Site-archief

De stem van de dichter

Pierre Kemp

.

Een bloemlezing van poëzie en proza geschikt om voor te dragen, zo luidt de ondertitel bij de in 1962 door J.B. Wolters in Groningen uitgegeven bundel ‘De stem van de dichter’. Blijkbaar was er destijds in het curriculum van de scholen nog plaats voor voordracht (kom daar maar eens om tegenwoordig). De bundel beslaat een grote ruimte in tijd, van Vondel, Bredero, Constantijn Huygens en Bilderdijk naar Multatuli, Gerhardt en Vasalis. Bekende gedichten en minder bekende gedichten.

In het voorwoord staat het doel van het voordragen beschreven: Het doel van het voordragen is: anderen te laten genieten van een kunstwerk. De voordrager moet niet de ontroering opdringen, die het kunstwerk bij hem gewekt heeft, hij moet de bewogenheid en de visie van de maker vertolken. Hij is uitsluitend medium tussen de maker en de toehoorder; een beter medium dan het gedrukte woord, dat de levende taal slechts (gebrekkig) aanduidt.

Een paar dingen vallen me op: blijkbaar was poëzie in 1962 exclusief van mannen (ik denk van niet) en over de keuze van het medium (beter of slechter) valt ook nog wel een discussie te voeren. Dat wil ik hier niet doen, al is het maar omdat het medium dat ik gekozen heb voor mijn website per definitie vooral gericht is op het gedrukte woord.

Een dichter die in de bundel voorkomt is Pierre Kemp (1886 – 1967). Kemp is een dichter die ik graag lees maar eigenlijk weinig lees (dat heb je soms). Een dichter met een bijzonder leven; een mooi detail uit zijn leven vind ik het feit dat hij altijd zwart droeg, hij werkte in de staatsmijn Laura waar hij loonadministrateur was, zodat het kolengruis op zijn kleding niet zou opvallen.

In ‘De stem van de dichter’ is het gedicht ‘Najaarsstemming’ van zijn hand opgenomen dat oorspronkelijk verscheen in ‘Phototropen en Noctophilen’ uit 1947.

.

Najaarsstemming

.
Alles lijkt zo verloofd buiten en ik ben gehuwd.
Het beeld van de haan in het landschap is niet nieuw,
het beeld van de kippen in de weide is niet oud
en alles is vanmorgen in groen gebiesd met goud.
Maar ik kleed me om en op de pijpen van
mijn broek speld ik de blaadren, die ik grijpen kan
en over de revers van mijn zwarte jas
een slinger donkergele dahlia’s.
Want ook ik wil vandaag zijn wat groen, wat goud;
verloofd en gehuwd en vooral niet oud.
.
.

Poëzie in het Huygenspark

Poetry in the Park

.

Op 28 en 29 mei organiseert Huis van Gedichten in samenwerking met Poetry in the Park, Verhalenvangers, Peter Swanborn en Karin van Kalmthout een tweedaags festival in het Huygenspark in Den Haag. Naast een Poetry Battle is er een schrijfcursus ‘Leven, een gedicht’ door Jessie van Vlodrop, een workshop ‘ik vertaal je’ door Peter Swanborn en een open podium waar Hagenaars en Hagenezen hun dichtwerk mogen voordragen. Ik zal er ook voordragen.

Voorafgaand aan dit festival is er op 6 april van 10.30 tot 12.00 uur een workshop verzorgd door Karin van Kalmthout met als onderwerp over de rijkdom van het stadsdichterschap. Er zijn 10 plekken beschikbaar en op https://mailchi.mp/922c8041279e/mooi-van-iedere-maand-1928545?e=[UNIQID] lees je hoe je je kunt opgeven.

Het festival begint op beide dagen om 19.00 en duurt tot 21.00 uur. Hou je van gesproken poëzie of wil je zelf op het podium staan, geef je op (zie link) of kom naar het Huygenspark in Den Haag op 28 en 29 mei.

En wat zou een Haags poëziefestival zijn zonder Haags gedicht? daarom het gedicht ”s Gravenhage’ van de naamgever van het park waarin de poëzie wordt gevierd Constantijn Huygens (1596-1687).

.

’s Gravenhage

.

Het hele land in ’t klein, de weegschaal van de staat,

De schave van de jeugd, de schole van de daad,

Het dorp der dorpen geen, waar ieder’ steeg een pad is,

Maar dorp der dorpen een, waar ieder’ straat een stad is.

De rondom groene buurt, het rondom stenen Hout,

Des boers verwondering, al komt hij uit het woud,

Des steêmans steeds vermaak, al komt hij uit de muren.

Der vijanden ontzag, de vrijster van de buren,

Des werelds lekkernij, des hemels welgeval.

Is ’t daarmee al gezegd, zo ben ik meer dan al.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 79: op postzegels

.

Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.

Het gedicht van Jan Hanlo  uit 1970  uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot

Ik noem je bloemen etc.

 –

Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi

ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe

ik noem je: bloemen in de nacht

.

Post 1987 post 1988 (1)

%d bloggers liken dit: