Site-archief

Eens en nooit weer…

Heere Heeresma

.

Kende ik Heere Heeresma (1932 – 2011) toch vooral van het aardige tragikomische boek ‘Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp’, blijkt hij ook gedichten geschreven te hebben. Door toeval kreeg ik zijn bundel ‘Eens en nooit weer…’ onder ogen. Deze bundel bevat de verzamelde gedichten van Heeresma ter gelegenheid van zijn 25-jarig schrijverschap. De oplage bedroeg 2000 exemplaren en, zo staat achterin de bundel te lezen, … zal noch in deze noch in andere vorm ooit worden herdrukt..

In een redelijk humoristische Nabetrachting krijg je een aardig inzicht in de motieven en drijfveren van de schrijver. Zo schrijft hij over zijn gedichten:

“Zo lieten de gedichten zich nauwelijks op hun technische mérites beoordelen. Niet in het laatst omdat er nauwelijks enige techniek aan ten grondslag lag. Het waren en bleven voor alles: stemmingsbeelden.Vandaar ook hun onbestemde karakter, een vaagheid die bijvoorbeeld sterk in de hand gewerkt werd door een veelvuldig gebruik van een , ons enige onbepaalde lidwoord, terwijl het onmiskenbaar hardere en dan ook in tegenspraak schijnende voegwoord en er , bij ampele bestudering slechts op wijst dat deze dichter geen hemelbestormende effekten ambieerde; die, zo ze al voorradig waren, in ieder geval graag opofferde aan de duidelijkheid, wat me nu zonder meer als een voorbeeldige hoffelijkheid tegenover de lezer voorkomt.”

Een bijzondere bundel kortom.  Daarom uit deze bundel een gedicht zonder titel uit 1954 (Kinderkamer).

.

de dag doet pijn

en kijkt naar ons

met warme handen met

klamme handen de dag

doet pijn

.

de dag ze sterft de dag

een graf van werk en

eindeloos als straten

.

de dag ongelofelijk

.

HH

 

Advertenties

Carollade

Versvorm bedacht door Lewis Carrol

.

Deze versvorm werd bedacht door Lewis Carrol, schrijver van onder meer Alice in Wonderland. De Carollade bestaat uit steeds 6 regels waarvan de eerste zin steeds begint met: Hij dacht dat hij een … zag.

De tweede zin begint met het woord ‘die’ of ‘dat’.

De derde zin luidt: Maar toen hij weer keek was het slechts.

Regel 5 en 6 bevatten commentaar.

.

Hieronder een voorbeeld.

.

Hij dacht dat hij een Schoonheid zag

Daar in de maneschijn.

Maar toen hij weer keek was het slechts

Een oude chagrijn.

“O God!”, riep hij en wendt zich af,

“Dit is beslist geen gein.”

 

Hij dacht dat hij een Vrome zag,

Daar naast zich in de kerk.

Maar toen hij weer keek was het slechts

Een stukje duivelswerk:

“t Is maar”, zei hij “Uit zestien tien

Een blauwhardstenen zerk”.

 

Hij dacht dat hij een Wijze zag,

Een wijsgeer voor zijn hart.

Maar toen hij weer keek was het slechts

De domheid, zeer benard.

Hij riep: “Dit is het ook al niet,

Val dood nu voor mijn part!”

 

Hij dacht dat hij zich zelve kent

(Hij is al vijftig jaar).

Maar toen hij weer keek zag hij slechts

Een domme oude vent.

Hij zei: “Ik ga geen kant meer uit,

‘k Blijf zitten op mijn krent”.

.

lewis_carroll

Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/
%d bloggers liken dit: