Site-archief

First dates

Jan Boerstoel

.

Ik geef het toe, ik mag graag kijken naar First Dates (en dan toch vooral de Engelse versie), het televisieprogramma op de vroege avond van BNN/VARA waarin mensen, die zich hiervoor hebben opgegeven, op een eerste afspraak met elkaar gaan in het First Dates restaurant. Ik mag er graag naar kijken om allerlei redenen eigenlijk. Om de onhandigheid, van de deelnemers, de openheid, het ongemak, het enthousiasme en de beleving. Wat me opvalt is dat er nog al eens deelnemers bij zitten die een rugzakje met zich meedragen. Dat kan een overleden partner zijn of een vroegere relatie, een moeilijke liefde of een vervelende scheiding. Bij deze deelnemers merk je vaak al tijdens het gesprek dat ze hebben met hun (mogelijke) nieuwe liefde, dat ze het verleden nog niet los hebben gelaten (al beweren ze vaak van wel).

Ik moest meteen denken aan dit programma toen ik het gedicht ‘Ze hebben nooit op haar geleken’ las van Jan Boerstoel. Het niet kunnen wennen aan een ander, steeds opnieuw de nieuwe persoon vergelijken met de oude (en die vergelijking steeds opnieuw verliezen). Een schurend liefdesgedicht kortom. Uit de bundel ‘Eerste keus: liedteksten 1968 – 1986’.

.

Ze hebben nooit op haar geleken

.

Ze hebben nooit op haar geleken,
daar heeft het altijd aan geschort.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dus kwam hij steeds aan hen te kort.

Soms was het om hun mooie ogen,
hun mooie lichaam of hun stem,
hij heeft ze ook wel eens gemogen
en dikwijls hielden ze van hem.
Maar in de radeloze uren
voor elke nieuwe grijze dag,
dan lag hij in de nacht te turen
en haatte wie er naast hem lag.

Ze hebben nooit op haar geleken,
ze zijn gekomen en gegaan.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dat heeft hij zich nooit toegestaan.

Hij kon hun warmte niet verdragen
en zij niet altijd zijn verdriet,
hij heeft ze er wel om geslagen,
maar van hen houden kon hij niet.
Toch hadden ze hem veel te geven,
zelfs waar hij altijd overvroeg,
een enkele haar hele leven,
maar dat was hem niet eens genoeg.

Ze hebben nooit op haar geleken,
al kwamen sommigen een end.
Ze hebben nooit op haar geleken
en haar heeft hij nooit echt gekend.

.

Advertenties

Een andere kant

Laatste keer dichter van de maand mei

.

Voor de laatste keer is Alja Spaan vandaag dichter van de maand mei. Volgende week zondag een nieuwe dichter van de maand. Wie dat gaat worden weet ik nog niet maar ik heb een hele week om erover na te denken. Dit keer een gedicht van Alja uit haar laatste bundel uit 2017 ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ en opnieuw een intiem portret in herinneringen van een vader en een dochter.

.

Een andere kant

.
Alle lengtes zijn ingehaald, behalve de mijne.
Alle portretten zijn levend geworden behalve

de zijne. Mijn vader tekende bij voorkeur paarden,
koeien, uitgemergelde exemplaren,

hazen in de kantlijn, fietsen, auto’s en een enkele
vrouw met aanmerkelijk betere

knieën dan het blokje dat ik maakte tussen
ballonkuit en marmeren zuil. Ze bleven

bloot terwijl ik een plooirokje probeerde. Alle
schaduwen zijn weg.

Vogels stijgen opnieuw op, landen evenwel nu
in het natte gras tussen

zijn lijf en het hare, ze heeft haar rok keurig
tot over haar knieën getrokken.

.

Misschien moet alles eerst op tekening hersteld

Alja Spaan

.

Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.

En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.

Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.

Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:

 

Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar

en zo half, naar opzij gevallen, niet meer

schuilend, zo laag bij de grond.

.

Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:

.

Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de

achterblijvers. Er hoefde niet

.

gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder

vele lagen stof, doordrenkt van

.

stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een

vierkante meter.

.

In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.

In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.

.

Een andere prestatie

.

Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden

voorgoed. In dit poppenhuis

.

waar rondom de bomen dunner worden,

de straat dichterbij terwijl

.

de hemel steeds verder lijkt, blijven de

korte muren vochtig, een

,

blauwzwarte tekening volgt als een ader

mijn melkwit lijf, achter

,

de kast waarin mijn schriften liggen, groeit

een grijze boom, dik

.

dit keer. De woorden liggen gelukkig nog

droog in hun bedding,

.

wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis

achtergebleven te zijn, alsof

,

geschreven op die hoge witte muren die

in de storm blijven staan.

.

as

 

%d bloggers liken dit: