals de uitgever schrijft: “De bundel is een meer filosofische benadering over maatschappij en mens, over eenzaamheid en hoe in lelijkheid ook schoonheid zit. Er worden geen onderwerpen uit de weg gegaan.”.

Sommige keuzes begrijp ik niet helemaal, zoals het gebruik van Duitse zinnen in het gedicht ‘Der Tod ist ein Monolog’ maar de gedichten zitten vol gedachten en meningen en zijn daardoor, ondanks dat er poëtisch taal-technisch wat weinig te genieten valt, zeker de moeite waard van het lezen. Maar uitgesproken komen deze gedichten nog meer tot zijn recht. Een aantal gedichten heb ik tijdens een voordracht van Peter mogen beluisteren bij ‘De Groene Fee’ in Breda afgelopen jaar, en dan komt de poëzie van Peter pas echt tot zijn recht.

Voor mij is het op één na laatste gedicht in de bundel ‘Handen’ het meest veelzeggend over Peter de inhoud van de bundel, daarom hier dit gedicht maar dan niet gecentreerd.

.

Handen

.

Ooit waren mijn handen nog jong

onbezoedeld.

Ze streelden over lichamen

en maagdelijk witte bladen.

Ze streelden de wind

verdreven de bitterste schimmen.

Ze streelden zichzelf.

.

Het waren net keurige bloemblaadjes

verkenden de bedding

lieten ogen tranen.

Ze boden herinneringen

vervaagden stoffige spinnenwebben.

.

Op een dag werden we wakker

en leken het vreemdelingen.

Ze zagen er bezoedeld uit

rimpelig, ruw, aangeslagen, gekloofd.

.

Het zijn portretten

en ze redden zich.

Beter nog

het zijn gezegende handen.

.

Poëziepodia

Voordragen

.

Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.

En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.

Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.

En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:

Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.

Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.

.

De dichter ontmaskerd

.

Je sprak over peilloze diepten

en omfloerste gedachten,

doorwrochte zinnen en

latent temperament.

 

En ik vroeg me af

waar zich dat dan

allemaal wel bevond?

.

Bij mij?

Hoe kon ik dat geloven.

Ik deed maar wat

tenslotte.

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Voor de liefste onbekende

Ingmar Heytze

.

Afgelopen vrijdag was ik op het podium van Louis van Londen ‘De Groene Fee’ in Breda waar naast Poëziebusdichters Aurora Guds, Jolies Heij, Gerard Scharn en Akim A.J. Willems ook Ingmar Heytze voordroeg. Nu had ik zelf Ingmar Heytze al op een podium gevraagd begin dit jaar in Maassluis en had ik hem vorige maand nog zien schitteren op Poëzie Lagogo in Rotterdam, maar Heytze heeft het talent om steeds weer te boeien op toneel, hoe vaak je hem ook ziet en hoort.

Eenmaal weer thuis zocht ik de bundel van zijn hand die Trouw had samengesteld in 2013 en al lezend kwam ik het gedicht ‘Voor de liefste onbekende’ tegen (het openingsgedicht uit de bundel en ja, ik heb gewoon verder gelezen) dat ik hier met jullie wil delen.

.

De liefste onbekende

.

Wie van ons heeft de ander bedacht?

Paul Éluard

.

Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.

Ik dank de sterren en de maan

dat iedereen die komt en gaat

de diepste sporen achterlaat, behalve jij,

dat jij mijn deuren, dicht of open,

steeds voorbijgelopen bent.

.

Het is maar goed dat je me niet herkent.

Kussen onder straatlantaarns

en samen dwalen door de regen,

wéér verliefd zijn, wéér verliezen,

bijna sterven van verdriet –

dat hoeft nu allemaal nog niet.

.

Ik ben nog niet aan ons gehecht.

Ik kijk bepaald niet naar je uit.

Neem de tijd, als je dat wilt.

Wacht een maand. een jaar,

de eeuwigheid en één seconde meer –

maar kom, voor ik mijn ogen sluit.

.

Voordrachten

Waar ben ik te zien/ te beluisteren?

.

De komende weken ben ik op twee locaties waar ik mijn poëzie zal voordragen.

.

Vrijdag 6 april

De Groene Fee, literair café in Breda (Pastoor Potterplein 12 in Breda). Inloop 19.00 uur, aanvang 20.00 uur (tot 23.30 uur)

Met ook: Gert Vanlerberghe, Katelijne Brouwer, Marjan de Ridder, Herman Belgers en Rick van der Made.

.

Donderdag 12 april

Café Mooie Woorden, van Schrijvers tussen de kassen (De 3 Winckels, Dijkweg 3 Naaldwijk). Van 20.00 uur tot 23.00 uur.

Met ook: Debby van den Bergh, Harry Zevenbergen, Dirk den Hoed en Alexander Franken.

.

Uiteraard kun je één van mijn bundels kopen (mocht je dat willen). Ik heb er altijd wel een aantal bij me. Een gedicht dat ik in beide cafés in ieder geval ten gehore zal brengen (naast meer nieuw werk) is het gedicht ‘Het stille sterven’.

.

Het stille sterven

 

Het is niet meteen waar ik aan denk

           stilte

bij zo’n uitbundige uitvaart.

 

Het zijn geen kreten

die laatste adem,

steeds opnieuw.

 

Zonder doel of aanwijsbaar nut,

zonder begin of einde,

onzichtbaar reïncarneren in jezelf.

 

Langzaam wegglijden, boven komen

en opnieuw adem halen.

.

%d bloggers liken dit: