Site-archief

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets
Advertenties

Haar lichaam heeft haar typograaf

Lucebert

.

Lubertus Jacobus Swaanswijk (1924 – 1994) beter bekend als Lucebert was dichter en schilder. Als dichter werd hij gezien als de voorman van de beweging van de Vijftigers, als schilder was hij nauw betrokken bij de Amsterdams poot van de experimentele Cobra-groep.

Voordat Lucebert deel ging uitmaken van de beweging van de Vijftigers had hij al meegedaan met verschillende dichters-collectieven als IPA, Contact en later de Cel Majakovski, met Gerrit Kouwenaar en Jan Elburg. De naam van de laatste was een verwijzing naar de Russische dichter Vladimir Majakovski.

In 1949 trad hij al op als de voorman van de Vijftigers en al snel werd hij de Keizer der Vijftigers genoemd. In de jaren zestig van de vorige eeuw verlegde hij zijn focus meer en meer naar zijn werk als beeldend kunstenaar.

Tegenwoordig wordt Lucebert beschouwd als één van de grootste Nederlandstalige dichters van de twintigste eeuw. De meeste van zijn gedichten zijn gebundeld in ‘Gedichten 1948-1963’, en recenter in ‘Verzamelde Werken’ uit 2002.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971 het gedicht ‘Haar lichaam heeft haar typograaf’ van deze bijzondere dichter.

.

haar lichaam heeft haar typograaf

.

spreek van wat niet spreken doet
van vlees je volmaakt gesloten geest
maar mijn ontwaakte vinger leest
het vers van je tepels venushaar je leest
 .
leven is letterzetter zonder letterkast
zijn cursief is te genieten lust
en schoon is alles schuin
de liefde vernietigt de rechte druk
liefde ontheft van iedere druk
 .
de poëzie die lippen heeft van bloed
van mijn mond jouw mond leeft
zij spreken van wat niet spreken doet
.
.
luce
%d bloggers liken dit: