Site-archief

I love you like I love myself

Marieke Lucas Rijneveld

.

Hoewel de nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld echt geen extra ondersteuning of publiciteit behoeft, daar zorgt de bundel zelf wel voor en anders Marieke Lucas of haar uitgeverij wel, wil ik toch hier over ‘Komijnsplitsers’ een stukje schrijven. De reden is de volgende; ik ken Marieke Lucas (1991) al sinds hij zijn eerste optreden verzorgde op een podium bij Ongehoord! op 20 jarige leeftijd in 2012. Een jaar voordat hij doorbrak met ‘Kalfsvlies’ stond ik samen met hem op het Taalpodium in Zeist en op de dag voordat zijn roman ‘De avond is ongemak’ uit zou komen, trad hij bij mijn bibliotheek op in Maassluis.

Maar er is nog een reden. Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Komijnsplitsers’. De bundel was nog maar net uit en ik heb een derde druk. Ik heb de bundel nog niet gelezen maar bladerend door de bundel kwam ik het gedicht ‘I love you like I love myself’ tegen. De titel begon ik meteen te neuriën, ik ken het nummer van Herman Brood heel goed met die titel. Toen ik het gedicht las bleek de titel inderdaad genomen te zijn uit dit nummer van Brood.

Hoewel ik de gedichten (op een enkel gedicht dat al eerder werd gepubliceerd na) nog niet heb gelezen, blijkt ook deze bundel weer een typische ‘Rijneveld’. En omdat ik in mijn jonge jaren Herman Brood wel tientallen malen heb zien optreden wilde ik jullie dit gedicht maar meteen voorschotelen. Daarom en omdat dit gedicht me meteen greep. In dit gedicht zit voor mij alles waar Marieke Lucas de afgelopen jaren doorheen is gegaan. ‘een jongetje uit me geknipt’ het mogen worden wat je wil, de Schepper (met hoofdletter!) die dus nog steeds een belangrijke rol speelt in het leven van Marieke Lucas, het scheefgeknipt zijn, de schaamtelijm en het gelukkig zijn en dat niemand het volume bepaalt behalve zij. Een gedicht dat nu al een klassieker is voor mij.

.

I love you like I love myself

.

Lang geleden dat de zondag spinnend naast mij lag,

dat ik geen verdrietplaatjes draaide, het levenslied een keer

niet uit mijn borstkas knalde, gewoon een trage wals met

.

de stilte. Ik heb de schaar in mijn haar gezet en waterpas een

jongetje uit me geknipt, daarna was mijn lampenzwarte

dakhaasliefje aan de beurt, hem gezegd dat hij alles

.

mag worden, zelfs een zilverreiger of een aalscholver,

behalve dan het plagerige donker, een diefachtige,

om na het knippen met hem in mijn armen door de kamers

te zwieren – Hazes slaan we over, van Hazes krijgen we jeuk-

.

en hem af en toe met heel zijn kattengewicht in mijn hals

te leggen, zachtjes toe te fluisteren dat hij mijn Schepper is,

zonder hem ben ik onaf, zonder hem sta ik constant in de

.

steigers. Ik weet dat we allebei haveloos van schoot naar

schoot gaan, dat we constant op zoek zijn naar de hand die

ons kriebelt, die ons van alle toorn en wreveligheid ontvlooit

– Brood draaien we hard, Brood helpt ons uit het lood-

.

maar nu zwieren we door dit moederloze oord, neuriën

de songtekst foutloos mee, en ik durf zelfs te beweren dat we hier,

hoe scheefgeknipt we onszelf ook zien, hoe stijfjes ook onze

.

danspasjes door een teveel aan schaamtelijm tussen onze

gewrichten, toch durf ik hier te beweren dat we gelukkig, o zo

gelukkig en niemand, behalve wij, controle over het volume.

.

December-elegie

Maurice Gilliams

.

Het Vlaams literaire kwartaalblad ‘Yang’ verscheen van 1963 tot en met 2009. In ‘Yang’ werd ruime aandacht besteed aan hedendaagse poëzie en proza van zowel Nederlandstalige auteurs als in vertaling en er stonden kritieken en essays in. In 2009 is het samengesmolten met het tijdschrift ‘freespace Nieuwzuid’ tot het nieuwe platform ‘nY’. In ‘Yang’ het tijdschrift voor Literatuur Kommunikatie (ja zo schreef men dat destijds) uit 1980, staat een passend gedicht voor deze tijd van het jaar. Wellicht iets te vroeg (het is nog november) maar niet minder mooi. Het is het gedicht ‘December-elegie’ van de Vlaamse schrijver en dichter Maurice Gilliams (1900 – 1982). Op zeventienjarige leeftijd debuteerde Gilliams met gedichten en proza onder de naam Floris van Merckem, een pseudoniem dat hij later introk. Hij brak op 36-jarige leeftijd door met zijn sterk autobiografische roman ‘Elias of het gevecht met de nachtegalen’.

Gilliams ontving voor zijn werk onder andere de Constantijn Huygensprijs (1969) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1980). In de tuin van het Elzenveld in Antwerpen staat een standbeeld van hem van de hand van beeldhouwer Rik Poot. Op de arduinen sokkel staat Gilliams’ tekstregel ‘De onrust schenkt vleugels aan de verbeelding’, die in 2018 het motto werd van de roman ‘De avond is ongemak’ van dichter en schrijfster Marieke Lucas Rijneveld.

.

December-elegie

.
Hier woont een bruid. De stallen staan vol paarden.

De wintermaan beschijnt door ’t vensterglas,

verschuivend langs een roerloos vlak van angst,

de teil met bloedmoer van geslachte hazen.

.

En stoel aan stoel en kast aan kast der vaderen

beluistren ’t kraken van de zorgentrap

waarlangs zij klommen, lijdzaam overlast,

naar nesten van vergetelheid op zolderkameren.

.

Voor barenswee verkoren dochter sluimert;

een arm, als bij het rapen, hangt ontbloot

naar ’t veld der dromen waar de wellust suizelt.

.

En met haar mond naar de appels aan de bomen

bewasemt zij het plekje op de wand

waar de afscheidszucht verstierf van verre doden
.
.

Op een dag breekt alles

Marieke Lucas Rijneveld

.

Op zondag 28 januari aanstaande zal Marieke Lucas Rijneveld te gast zijn als voordragend dichter bij de Gedichtendag in Theater Koningshof in Maassluis. Deze middag, waarop ook Rellie Telg (Relliatuur), Bert Blasé en Hans Trompert en een aantal Maassluisse dichters zullen voordragen (waaronder de stadsdichter Jaap van Oostrum) zal ik persoonlijk presenteren.

Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin,De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ dat al heel snle verschillende herdrukken beleefde. In 2018 dus zeer recent verscheen haar eerste roman getiteld ‘De avond is ongemak’.

In 2014 werden in De Revisor’ een paar gedichten van Marieke Lucas geplaatst, in dat zelfde jaar werd ze door door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent van dat jaar.

.

Op een dag breekt alles

Als ik uitstap vraagt een man of ik van bier eerder zal breken
of ik wist dat kroegen net katten waren die overdag sliepen, in de nacht

zich warm om je heen krulden als bladerdeeg in de oven. Ik denk aan de keren
dat ik mijn huis in dronken toestand zag, aan de vreemde pasvormen in de banken

schaafwonden die geen kans op genezing kregen. Aan de vloer die daarna nog
dagenlang zich aan mijn voeten klampte en ik me opsloot omdat de gang beelden

projecteerde van zoenende mensen. Iemand schreef op het behang dat mensen net
melkpannetjes waren en dat het kookpunt er nooit ineens was maar zich altijd

langzaam opbouwde. Ik ging er met een vaatdoekje overheen en  zag mijn
moeder die als ze overkookte, flessen Chardonnay aan de goudvis voerde

daarna de kom aan haar lippen zette, trots zei dat ze al tijden geen druppel meer
dronk. Met stift tekende ik een fornuis  voor de pan, sindsdien kun je zelf

de temperatuur instellen. En ik schud mijn hoofd naar de man op straat en hij
lacht als ik zeg dat het punt van breken nooit met drank te maken heeft

maar met het moment waarop glazen elkaar eventjes aanraken.

.

%d bloggers liken dit: