Site-archief

Berlijn 1968

José van Rosmalen

.

De schrijver en dichter José van Rosmalen (1947) beperkt zich niet tot één genre, maar schrijft gedichten, columns en korte verhalen. Een aantal daarvan heeft hij in 2012 gebundeld in het boekje ‘over grenzen’ dat hij in eigen beheer heeft uitgegeven. In het boekje van 72 pagina’s staan gedichten, korte verhalen en autobiografische schetsen. In dit bundeltje staat ook het gedicht ‘Berlijn’. Of dat hetzelfde gedicht is als het gedicht met de titel ‘Berlijn 1968’ dat ik op leesgedichten.nl tegen kwam weet ik niet maar ik vond het de moeite waard om hier met jullie te delen.

.

Berlijn 1968

.

In de kou
van de strijd
tussen oost en west
tussen nacht en ochtend
tussen corps en revolutie
vocht de groep studenten
zich door drank en principes

Op zoek naar waarheid
trots op idealen
blij met de koelkast
werd de muur al zachtjes gesloopt

Buiten regeerde angst
in de ondergrondse zweeg je

Het spel van de namen
de glazen wijn
een nacht in Oost-Berlijn
toen wist ik al
niet van het corps
noch van de revolutie te zijn.

.

 

img_4174

ogr

Das magazin

Literair tijdschrift

.

In de kringloopwinkel kocht ik vier exemplaren van Das Magazin of Das Mag. Dit literaire tijdschrift, volgens de website http://dasmag.nl/het grootste literaire magazine van Nederland, verschijnt vier keer per jaar. Mijn exemplaren zijn van 2012 en 2013.

In Das magazine korte verhalen, briefwisselingen, columns, foto’s, illustraties en poëzie. Uit de zomer editie van 2013 met als titel ‘Het jong’ een gedicht van Ellen Deckwitz met als titel ‘Vlies’.

.

Vlies

.

Ze zeiden dat ons hoofd niet meer is

dan een knokenkap. Een thuis

waarin het spookt.

.

Maar in de hoek lag iets. We tilden het op

en ontdeden het van zijn vlies. Het was teer nog

maar het ademde,

.

het begreep hoe we spartelden.

.

Laat onze handen maar neerdalen.

De vingers zullen zich hoe dan ook spreiden

in een majeurakkoord. Op deze polsen

.

zitten geen wonden maar stukjes weefsel

in de vorm van landen waarvan we weten

dat ze bestaan.

.

das-magazin

You mean Donald?

Bart Chabot

.

Op het moment lees ik de columns van Bart Chabot gebundeld in ‘Scheveningse wolken’. Door deze korte verhaaltjes te lezen krijg ik vanzelf weer zin om zijn poëzie erbij te pakken. Daarom vandaag een gedicht van Bart uit ‘Greatest hits, volume 1’ uit 2004.

.

Eend

.

disneyland paris bestaat vijf jaar
er valt confetti uit de wolken

we zitten aan de lunch
in het new york hotel
sebastiaan en ik lopen naar het buffet
ik til het deksel op
van een enorme vleesschotel
– pap – vraagt sebas – is dat kip?
van de damp beslaat mijn bril
– that’s duck sir – schiet een ober ons te hulp
het tafelzilver hangt plotseling
op eigen kracht in de lucht
– you mean donald? – vraag ik
wijzend op de eendenborstjes
stilte daalt over de tafels
dan stijgt homerisch gelach op

sebastiaan kijkt niet blij

.

Bart C.

DD

Donald Duck door Daniel Karlsson Renders

Het leven van alledag in poëzie

Americain Life in Poetry

.

In de verenigde Staten is The Poetry Foundation samen met the Library of Congress het project ‘ Life in Poetry’ begonnen tussen 2004 en 2006. De initiatiefnemer was Poet Laureate Consultant bij de Library of Congress. Ted Kooser.

American Life in Poetry ( http://www.americanlifeinpoetry.org) is een gratis wekelijkse column voor kranten en online publicaties waarin een gedicht centraal staat van een modern Amerikaans dichter. Daarnaast wordt er een korte introductie gegeven van de dichter door Ted Kooser. De missie van dit project is om poëzie te promoten. Er zijn geen kosten aan verbonden zolang kranten en online publicaties de tekst in zijn geheel overnemen inclusief de copyrightregels die onder de teksten staan. American Life in Poetry heeft ook een Facebookpagina: https://www.facebook.com/americanlifeinpoetry

Hieronder een mooi voorbeeld, column nummer 155 (van de inmiddels 441) met een gedicht van Marianne Boruch.

.

The American poet Elizabeth Bishop often wrote of how places—both familiar and foreign—looked, how they seemed. Here Marianne Boruch of Indiana begins her poem in this way, too, in a space familiar to us all but made new—made strange—by close observation.
.
Hospital
.

It seems so—
I don’t know. It seems
as if the end of the world
has never happened in here.
No smoke, no
dizzy flaring except
those candles you can light
in the chapel for a quarter.
They last maybe an hour
before burning out.
And in this room
where we wait, I see
them pass, the surgical folk—
nurses, doctors, the guy who hangs up
the blood drop—ready for lunch,
their scrubs still starched into wrinkles,
a cheerful green or pale blue,
and the end of a joke, something
about a man who thought he could be—
what? I lose it
in their brief laughter.

.

American Life in Poetry is made possible by The Poetry Foundation (www.poetryfoundation.org), publisher of Poetry magazine. It is also supported by the Department of English at the University of Nebraska-Lincoln. Poem copyright ©2006 by Marianne Boruch, whose most recent book of poetry is Grace, Fallen from, Wesleyan University Press, 2008. Poem reprinted from “TriQuarterly,” Issue 126, by permission of Marianne Boruch. Introduction copyright © 2013 by The Poetry Foundation. The introduction’s author, Ted Kooser, served as United States Poet Laureate Consultant in Poetry to the Library of Congress from 2004-2006. We do not accept unsolicited manuscripts.

AliP

boruch

De columns van Campert

Volkskrant

.

Vandaag wil ik, als rechtgeaarde poëzieliefhebber, een lans breken voor de columns van Remco Campert. Niet alleen is Remco Campert al lang een van mijn favoriete dichters maar ik merk dat ik zijn columns ook steeds meer ga waarderen. Waar blijkt dat uit, zul je dan vragen?

Na mijn vakantie lag er zo’n kilo of 6 aan kranten van de afgelopen weken te wachten op tafel. Doelgericht haalde ik de boekenbijlagen van de Volkskrant eruit en de columns van Campert las ik met veel plezier als eerste. Volgens mij is de rest van de stapel vrijwel ongelezen uiteindelijk in de oud papierbak beland.

Maar waarom lees ik Campert dan zo graag? Omdat hij als geen ander schijnbaar achteloos met citaten strooit, strofen en regels van gedichten die nieuwsgierig maken. Neem nu zijn column van afgelopen zaterdag. Allereerst een gedicht van zijn vader Jan Campert over het eiland Walcheren, gevolgd door regels van Willem Kloos over de zee (toch al een onderwerp dat mijn interesse heeft, zal wel door mijn woonplaats komen), regels van Lucebert en eindigend met een kort gedicht van Paul van Ostaijen.

Ik krijg dan meteen zin om alle vier de gedichten op te gaan zoeken, om de hele tekst te lezen. En of Remco dit terloops, uit zijn hoofd of herinneringen doet of niet, mij weet hij altijd te boeien,

.

Uit zijn column van zaterdag 31 augustus het (volledige) gedicht over Walcheren van zijn vader Jan Campert.

.

Lof van Walcheren
.
Daar is geen land, dat zoo verliefd
Door het water wordt omarmd
Als tusschen Walcheren en Sloe
Van Walcheren het strand.
Dat moet toen God de wereld schiep,
Dien dag zóó zijn geweest,
Dat Hij het opriep uit het niets
Als weldaad voor den geest;
Een handvol grond, waaraan het oog
Had zijnen lieven lust,
Een groen juweel, een flonker-steen,
Domein van stilte en rust.
.
Men reize waarheen men ook wil,
Den verste kaap voorbij,
Maan nimmer treft men zulk een land
Als Walcheren in de Mei.
Wie ooren om te horen heeft
Hij luistere naar het lied,
Dat in de Meidoornhagen leeft
En hij vergeet het niet.
Wie oogen heeft om nog te zien
Zal, als hij Walcheren ziet,
Die sluiten voor een wijl misschien
Maar hij vergeet het niet.
.
En zelfs de voorjaarswind, die vaart
Langs zee en dijk en duin
Houdt den bewogen adem in
Boven Gods liefsten tuin
Met zijn meidoornhagen in bloei
En ’t wieg’lend wegelkruid –
En keert weerom en vaart nog eens,
Verliefder dan een bruid.
Daar is geen land als dit mijn land
Besloten tusschen zee en strand.
O palm van Gods hand…… .

.

CAMPERT

Poëzine

Digitaal Poëzie Magazine

.

Sinds begin 2013 is Pastuiven Verkwil druk bezig met het uitgeven van een digitaal poëzie magazine onder de veelzeggende naam Poëzine (voorheen Po-E-zine). Vanaf het eerste nummer ben ik een van de vaste bijdragers. Elk magazine heeft een thema en rond dit thema kan iedereen zich heeft aangemeld bijdragen aanleveren. Met thema’s als: Komt de gezelligheid terug in de poëzie?, Stilte, Ik droom een toekomst en Een zomer zonder doping. Zoals je ziet alle mogelijkheden om je creativiteit op los te laten.

Het eerst volgende nummer van Poëzine verschijnt op 1 september met als thema dus Een zomer zonder doping met een bijdrage van mijn hand over de Olympische Spelen. Met feiten die mij tot voor kort nog onbekend waren maar waar ik zeer van opkeek (cliff hanger!).

Iedereen kan werken aandragen voor plaatsing, dit mogen zowel niet geplaatste werken zijn als al wel geplaatste gedichten, verhalen, column, beeldende kunst..:-) Heel divers dus. Een elektronisch magazine over alles wat met poëzie te maken heeft en waar diversiteit in het spelen met woorden en taal voorop staat zoals de makers het zelf omschrijven.

Inmiddels is Poëzine een groot succes gezien de enorme groei van het aantal abonnees. Wil je abonnee worden of zelf een bijdrage leveren neem dan contact op met Pastuiven Verkwil op pastuiven@gmail.com of neem een kijkje op http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/ of op Facebook: https://www.facebook.com/groups/549931835042689/

.

poezine1

 

 

 

%d bloggers liken dit: